Regeling immunisatie militairen 2002

Geraadpleegd op 27-01-2023.
Geldend van 01-12-2002 t/m 10-07-2004

Regeling immunisatie militairen 2002

De Staatssecretaris van Defensie,

Gelet op artikel 4 van de Wet immunisatie militairen;

Gezien het advies van de Commissie van deskundigen immunisatie militairen;

Besluit:

§ 1. Algemene vaccinatie van militairen

Artikel 1

De militair in werkelijke dienst wordt ter gelegenheid van de opkomst gevaccineerd tegen:

  • a. difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP),

  • b. tyfus,

  • c. hepatitis A en B, en

  • d. bof, mazelen en rode hond (BMR).

Artikel 2

  • 1 De vaccinaties tegen difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP), tegen tyfus en tegen bof, mazelen en rode hond (BMR) geschieden door middel van een enkelvoudige inenting, de vaccinatie tegen hepatitis A en B door middel van een serie van drie inentingen.

  • 2 In afwijking van het eerste lid geschiedt de vaccinatie tegen difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP) door middel van de volledige serie van drie DTP-inentingen indien de betrokken militair aannemelijk maakt nooit door middel van een zodanige serie te zijn ingeënt.

  • 3 De vaccinatie tegen bof, mazelen en rode hond (BMR) geschiedt bij vrouwen slechts indien ze niet zwanger zijn. Als er sprake is van zwangerschap dan wel van onzekerheid hierover, wordt de vaccinatie uitgesteld tot na de zwangerschap respectievelijk totdat de mogelijkheid van een bestaande zwangerschap is uitgesloten.

Artikel 3

Revaccinatie vindt plaats tegen:

  • a. difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP): telkens na tien jaar, met dien verstande dat:

    • 1º. bij een verwonding met gevaar voor tetanusinfectie meer dan een jaar na de laatste vaccinatie tussentijdse toediening van een enkele dosis tetanusvaccin plaatsvindt;

    • 2º. bij een verwonding met gevaar voor tetanusinfectie meer dan tien jaar na de laatste vaccinatie tussentijdse toediening van zowel de volledige serie van drie DTP-inentingen als van een dosis menselijke antitetanus immuunglobuline plaatsvindt;

  • b. tyfus: telkens na drie jaar.

§ 2. Aanvullende vaccinatie van militairen

Artikel 4

  • 1 De militair in werkelijke dienst wordt aanvullend gevaccineerd tegen:

    • a. gele koorts,

    • b. meningitis typen A/C/Y/W135,

    • c. hondsdolheid,

    • d. influenza,

    • e. Frühsommer meningo encephalitis (FSME), en

    • f. Japanse encephalitis.

  • 2 De vaccinaties geschieden slechts voor zover de militair in het kader van de vervulling van de militaire dienst verblijft in een gebied waar de desbetreffende ziekte endemisch is, onderscheidenlijk waar een epidemie heerst van de desbetreffende ziekte, en geen bijzondere redenen bestaan om desondanks niet tot vaccinatie over te gaan. De vaccinatie tegen gele koorts geschiedt evenwel in elk geval bij uitzending naar landen die een internationaal inentingscertificaat tegen deze ziekte eisen.

  • 3 Ten aanzien van militairen die behoren tot een eenheid die binnen 48 uur moet kunnen worden uitgezonden, is het tweede lid niet van toepassing.

Artikel 5

  • 1 De vaccinaties tegen gele koorts, tegen meningitis en tegen influenza geschieden door middel van enkelvoudige inentingen, die tegen hondsdolheid, tegen meningo encephalitis en tegen Japanse encephalitis door middel van series van drie inentingen.

  • 2 Bij militairen van wie bekend is dat zij in het kader van de vervulling van de militaire dienst zullen vertrekken naar een gebied als bedoeld in artikel 4, tweede lid, geschieden de vaccinaties - met uitzondering van de laatste FSME-inenting - tijdens de voorbereidingstijd voor het vertrek, indien de voorbereidingstijd voor vertrek gelijk is aan of langer is dan drie weken. Bij militairen voor wie een kortere voorbereidingstijd geldt, start het vaccinatieprogramma zo spoedig mogelijk na het bekend worden van de verplichting om te vertrekken naar een gebied als bedoeld in artikel 4, tweede lid.

  • 3 Bij militairen die behoren tot een eenheid die binnen 48 uur moet kunnen worden uitgezonden, start het vaccinatieprogramma zo spoedig mogelijk na de plaatsing in de eenheid.

Artikel 6

  • 1 Revaccinatie vindt plaats tegen:

    • a. gele koorts: telkens na tien jaar;

    • b. meningitis A/C/Y/W135: telkens na drie jaar;

    • c. hondsdolheid: telkens na twee jaar;

    • d. influenza: jaarlijks;

    • e. Frühsommer meningo encephalitis: telkens na drie jaar;

    • f. Japanse encephalitis: telkens na twee jaar.

§ 3. Geldige eerdere vaccinaties

Artikel 7

De immunisatiemaatregelen worden niet genomen voor zover en zolang eerdere (re)vaccinaties tegen de desbetreffende ziekte nog geldig zijn. Dit wordt slechts aangenomen, indien zulks door de betrokken militair aannemelijk wordt gemaakt of uit de vaccinatiestatus van de militair blijkt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 25 november 2002

De

Staatssecretaris

van Defensie,

C. van der Knaap

Naar boven