Raamregeling Telewerken

[Regeling vervallen per 01-01-2020.]
Geldend van 01-07-2019 t/m 31-12-2019

Raamregeling Telewerken

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 67 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 101 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal,

Besluit:

Artikel 1

[Vervallen per 01-01-2020]

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

[Vervallen per 01-01-2020]

In deze regeling wordt verstaan onder betrokkene:

  • a. de ambtenaar die uit hoofde van zijn functie verplicht is om te telewerken;

  • b. de ambtenaar die op vrijwillige basis één of meer werkdagen per week telewerkt.

Artikel 3

[Vervallen per 01-01-2020]

Voor de toepassing van deze regeling worden met Onze Minister gelijkgesteld het tot aanstelling bevoegd gezag als bedoeld in artikel 3 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de directeur van het kabinet van de Koning, de kanselier der Nederlandse Orden en de voorzitter van de Hoge Raad van Adel.

Artikel 4

[Vervallen per 01-01-2020]

  • 1 De ambtenaar die op vrijwillige basis een of meer dagen per week wil telewerken kan daartoe bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen.

  • 2 Een aanvraag kan worden toegewezen indien het belang van de dienst daarbij is gebaat.

Artikel 5

[Vervallen per 01-01-2020]

  • 1 Met betrokkene worden de afspraken over telewerken schriftelijk vastgelegd.

  • 2 De afspraken, bedoeld in het eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op:

    • a. de eisen die voortvloeien uit het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet;

    • b. de bereikbaarheid van betrokkene;

    • c. de wijze van terugkoppeling met de organisatie;

    • d. de te verrichten werkzaamheden;

    • e. de aan betrokkene te verlenen telewerkvoorzieningen;

    • f. de wijze waarop de telewerkvoorzieningen worden verleend;

    • g. de periode waarin betrokkene telewerkt;

    • h. het aantal dagen per week dat betrokkene telewerkt;

    • i. de wijze van en de gronden voor beëindiging van het telewerken;

    • j. de gevolgen die beëindiging van het telewerken heeft voor de verleende telewerkvoorzieningen;

    • k. informatiebeveiliging;

    • l. privacy-aspecten.

Artikel 6

[Vervallen per 01-01-2020]

De telewerkvoorzieningen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel e, kunnen zijn:

  • a. een computer en bijbehorende noodzakelijke apparatuur;

  • b. de inrichting van de werkruimte;

  • c. een fax;

  • d. een mobiele telefoon;

  • e. de aanleg van een extra telefoonlijn;

  • f. een volledige vergoeding van alle voor de dienst gemaakte telefoonkosten;

  • g. een volledige vergoeding van alle voor de dienst gemaakte internetkosten;

  • h. een vergoeding van de kosten voor gebruik privé-ruimte.

Artikel 7

[Vervallen per 01-01-2020]

  • 2 Indien voor het telewerken gebruik wordt gemaakt van een eigen computer kan aan betrokkene een onbelaste vergoeding van € 25 (f 55,09) per maand worden verleend. Het bevoegd gezag kan deze vergoeding verlagen indien betrokkene van het bevoegd gezag een bijdrage in de aanschafkosten van de computer heeft ontvangen.

  • 4 Het in het derde lid genoemde bedrag wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris van het burgerlijk rijkspersoneel met ingang van de dag waarop de salariswijziging van kracht wordt.

  • 5 Onze Minister kan ten aanzien van de vergoeding, bedoeld in het derde lid, afwijkende regels vaststellen.

Artikel 8

[Vervallen per 01-01-2020]

De telewerkvoorzieningen, bedoeld in artikel 6, onderdelen a tot en met g, kunnen door het bevoegd gezag aan de betrokkene, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, ter beschikking worden gesteld, worden verstrekt of worden vergoed voor zover deze voorzieningen voor betrokkene noodzakelijk zijn om te kunnen telewerken.

Artikel 9

[Vervallen per 01-01-2020]

Onze Minister kan voor de uitvoering van deze regeling nadere regels vaststellen.

Artikel 9a

[Vervallen per 01-01-2020]

Artikel 8, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 2018, blijft tot 1 juli 2020 van toepassing op de betrokkene die voor 1 september 2018 een vergoeding is verleend op grond van die bepaling.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.G. de Vries

Terug naar begin van de pagina