Bevoegdhedenverordening registerloodsen 1995

Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen.
Geraadpleegd op 19-05-2024.
Geldend van 01-04-2020 t/m heden

Verordening inzake de aanwijzing van regionale loodsstations, alsmede inzake de vaststelling van de bevoegdheden van registerloodsen (Bevoegdhedenverordening registerloodsen 1995)

De ledenvergadering van de Nederlandse Loodsencorporatie;

Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 15 en 16 van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353);

Besluit:

De verordening, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Loodsenwet wordt als volgt vastgesteld:

Hoofdstuk 1. Regionale loodsstations

Artikel 1

De volgende regionale loodsstations worden vastgesteld:

  • a. voor de regionale loodsencorporatie Noord:

    • 1. Delfzijl,

    • 2. loodsstation Harlingen;

  • b. voor de regionale loodsencorporatie Amsterdam-IJmond:

    • 1. Den Helder,

    • 2. IJmuiden/Amsterdam;

  • c. voor de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond:

    • 1 Rijnmond,

  • d. voor de regionale loodsencorporatie Scheldemonden:

    • 1. Scheldemonden.

Artikel 2

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 2 Tot het regionale loodsstation Harlingen behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt I, de nummers 2, – althans de Vlierede, en 3 – althans de trajecten tussen Vlierede, Terschelling, Vlieland, Harlingen, Kornwerderzand, en de trajecten tussen die gebieden of plaatsen en Den Oever, Oude Schild en de Rede van Texel.

  • 3 Tot het regionale loodsstation Den Helder behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt I, de nummers 2, – althans de Rede van Texel en 3, – althans de trajecten tussen de Rede van Texel, Oude Schild, en Den Oever, en de trajecten tussen die gebieden of plaatsen en Kornwerderzand en Harlingen en de Vlierede, alsmede de trajecten van en naar de loodskruispost IJmuiden, Maasmond en Stortemelk.

  • 5 Tot het regionale loodsenstation Rijnmond behoren de volgende gebieden:

    Gebied I: Van de scheepvaartwegen genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt III: de Nieuwe Maas boven de Erasmusbrug tot kilometerraai 991,7, de Hollandsche IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel, de Koningshaven, de Oude Maas tussen de Dordtse Spoorbrug en de Spijkenisserbrug, de Dordtse Kil, de Krabbegeul, het Mallegat, het Hollands Diep met inbegrip van het Zuid Hollands Diep bewesten de Moerdijkbruggen tot aan Noordschans met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan of in voornoemde scheepvaartwegen.

    Gebied II: Van de scheepvaartwegen genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt III: de territoriale zee alsmede de trajecten van deze scheepvaartweg naar en van de loodskruisposten Steenbank, Wandelaar en IJmuiden, de Maasgeul en de Eurogeul, de Maasmond, de Nieuwe Waterweg tot kilometerraai 1028, het Breeddiep, het Beerkanaal, het Yangtzekanaal, het Calandkanaal en het Hartelkanaal met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan of in voornoemde scheepvaartwegen.

    Gebied III: Van de scheepvaartwegen genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt III: de territoriale zee alsmede de trajecten van deze scheepvaartweg naar en van de loodskruisposten Steenbank, Wandelaar en IJmuiden; de Maasmond, de Maasgeul, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas beneden de Erasmusbrug, de Oude Maas beneden de Spijkenisserbrug met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan of in voornoemde scheepvaartwegen.

    Gebied IV: De Nieuwe Maas boven kilometerraai 991,7, de Oude Maas bovenstrooms de Dordtse Spoorbrug, de Noord, de Rietbaan, het Spui, de Beningen, de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam, het Wantij, het Hollands Diep bewesten Noordschans, het Haringvliet, het Vuile Gat, de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije, het Volkerak, het Slijkgat, het Schelde-Rijnkanaal aan de noordzijde begrensd door het Volkerak en aan de zuidzijde begrensd door de Kreekraksluizen met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan voornoemde scheepvaartwegen.

    Gebied Va: De aanloop en de haven van Scheveningen.

    Gebied Vb: De passage van de Calandbrug.

  • 6 Tot het regionale loodsstation Scheldemonden behoren de volgende gebieden:

    Gebied VI: De scheepvaartwegen van de reguliere loodskruisposten Wandelaar en Steenbank naar Vlissingen rede, met inbegrip van de rede van Oostende en de rede van Zeebrugge, en de loodskruisposten Maasmond en IJmuiden.

    Gebied VII: De Westerschelde ten westen van de meridiaan over de lichtopstand van Margarethapolder, met inbegrip van Vlissingen rede en de met de Westerschelde in open verbinding staande havens en voorhavens.

    Gebied VIII: De Westerschelde ten oosten van de meridiaan over de lichtopstand van Margarethapolder, en de Beneden Zeeschelde met inbegrip van Antwerpen rede en de hiermee in open verbinding staande havens en voorhavens.

    Gebied IX: Het Kanaal van Gent naar Terneuzen en alle hieraan gelegen havens en ligplaatsen.

    Gebied X: De Oosterschelde, het Veerse meer, het Kanaal door Zuid-Beveland, de Zuid Vlije, het Noord Volkerak, het Kanaal door Walcheren vanaf Veere tot de ingang van het Arnekanaal, de Schelde-Rijn-Verbinding en de scheepvaartwegen van de reguliere loodskruispost Steenbank tot de Roompotsluis, met inbegrip van alle met de voorgaande scheepvaartwegen in open verbinding staande havens en voorhavens.

    Gebied XI: De binnenhavens van Vlissingen.

    Gebied XII: Het Kanaal door Walcheren van Vlissingen tot 100 m noord van de ingang van het Arnekanaal.

  • 7 De scheepvaartwegen, aangewezen krachtens artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, behoren tot het regionale loodsstation, waaraan zij door de algemene raad zijn toebedeeld. De aanloop van Scheveningen en de haven van Scheveningen behoren tot het regionale Ioodsstation Rijnmond. Het Schelde-Rijnkanaal, aan de noordzijde begrensd door het Volkerak en aan de zuidzijde begrensd door de Kreekraksluizen behoort zowel tot het regionale loodsstation Rijnmond als tot het regionale loodsstation Scheldemonden.

Hoofdstuk 2. Loodsbevoegdheden

Artikel 3

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 De registerloods is bevoegd tot het verrichten van loodsdienst binnen zijn admittage-gebied.

  • 3 In aanvulling op het tweede lid wordt het admittage-gebied uitgebreid met het gebied waarvoor de registerloods een aanvullende opleiding heeft gevolgd en met goed gevolg het examen heeft afgelegd.

Artikel 4

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 De registerloods is bevoegd voor de categorieën schepen en scheepvaartwegen volgens het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 11.

  • 2 Indien van toepassing is de registerloods voor de in de artikelen 5 tot en met 11 genoemde specialisaties eerst bevoegd nadat hij heeft voldaan aan de eisen met betrekking tot een aanvullende opleiding, ervaring, training of vaardigheid, vastgesteld door het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie. Het bestuur van een regionale loodsencorporatie kan dergelijke eisen ook vaststellen voor de toelating tot een hogere bevoegdheid.

  • 3 De registerloods, die een aanvullende opleiding als bedoeld in artikel 3, derde lid, of een aanvullende opleiding of training als bedoeld in het vorige lid wenst te volgen, behoeft hiervoor de goedkeuring van het bestuur van de desbetreffende regionale loodsencorporatie.

Artikel 4a

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 Het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie stelt regels waarin zij besluit:

    • a. voor de toelating tot of het behouden van een specialisatie, of voor de toelating tot een hogere bevoegdheid bedoeld in artikel 4, tweede lid, of het een aanvullende opleiding, ervaring, training of vaardigheid betreft;

    • b. voor het op peil houden van de ervaring of vaardigheid van de registerloods ten aanzien van een bevoegdheid of specialisatie, of het een aanvullende opleiding of training betreft; of

    • c. voor de toelating tot een aanvullende opleiding of training, bedoeld onder a of b, welke vooropleiding, vaardigheid of ervaring vereist is.

  • 2 Indien het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie besluit dat het een aanvullende opleiding betreft, dient de registerloods een daarbij behorend en door het betreffende bestuur vastgesteld examen, met goed gevolg te hebben afgelegd.

Artikel 4b

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

Het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie draagt zorg voor een aanvullende opleiding bedoeld in artikel 3, derde lid, of een aanvullende opleiding of training bedoeld in artikel 4, tweede lid, waarbij ten minste wordt voorzien in:

  • a. indien het een opleiding betreft:

    • i. een lesprogramma voor de desbetreffende opleiding;

    • ii. de faciliteiten om in een opleiding te voorzien;

    • iii. de borging van de rechtspositie van een registerloods tijdens de opleiding;

    • iv. een onafhankelijk en deskundig functionerende examencommissie;

    • v. het vaststellen van een examen met bijbehorende toetsbeschrijving; en

    • vi. het afgeven van een verklaring waaruit blijkt dat een examen met goed gevolg is afgelegd;

of

  • b. indien het een training betreft:

    • i. een trainingsprogramma en de faciliteiten om in een training te voorzien; en

    • ii. het afgeven van een verklaring waaruit blijkt dat een training is gevolgd.

Artikel 4c

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 In een lesprogramma als bedoeld in artikel 4b, onder a, onderdeel i, is in ieder geval het volgende vastgelegd:

    • a. algemene informatie van de desbetreffende opleiding;

    • b. het doel van de opleiding;

    • c. de organisatorische inbedding;

    • d. de opzet van de opleiding;

    • e. de inhoudsgebieden;

    • f. examenrooster; en

    • g. lesrooster.

  • 2 In een trainingsprogramma als bedoeld in artikel 4b, onder b, is in ieder geval het volgende vastgelegd:

    • a. algemene informatie van de desbetreffende training;

    • b. het doel van de training;

    • c. de organisatorische inbedding;

    • d. de opzet van de training; en

    • e. het trainingsrooster.

Artikel 4d

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 De examencommissie genoemd in artikel 4b, onder a, onderdeel iv, bestaat uit ten minste zes en ten hoogste negen leden, waaronder een voorzitter, een toetsdeskundige, een of meerdere werkveldvertegenwoordigers en een registerloods van elke regionale loodsencorporatie, niet zijnde een bestuurslid, tenzij bijzondere omstandigheden zich daar tegen verzetten.

  • 2 De examencommissie, bedoeld in het eerste lid, heeft in ieder geval de volgende taken:

    • a. het op objectieve en deskundige wijze borgen van de kwaliteit van de door het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie vast te stellen examens en bijbehorende toetsbeschrijvingen van de opleidingen bedoeld in de artikelen 3, derde lid, of 4b, onder a, onderdeel v;

    • b. het op objectieve en deskundige wijze borgen van de kwaliteit van de organisatie en de procedures omtrent de examens van de aanvullende opleidingen, bedoeld in artikel 3, derde lid, of artikel 4b;

    • c. het benoemen van de door het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie voorgedragen kandidaten tot examinatoren; en

    • d. het uitbrengen van een verslag van haar activiteiten omtrent het toezicht op de opleidingen bedoeld in artikel 3, derde lid, of artikel 4b en de daaruit voortvloeiende bevindingen aan het bestuur van de regionale loodsencorporatie.

  • 3 De algemene raad kan, indien het bestuur van de regionale loodsencorporatie geen regels stelt als bedoeld in artikel 4a of geen uitvoering geeft aan haar zorgplicht als bedoeld in artikel 4b, hier zelf in voorzien.

Artikel 5

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

De registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot het regionale loodsstation Delfzijl is op die scheepvaartwegen bevoegd:

  • a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 100 m, of met een diepgang tot 70 dm, of met een breedte tot 50 m;

  • b. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 125 m, of met een diepgang tot 80 dm, of met een breedte tot 50 m;

  • c. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 150 m of met een diepgang tot 90 dm;

  • d. Vanaf 48 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 180 m, of met een diepgang tot 100 dm;

  • e. vanaf 60 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 250 m, of met een diepgang tot 110 dm;

  • f. vanaf 72 maanden na inschrijving in het register voor alle schepen.

Artikel 6

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

De registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot het regionale loodsstation Harlingen is op die scheepvaartwegen bevoegd:

  • a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 100 m, of met een diepgang tot 55 dm of met een breedte tot 25 m;

  • b. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 115 m, of met een diepgang tot 65 dm of met een breedte tot 25 m;

  • c. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 130 m, of een diepgang van 70 dm;

  • d. vanaf 36 maanden na inschrijving in het register voor alle schepen.

Artikel 7

De registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot het regionale loodsstation Den Helder is op die scheepvaartwegen bevoegd:

  • a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot en met 95m;

  • b. vanaf 6 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot en met 125m;

  • c. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor alle schepen.

Artikel 8

  • 1 De registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot het regionale loodsstation IJmuiden/Amsterdam is op die scheepvaartwegen bevoegd:

    • a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 95 m;

    • b. vanaf 6 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 125 m;

    • c. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 150 m;

    • d. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 175 m;

    • e. vanaf 42 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 200 m;

    • f. vanaf 60 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 245 m;

    • g. vanaf 84 maanden na inschrijving in het register, voor alle schepen.

  • 2 Voor de registerloods geldt op de scheepvaartwegen, bedoeld in het eerste lid, als specialisatie de bevoegdheid tot het verrichten van de loodsdienst voor schepen die de IJgeul bevaren, voor zover het betreft schepen die door hun diepgang bij of krachtens wettelijk voorschrift verplicht zijn gebruik te maken van de gehele IJgeul.

Artikel 9

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 De bevoegdheden van de registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot één of meer gebieden van het regionale loodsstation Rijnmond wordt onderscheiden in de volgende bevoegdheidscategorieën:

    • a. Algemeen loods (gebied I, II en III);

    • b. Europoort loods (gebied II);

    • c. Stad loods (gebied III);

    • d. Dordrecht loods (gebied I en IV);

    • e. Scheveningen loods (gebied Va);

    • f. Calandbrug loods (gebied Vb).

  • 2 Voor de bevoegdheidscategorieën als genoemd in het eerste lid gelden de volgende maximale bevoegdheden:

    • a. Algemeen loods

      • i. in gebied l: voor schepen met een lengte over alles tot 135 m of met een diepgang tot 70 dm; met uitzondering van de Nieuwe Maas tussen de Erasmusbrug en kilometerraai 991,7 en de Hollandse IJssel tot aan de stuw te Krimpen aan de IJssel waar een lengte over alles tot 100 m geldt of een diepgang tot 60 dm;

      • ii. in gebied II: voor schepen met een lengte over alles tot 300 m of met een diepgang tot 143 dm, met uitzondering van gebied Vb waar een lengte over alles van 150 m geldt; en

      • iii. in gebied III: voor schepen met een lengte over alles tot 200 m of met een diepgang tot 110 dm voor de Nieuwe Waterweg bovenstrooms kilometerraai 1028, de Nieuwe Maas tot aan de Erasmusbrug en de Oude Maas beneden de Spijkenisserbrug met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan voornoemde vaarwegen;

    • b. Europoort loods in gebied II voor alle schepen, met uitzondering van gebied Vb waar een lengte over alles van 150 m geldt;

    • c. Stad loods in gebied III voor alle schepen;

    • d. Dordrecht loods in gebied I en gebied IV voor alle schepen;

    • e. Scheveningen loods in gebied Va voor alle schepen;

    • f. Calandbrug loods in gebied Vb voor alle schepen.

  • 3 Onverminderd het bepaalde in het tweede lid is de registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot één of meer gebieden van het regionale loodsstation Rijnmond, op de scheepvaartwegen die behoren tot de bevoegdheidscategorie Algemeen loods, bevoegd:

    • a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 100 m;

    • b. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 125 m;

    • c. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 150 m;

    • d. vanaf 36 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 175 m;

    • e. vanaf 48 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 200 m;

    • f. vanaf 60 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 250 m;

    • g. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register met bevoegdheid volgens artikel 9 lid 3 onderdeel f, voor schepen met een lengte over alles tot 275 m;

    • h. vanaf 36 maanden na inschrijving in het register met bevoegdheid volgens artikel 9 lid 3 onderdeel f, voor schepen met een lengte over alles tot 300 m.

  • 4 De plaatsing in de specialisaties Europoort, Stad, Dordrecht, Scheveningen of Calandbrug loods alsmede de plaatsing in de specialisatie ‘loodsen op afstand vanaf de wal’ vindt plaats door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond, met inachtneming van:

    • a. het doorlopend kunnen uitvoeren van de dienstverlening bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de Dienstverleningsverordening registerloodsen;

    • b. de persoonlijke voorkeur van de registerloods; en

    • c. mogelijke combinaties van bevoegdheden, zoals deze door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond worden vastgesteld.

  • 5 De registerloods die ten minste 12 maanden over de bevoegdheid, genoemd in onderdeel h van het derde lid beschikt, kan door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond in de specialisatie Europoort loods worden geplaatst. Alsdan is de registerloods op de tot deze bevoegdheidscategorie behorende scheepvaartwegen bevoegd:

    • a. vanaf die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 325 m;

    • b. vanaf 12 maanden na die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 350 m;

    • c. vanaf 24 maanden na die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 375 m;

    • d. vanaf 36 maanden na die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 405 m;

    • e. vanaf 48 maanden na die plaatsing voor alle schepen.

  • 6 De registerloods die ten minste 12 maanden over de bevoegdheid, genoemd in het derde lid, onderdeel e, beschikt kan door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond in de specialisatie Stad loods worden geplaatst. Alsdan is de registerloods op de tot deze bevoegdheidscategorie behorende scheepvaartwegen bevoegd:

    • a. vanaf die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 225 m;

    • b. vanaf 12 maanden na die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 250 m;

    • c. vanaf 24 maanden na die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 275 m;

    • d. vanaf 36 maanden na die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 300 m;

    • e. vanaf 48 maanden na die plaatsing voor alle schepen.

  • 7 De registerloods die ten minste 12 maanden over de bevoegdheid, genoemd in het derde lid, onderdeel b, beschikt kan door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond in de specialisatie Dordrecht loods worden geplaatst. Alsdan is de registerloods op de tot deze bevoegdheidscategorie behorende scheepvaartwegen bevoegd:

    • a. vanaf die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 150 m;

    • b. vanaf 12 maanden na die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 175 m;

    • c. vanaf 24 maanden na die plaatsing voor schepen voor alle schepen.

  • 8 De registerloods die ten minste 12 maanden over de bevoegdheid, genoemd in het derde lid, onderdeel e, beschikt kan door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond in de specialisatie Scheveningen loods worden geplaatst. Alsdan is de registerloods op de tot deze bevoegdheidscategorie behorende scheepvaartwegen bevoegd voor alle schepen.

  • 9 De registerloods die ten minste 12 maanden over de bevoegdheid, genoemd in het derde lid onderdeel f, van beschikt kan door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond in de specialisatie Calandbrug loods worden geplaatst. Alsdan is de registerloods op de tot deze bevoegdheidscategorie behorende scheepvaartwegen (passage Calandbrug) bevoegd:

    • a. vanaf die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 200 m en maximale breedte van 33 m;

    • b. vanaf 12 maanden na die plaatsing, voor schepen met een lengte over alles tot 225 m en maximale breedte 33 m;

    • c. vanaf 24 maanden na die plaatsing voor alle schepen.

  • 10 Voor de registerloods is het loodsen van de schepen met een diepgang van 143 dm of meer voor de gebieden II en III een specialisatie.

Artikel 10

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 De registerloods die in het register is ingeschreven voor het regionale loodsstation Scheldemonden voor het gebied VI, is op de betreffende scheepvaartwegen bevoegd:

    • a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 100m;

    • b. vanaf 6 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 125m;

    • c. vanaf 18 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 140m;

    • d. vanaf 30 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 160m;

    • e. vanaf 48 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 180m;

    • f. vanaf 72 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 210m;

    • g. vanaf 84 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 260m;

    • h. Vanaf 96 maanden na inschrijving in het register voor alle schepen.

  • 2 De registerloods die in het register is ingeschreven voor het regionale loodsstation Scheldemonden voor een van de gebieden VII tot en met XII, is op de betreffende scheepvaartwegen bevoegd:

    • a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 100 m;

    • b. vanaf 6 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 125 m;

    • c. vanaf 18 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 140 m;

    • d. vanaf 30 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 160 m;

    • e. vanaf 48 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 180 m;

    • f. vanaf 72 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 210 m;

    • g. vanaf 96 maanden na inschrijving in het register voor alle schepen, met uitzondering van de in het vierde lid genoemde specialisaties.

  • 3 Onverminderd het eerste en tweede lid, geschiedt inschrijving in een naasthogere categorie steeds eerst nadat voor overgang naar de categorie:

    • a. schepen met een lengte over alles tot 125 m, ten minste 80 reizen zijn afgelegd;

    • b. schepen met een lengte over alles tot 140 m, ten minste 240 reizen zijn afgelegd;

    • c. schepen met een lengte over alles tot 160 m, ten minste 400 reizen zijn afgelegd;

    • d. schepen met een lengte over alles tot 180 m, ten minste 640 reizen zijn afgelegd;

    • e. schepen met een lengte over alles tot 210 m, ten minste 960 reizen zijn afgelegd; en

    • f. schepen met een lengte over alles tot 260 m, ten minste 1120 reizen zijn afgelegd .

  • 4 Voor de registerloods die in het register is ingeschreven voor het regionale loodsstation Scheldemonden voor de gebieden VII, VIII of IX, zijn specialisaties:

    • a. op de scheepvaartwegen die behoren tot de Buitenhaven Vlissingen, schepen met een lengte over alles van 210 m of meer of een diepgang van 100 dm of meer;

    • b. op de scheepvaartwegen die behoren tot het havengebied Vlissingen-Oost met inbegrip van de Totalsteiger Borssele, schepen met een lengte over alles van 235 m of meer of een diepgang van 125 dm of meer;

    • c. op de scheepvaartwegen die behoren tot de Everingen, schepen met een lengte over alles van 300 m of meer of een diepgang van 125 dm of meer;

    • d. op de scheepvaartwegen die behoren tot:

      • de Braakmanhaven;

      • de Westbuitenhaven Terneuzen; of

      • het Kanaal van Gent naar Terneuzen;

      schepen met een lengte over alles van 225 m of meer of een diepgang van 115 dm of meer, alsmede zogenoemde ‘autoschepen’ met een lengte over alles van 160 m of meer waaraan voor de vaart door de bevoegde autoriteit bijzondere eisen zijn gesteld;

    • e. op de scheepvaartwegen die behoren tot de Put van Terneuzen, schepen met een lengte over alles van 260 m of meer of een diepgang van 125 dm of meer;

    • f. op de scheepvaartwegen die behoren tot de Schelde te Antwerpen schepen met een lengte over alles van 260 m tot 300 m of een diepgang van 125 dm of meer;

    • g. op de scheepvaartwegen die behoren tot de Schelde te Antwerpen schepen met een lengte over alles van 300 m of meer of een diepgang van 140 dm of meer, nadat de registerloods daaraan voorafgaand ten minste 12 maanden geplaatst is geweest in de specialisatie, bedoeld in onderdeel f.

  • 5 De plaatsing in een of meerdere specialisaties, genoemd in het vierde lid vindt plaats door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Scheldemonden uitsluitend op grond van het doorlopend kunnen uitvoeren van de dienstverlening, bedoeld in de artikelen 1en 2 van de Dienstverleningsverordening registerloodsen.

Artikel 11

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

Voor de registerloods zijn eveneens specialisaties:

  • a. het loodsen van schepen op de scheepvaartwegen bedoeld in artikel 2, zevende lid, voor zover het loodsen van deze schepen niet reeds als specialisatie zijn genoemd in de artikelen 7 tot en met 10; of

  • b. het loodsen op afstand vanaf de wal.

Artikel 12

[Vervallen per 01-04-2020]

[Vervalt op nader te bepalen datum; bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

Artikel 13

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 4, tweede lid, is, indien in bijzondere omstandigheden voor een bepaalde categorie van schepen geen bevoegde registerloods beschikbaar is, voor een schip uit die bepaalde categorie van schepen bevoegd, de registerloods die van de beschikbare registerloodsen in de naastgelegen voorafgaande lagere bevoegdheid de langste tijd bevoegd is binnen die categorie.

Artikel 14

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 Indien daartoe naar het oordeel van het bestuur van de regionale loodsencorporatie aanleiding bestaat, kan in individuele gevallen in beperkende zin worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 11.

  • 2 Indien een registerloods gedurende een door het bestuur van de regionale loodsencorporatie vast te stellen termijn geen reizen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b en c, van de Loodsenregisterverordening heeft gemaakt op een scheepvaartweg of een gedeelte daarvan, waarvoor hij krachtens deze verordening een bevoegdheid heeft, kan dat bestuur de bevoegdheid van die registerloods voor die scheepvaartweg of een gedeelte daarvan overeenkomstig beperken. Deze beperking kan door het bestuur eveneens geheel of gedeeltelijk worden beëindigd.

    Voor het beëindigen van een beperking kan het bestuur nadere voorwaarden stellen ten aanzien van ervaring en vaardigheid.

  • 3 In de gevallen als bedoeld in artikel 3, derde lid, kan het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie de termijnen genoemd in de artikelen 5 tot en met 10 voor de betrokken registerloods lager vaststellen. Deze vaststelling wordt zoveel moge- lijk afgestemd op de als registerloods reeds elders verkregen bevoegdheid.

Hoofdstuk 3. Overige bepalingen

Artikel 15

[Wijziging(en) op nader te bepalen datum(s); laatste bekendgemaakt in 2020. Zie het overzicht van wijzigingen]

  • 1 In afwijking van artikel 3, tweede lid, is het admittage-gebied voor de registerloods die voor de inwerkingtreding van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren het gebied waarvoor de betreffende registerloods in de opleiding tot registerloods met goed gevolg het examen van de opleiding tot registerloods heeft afgelegd en waarvoor hij als registerloods in het openbare loodsenregister is ingeschreven.

  • 2 De besturen van de regionale loodsencorporaties Rotterdam-Rijnmond, Noord of Scheldemonden plaatsen de tot die regionale loodsencorporatie behorende registerloodsen, met ingang van de datum waarop deze verordening van kracht is, in de in artikelen 5, 6, 9 of 10 genoemde bevoegdheden, zodanig dat de krachtens deze artikelen toegekende bevoegdheid zoveel mogelijk overeenkomt met de bevoegdheid van de registerloods op de dag voorafgaande aan de inwerkingtredingsdatum van deze verordening.

  • 3 Behoudens het bepaalde in het tweede lid wordt de bevoegdheid van een registerloods, verkregen bij of krachtens de van toepassing zijnde Bevoegdhedenverordening registerloodsen 1995 op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze verordening, geacht te zijn verkregen bij of krachtens deze verordening.

  • 4 Voor de toelating tot een in de artikelen 5 tot en met 11 van de Bevoegdhedenverordening registerloodsen 1995 bedoelde bevoegdheid, is of wordt door de betreffende registerloods een door het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie vastgestelde opleiding of training gevolgd. Indien deze vastgestelde training of opleiding is aangevangen voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze verordening en is vastgesteld en verzorgd overeenkomstig de artikelen 4, 4a, 4b of 4c van deze verordening, worden deze trainingen en opleidingen beschouwd als opleidingen en trainingen die zijn verzorgd onder deze verordening.

Artikel 16

Deze verordening kan worden aangehaald als: Bevoegdhedenverordening registerloodsen 1995.

Artikel 17

Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van plaatsing in de Staatscourant.

Aldus vastgesteld in de ledenvergadering van de Nederlandse Loodsencorporatie op 16 mei 1995 te Utrecht.

Goedgekeurd bij besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 31 mei 1995, DGSM/J-12.743/95.

Naar boven