Uitvoeringswet EG-executieverordening

Geldend van 26-11-2010 t/m 09-01-2015

Wet van 2 juli 2003 tot uitvoering van de verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG L 12) (Uitvoeringswet EG-executieverordening)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat wetgeving nodig is ter uitvoering van de verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG L 12);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder «de verordening»: de verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG L 12).

Artikel 2

  • 2 Het verlof tot tenuitvoerlegging, bedoeld in artikel 38 van de verordening, wordt gevraagd bij verzoekschrift, dat in de Nederlandse taal is gesteld, onverminderd artikel 7 van de Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer. Het wordt ingediend door een deurwaarder of advocaat en houdt tevens in de keuze van een woonplaats binnen het arrondissement van de rechtbank.

  • 3 Onverminderd het bepaalde bij artikel 55, eerste lid, van de verordening, wordt bij ongenoegzaamheid van de bij het verzoekschrift overgelegde documenten aan de verzoeker de gelegenheid tot aanvulling gegeven.

  • 4 In afwijking van het gestelde in het tweede lid, tweede zin, is de bijstand van een deurwaarder of advocaat niet vereist indien het bedrag dat de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, moet voldoen in hoofdsom niet hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 93, onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Is het eerstbedoelde bedrag uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro, dan moet het worden omgerekend tegen de koers van de dag van de indiening van het verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging.

Artikel 3

  • 1 Inwilliging van het verzoek, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de verordening, door de voorzieningenrechter geschiedt in de vorm van een eenvoudig verlof, dat op de overgelegde expeditie van de ten uitvoer te leggen beslissing wordt gesteld.

  • 2 De voorzieningenrechter veroordeelt de schuldenaar in de kosten welke op de afgifte van het verlof zijn gevallen.

Artikel 4

  • 2 [Red: vervallen.]

  • 3 Het rechtsmiddel, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de verordening, moet, indien het wordt ingesteld door de verzoeker, worden ingesteld binnen een maand na de dagtekening van de beschikking, waarbij het verlof is geweigerd.

Artikel 5

Voor de toepassing van de Wet griffierechten burgerlijke zaken wordt de bij een rechtsmiddel ingestelde vordering geacht geen eis tot betaling van een bepaalde geldsom te zijn.

Artikel 5a

Deze wet is van overeenkomstige toepassing op de rechterlijke beslissingen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (PbEG L 160).

Artikel 6

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 57, vierde lid, van de verordening, is de notaris die de authentieke akte heeft verleden of de notaris die zijn protocol heeft overgenomen.

Artikel 6a

De artikelen 2–5 en 6 van deze wet strekken mede tot uitvoering van het op 30 oktober 2007 te Lugano tot stand gekomen verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, met Protocollen, Verklaringen en Bijlagen (PBEU L 339) met dien verstande dat in deze artikelen voor «de verordening» het in dit artikel genoemde verdrag wordt gelezen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 2 juli 2003

Beatrix

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de vijftiende juli 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Terug naar begin van de pagina