Warenwetregeling kaaskorstbedekkingsmiddelen

Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Warenwetregeling kaaskorstbedekkingsmiddelen

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op artikel 12a, derde lid, van het Warenwetbesluit Zuivel;

Gezien het advies van de Adviescommissie Warenwet van 19 juni 1995 met nummer 14886/(21)5;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • kaaskorstbedekkingsmiddel: niet eetbaar bedekkingsmiddel dat op de korst van kaas is aangebracht;

  • verordening (EG) 1333/2008: Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven.

Artikel 2

  • 2 Voor de vervaardiging van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen worden uitsluitend homo- of copolymeren gebruikt van de volgende monomeren:

    • a. etheen;

    • b. vinylesters van verzadigde vetzuren met een ketenlengte C2-C18; of

    • c. maleïnezure esters en fumaarzure esters van eenwaardige alifatische verzadigde alcoholen met een ketenlengte C4-C8.

  • 3 Voor de vervaardiging van de in het tweede lid bedoelde polymeren mogen uitsluitend katalysatoren, polymerisatieregelaars, zuurteregelaars en oplosmiddelen worden gebruikt die voor het desbetreffende polymeer zijn toegelaten bij of krachtens het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen.

  • 4 Voor de vervaardiging van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen uitsluitend de volgende hulpstoffen worden gebruikt:

    • a. natrium-laurylsulfaat;

    • b. polyetheenoxide (4-14) ether van oleylalcohol;

    • c. polyetheenoxide (4-14) ether van nonylfenol;

    • d. lactose;

    • e. siliciumdioxide (E 551);

    • f. hydroxyethylcellulose;

    • g. methylcellulose (E 461);

    • h. carboxymethylcellulose (E 466);

    • i. polyvinylalcohol (E 1203); of

    • j. polyvinylpyrrolidon (E 1201).

  • 5 Voor de vervaardiging van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen uitsluitend de volgende pH-regulerende stoffen worden gebruikt:

    • a. azijnzuur (E 260), alsmede de Na-, K-, Ca- en NH4-zouten ervan;

    • b. citroenzuur (E 330), alsmede de Na-, K-, Ca- en NH4-zouten ervan;

    • c. wijnsteenzuur (E 334), alsmede de Na-, K-, Ca- en NH4-zouten ervan;

    • d. zoutzuur;

    • e. ascorbinezuur of de zouten hiervan met Na of Ca (E 300, E 301 en E 302);

    • f. ammonia;

    • g. natriumhydroxide;

    • h. kaliumhydroxide; of

    • i. carbonaten en bicarbonaten van Na en K.

Artikel 3

  • 2 De in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen worden vervaardigd uit:

    • a. geraffineerde vaste paraffine;

    • b. petrolatum; of

    • c. microkristallijne was.

  • 4 Bij de bereiding van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen, tot een gehalte van ten hoogste 50%, worden toegevoegd:

    • a. polyetheen;

    • b. polyisobuteen (M >10.000);

    • c. copolymeren op basis van etheen en vinylacetaat;

    • d. butylrubber;

    • e. gecycliseerde rubber;

    • f. paraffine-olie, voor zover die voldoet aan de bij of krachtens het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen gestelde zuiverheidseisen;

    • g. esters van montaanzuren met ethaandiol of 1,3-butaandiol;

    • h. gehydrogeneerde colofonium;

    • i. pentaerythritolester van gehydrogeneerde colofonium; of

    • j. bestanddelen, genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid;

    alsmede butylhydroxyanisol (BHA), tot ten hoogste 0,02%.

Artikel 4

  • 1 Op de korst van kaas, bedoeld in artikel 9 van het Warenwetbesluit Zuivel, mogen kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van alginaten, celluloses, of mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, welke veresterd mogen zijn met azijnzuur, worden aangebracht.

  • 2 Kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, veresterd met azijnzuur, worden vervaardigd uit:

    • a. mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, veresterd met azijnzuur (E 472a);

    • b. mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren (E 471);

    • c. gehydreerde natuurlijke oliën en vetten, geschikt voor consumptie door de mens; of

    • d. bijenwas (E 901), carnaubawas (E 903), of gehydrogeneerde ricinusolie (Europese Farmacopee, monograph 1497).

Artikel 5

  • 2 Bij de bereiding van de in het eerste lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen additieven worden toegevoegd:

    • a. die zijn toegelaten in de in het eerste lid bedoelde eet- en drinkwaren; en

    • b. geen functie hebben in de kaas.

Artikel 6

  • 2 De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend als aan de hand van een erkende wetenschappelijke beoordeling getoetst is dat deze stoffen veilig zijn voor toepassing in kaaskorstbedekkingsmiddelen.

Artikel 7

Voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, en 5, eerste lid, mogen kleurstoffen worden gebruikt die ingevolge Verordening (EG) 1333/2008 zijn toegestaan voor toevoeging aan eetbare kaaskorsten dan wel aan gerijpte kaas onder de voorwaarden gesteld bij of krachtens die verordening.

Artikel 8

Voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, en 5, eerste lid, mogen additieven, genoemd in Groep I van deel C van bijlage II van Verordening (EG) 1333/2008, worden gebruikt onder de voorwaarden gesteld bij of krachtens die verordening. Deze additieven mogen geen functie hebben in de kaas.

Artikel 9

Voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, en 5, eerste lid, mogen sorbinezuur – kaliumsorbaat (E 200 – E 202), natamycine (E 235) en propionzuur – propionaten (E 280 – E283) worden gebruikt onder de voorwaarden die bij of krachtens verordening (EG) 1333/2008 zijn gesteld aan het gebruik ervan in gerijpte kaas.

Artikel 10

Voor de vervaardiging van kaaskorstbedekkingsmiddelen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, en 4, eerste lid, mogen ingrediënten van eet- en drinkwaren worden gebruikt.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit tot wijziging van het Warenwetbesluit Zuivel en van het Algemeen Aanduidingenbesluit in werking treedt.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling kaaskorstbedekkingsmiddelen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Erica Terpstra