Regeling eisen persoonlijke verblijfsruimte justitiële tbs-inrichtingen

Geldend van 12-01-2001 t/m heden

Regeling eisen persoonlijke verblijfsruimte justitiële tbs-inrichtingen

De Minister van Justitie,

Gelet op artikel 16, eerste lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 22 september 2000, kenmerk 5053768/TvdW/rb;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 2

Deze regeling is van toepassing op de persoonlijke verblijfsruimten welke zich bevinden binnen de beveiligde zone van de inrichting.

Artikel 3

  • 1 De persoonlijke verblijfsruimte is zodanig uitgevoerd en ingericht dat zij voldoet aan de eisen die het behandelingskarakter van de inrichting daaraan stelt.

  • 2 Bij plaatsing wordt de persoonlijke verblijfsruimte schoon, in goede staat en zonder gebreken opgeleverd aan de verpleegde.

§ 2. De persoonlijke verblijfsruimte

Artikel 4

De persoonlijke verblijfsruimte heeft minimaal een vloeroppervlak van 10 vierkante meter.

Artikel 5

  • 1 In een wand van de persoonlijke verblijfsruimte bevindt zich tenminste één beveiligd raam.

  • 2 Het raamoppervlak van de persoonlijke verblijfsruimte bedraagt minimaal 0,75 vierkante meter.

Artikel 7

  • 1 In de persoonlijke verblijfsruimte is een regelbare verwarming aangebracht.

  • 2 De verwarming heeft een zodanige capaciteit dat bij een buitentemperatuur van minus 10 °C en een windsnelheid van 10 meter per seconde in de persoonlijke verblijfsruimte een temperatuur van 20 °C kan worden bereikt.

  • 3 De persoonlijke verblijfsruimte is voorzien van een ventilatiemogelijkheid waardoor op natuurlijke dan wel mechanische wijze lucht kan worden aan- en afgevoerd.

Artikel 8

De persoonlijke verblijfsruimte is voorzien van een voorziening waarmee vanuit de persoonlijke verblijfsruimte te allen tijde met een personeelslid of medewerker van de inrichting contact kan worden opgenomen.

Artikel 9

De persoonlijke verblijfsruimte is voorzien van een van binnenuit en al dan niet van buitenaf bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte.

Artikel 10

  • 1 Indien de persoonlijke verblijfsruimte is voorzien van een toilet dan dient dat van de overige persoonlijke verblijfsruimte en van de gang afgeschermd te zijn met een schaamschot.

  • 2 Indien de persoonlijke verblijfsruimte zelf niet voorzien is van sanitair, dan is dat elders in het pand in voldoende mate beschikbaar.

Artikel 11

De persoonlijke verblijfsruimte is ingericht met tenminste:

  • a. een spiegel;

  • b. een kast;

  • c. een tafel;

  • d. een stoel;

  • e. een aan de wand bevestigd prikbord of vergelijkbare voorziening;

  • f. een bed;

  • g. twee contactdozen.

§ 3. Overgangsbepaling

Artikel 12

Persoonlijke verblijfsruimten waarvan de oorspronkelijke bouw is aangevangen voor 1996, moeten in elk geval voldoen aan de eisen vermeld in de artikelen 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 11, en moeten in elk geval voor 1 januari 2006 voldoen aan de eisen vermeld in de artikelen 4 en 10.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Justitie

A.H. Korthals

Terug naar begin van de pagina