Wijzigingswet Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, enz. (vergroten effectiviteit bedrijfseconomisch toezicht)

Geldend van 17-11-1999 t/m heden

Wet van 6 oktober 1999 tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en in verband daarmee enkele andere wetten, teneinde de effectiviteit van het bedrijfseconomisch toezicht te vergroten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en in verband daarmee enkele andere wetten te wijzigen teneinde de effectiviteit van het bedrijfseconomisch toezicht te vergroten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel VII

[Red: Wijzigt de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling.]

Artikel X

Gedurende drie jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdelen G en L, en artikel II, onderdeel D, dient een verzekeraar, in afwijking van de termijn genoemd in de artikelen 72, eerste lid, en 100, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, onderscheidenlijk in artikel 33, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, de in die artikelleden bedoelde staten uiterlijk zes maanden na afloop van elk boekjaar bij de Verzekeringskamer in.

Artikel XI

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdeel F, punt 2, met betrekking tot artikel 66, derde lid (nieuw) en onderdeel K, punt 2, met betrekking tot artikel 94, derde lid (nieuw) van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor onderscheiden branches verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 6 oktober 1999

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven de zestiende november 1999

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Terug naar begin van de pagina