PODACS-regeling

Geraadpleegd op 18-05-2024.
Geldend van 07-02-2007 t/m 31-12-2012

Regeling van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie, nrs. EIB99/N85874 en 791049/599/JvD, houdende aanwijzing en regels over het gebruik van het politie-datacommunicatiesysteem

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie,

Gelet op artikel 3 eerste en derde lid, van het Besluit beheer regionale politiekorpsen;

Besluiten:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    a) het politiekorps:

    het regionale politiekorps, dan wel het Korps landelijke politiediensten;

    b) de minister:

    de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    c) het politiedatacommunicatiesysteem (PODACS):

    het geheel van verbindingen, knooppunten en netwerkaansluitingen tot en met de koppelvlakken dat bestemd is voor de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens door middel van draadgebonden telecommunicatievoorzieningen tussen uitsluitend:

    • i) politiekorpsen onderling;

    • ii) politiekorpsen en organisaties en instanties, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage;

    d) de PODACS-beheerder:

    de directeur van de publiekrechtelijke rechtspersoon Politie Nederland;

    e) het koppelvlak:

    de interface op een PODACS netwerkaansluiting waarop:

    • i) een politiekorps;

    • ii) een organisatie of instantie, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage; haar netwerkapparatuur aansluit.

    f) PODACS componenten:

    apparatuur, programmatuur of verbindingen van het PODACS.

    g) een politielocatie:

    een ruimte permanent of tijdelijk ingericht ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden van een politiekorps waarbinnen technische en organisatorische voorzieningen zijn getroffen teneinde het uitsluitende gebruik van de ruimte door ambtenaren van een politiekorps zeker te stellen;

    h) een gemeenschappelijke locatie:

    een ruimte ingericht ten behoeve van permanente, periodieke of tijdelijke samenwerking tussen het politiekorps en andere organisaties betrokken bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid waarbinnen technische en organisatorische voorzieningen zijn getroffen teneinde het uitsluitende gebruik van de ruimte door dit samenwerkingsverband zeker te stellen.

    i) een overige locatie:

    een ruimte, niet zijnde een politielocatie of gemeenschappelijke locatie.

    j) een kiesverbinding:

    een op initiatief van een partij per communicatiesessie gedefinieerde, tijdelijke verbinding tussen twee partijen.

  • 2 In deze regeling wordt mede verstaan onder korpsbeheerder: de minister voor zover het betreft het Korps landelijke politiediensten.

Paragraaf 2. Gebruik van het PODACS

Artikel 2

  • 1 De politiekorpsen maken bij de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens door middel van draadgebonden telecommunicatievoorzieningen met andere politiekorpsen en met de organisaties en instanties die worden genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage, uitsluitend gebruik van het PODACS.

  • 2 Indien één of meerdere politiekorpsen door middel van draadgebonden telecommunicatievoorzieningen geautomatiseerd gegevens willen uitwisselen met niet op het PODACS toegelaten derden kunnen zij:

    • a) de minister verzoeken de uitwisseling van gegevens door politiekorpsen met deze derden via het PODACS toe te staan of;

    • b) zelf een verbinding met deze derden realiseren onder de voorwaarde dat de verbinding en de hierbij toegepaste apparatuur te allen tijde fysiek gescheiden blijft van het datacommunicatienetwerk van het politiekorps dat gekoppeld is aan het PODACS.

  • 3 Indien een verzoek als bedoeld in het tweede lid, onder a, door de minister wordt ingewilligd, wordt de toe te laten organisatie of instantie aan de in de bijlage van deze regeling opgenomen lijst van organisaties en instanties toegevoegd.

Artikel 3

In afwijking van artikel 2, eerste lid, voor zover het betreft de Koninklijke Marechaussee, en in afwijking van artikel 2, tweede lid, onder b, voor zover het betreft de regionale en gemeentelijke brandweerkorpsen en de ambulancediensten waaraan krachtens de Wet Ambulancevervoer vergunning is verleend, mogen verbindingen van het regionale datacommunicatienetwerk van een politiekorps met datacommunicatienetwerken van de Koninklijke Marechaussee en de regionale en gemeentelijke brandweerkorpsen en de ambulancediensten buiten het PODACS worden gerealiseerd onder de voorwaarden dat:

  • a) deze verbindingen uitsluitend ten behoeve van noodzakelijke integratie en coördinatie van werkzaamheden van het politiekorps met werkzaamheden van de in de aanhef van dit artikel genoemde organisaties worden gerealiseerd;

  • b) het datacommunicatienetwerk van een politiekorps dat gekoppeld is aan het PODACS te allen tijde logisch gescheiden blijft van de ten behoeve van het samenwerkingsverband gerealiseerde verbindingen met netwerken van de in de aanhef van dit artikel genoemde organisaties, en

  • c) door de korpsbeheerder voorzieningen worden getroffen teneinde logische scheiding als bedoeld in onderdeel b, zeker te stellen.

Artikel 4

Ten behoeve van de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, beschikt elk politiekorps over minimaal twee koppelvlakken op het PODACS.

Artikel 5

De PODACS-beheerder draagt ervoor zorg dat het PODACS voldoet aan:

  • a) het door de minister vastgestelde beleid ten aanzien van de informatiebeveiliging en;

  • b) de betrouwbaarheidseisen die aan het PODACS gesteld worden voortkomend uit de door de minister in samenwerking met de politiekorpsen periodiek uit te voeren afhankelijkheids- en kwetsbaarheidsanalyse van het PODACS.

Paragraaf 3. Eisen aan het datacommunicatienetwerk van het politiekorps

Artikel 6

De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat het datacommunicatienetwerk van het politiekorps dat gekoppeld is aan het PODACS alleen voorziet in verbindingen tussen politielocaties van het desbetreffende politiekorps.

Artikel 7

  • 1 In afwijking van artikel 6 van deze regeling kan de korpsbeheerder bepalen dat het datacommunicatienetwerk van een politiekorps dat gekoppeld is aan het PODACS voorziet in verbindingen met:

    • a) gemeenschappelijke locaties of;

    • b) overige locaties.

  • 2 De toegang tot het datacommunicatienetwerk van een politiekorps dat is gekoppeld aan het PODACS vanaf gemeenschappelijke locaties wordt uitsluitend gerealiseerd onder de volgende voorwaarden:

    • a) de toegang wordt beperkt tot tijden dat op deze locaties personeel aanwezig is;

    • b) de toegang wordt voorbehouden aan personen die daartoe door de korpsbeheerder zijn geautoriseerd;

    • c) de toegang wordt uitsluitend verleend na verificatie van de autorisatie op basis van een persoonlijke toegangscode en;

    • d) de verleende autorisaties worden ten minste jaarlijks gecontroleerd en geëvalueerd.

  • 3 De toegang tot het datacommunicatienetwerk van een politiekorps dat is gekoppeld aan het PODACS vanaf overige locaties wordt uitsluitend gerealiseerd onder de volgende voorwaarden:

    • a) de toegang wordt beperkt tot tijden waarop en de periode waarin de toegang noodzakelijk is;

    • b) de toegang wordt voorbehouden aan personen werkzaam bij of voor de Nederlandse politie die daartoe door de korpsbeheerder zijn geautoriseerd;

    • c) de toegang wordt uitsluitend verleend na verificatie van de autorisatie die plaatsvindt op basis van een combinatie van een persoonlijke toegangscode en een persoonlijk fysiek verificatiemiddel en

    • d) de overeenkomstig dit artikel verleende autorisaties worden ten minste jaarlijks gecontroleerd en geëvalueerd.

Artikel 8

  • 1 Indien bij verbindingen, als bedoeld in de artikelen 6 en 7, gebruik wordt gemaakt van kiesverbindingen worden er voorzieningen getroffen ter beveiliging van deze netwerktoegang tot het datacommunicatienetwerk van het politiekorps dat is gekoppeld aan het PODACS.

  • 2 Deze voorzieningen houden ten minste in:

    • a) adequate verificatie van de kiesverbinding;

    • b) sterke wederzijdse authenticatie tussen de op de kiesverbinding aangesloten netwerkapparatuur van de communicerende partijen;

    • c) uitgebreide vastlegging van netwerkhandelingen en

    • d) jaarlijkse analyse van de vastgelegde netwerkhandelingen als bedoeld onder c.

Artikel 9

  • 2 Over de in het eerste lid bedoelde controle wordt aan de korpsbeheerder verslag uitgebracht.

Paragraaf 4. PODACS componenten

Artikel 10

De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat PODACS componenten die zich binnen een politielocatie bevinden adequaat worden beveiligd tegen ongeautoriseerde fysieke toegang, het wegvallen van ondersteunende voorzieningen, brand, wateroverlast en natuurgeweld.

Paragraaf 5. Maatregelen

Artikel 11

Indien de korpsbeheerder niet of niet volledig toepassing geeft aan deze regeling, waardoor het beveiligingsniveau van het PODACS wordt of kan worden aangetast, kan de minister beveiligingsmaatregelen nemen. Deze beveiligingsmaatregelen kunnen bestaan in het ontzeggen van de netwerktoegang aan het desbetreffende politiekorps.

Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12

  • 1 De korpsbeheerders geven binnen één jaar na inwerkingtreding van deze regeling uitvoering aan deze regeling.

  • 2 Ter uitvoering van artikel 2, tweede lid, zal door middel van een inventarisatie onder de politiekorpsen worden bepaald:

    • a) over welke koppelingen de politiekorpsen reeds beschikken;

    • b) met welke derde organisaties en instanties de politiekorpsen op structurele basis gegevens moeten uitwisselen;

    • c) op welke termijn koppelingen met derden via het PODACS worden gerealiseerd;

    • d) op welke termijn de koppelingen bedoeld onder a, dienen te worden verwijderd.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijbehorende bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 12 oktober 1999

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Peper

De

Minister

van Justitie,

A.H. Korthals

Bijlage behorend bij artikel 2

De politiekorpsen maken, bij de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens door middel van draadgebonden telecommunicatie-voorzieningen, met de in deze bijlage opgenomen organisaties en instanties uitsluitend gebruik van het PODACS.

  • 1. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

  • 2. de Douane;

  • 3. Europol (via CRI);

  • 4. het Gemeentelijke Bevolkingsadministratie-netwerk (GBA-netwerk);

  • 5. Interpol;

  • 6. de publiekrechtelijke rechtspersoon Politie Nederland;

  • 7. het Ministerie van Justitie: het bestuursdepartement, de daaronder ressorterende diensten en instanties zoals:

    • a) Centraal Justitie Incasso Bureau (CJIB);

    • b) Gerechtelijke laboratoria;

    • c) Immigratie en Naturalisatiedienst (IND);

    • d) Openbaar ministerie;

    • e) Raad voor de Kinderbescherming (RVK);

    • f) Rijksrecherche;

  • 8. het Kustwachtcentrum;

  • 9. Nationaal Coördinatiecentrum (NCC);

  • 10. [Red: vervallen;]

  • 11. Politie Adviescentrum In Pact;

  • 12. Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW);

  • 13. Koninklijke Marechaussee;

  • 14. de ECD/FIOD (Economische Controle Dienst/ Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën;

  • 15. de AID (Algemene inspectie Dienst) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Landbouw Natuurbeheer en Visserij;

  • 16. de DRZ (Dienst Recherche Zaken) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • 17. de directie Politie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • 18. de AI (Arbeidsinspectie) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • 19. de DPC/VV (Directie Personenverkeer, Migratie en Consulaire Zaken, afdeling Vreemdelingen- en Visumzaken), werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken;

  • 20. de SIOD (de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • 21. het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie (LSOP);

  • 22. de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV), werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • 23. het Explosieven Opruimings Commando van de Koninklijke Landmacht (EOCKL), werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie;

  • 24. Het Bureau Landelijk Management Development (onderdeel van het directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid).

Naar boven