Wijzigingsbesluit Algemeen militair ambtenarenreglement, enz. (arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie)

[Regeling materieel uitgewerkt per 18-02-2002.]
Geldend van 18-02-2000 t/m heden

Besluit van 25 januari 2000 tot wijziging van enige besluiten in het kader van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode van 1 juni 1999 tot en met 31 juli 2000

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 2 november 1999, nr. P/99007216;

Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet en artikel 12, van de Militaire ambtenarenwet 1931 alsmede artikel C1 van de Algemene militaire pensioenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 16 december 1999, nr. W07.99.0546/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 21 januari 2000, nr. P/1999008870;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Wijzigingen per 1 juni 1999

Artikel V

[Red: Wijzigt de Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht.]

Hoofdstuk 3. Wijzigingen per 1 januari 2000

Hoofdstuk 4. Overige wijzigingen

Artikel XXII

[Red: Wijzigt de Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht.]

Hoofdstuk 5. Toekenning van een eenmalige uitkering in 1999 aan het defensiepersoneel

Artikel XXIV

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel XXV

  • 1 Aan de betrokkene, bedoeld in artikel XXIV, onder b, 1 tot en met 3, wordt in de maand december 1999 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 6,48% van de voor hem geldende berekeningsbasis.

  • 2 Aan de betrokkene, bedoeld in artikel XXIV, onder b, 4 en 5, wordt in de maand december 1999 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 6% van de voor hem geldende berekeningsbasis.

  • 3 De eenmalige uitkering heeft geen algemeen karakter en wordt niet gerekend tot de bezoldiging of het salaris in de zin van de bezoldigingsvoorschriften. De eenmalige uitkering maakt evenmin deel uit van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag , bedoeld in artikel C1 van de Algemeen militaire pensioenwet in beschouwing te nemen inkomsten en emolumenten, waarop de gewezen militair aanspraak had of zou hebben gehad.

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel XXVI. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat:

a. Hoofdstuk 1 terugwerkt tot en met 1 juni 1999;

b. Hoofdstuk 2 terugwerkt tot en met 1 augustus 1999;

c. Hoofdstuk 3 terugwerkt tot en met 1 januari 2000, met uitzondering van artikel XIII, onderdeel B dat terugwerkt tot en met 1 oktober 1999;

d. Artikel XIX , onderdeel A terugwerkt tot en met 1 januari 1999 en onderdeel B terugwerkt tot en met 1 januari 2000;

e. Artikel XX, onderdelen C, D en E terugwerken tot en met 24 december 1997.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 25 januari 2000

Beatrix

De Staatssecretaris van Defensie,

H. A. L. van Hoof

Uitgegeven de zeventiende februari 2000

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Bijlage 1. Behorende bij artikel III onder a

[Red: Wijzigt het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.]

Terug naar begin van de pagina