Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering (herziening van het gerechtelijk vooronderzoek)

Geldend van 01-02-2000 t/m heden

Wet van 27 mei 1999 tot partiële wijziging van het Wetboek van Strafvordering (herziening van het gerechtelijk vooronderzoek)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bepalingen inzake het gerechtelijk vooronderzoek en enige andere daarmee samenhangende onderwerpen in het Wetboek van Strafvordering te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel X

In strafzaken waarin ten tijde van de inwerkingtreding van deze wet reeds een gerechtelijk vooronderzoek is ingesteld of dit gerechtelijk vooronderzoek nog niet onherroepelijk is gesloten, blijven de op dat tijdstip vervallen bepalingen van toepassing op de wijze waarop het gerechtelijk vooronderzoek wordt verricht en gesloten.

Artikel XIV

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Dit tijdstip kan voor de onderdelen van artikel I verschillend zijn.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 27 mei 1999

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de tweeëntwintigste juni 1999

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Terug naar begin van de pagina