Wijzigingswet Wet op de stads- en dorpsvernieuwing en van de Woningwet (gevolgen niet [...] en Coördinatiecommissie stadsvernieuwing

[Regeling vervallen per 01-01-2022.]
Geraadpleegd op 23-06-2024.
Geldend van 01-01-1998 t/m 31-12-2021

Wet van 30 mei 1997, houdende wijziging van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing en van de Woningwet (gevolgen niet naleven financiële bepalingen, opheffen Rijkscommissie voor de Volkshuisvesting en Coördinatiecommissie stadsvernieuwing)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat passende gevolgen kunnen worden verbonden aan het niet naleven van bepalingen in de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing die betrekking hebben op het beheer van en de verantwoording over de stadsvernieuwingsfondsen, en dat de Rijkscommissie voor de Volkshuisvesting en de Coördinatiecommissie stadsvernieuwing ophouden te bestaan;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

[Red: Wijzigt de Wet op de stads- en dorpvernieuwing.]

ARTIKEL II

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

Indien het in artikel IV bedoelde koninklijk besluit inhoudt dat artikel I van deze wet niet meer dan zes maanden na het verstrijken van een kalenderjaar in werking treedt, zijn de artikelen 42a en 42b van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, zoals zij door deze wet zijn komen te luiden, vanaf die inwerkingtreding van toepassing op de besteding van en de verantwoording over verleende geldelijke steun als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van genoemde wet voor dat kalenderjaar.

ARTIKEL IV

[Regeling vervallen per 01-01-2022]

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 30 mei 1997

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

D. K. J. Tommel

Uitgegeven de twaalfde juni 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven