Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Geraadpleegd op 28-01-2023.
Geldend van 01-03-2019 t/m 02-12-2019

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Beeld van de uitvoering

Artikel 4. Beeld van de uitvoering

  • 1 Het beeld van de uitvoering, bedoeld in artikel 77, tweede lid, van de wet wordt voor 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen.

  • 2 Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.

  • 3 Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, niet op de in het eerste lid genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.

  • 4 De betaling van de uitkering wordt hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen door de minister.

  • 5 Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken noodzakelijk voor het financieel beheer van de wet.

  • 6 In afwijking van het derde lid kan worden afgezien van opschorting als op het moment waarop over opschorting wordt beslist het beeld van de uitvoering alsnog juist en volledig is ontvangen.

§ 3. Uitkering en betaling

Artikel 5. Betaling

  • 1 Met uitzondering van de maand mei, wordt iedere maand op of omstreeks de vijftiende dag van die maand 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet betaalbaar gesteld. In de maand mei wordt op of omstreeks de vijftiende dag 12% van de uitkeringen betaalbaar gesteld.

  • 3 De vangnetuitkering wordt betaalbaar gesteld voor 1 april in het kalenderjaar dat ligt twee jaar na het jaar waarop de uitkering betrekking heeft.

Artikel 5a. Opschorting betaling bij vaststelling ernstige tekortkomingen

  • 2 De betaling van de uitkering wordt hervat op of omstreeks de vijftiende dag van de kalendermaand nadat de periode van drie maanden is verstreken dan wel nadat de langere periode van opschorting, die de minister met toepassing van artikel 76, derde lid, van de wet heeft vastgesteld is verstreken.

Artikel 6. Gegevens verdeelmodel

In de bijlage bij deze regeling zijn de gewichten en peildata opgenomen die gelden voor de indicatoren, bedoeld in tabel 1 en tabel 3 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet alsmede de normbedragen, bedoeld in tabel 2 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet.

§ 4. Toetsing lijfrenten

Artikel 6b. Toetsing inleg lijfrente

  • 2 Voor de beoordeling of de inleg ten hoogste het in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet genoemde bedrag heeft bedragen, wordt:

    • a. voor de inleg gedaan in het jaar van aanvraag van bijstand: het genoemde bedrag naar evenredigheid van de tussen 1 januari en de dag van aanvraag van bijstand gelegen periode in aanmerking genomen;

    • b. voor de inleg gedaan in de aan de aanvraag voorafgaande vier kalenderjaren: het genoemde bedrag in aanmerking genomen dat geldt op de dag van aanvraag van bijstand.

Artikel 6c. Toetsing waarde lijfrente en hoogte inleg

Het bedrag waarmee bij toepassing van artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet de inleg het in subonderdeel 3° van dat onderdeel genoemde bedrag overschrijdt, wordt in mindering gebracht op de waarde van de lijfrente of lijfrenten.

§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Artikel 7. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Niet tot de middelen, bedoeld in artikel 31 van de wet, worden gerekend:

§ 6. Vakantietoeslag

Artikel 8. Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 9. Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2019.

Artikel 10. In aanmerking te nemen vakantietoeslag

Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de artikelen 11, 12, 13 of 14 berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.

Artikel 11. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit tegenwoordige arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit tegenwoordige arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

547,76

8,00%

x ink

   

547,76

591,56

5,21%

x ink

   

591,56

732,34

8,00%

x ink

– €

16,51

732,34

1.436,70

8,00%

x ink

+ €

0,91

1.436,70

   

4,93%

x ink

+ €

0,56

Artikel 12. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit vroegere arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

521,53

8,00%

x ink

   

521,53

563,24

5,07%

x ink

   

563,24

1202,86

8,00%

x ink

– €

16,51

1202,86

1282,57

7,17%

x ink

– €

14,79

1282,57

   

8,00%

x ink

– €

25,48

Artikel 13. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt en voor de inhouding van loonheffing geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0

996,44

8,00%

x ink

   

996,44

1076,16

7,82%

x ink

   

1076,16

   

8,00%

x ink

– €

1,97

Artikel 14. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

  • 1 Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en het inkomen van de belanghebbende bestaat uit een gekort ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet bedraagt de daarbij behorende aanspraak op vakantietoeslag voor:

    a. alleenstaande

    6,08%

    x ink

     

    b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

    6,39%

    x ink

     

    c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien:

         

    – het inkomen € 1.128,26 of meer bedraagt

    6,39%

    x ink

    – € 15,25

    – het inkomen lager is dan € 1.128,26

    6,39%

    x ink

     
  • 2 Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, naast het gekorte ouderdomspensioen en toeslag, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen.

§ 7. Verzoeken vangnetuitkering

Artikel 15. Procedurele bepalingen verzoek vangnetuitkering

  • 1 Een verzoek tot een vangnetuitkering wordt door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 15 augustus van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.

  • 2 Een verzoek dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen voor of na afloop van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt niet in behandeling genomen.

  • 3 De toetsingscommissie adviseert de minister uiterlijk op 31 oktober van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, over de te nemen beslissing.

  • 4 De toetsingscommissie kan de minister voor 15 oktober verzoeken om een aantal adviezen later dan 31 oktober vast te stellen.

  • 5 Indien de minister aan een verzoek als bedoeld in het vierde lid voldoet, bepaalt hij daarbij het aantal adviezen dat later kan worden vastgesteld en de datum waarop deze adviezen uiterlijk door de minister worden ontvangen.

  • 6 Het college verstrekt bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan de minister informatie over genomen maatregelen om te komen tot een reductie dan wel tot een verdere reductie van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de verstrekte uitkering, bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Besluit Participatiewet.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Den Haag, 16 oktober 2003

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

M. Rutte

Bijlage behorende bij artikel 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Tabel 1: gewichten en peildata van de indicatoren die zijn opgenomen in de volumecomponent van het objectief verdeelmodel

Indicator

Gewicht

Peildatum schatting

Peildatum verdeling

Niet-rechthebbenden

     

Te veel vermogen

     

Alleenstaande, vermogen boven € 5.000

– 2,0799440

1-1-2016

1-1-2016

Alleenstaande, vermogen tot en met € 5.000, overwaarde boven € 50.000

– 0,7157942

1-1-2016

1-1-2016

Paar/eenouder, vermogen boven € 10.000

– 1,6638611

1-1-2016

1-1-2016

Paar/eenouder, vermogen tot en met € 10.000, overwaarde boven € 50.000

– 0,5623578

1-1-2016

1-1-2016

Andere uitkering

     

AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh

– 3,6719088

5-1-2016

31-12-2016

AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh

– 3,9521780

5-1-2016

31-12-2016

WW-uitkering in hh

– 1,0591040

5-1-2016

31-12-2017

ANW-uitkering in hh

– 5,3615602

31-12-2015

31-12-2017

Zw-uitkering, wachtgeld of overige uitkering in hh

– 1,4878472

5-1-2016

31-12-2016

Pensioenuitkering in hh

– 0,5558515

5-1-2016

31-12-2016

Kan/wil niet werken

     

Student (mbo/hbo/wo) in hh

– 1,8045828

1-10-2015

1-10-2017

Aanbodkant van de arbeidsmarkt

     

Leeftijd

     

18 tot 20-jarige in hh

referentie

1-1-2016

31-12-2017

20 tot 25-jarige in hh

1,3894362

1-1-2016

31-12-2017

25 tot 30-jarige in hh

1,7848448

1-1-2016

31-12-2017

30 tot 40-jarige in hh

1,9953654

1-1-2016

31-12-2017

40 tot 50-jarige in hh

2,1539917

1-1-2016

31-12-2017

50-jarige tot AOW-leeftijd in hh

2,5750831

1-1-2016

31-12-2017

Gezinssituatie

     

Alleenstaande

referentie

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-moeder, jongste kind tot 5

0,9909822

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-moeder, jongste kind 5-12

0,5094490

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-moeder, jongste kind 12-18

0,1697263

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-moeder, jongste kind 18+

– 0,2220021

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-vader, jongste kind tot 5

0,0023731

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-vader, jongste kind 5-12

– 0,0490112

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-vader, jongste kind 12-18

– 0,4210565

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-vader, jongste kind 18+

– 0,9760745

1-1-2016

31-12-2017

Paar, jongste kind 18-

– 1,2177396

1-1-2016

31-12-2017

Paar, jongste kind 18+

– 1,6557712

1-1-2016

31-12-2017

Paar zonder kinderen

– 1,1130296

1-1-2016

31-12-2017

Thuiswonend meerderjarig kind

– 0,5926122

1-1-2016

31-12-2017

Overig huishouden

0,2896035

1-1-2016

31-12-2017

Wonen in Corporatiewoning

1,5455925

1-1-2016

31-12-2017

Wonen op een standplaats

1,6953738

1-1-2016

31-12-2017

Migratieachtergrond

     

Geen migratieachtergrond in hh

referentie

1-1-2016

31-12-2017

Turk in hh

0,2188030

1-1-2016

31-12-2017

Surinamer in hh

0,3809924

1-1-2016

31-12-2017

Nederlands Antilliaan in hh

0,5253131

1-1-2016

31-12-2017

Marokkaan in hh

0,5447480

1-1-2016

31-12-2017

Ghanees in hh

0,0493229

1-1-2016

31-12-2017

Somaliër of Eritreeër in hh

2,0729540

1-1-2016

31-12-2017

Afrikaan (excl. Marokkaan, Ghanees, Somaliër, Eritreeër) in hh

0,7294582

1-1-2016

31-12-2017

Afghaan in hh

1,0917109

1-1-2016

31-12-2017

Irakees in hh

1,2874111

1-1-2016

31-12-2017

Syriër in hh

3,2286444

1-1-2016

31-12-2017

Iranees in hh

0,9030530

1-1-2016

31-12-2017

Chinees in hh

– 0,2934869

1-1-2016

31-12-2017

Indiaas in hh

– 0,6351739

1-1-2016

31-12-2017

Overig niet-westers in hh

0,1813257

1-1-2016

31-12-2017

Voormalig Joegoslavisch in hh

0,4939302

1-1-2016

31-12-2017

Voormalig Sovjet-Unie in hh

0,4130828

1-1-2016

31-12-2017

Overig westers in hh

– 0,3771236

1-1-2016

31-12-2017

Opleiding

     

Aandeel laagst opgeleiden in gemeente

– 0,6238144

1-1-2016

1-1-2017

HCI (human capital index) onbekend

referentie

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015

Lage HCI in hh

1,4852306

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015

Middelbare of hoge HCI in hh

– 1,0520492

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015

(V)SO/Pro gevolgd in hh

1,6479011

Gevolgd tussen schooljaar 2010/2011 en 2014/2015, niet gevolgd in schooljaar 2015/2016

Gevolgd tussen schooljaar 2012/2013 en 2016/2017, niet gevolgd in schooljaar 2017/2018

Gezondheid

     

Zorgkosten boven € 50.000 in hh

0,2898524

Heel 2015

Heel 2015

Gebruik GGZ-zorg in hh

0,7290650

Heel 2015

Heel 2015

Medicijnen voor verslaving in hh

0,3793593

Heel 2015

Heel 2016

Medicijnen voor depressie in hh

0,3454695

Heel 2015

Heel 2016

Medicijnen voor psychose in hh

0,5370830

Heel 2015

Heel 2016

Medicijngebruik uit minder dan 4 hoofdgroepen in hh

referentie

Heel 2015

Heel 2016

Medicijngebruik uit 4 tot 6 hoofdgroepen in hh

0,1402315

Heel 2015

Heel 2016

Medicijngebruik uit 6 tot 8 medicijngroepen in hh

0,3060864

Heel 2015

Heel 2016

Medicijngebruik uit 8 of meer hoofdgroepen in hh

0,3926386

Heel 2015

Heel 2016

Combinaties van factoren

     

Niet-westerse migratieachtergrond in hh en 50-jarige tot AOW in hh

0,0447135

1-1-2016

31-12-2017

Niet-westerse migratieachtergrond in hh en gezondheidsproblemen in hh

0,1357046

1-1-2016 voor migratieachtergrond, heel 2015 voor gezondheidsproblemen

31-12-2017 voor migratieachtergrond, heel 2015 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2016 voor overige gezondheidsproblemen

Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh

0,5143177

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015, heel 2015 voor gezondheidsproblemen

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015, heel 2015 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2016 voor overige gezondheidsproblemen

Vraagkant van de arbeidsmarkt

     

Banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel

– 7,3324046

1-1-2016

1-1-2017

Aandeel werkend onder niveau in gemeente

0,8548380

1-1-2016

1-1-2016

Aandeel studenten (hbo/wo) onder de potentiële beroepsbevolking in gemeente

0,0581287

1-10-2015

1-10-2017

Aandeel WW’ers onder de beroepsbevolking in gemeente

14,1695162

Q1 2016 t/m Q4 2016

Q4 2016, Q1 t/m Q3 2017

Buurteffecten

     

Aandeel van de beroepsbevolking in gemeente in buurt waar werken niet de norm is obv postcodegebieden (6 posities)

0,7248316

1-1-2016

1-1-2016

Index overlast en onveiligheid

1,2619305

1-1-2016

1-1-2016

Tabel 2: de bruto normbedragen zoals gehanteerd in het objectief verdeelmodel

Type huishouden

Normbedrag

Alleenstaande (ouder), leeftijd 21 tot aow

€ 15.277,30

Alleenstaande (ouder), 18, 19 of 20 jaar

€ 2.952,12

Gehuwd paar, beide partners leeftijd 21 tot aow

€ 19.784,98

Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren)

€ 5.904,24

Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren)

€ 9.321,00

Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren)

€ 11.494,08

Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren)

€ 16.360,20

Normen gerechtigde leeftijd 21 tot AOW bij aantal kostendelers

Normbedrag

2 kostendelers

€ 9.892,49

3 kostendelers

€ 8.097,55

4 kostendelers

€ 7.199,99

5 kostendelers

€ 6.661,56

6 kostendelers

€ 6.302,61

7 kostendelers

€ 6.101,40

8 kostendelers

€ 5.979,36

9 kostendelers

€ 5.884,44

10 kostendelers (of meer)

€ 5.808,48

Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers met kinderen

Normbedrag

2 kostendelers

€ 16.360,20

3 kostendelers

€ 14.565,27

4 kostendelers

€ 13.667,70

5 kostendelers

€ 13.129,28

6 kostendelers

€ 12.770,33

7 kostendelers

€ 12.513,88

8 kostendelers

€ 12.348,24

9 kostendelers

€ 12.253,32

10 kostendelers (of meer)

€ 12.177,36

Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers zonder kinderen

Normbedrag

2 kostendelers

€ 11.494,08

3 kostendelers

€ 10.355,16

4 kostendelers

€ 9.785,64

5 kostendelers

€ 9.444,00

6 kostendelers

€ 9.216,24

7 kostendelers

€ 9.053,52

8 kostendelers

€ 8.931,48

9 kostendelers

€ 8.836,56

10 kostendelers (of meer)

€ 8.760,60

Afwijkende normen gehuwden o.b.v. art. 24 Participatiewet

Normbedrag

rechthebbende leeftijd 21 of ouder met of zonder kinderen

€ 9.892,49

rechthebbende leeftijd jonger dan 21, zonder kind

€ 2.952,12

rechthebbende leeftijd jonger dan 21, met kind

€ 4.660,56

Tabel 3: gewichten en peildata van de indicatoren die zijn opgenomen in de prijscomponent van het objectief verdeelmodel

Indicator

Gewicht

Peildatum schatting

Peildatum verdeling

Directe verrekening

     

Andere uitkering

     

WW-uitkering in hh

– 1,4801989

5-1-2016

31-12-2017

AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh

– 2,5349998

5-1-2016

31-12-2016

AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh

– 3,1451079

5-1-2016

31-12-2016

ANW-uitkering in hh

– 2,1603738

31-12-2015

31-12-2017

Zw-uitkering, wachtgeld of overige uitkering in hh

– 1,2363295

5-1-2016

31-12-2016

Pensioenuitkering in hh

– 1,0991333

5-1-2016

31-12-2016

Kans op deeltijdwerk

     

Aanbodkant van de arbeidsmarkt

     

Leeftijd

     

18 tot 25-jarige in hh

referentie

1-1-2016

31-12-2017

25 tot 30-jarige in hh

– 0,2531335

1-1-2016

31-12-2017

30 tot 40-jarige in hh

– 0,4787382

1-1-2016

31-12-2017

40 tot 50-jarige in hh

– 0,5706268

1-1-2016

31-12-2017

50-jarige tot AOW-leeftijd in hh

– 0,3909812

1-1-2016

31-12-2017

Gezinssituatie

     

Alleenstaande, eenoudervader

referentie

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-moeder, jongste kind tot 5

– 0,1841896

1-1-2016

31-12-2017

Eenouder-moeder, jongste kind 5+

– 0,4673718

1-1-2016

31-12-2017

Paar met kinderen

– 0,6505770

1-1-2016

31-12-2017

Paar zonder kinderen, overig huishouden

– 0,8243606

1-1-2016

31-12-2017

Thuiswonend meerderjarig kind

– 0,3285212

1-1-2016

31-12-2017

Wonen in corporatiewoning of op standplaats

0,1254866

1-1-2016

31-12-2017

Migratieachtergrond

     

Geen, westerse, of overige niet-westerse migratieachtergrond in hh

referentie

1-1-2016

31-12-2017

Turk in hh

0,1400538

1-1-2016

31-12-2017

Surinamer in hh

0,1396698

1-1-2016

31-12-2017

Marokkaan in hh

0,2066721

1-1-2016

31-12-2017

Afrikaan (excl. Marokkaan) in hh

0,2567296

1-1-2016

31-12-2017

Irakees, Syriër, Iraniër, of Afghaan in hh

0,3835243

1-1-2016

31-12-2017

Opleiding

     

HCI (human capital index) onbekend

referentie

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015

Lage HCI in hh

0,1459836

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015

Middelbare of hoge HCI in hh

– 0,9298132

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015

Gezondheid

     

Gebruik GGZ-zorg in hh

0,1236185

Heel 2015

Heel 2015

Medicijnen voor depressie in hh

0,0443860

Heel 2015

Heel 2016

Combinaties van factoren

     

Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh

0,1448721

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015, heel 2015 voor gezondheidsproblemen

Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015, heel 2015 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2016 voor overige gezondheidsproblemen

Vraagkant van de arbeidsmarkt

     

Laaggeschoolde banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel

– 0,2873106

1-1-2016

1-1-2017

Aandeel studenten (hbo/wo) onder de potentiële beroepsbevolking in gemeente

1,0842563

1-10-2015

1-10-2017

Buurteffecten

     

Index overlast en onveiligheid

0,6334328

1-1-2016

1-1-2016

Naar boven