Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs

Geldend van 01-01-2002 t/m 31-08-2003

Wet van 14 mei 1998, houdende regels voor de niet-openbare arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de wettelijke regulering betreffende de niet-openbare arbeidsbemiddeling in een aparte wet onder te brengen, omdat dit niet meer past bij de regulering in de Arbeidsvoorzieningswet 1996, en dat de algemene vergunningsplicht voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten wordt afgeschaft, maar dat wel enige regulering op het terrein van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten dient te worden vastgelegd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a. de Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

    • b. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • c. arbeidsbemiddeling: dienstverlening in de uitoefening van beroep of bedrijf ten behoeve van een werkgever, een werkzoekende, dan wel beiden, inhoudende het behulpzaam zijn bij het zoeken van arbeidskrachten onderscheidenlijk arbeidsgelegenheid, waarbij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan wel een aanstelling tot ambtenaar wordt beoogd;

    • d. ter beschikking stellen van arbeidskrachten: het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder diens toezicht of leiding, anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst, verrichten van arbeid;

    • e. onderneming: de onderneming, bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, wordt onder arbeidsbemiddeling niet verstaan: het openbaar maken van gegevens betreffende werkzoekenden of arbeidsplaatsen door middel van drukpers, radio, televisie of een ander communicatiemedium.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, wordt onder ter beschikking stellen van arbeidskrachten niet verstaan:

    • a. het ten behoeve van een geleverde zaak of tot stand gebracht werk ter beschikking stellen van arbeidskrachten;

    • b. het bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk ter beschikking stellen van arbeidskrachten, die bij degene, die hen ter beschikking stelt, ten behoeve van arbeid in diens onderneming in dienst zijn;

    • c. het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor het verrichten van arbeid in een onderneming, die door dezelfde ondernemer in stand wordt gehouden als die de arbeidskrachten ter beschikking stelt.

  • 4 Met arbeidsbemiddeling wordt gelijkgesteld de dienstverlening met het doel de totstandkoming van overeenkomsten tot het verrichten van arbeid, niet zijnde arbeidsovereenkomsten, te bevorderen ten behoeve van beroepsbeoefenaars op het gebied van kunsten, amusement en beroepssport.

Hoofdstuk 2. Arbeidsbemiddeling

Artikel 2. Vergunning voor niet-openbare arbeidsbemiddeling

  • 1 Het is slechts toegestaan met vergunning van de Centrale organisatie werk en inkomen arbeidsbemiddeling te verlenen.

  • 2 Het eerste lid geldt niet voor zover arbeidsbemiddeling ingevolge de wet wordt verleend.

Artikel 3. Verplichtingen vergunninghouder

  • 1 De vergunninghouder bedingt voor de verleende arbeidsbemiddeling geen tegenprestatie van de werkzoekende.

  • 2 Voor zover aan hem bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn, dat in een bedrijf of onderneming, of een gedeelte daarvan, een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting bestaat, verleent de vergunninghouder geen bemiddeling tot het plaatsen van werkzoekenden in dat bedrijf of die onderneming, of wel dat gedeelte daarvan, waar de werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting heerst.

  • 3 De vergunninghouder verleent aan alle personen die tot de categorieën behoren, die hij bemiddelt, zijn diensten gelijkelijk.

Artikel 4. Vergunning voor bepaalde categorieën

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de vergunning tot arbeidsbemiddeling, bedoeld in dit hoofdstuk, van bepaalde categorieën van werkzoekenden of werkgevers. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op arbeidsbemiddeling als bedoeld in artikel 1, vierde lid.

Artikel 5. Beschikkingsbevoegdheid

  • 1 De Centrale organisatie werk en inkomen beslist over het verlenen van de vergunning.

  • 2 De Centrale organisatie werk en inkomen stelt regels vast omtrent de voorschriften die aan de vergunninghouder worden opgelegd.

  • 3 De regels, bedoeld in het tweede lid, betreffen in elk geval de administratie die de vergunninghouder voert en de gegevens, die hij minstens eenmaal per jaar verstrekt aan de Centrale organisatie werk en inkomen ten behoeve van een doelmatig toezicht op de naleving van dit hoofdstuk.

Artikel 6. Weigering vergunning

De Centrale organisatie werk en inkomen weigert slechts de vergunning, indien gegronde vrees bestaat dat artikel 3 en de regels, bedoeld in artikel 5, tweede lid, zullen worden overtreden of dat anderszins het belang van goede verhoudingen op de arbeidsmarkt of het belang van de betrokken arbeidskrachten zal worden geschaad.

Artikel 7. Intrekking vergunning

De Centrale organisatie werk en inkomen kan de vergunning intrekken, indien:

  • a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

  • b. de vergunninghouder in strijd handelt met artikel 3 of met de regels, bedoeld in artikel 5, tweede lid, of anderszins schade toebrengt aan het belang van goede verhoudingen op de arbeidsmarkt of de belangen van de betrokken arbeidskrachten, hetzij indien gegronde vrees bestaat voor zodanig handelen.

Hoofdstuk 3. Ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Artikel 8. Loonverhoudingsnorm

  • 1 Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt is aan deze arbeidskrachten loon en overige vergoedingen verschuldigd overeenkomstig het loon en de overige vergoedingen die worden toegekend aan werknemers, werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming bij welke de terbeschikkingstelling plaats vindt.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing, indien in een collectieve arbeidsovereenkomst, van toepassing op de onderneming die de arbeidskracht ter beschikking stelt, of bij of krachtens wet is bepaald, welk loon en overige vergoedingen degene, die arbeidskrachten ter beschikking stelt, aan die arbeidskrachten verschuldigd is.

  • 3 Het eerste lid is eveneens niet van toepassing, indien op de onderneming bij welke de ter beschikkingstelling plaats vindt, een collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is, die bepalingen bevat op grond waarvan de werkgever zich ervan moet verzekeren dat aan arbeidskrachten die aan zijn onderneming ter beschikking zijn gesteld loon en overige vergoedingen worden betaald overeenkomstig de bepalingen van die collectieve arbeidsovereenkomst.

Artikel 9. Verbod tegenprestatie arbeidskracht

Bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten wordt voor de terbeschikkingstelling geen tegenprestatie bedongen van de arbeidskracht, die ter beschikking wordt gesteld.

Artikel 10. Verbod ter beschikking stellen bij arbeidsconflict

Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt, stelt, voor zover hem bekend is of redelijkerwijze bekend kan zijn dat in een bedrijf of onderneming, of een gedeelte daarvan, een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting bestaat, geen arbeidskrachten ter beschikking voor het verrichten van werkzaamheden in dat bedrijf of die onderneming of wel dat gedeelte daarvan, waar de werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting heerst.

Artikel 11. Informatie veiligheid

Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt verschaft aan degene die ter beschikking wordt gesteld, informatie over de verlangde beroepskwalificatie en verstrekt aan die persoon de beschrijving, bedoeld in artikel 5, zesde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt.

Artikel 12. Speciaal regime

  • 1 Indien het belang van goede verhoudingen op de arbeidsmarkt of het belang van de betrokken arbeidskrachten bescherming behoeven, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor een of meer bepaalde sectoren van het bedrijfsleven of segmenten van de arbeidsmarkt regels gesteld voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.

  • 2 Ter bescherming van in het eerste lid genoemde belangen kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald worden, dat het ter beschikking stellen van arbeidskrachten in een of meer bepaalde sectoren van het bedrijfsleven of segmenten van de arbeidsmarkt slechts is toegestaan met vergunning van Onze Minister.

Hoofdstuk 4. Onderzoek en toezicht

Artikel 13. Aanwijzing toezichthouders

  • 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 14. Bevoegdheden toezichthouders

De toezichthouders zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. Zij beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 15. Onderzoek op terrein ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Indien uit onderzoek naar de naleving van hoofdstuk 3 blijkt, dat niet aan de daar genoemde artikelen wordt voldaan, doet Onze Minister hiervan mededeling aan de betrokken arbeidskracht, voor zover het zijn aanspraken betreft, aan de betrokken werkgever, aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging en aan de daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende organisaties van werkgevers en werknemers. De mededeling aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging en aan organisaties van werkgevers en werknemers bevat geen gegevens waaruit de identiteit van de in het onderzoek betrokken werknemers kan worden afgeleid.

Hoofdstuk 6. Overige en slotbepalingen

Artikel 21. Publicatie regels

Regelingen van de Centrale organisatie werk en inkomen op grond van deze wet worden in de Staatscourant geplaatst.

Artikel 22. Overgang

De vergunningen op grond van Afdeling 2 van hoofdstuk III, paragraaf 3, van de Arbeidsvoorzieningswet, zoals die bepalingen voor de datum van inwerkingtreding van deze wet luidden, die na de datum van inwerkingtreding van deze wet voortduren worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als vergunningen op grond van hoofdstuk 2 van deze wet.

Artikel 23. Evaluatie

Onze Minister zendt binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze wet, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 24. Tijdstip inwerkingtreding

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 25. Tijdelijke werking voor arbeidsbemiddeling in culturele en sportsector

Artikel 1, vierde lid, en de tweede volzin van artikel 4 vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 26. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 14 mei 1998

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. P. W. Melkert

Uitgegeven de vierde juni 1998

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Terug naar begin van de pagina