Invoeringswet Wet werk en bijstand

[Regeling vervallen per 01-01-2009.]
Geldend van 01-01-2006 t/m 31-12-2008

Wet van 9 oktober 2003, houdende invoering van de Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wet werk en bijstand)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Wet werk en bijstand en enkele daarmee samenhangende onderwerpen te regelen, zulks onder intrekking van de Algemene bijstandswet, de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet, de Wet inschakeling werkzoekenden, de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ en het Besluit in- en doorstroombanen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Definities

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2009]

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Overgangsrecht

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 2. Intrekking wetten en besluit

[Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan van de in het eerste lid genoemde wetten of het Besluit in- en doorstroombanen kan bij koninklijk besluit het tijdstip waarop deze vervallen verschillend worden gesteld.

  • 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de gevolgen van de toepassing van het tweede lid, waarbij zo nodig kan worden afgeweken van de in dat lid bedoelde artikelen of onderdelen daarvan.

Artikel 4. Omzetting besluiten

[Vervallen per 01-01-2009]

  • 3 Onverminderd de artikelen 8 tot en met 12, brengt het college de in het eerste en het tweede lid bedoelde besluiten binnen 24 maanden na de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand in overeenstemming met onderscheidenlijk die wet, de IOAZ of de IOAW, voorzover deze besluiten afwijken van die wetten.

Artikel 5. Aanvragen

[Vervallen per 01-01-2009]

Op een aanvraag tot het verlenen van bijstand wordt beslist met toepassing van:

Artikel 6. Bijstand buitenland

[Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Onze Minister kan de verlening van bijstand aan een Nederlander die zich in het buitenland bevindt voortzetten ten aanzien van:

    • a. degene die in december 1995 bijstand ontving op grond van artikel 82 of artikel 95 van de Algemene Bijstandswet, welke bijstand niet is geëindigd;

    • b. degene die op enig moment in de periode van 26 weken onmiddellijk voorafgaand aan 31 december 1995 bijstand ontving op grond van artikel 82 van de Algemene Bijstandswet, welke bijstand in die periode is geëindigd, indien belanghebbende binnen 26 weken na die datum opnieuw bijstand aanvraagt.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde bijstand wordt afgestemd op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende, rekening houdend met het niveau van de noodzakelijke kosten van het bestaan ter plaatse.

  • 4 Zodra ten minste 26 weken zijn verstreken nadat de bijstand die werd verleend op grond van het eerste lid werd beëindigd, is dat lid ten aanzien van het desbetreffende geval niet langer van toepassing.

Artikel 7. Zelfstandigen

[Vervallen per 01-01-2009]

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verlening van bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van de Wet werk en bijstand aan zelfstandigen en aan personen die algemene bijstand ontvangen en voornemens zijn een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen en zich in verband hiermee niet beschikbaar stellen voor arbeid in dienstbetrekking gedurende de voorbereidingsperiode van ten hoogste twaalf maanden, waarbij kan worden afgeweken van de artikelen 9, 10, 11, 32, 34, 40, 41, 45, 77 en de paragrafen 4.2, 6.1, 6.4 en 7.1 van die wet.

Artikel 8. Vermogen

[Vervallen per 01-01-2009]

Als het vermogen dat vanaf de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen, bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de Wet werk en bijstand, van de belanghebbende aan wie op de peildatum algemene bijstand werd verleend, geldt het bedrag zoals dat laatstelijk vóór of op de peildatum door het college is vastgesteld.

Artikel 9. Vrijlating arbeidsinkomsten

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 43, tweede lid, onderdelen m en n, van de Algemene bijstandswet blijft in het eerste jaar waarop de Wet werk en bijstand betrekking heeft, van toepassing op de belanghebbende van wie op grond van dat artikel op de peildatum inkomsten niet tot zijn middelen werden gerekend, met dien verstande dat het bedrag dat op grond van dat artikel niet tot de middelen wordt gerekend, wordt vermenigvuldigd met:

  • a. 1, in de eerste tot en met de derde maand na de peildatum;

  • b. 0,75, in de vierde tot en met de zesde maand na de peildatum;

  • c. 0,5, in de zevende tot en met de negende maand na de peildatum;

  • d. 0,25, in de tiende tot en met de twaalfde maand na de peildatum.

Artikel 10. Categoriale bijzondere bijstand

[Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Colleges kunnen ook na de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand bijzondere bijstand in de vorm van een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering verstrekken.

  • 3 In afwijking van artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, kan, onverminderd het eerste lid, bijzondere bijstand ook aan een persoon van 18 jaar en ouder, doch jonger dan 65 jaar, behorend tot een categorie chronisch zieken of gehandicapten, worden verleend, zonder dat wordt nagegaan of ten aanzien van die persoon kosten in verband met chronische ziekte of handicap ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn, indien ten aanzien van de categorie waartoe hij behoort aannemelijk is dat die zich in bijzondere omstandigheden bevindt die leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan.

  • 4 Het derde lid vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 11. Woonwagen en -schip

[Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Artikel 50, tweede lid, van de Wet werk en bijstand is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip niet van toepassing op de belanghebbende die op de peildatum recht had op algemene bijstand en eigenaar was van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woonwagen of bewoond woonschip met bijbehorend erf.

  • 2 In afwijking van artikel 8 wordt het in de woonwagen of het woonschip met bijbehorend erf gebonden vermogen van de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, met ingang van het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op de waarde ervan op dat tijdstip.

Artikel 12. Krediethypotheek

[Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Indien in de periode tussen de datum van plaatsing van de Wet werk en bijstand in het Staatsblad en de inwerkingtreding van voornoemde wet bijstand is aangevraagd, wordt in voorkomende gevallen de krediethypotheek gevestigd met inachtneming van die wet.

Artikel 13. Verhaal

[Vervallen per 01-01-2009]

Tot het tijdstip waarop de artikelen 56, 61 en 62 van de Wet werk en bijstand in werking treden, kunnen kosten van bijstand door het college worden verhaald in de gevallen en overeenkomstig de regels aangegeven in de artikelen 92, tweede en derde lid, tot en met 105 en 141 van de Algemene bijstandswet.

Artikel 16. Meeneemregeling

[Vervallen per 01-01-2009]

Het deel van de subsidie, bedoeld in artikel 14 van de Wet inschakeling werkzoekenden, van het kalenderjaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand dat op grond van artikel 18, vierde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden, wordt toegevoegd aan de subsidie van het daaropvolgende kalenderjaar dan wel in dat jaar wordt besteed aan laatstgenoemde wet of de Wet sociale werkvoorziening, wordt toegevoegd aan de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, van het eerste kalenderjaar waarop laatstgenoemde wet betrekking heeft, onderscheidenlijk besteed aan de Wet sociale werkvoorziening.

Artikel 17. Uitkeringen gemeenten

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 18. Verantwoording Abw, IOAW en IOAZ

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 19. Verantwoording WIW

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 20. Verantwoording Besluit in- en doorstroombanen

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 13 van het Besluit in- en doorstroombanen blijft van toepassing op:

Artikel 21. Bezwaar- en beroepschriften

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 22. Toezicht

[Vervallen per 01-01-2009]

Onze Minister houdt toezicht op de rechtmatige uitvoering van dit hoofdstuk door het college. De paragrafen 7.2 en 7.3 van de Wet werk en bijstand zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3. Wijziging van andere wetten

[Vervallen per 01-01-2009]

§ 3.1. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

[Vervallen per 01-01-2009]

§ 3.2. Justitie

[Vervallen per 01-01-2009]

§ 3.5. Binnenlandse Zaken

[Vervallen per 01-01-2009]

Hoofdstuk 4. Overige en slotbepalingen

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 69. Indexering

[Vervallen per 01-01-2009]

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand worden de in de hoofdstukken 3 en 4 van voornoemde wet genoemde bedragen en percentages op de in paragraaf 4.2 van die wet voorgeschreven wijze herzien, voorzover de ontwikkeling van het netto minimumloon, de netto aanspraak op minimumvakantiebijslag en het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie, gerekend vanaf 1 januari 2003, daartoe aanleiding geeft. Van de herziene normen en bedragen en van de dag waarop de herziening plaatsvindt, wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 70. Goede invoering

[Vervallen per 01-01-2009]

Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op de goede invoering van de Wet werk en bijstand regels worden gesteld waarbij zo nodig kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens voornoemde wet of deze wet.

Artikel 72. Inwerkingtreding

[Vervallen per 01-01-2009]

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Artikel 73. Citeertitel

[Vervallen per 01-01-2009]

Deze wet wordt aangehaald: Invoeringswet Wet werk en bijstand.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 9 oktober 2003

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

M. Rutte

Uitgegeven de tiende oktober 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Terug naar begin van de pagina