Arbeidsomstandighedenbesluit

Geldend van 01-01-2018 t/m 20-04-2018

Artikel 2.14d. Raadpleging van een andere bedrijfsarts

  • 2 De te raadplegen andere bedrijfsarts is niet werkzaam binnen de arbodienst of het bedrijf of de inrichting waarin de bedrijfsarts, die het eerste advies aan de werknemer heeft gegeven, werkzaam is. In de overeenkomst aangaande de bedrijfsarts, bedoeld in artikel 14, vierde en vijfde lid, van de wet, wordt vastgelegd welke andere bedrijfsarts of bedrijfsartsen dan wel arbodienst of arbodiensten kunnen worden geraadpleegd. In overeenstemming tussen de werknemer en de werkgever kan, in afwijking van de vorige zin, gekozen worden voor een te raadplegen bedrijfsarts of arbodienst die niet in de overeenkomst is opgenomen.

  • 3 De bedrijfsarts die het eerste advies aan de werknemer heeft gegeven schakelt naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, en na overleg met de werknemer, zo spoedig mogelijk een andere bedrijfsarts in, tenzij zwaarwegende argumenten zich tegen raadpleging van een andere bedrijfsarts verzetten en de bedrijfsarts die het eerste advies heeft gegeven deze argumenten gemotiveerd aan de werknemer kenbaar maakt. Indien in de overeenkomst aangaande de bedrijfsarts, bedoeld in artikel 14, vierde en vijfde lid, van de wet meer dan één bedrijfsarts of arbodienst is opgenomen, maakt de werknemer hieruit een keuze.

  • 4 De bedrijfsarts die het eerste advies aan de werknemer heeft gegeven, verstrekt alle voor de raadpleging relevante beschikbare informatie aangaande de omstandigheden in het bedrijf of de inrichting en, voor zover de werknemer daarvoor zijn uitdrukkelijke toestemming heeft verleend, alle voor de raadpleging relevante beschikbare informatie aangaande de werknemer, aan de te raadplegen andere bedrijfsarts. Die andere bedrijfsarts kan besluiten aanvullende informatie te vergaren.

  • 5 De geraadpleegde andere bedrijfsarts bespreekt zijn advies met de werknemer waarna de werknemer bepaalt of dit advies aan de eerste bedrijfsarts ter beschikking wordt gesteld. Indien de werknemer uitdrukkelijke toestemming geeft voor het ter beschikking stellen van het advies van de geraadpleegde andere bedrijfsarts aan de eerste bedrijfsarts neemt die eerste bedrijfsarts binnen een redelijke termijn kennis van dat advies en maakt hij aan de werknemer gemotiveerd kenbaar of hij dat advies niet, gedeeltelijk, dan wel geheel overneemt.

  • 6 Indien verdere begeleiding van toepassing is, wordt de begeleiding van de werknemer door de eerste bedrijfsarts hervat. Indien de werknemer van mening is dat de eerste bedrijfsarts onvoldoende rekening houdt met, indien de eerste bedrijfsarts daarover de beschikking heeft, het advies van de geraadpleegde andere bedrijfsarts en verdere begeleiding door de eerste bedrijfsarts om die reden onwenselijk is, geeft hij dit aan de eerste bedrijfsarts te kennen. De eerste bedrijfsarts overweegt dan om, in afwijking van de eerste zin van dit lid en met inachtneming van de resultaten van de raadpleging van de andere bedrijfsarts, de verdere begeleiding aan een andere bedrijfsarts over te dragen. De werkgever wordt door de eerste bedrijfsarts van de overdracht in kennis gesteld.

Terug naar begin van de pagina