Wet verhoging grens bevoegdheid kantonrechters en appellabiliteit van vonnissen van deze rechters in burgerlijke zaken

Geldend van 01-01-1999 t/m heden

Wet van 19 oktober 1998 tot verhoging van de grens van de bevoegdheid van de kantonrechters en van de appellabiliteit van vonnissen van deze rechters in burgerlijke zaken

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de grens van de bevoegdheid van de kantonrechters en van de grens van de appellabiliteit van vonnissen van deze rechters in burgerlijke zaken te verhogen, en dat het derhalve nodig is de Wet op de rechterlijke organisatie, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten aan te passen alsmede een regel van overgangsrecht tot stand te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL VI

De bepalingen van deze wet zijn niet van toepassing op zaken die door het uitbrengen van een inleidende dagvaarding zijn aangevangen vóór de dag waarop deze wet in werking treedt, ook als in die zaken na die dag hoger beroep wordt ingesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 19 oktober 1998

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de zevenentwintigste oktober 1998

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Terug naar begin van de pagina