Besluit doden van dieren

[Regeling vervallen per 01-07-2014.]
Geldend van 22-03-2006 t/m 31-12-2012

Besluit van 16 mei 1997, houdende regelen ter zake van het doden van dieren (Besluit doden van dieren)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 3 februari 1997, No. J. 971007, Directie Juridische Zaken;

Gelet op richtlijn nr. 93/119/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden (PbEG L 340), alsmede op de artikelen 1, tweede lid, 38 en 44, eerste en tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 1997, no. W11.97.0054);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 6 mei 1997, nr. J. 973847, Directie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemeen

[Vervallen per 01-07-2014]

Artikel 1

[Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a. wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

    • b. slachthuis: inrichting of installatie, met inbegrip van voorzieningen voor het verplaatsen of onderbrengen van dieren, die wordt gebruikt voor het commercieel slachten of doden van eenhoevigen, herkauwers, varkens, konijnen en pluimvee;

    • c. verplaatsen: uitladen of drijven van dieren van de bij het slachthuis behorende losplaatsen, stallen of hokken naar de lokalen of plaatsen waar zij zullen worden geslacht of gedood;

    • d. onderbrengen: houden en in voorkomend geval op passende wijze verzorgen door het verschaffen van water, voeder en rust, van dieren in door een slachthuis gebruikte stallen, hokken, overdekte plaatsen of weiden, voordat de dieren worden geslacht of gedood;

    • e. fixeren: toepassen op een dier van een methode die erop is gericht de bewegingen van het dier te beperken teneinde het doeltreffend bedwelmen of doden te vergemakkelijken;

    • f. bedwelmen: toepassen op een dier van een methode die het dier onmiddellijk brengt in een staat van bewusteloosheid die aanhoudt totdat de dood intreedt;

    • g. doden: toepassen op een dier van een methode die resulteert in de dood van het dier;

    • h. slachten: doden van een dier door verbloeding;

    • i. productiedieren: eenhoevigen, herkauwers, varkens, konijnen en pluimvee, alle voor zover gehouden met het oog op het verkrijgen van producten, afkomstig van die dieren;

    • j. pluimvee: kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, duiven, loopvogels en andere niet-gedomesticeerde vogels die in gevangenschap worden gekweekt of gehouden, anders dan eendagskuikens;

    • k. pelsdier: dier dat uitsluitend wordt gefokt en gehouden met het oog op de pelsproductie;

    • l. eendagskuikens: pluimvee van alle soorten dat nog geen 72 uur oud is en dat, met uitzondering van muskuseenden, nog niet is gevoerd;

    • m. richtlijn: richtlijn nr. 93/119/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden (PbEG L 340).

  • 2 Onder bevoegde autoriteit als bedoeld in de bijlagen C, D, E, F en G van de richtlijn wordt in dit besluit en de daarop rustende bepalingen verstaan: Onze Minister.

Artikel 2

[Vervallen per 01-07-2014]

  • 2 Dit besluit is niet van toepassing op:

    • a. dieren die worden geslacht overeenkomstig de lsraëlitische of islamitische ritus;

    • b. technische of wetenschappelijke experimenten die met betrekking tot de procedures voor het doden van dieren in geval van bestrijding van besmettelijke dierziekten worden verricht;

    • c. vrij wild dat wordt gedood overeenkomstig sectie IV van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139).

Artikel 3

[Vervallen per 01-07-2014]

Bij het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slachten of doden wordt de dieren elke vermijdbare opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden bespaard.

Artikel 4

[Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slachten of doden van dieren wordt uitgevoerd door personen die de nodige kennis en vaardigheden bezitten om de taken humaan en doeltreffend uit te voeren.

  • 2 Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regelen stellen ten aanzien van de kennis en vaardigheden van het personeel dat in een slachthuis met het bedwelmen, slachten of doden is belast.

Artikel 5

[Vervallen per 01-07-2014]

Onverminderd paragraaf 2 van dit besluit, wordt een dier gedood door toepassing van een:

  • a. dodingsmethode die onmiddellijk na aanvang van de dodingshandeling leidt tot de dood van het dier,

  • b. dodingsmethode die zonder onaanvaardbare opwinding of pijn leidt tot bewusteloosheid, gevolgd door de dood vóórdat de bewusteloosheid is geweken, of

  • c. bedwelmingsmethode die zonder onaanvaardbare opwinding of pijn leidt tot bewusteloosheid, gevolgd door een dodingshandeling die leidt tot de dood vóórdat de bewusteloosheid is geweken.

Artikel 6

[Vervallen per 01-07-2014]

De artikelen 5, 12, 13 en 15 zijn niet van toepassing indien een dier gedood moet worden:

  • a. ter beëindiging of voorkoming van onmiddellijk gevaar voor mens of dier;

  • b. ter beëindiging van ondraaglijk lijden van het dier;

  • c. in het kader van de bestrijding van een besmettelijke dierziekte.

§ 2. Het slachten en doden van productiedieren in slachthuizen

[Vervallen per 01-07-2014]

Artikel 7

[Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 De bouw, de inrichting en de voorzieningen van slachthuizen en het gebruik daarvan zijn zodanig, dat de dieren elke vermijdbare opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden wordt bespaard.

  • 2 De instrumenten, de installaties en de verdere voorzieningen in het slachthuis voor het fixeren, bedwelmen of doden van dieren zijn zo ontworpen, vervaardigd en onderhouden, en worden zo gebruikt dat de dieren snel en doeltreffend worden bedwelmd of gedood.

  • 3 Op de slachtplaats zijn voor noodgevallen passende vervangende instrumenten en verdere voorzieningen aanwezig, die in goede staat van onderhoud verkeren en die met het oog daarop regelmatig worden geïnspecteerd.

Artikel 8

[Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Productiedieren die in een slachthuis worden binnengebracht om er te worden geslacht, worden verplaatst en zo nodig ondergebracht overeenkomstig bijlage A van de richtlijn.

  • 2 Indien het slachten van meer dan licht zieke of licht gewonde productiedieren, bedoeld in paragraaf l, punt 6, van bijlage A van de richtlijn, binnen twee uur na aankomst bij het slachthuis om enigerlei reden onmogelijk is, doodt de keuringsdierenarts van de Voedsel en Waren Autoriteit, zoals deze is ingesteld bij besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juli 2002 (Stcrt. 127) het dier terstond nadat hem die onmogelijkheid is gebleken en ter plaatse waar het zich bevindt door toediening van een letale dosis van een centraal depressief middel, dan wel laat hij het dier onder zijn toezicht doden.

Artikel 9

[Vervallen per 01-07-2014]

Productiedieren die in een slachthuis worden binnengebracht om er te worden geslacht, worden gefixeerd overeenkomstig bijlage B van de richtlijn.

Artikel 10

[Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Productiedieren die in een slachthuis worden binnengebracht om er te worden geslacht, worden voor het slachten bedwelmd, dan wel onmiddellijk gedood overeenkomstig bijlage C van de richtlijn.

  • 2 Bijlage C, paragraaf II, onderdeel 3A, punt 2a en 2b, van de richtlijn zijn niet van toepassing op elektrische bedwelming van pluimvee, hazen en konijnen, varkens, schapen en geiten in slachthuizen met een geringe slachtcapaciteit.

  • 3 Onder geringe slachtcapaciteit als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan:

    • a. voor pluimvee: het aantal behandelde stuks per jaar is minder dan 150 000;

    • b. voor tamme hazen en konijnen: het aantal behandelde stuks per jaar is minder dan 150 000;

    • c. voor varkens, schapen en geiten en gekweekt grof wild: het aantal behandelde grootvee-eenheden bedraagt per week ten hoogste 30 en per jaar ten hoogste 1 500, waarbij het aantal grootvee-eenheden als volgt wordt berekend:

      • 1°. varkens en gedomesticeerde wilde soortgenoten:

        • een varken van meer dan 100 kg levend gewicht: 0,2;

        • een ander varken: 0,15;

      • 2°. andere diersoorten en gedomesticeerde soortgenoten:

        • een schaap, een geit of een gedomesticeerd damhert: 0,10;

        • een lam, een jonge geit, een big, van minder dan 15 kg levend gewicht: 0,05.

  • 4 Het is verboden loopvogels met behulp van een waterbad te bedwelmen.

Artikel 11

[Vervallen per 01-07-2014]

Productiedieren die in een slachthuis worden binnengebracht om er te worden geslacht, worden bij de verbloeding behandeld overeenkomstig bijlage D van de richtlijn.

§ 3. Het slachten en doden van productiedieren buiten slachthuizen

[Vervallen per 01-07-2014]

Artikel 12

[Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Het is verboden buiten het slachthuis rundvee, eenhoevigen of loopvogels te slachten of te doden.

  • 2 De artikelen 9, 10 en 11 zijn van overeenkomstige toepassing op het buiten het slachthuis slachten en doden van andere productiedieren dan de in het eerste lid bedoelde dieren, met dien verstande dat varkens, geiten en schapen uitsluitend worden gedood door de dieren te slachten na voorafgaande bedwelming met een penschiettoestel.

Artikel 13

[Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Het doden van productiedieren met behulp van de kogel is zowel in als buiten een slachthuis verboden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op het buiten een slachthuis doden van gekweekt grof wild waarbij de afstand tussen dier en schutter ten hoogste 25 meter bedraagt.

Artikel 14

[Vervallen per 01-07-2014]

Het doden van productiedieren in het kader van de bestrijding van dierziekten geschiedt overeenkomstig bijlage E van de richtlijn.

Artikel 15

[Vervallen per 01-07-2014]

Pelsdieren worden gedood overeenkomstig bijlage F van de richtlijn.

Artikel 16

[Vervallen per 01-07-2014]

Eendagskuikens en embryo's van pluimvee die in broederijen overtollig zijn en die moeten worden verwijderd, worden zo snel mogelijk gedood overeenkomstig bijlage G van de richtlijn.

§ 4. Slotbepalingen

[Vervallen per 01-07-2014]

Artikel 17

[Vervallen per 01-07-2014]

  • 1 Een wijziging van één of meer onderdelen van de richtlijn of van de richtlijnen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, gaat voor de toepassing van de artikelen van dit besluit, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

  • 2 Onze Minister doet van een wijzigingsrichtlijn als bedoeld in het eerste lid mededeling in de Staatscourant.

Artikel 21

[Vervallen per 01-07-2014]

Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is voorgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van dit besluit bij wet wordt geregeld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 16 mei 1997

Beatrix

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J. J. van Aartsen

Uitgegeven de zeventiende juni 1997

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Terug naar begin van de pagina