Regeling erkenning bedrijfsvoorraad

Geldend van 01-04-2012 t/m 31-12-2013

Regeling erkenning bedrijfsvoorraad

Hoofdstuk 1. Begrippen, modellen en aanwijzing

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. erkenning:

erkenning als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet;

b. uitvoerkentekenbewijs:

kentekenbewijs, bevattende een kenteken als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Kentekenreglement.

Artikel 2. Modellen

In de bijlage bij deze regeling zijn de volgende modellen opgenomen:

Artikel 3. Aanwijzing

Als personen en instanties als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel c, van het Kentekenreglement, door wie een erkenning kan worden aangevraagd en aan wie een erkenning kan worden verleend, worden aangewezen:

  • a. de Directie Domeinen van het Ministerie van Financiën, en

  • b. verzekeringsmaatschappijen.

Hoofdstuk 2. Eisen

Artikel 4. Eisen erkenning

  • 4 De aanvrager van een erkenning moet beschikken over een of meer terreinen waarop de bedrijfsvoorraad kan worden gestald.

  • 5 De aanvrager van een erkenning moet beschikken over een goed afsluitbare voorziening, waarin de op de erkenning betrekking hebbende bescheiden en documenten kunnen worden opgeborgen.

Artikel 4a. Vestigingen waarvoor de erkenning geldt

In de erkenning worden de vestigingen vermeld waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 5. Eisen bevoegdheid geautomatiseerde aanmelding bedrijfsvoorraad

De aanvrager van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, of f, van het Kentekenreglement, dient te beschikken over voor de bevoegdheid door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde datacommunicatie-apparatuur, geschikt voor communicatie in een door de Dienst Wegverkeer geaccepteerd netwerk.

Artikel 6. Eisen bevoegdheid aanvraag nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen

  • 1 De bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement, heeft betrekking op:

    • a. de aanvraag van nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen met een afzonderlijk onderzoek van het betrokken voertuig en met een afzonderlijke controle op de afdracht van de ter zake van het voertuig verschuldigde belastingen en rechten, of

    • b. de aanvraag van nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen zonder afzonderlijk onderzoek van het betrokken voertuig en zonder afzonderlijke controle op de afdracht van de ter zake van het voertuig verschuldigde belastingen en rechten.

  • 2 Voor zover de aanvraag betrekking heeft op de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dient de aanvrager van de bevoegdheid:

    • a. voor zover van toepassing op de categorie voertuigen waarvoor kentekenbewijzen worden aangevraagd, in het bezit te zijn van een ingevolge artikel 8 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 aan de aanvrager afgegeven vergunning,

    • b. voor zover de aanvraag betrekking heeft op voertuigen, waarvoor een nationale typegoedkeuring is afgegeven, in het bezit te zijn van die typegoedkeuring dan wel, indien de typegoedkeuring is verleend aan de fabrikant, door deze fabrikant te zijn gemachtigd om gebruik te maken van deze typegoedkeuring,

    • c. indien de aanvragen door middel van datacommunicatie worden ingediend, in het bezit te zijn van voor de bevoegdheid door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde datacommunicatie-apparatuur, geschikt voor communicatie in een door de Dienst Wegverkeer geaccepteerd netwerk, en

    • d. in het bezit te zijn van een organisatieschema van het bedrijf en een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurd kwaliteitshandboek van het bedrijf waarin het volgende staat beschreven:

      • 1º. de procedures, de controle-maatregelen, de technische handelingen alsmede de administratieve handelingen die worden verricht met betrekking tot de aanvraag, ontvangst, controle en doorzending van nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen,

      • 2º. voor zover van toepassing op de categorie voertuigen waarvoor kentekenbewijzen worden aangevraagd, de functionaliteit van de automatisering,

      • 3º. de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en kennis van afdelingen en personen alsmede de verhouding tussen deze afdelingen respectievelijk personen voor zover deze werkzaamheden verrichten in het kader van de aanvraag van nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen of daar leiding aan geven, en

      • 4º. voor zover de aanvraag betrekking heeft op voertuigen, waarvoor een Europese typegoedkeuring is verleend: een procesbeschrijving waaruit blijkt dat de certificaten van overeenstemming aanwezig zijn bij de aanvrager op het moment van de aanvraag van een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs.

Artikel 7. Eisen bevoegdheid melding voorgoed buiten Nederland brengen

De aanvrager van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, van het Kentekenreglement, dient in het bezit te zijn van de bevoegdheid bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, van het Kentekenreglement, of deze tegelijk met de onderhavige bevoegdheid aan te vragen en te verkrijgen.

Artikel 8

De aanvrager van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, van het Kentekenreglement, is in het bezit van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het in werking hebben van een inrichting die behoort tot categorie 28.1, onder b, voor zover het betreft het bewerken van autowrakken of afgedankte motorfietsen, zoals genoemd in bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht.

Artikel 8a. Eisen bevoegdheid indiening aanvraag kentekenbewijs

De aanvrager van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel f, van het Kentekenreglement:

Hoofdstuk 3. Voorschriften erkenning algemeen

Artikel 9. Algemene voorschriften

  • 1 Het erkende bedrijf moet het bij en krachtens de wet bepaalde omtrent de bedrijfsvoorraad, de erkenning alsmede de registratie, het gebruik en de beëindiging van de registratie van de tot de bedrijfsvoorraad behorende voertuigen in acht nemen.

  • 2 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat bij voortduring wordt voldaan aan de eisen en voorschriften die gelden voor de erkenning.

  • 3 Het erkende bedrijf is verplicht wijzigingen in de bedrijfsactiviteit alsmede wijzigingen in de bedrijfsgegevens, voor zover deze van belang kunnen zijn voor de erkenning, onverwijld schriftelijk te melden aan de Dienst Wegverkeer.

  • 4 Het personeel van het erkende bedrijf moet, voor zover dit nodig is in het kader van hun functie, op de hoogte zijn van de regels die gelden voor de registratie van voertuigen in en uit bedrijfsvoorraad en de regels en voorschriften die gelden voor de erkenning bedrijfsvoorraad en de daaraan verbonden bevoegdheden.

  • 5 Het erkende bedrijf moet een afschrift van de beschikking waaruit blijkt dat de erkenning is verleend en welke bevoegdheden daaraan zijn verbonden, aanwezig hebben. Het erkende bedrijf moet de beschikking op verzoek ter inzage geven aan klanten.

  • 6 Vanaf de buitenkant van het bedrijf is op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde en de Staatscourant bekendgemaakte wijze zichtbaar dat de erkenning is verleend en welke bevoegdheden daaraan zijn verbonden.

  • 7 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat alleen voertuigen die bestemd zijn om te worden verkocht, bewaard of bewerkt in de bedrijfsvoorraad worden en zijn opgenomen.

  • 8 Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat van voertuigen waarvoor nog geen kentekenbewijs of een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs is afgegeven, alsmede van voertuigen die in de bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf zijn opgenomen, geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg zonder dat zij zijn voorzien van een aan het bedrijf opgegeven handelaarskenteken.

  • 9 Het erkende bedrijf dient de bedrijfsvoorraadpassen, de formulieren die bestemd zijn om te dienen als vrijwaringsbewijs en bedrijfsvoorraad deel I B, de overige delen van de kentekenbewijzen van de in bedrijfsvoorraad geregistreerde voertuigen alsmede alle overige in het kader van de erkenning aan het erkende bedrijf verstrekte documenten en bescheiden te bewaren in de in artikel 4, vijfde lid, bedoelde voorziening.

  • 10 Het erkende bedrijf dient ter zake van de kentekenbewijzen van de in bedrijfsvoorraad geregistreerde voertuigen en van de voertuigen waarvoor een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs is verstrekt, een overzichtelijke en bijgewerkte administratie aan de hand van het kenteken te voeren.

  • 11 Voor zover het erkende bedrijf in het kader van de erkenning en de daaraan verbonden bevoegdheden gebruik maakt van datacommunicatieapparatuur, dient het bedrijf gebruik te maken van de door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde datacommunicatieapparatuur en de communicatie te laten plaatsvinden in een door deze dienst geaccepteerd netwerk. Bij dit gebruik dient het bedrijf de door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen in acht te nemen.

Artikel 10. Bedrijfsvoorraadpassen, codes en formulieren

  • 1 De Dienst Wegverkeer verstrekt in het kader van de erkenning codes aan het erkende bedrijf. Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat de codes niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.

  • 2 Het erkende bedrijf ziet er op toe dat de bedrijfsvoorraadpassen en de formulieren die bestemd zijn om te dienen als vrijwaringsbewijs en bedrijfsvoorraad deel I B niet door anderen dan het personeel van het erkende bedrijf worden gebruikt en neemt ook overigens de noodzakelijke zorgvuldigheid ten aanzien van documenten en codes in acht.

  • 3 De bedrijfsvoorraadpassen en de formulieren die bestemd zijn te dienen als vrijwaringsbewijs en bedrijfsvoorraad deel I B mogen slechts worden gebruikt voor voertuigen welke overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Kentekenreglement in bedrijfsvoorraad worden opgenomen. Het erkende bedrijf mag alleen de bedrijfsvoorraadpassen en formulieren gebruiken die hiertoe door de Dienst Wegverkeer aan het bedrijf zijn verstrekt.

  • 4 Indien een bedrijfsvoorraadpas verloren is geraakt of teniet is gegaan, dient het erkende bedrijf dit onverwijld te melden aan de Dienst Wegverkeer. De werking van de pas wordt dan door de Dienst Wegverkeer geblokkeerd. Ingeval de melding telefonisch is gedaan, dient het bedrijf de melding binnen twee weken schriftelijk aan de Dienst Wegverkeer te bevestigen. Indien na twee weken na de melding geen schriftelijke bevestiging is ontvangen, wordt de werking van de pas hersteld.

Artikel 10a

  • 1 De erkenninghouder mag een voertuig slechts in bedrijfsvoorraad aanmelden, indien hij de bijbehorende kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2C, met uitzondering van kentekenplaten met een donkerblauwe achtergrond, 27.1A tot en met 27.10C, 27.30A tot en met 27.31C en 30.1A tot en met 30.4D van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten in ontvangst heeft genomen. Het aantal in ontvangst te nemen kentekenplaten bedraagt één bij voertuigen op twee of drie wielen, bromfietsen of aanhangwagens, respectievelijk twee bij voertuigen op meer dan drie wielen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het voertuigen betreft waarbij alleen bijbehorende donkerblauwe kentekenplaten in ontvangst genomen zijn.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien in de aanmelding tevens melding wordt gemaakt van het voorgoed buiten gebruik stellen van het voertuig en de in artikel 15, derde lid, bedoelde verklaring is ingevuld.

Artikel 10b

Het is de erkenninghouder niet toegestaan voertuigen die zijn voorzien van lichtblauwe kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2C of 27.30A tot en met 27.31C aan te melden in bedrijfsvoorraad, tenzij in de aanmelding tevens melding wordt gemaakt van het voorgoed buiten gebruik stellen van het voertuig.

Artikel 11. Toezicht en sancties

  • 1 Het toezicht op het erkende bedrijf bestaat uit het uitvoeren van periodieke controles door de daartoe bevoegde ambtenaren. Deze controles kunnen frequenter plaatsvinden indien het vermoeden bestaat dat het erkende bedrijf de in het kader van de erkenning geldende eisen en voorschriften niet nakomt.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren moeten desgevraagd behoorlijk in de gelegenheid worden gesteld te onderzoeken of het erkende bedrijf voldoet aan de gestelde eisen en voorschriften.

    Het erkende bedrijf dient inzage te geven in de met betrekking tot de erkenning en bevoegdheden te voeren administratie en het in artikel 6, tweede lid, onderdeel f, bedoelde kwaliteitshandboek. Tevens dient het erkende bedrijf op verzoek van bedoelde ambtenaren de voertuigen die in de bedrijfsvoorraad zijn aangemeld alsmede de daarbij behorende kentekenbewijzen en kentekenplaten te tonen.

  • 3 Ingeval de erkenning of de bevoegdheden worden geschorst of ingetrokken, blijven de voertuigen die op het moment waarop de beschikking van kracht wordt in bedrijfsvoorraad staan geregistreerd, als zodanig geregistreerd tot het moment waarop het voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad.

  • 4 Bij de intrekking of schorsing van de erkenning of de bevoegdheden, of de wijziging van de erkenning kan een onderscheid gemaakt worden tussen de betrokken vestigingen.

Hoofdstuk 4. Voorschriften aanvullende bevoegdheden

Artikel 12. Voorschriften bevoegdheid geautomatiseerde aanmelding bedrijfsvoorraad

  • 2 Pas nadat het deel I B en het deel II, het deel I B en het overschrijvingsbewijs dan wel voor wat betreft een voor 31 mei 2004 afgegeven kentekenbewijs, het deel II en het overschrijvingsbewijs van het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs aan het erkende bedrijf is overgedragen, mag het bedrijf het voertuig voor registratie in bedrijfsvoorraad aanmelden.

  • 3 Pas nadat de Dienst Wegverkeer blijkens een code aan het erkende bedrijf heeft gemeld dat het voertuig in bedrijfsvoorraad is geregistreerd, mag het bedrijf een vrijwaringsbewijs uitschrijven.

  • 4 Nadat het vrijwaringsbewijs is uitgeschreven, dient het erkende bedrijf het deel I B dan wel voor wat betreft een voor 31 mei 2004 afgegeven kentekenbewijs, het deel II van voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs op de door de Dienst Wegverkeer voorgeschreven wijze te ontwaarden.

  • 5 De Dienst Wegverkeer verstrekt aan het erkende bedrijf formulieren ‘centrale afhandeling’ voor de gevallen dat na de melding door het bedrijf blijkt dat de registratie van het voertuig in bedrijfsvoorraad niet is toegestaan.

  • 6 Indien een voertuig ten onrechte in bedrijfsvoorraad is geregistreerd, meldt het erkende bedrijf dit binnen twee weken aan de Dienst Wegverkeer. Hiervoor dient het bedrijf gebruik te maken van de door de Dienst Wegverkeer verstrekte formulieren ‘correctie-melding bedrijfsvoorraad’.

Artikel 13. Voorschriften bevoegdheid aanvraag nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen

  • 3 In geval van vermissing van een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs of deel daarvan dient het erkende bedrijf onder inlevering van het hiertoe bestemde formulier bij de Dienst Wegverkeer een nieuw kentekenbewijs of deel daarvan aan te vragen. Voor zover het voertuig bij de afgifte van het nog niet tenaamgestelde kentekenbewijs als niet eerder in gebruik genomen is aangemerkt, dient de aanvraag te zijn voorzien van een afzonderlijke verklaring van het erkende bedrijf waaruit blijkt dat het in de aanvraag omschreven voertuig niet eerder in gebruik is genomen.

  • 4 Nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen die niet worden gebruikt dienen, onder vermelding van de relevante gegevens, onverwijld in hun geheel bij de Dienst Wegverkeer te worden ingeleverd.

  • 5 Na ontvangst en vóór tenaamstelling van het kentekenbewijs dient het erkende bedrijf de gegevens op het kentekenbewijs te controleren. Indien een onjuistheid in de gegevens wordt geconstateerd, dient het kentekenbewijs onder opgave van redenen in zijn geheel, binnen vijf dagen na ontvangst, te worden ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer met het verzoek een gecorrigeerd kentekenbewijs toe te zenden.

  • 6 Het erkende bedrijf waaraan het nog niet tenaamgestelde kentekenbewijs is afgegeven, ziet er op toe dat op het moment waarop het voertuig wordt verkocht aan een ander dan een erkend bedrijf, het kentekenbewijs te naam wordt gesteld. Het bedrijf verstrekt hiertoe het deel I A en het na 30 mei 2004 afgegeven deel II dan wel het deel I en het overschrijvingsbewijs aan degene aan wie het voertuig wordt overgedragen.

  • 7 Tenaamgestelde kentekenbewijzen die niet zullen worden gebruikt dienen uiterlijk vier weken na de tenaamstelling, onder vermelding van de relevante gegevens, in zijn geheel te worden ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer. De Dienst Wegverkeer verstrekt in dat geval aan het erkende bedrijf een nieuw nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs met hetzelfde kenteken.

  • 8 Voor zover de bevoegdheid betrekking heeft op de bevoegdheid, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b:

    • a. dient het erkende bedrijf te handelen overeenkomstig het door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde kwaliteitshandboek van het bedrijf. Wijzigingen in het kwaliteitshandboek dienen door de Dienst Wegverkeer te worden goedgekeurd voordat overeenkomstig de wijzigingen wordt gehandeld;

    • b. mag het erkende bedrijf alleen nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen aanvragen voor voertuigen die:

      • 1º. nog niet eerder in gebruik zijn genomen, en

      • 2º. behoren tot het type waarvoor een nationale typegoedkeuring is verleend aan het erkende bedrijf of aan de fabrikant door wie het erkende bedrijf is gemachtigd om van die typegoedkeuring gebruik te maken, dan wel behoren tot een type waarvoor een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de wet is verleend en waarbij certificaten van overeenstemming aanwezig zijn;

    • c. dient het erkende bedrijf de voor de aanvraag van kentekenbewijzen verschuldigde tarieven te betalen op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze;

    • d. draagt het erkende bedrijf zorg voor een correcte afdracht van de verschuldigde belasting van personenauto's en motorrijwielen;

    • e. dient het erkende bedrijf de door de Dienst Wegverkeer te bepalen gegevens met betrekking tot het voertuig te verstrekken, welke gegevens overeen dienen te komen met de gegevens op het certificaat van overeenstemming, en

    • f. dient het erkende bedrijf op verzoek van daartoe bevoegde ambtenaren de voertuigen waarvoor nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen zijn aangevraagd, alsmede de daarbij behorende certificaten van overeenstemming te tonen.

Artikel 14. Voorschriften bevoegdheid melding voorgoed buiten Nederland brengen

  • 2 De melding dat een voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht, kan door het erkende bedrijf alleen worden gedaan voor voertuigen die in het kentekenregister als bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf staan geregistreerd.

  • 3 Ten behoeve van het versneld melden dat tot de bedrijfsvoorraad behorende voertuigen voorgoed buiten Nederland worden gebracht, verstrekt de Dienst Wegverkeer aan het erkende bedrijf blanco verklaringen welke bij de melding door het erkende bedrijf moeten worden gebruikt.

  • 4 Alvorens over te gaan tot de melding dient het erkende bedrijf een in het eerste lid bedoelde verklaring in te vullen of in te laten vullen door degene die het voertuig buiten Nederland brengt.

  • 5 Het erkende bedrijf dient, indien een voertuig in Nederland wordt overgedragen aan een in het buitenland woonachtige of gevestigde persoon, een kopie van het in het in artikel 32, derde lid, van het Kentekenreglement bedoelde legitimatiebewijs te maken.

  • 6 Na de melding meldt de Dienst Wegverkeer een transactiecode en, indien daarom is verzocht, een uitvoerkenteken terug. De transactiecode en het uitvoerkenteken worden door het bedrijf op de verklaring vermeld. Door vermelding van het uitvoerkenteken op de verklaring krijgt de verklaring mede de functie van uitvoerkentekenbewijs.

  • 7 Na de melding dient het erkende bedrijf het bedrijfsvoorraad deel I B dan wel het bedrijfsvoorraad deel II van het kentekenbewijs met behulp van een stempel van een in de bijlage bij deze regeling vastgesteld model en het bedrijfsnummer te bestempelen.

  • 8 Het erkende bedrijf geeft, in geval van levering van het voertuig in Nederland aan een in het buitenland woonachtig dan wel gevestigd persoon, het kentekenbewijs te zamen met het hiertoe bestemde deel van de verklaring aan de persoon die het voertuig naar het buitenland brengt.

  • 9 Het erkende bedrijf brengt bij de persoon die het voertuig naar het buitenland brengt onder de aandacht dat er, indien er een uitvoerkentekenbewijs is afgegeven, een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid als bedoeld de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen dient te zijn afgesloten alvorens met het voertuig met het uitvoerkentekenbewijs van de weg gebruik wordt gemaakt.

  • 10 Het erkende bedrijf zendt de in het vijfde lid bedoelde kopie van het legitimatiebewijs, alsmede de daartoe bestemde doorslag van de uitvoerverklaring respectievelijk het uitvoerkentekenbewijs binnen een week naar de Dienst Wegverkeer.

  • 11 Het erkende bedrijf dient de doorslag van de uitvoerverklaring respectievelijk het uitvoerkentekenbewijs gedurende een periode van een jaar te bewaren en op verzoek ter inzage te geven aan de met het toezicht op de erkenning belaste ambtenaren.

  • 12 Het erkende bedrijf dient de verschuldigde tarieven in verband met de aangevraagde uitvoerkentekenbewijzen te betalenop een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.

Artikel 14a

  • 1 Terstond na de melding dat een voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht, dient de erkenninghouder de voor dat voertuig ingenomen kentekenplaten, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, te vernietigen.

Artikel 15. Voorschriften bevoegdheid melding voorgoed buiten gebruik stellen

  • 2 De melding dat een voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld, kan door het erkende bedrijf alleen worden gedaan voor voertuigen die in het kentekenregister als bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf staan geregistreerd.

  • 3 Voorafgaand aan de melding dat een voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld ontwaardt het erkende bedrijf het kentekenbewijs op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, met dien verstande dat het erkende bedrijf de kentekenbewijzen per dag of per week in setjes verzamelt en deze binnen vijf werkdagen naar de Dienst Wegverkeer opstuurt tezamen met een ingevulde verklaring van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model, of dat het erkende bedrijf het voorgoed buiten gebruik stellen via geautomatiseerde weg aan de Dienst Wegverkeer meldt en de kentekenbewijzen in setjes per kalendermaand verzamelt en deze vervolgens na een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde periode naar de Dienst Wegverkeer opstuurt tezamen met een ingevulde verklaring van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model.

    Indien het kentekenbewijs niet meer compleet is, dient het bedrijf bij de resterende delen van het kentekenbewijs onder vermelding van het bedrijfsnummer een verklaring te voegen waaruit blijkt dat het gehele kentekenbewijs bij de opname van het voertuig in bedrijfsvoorraad aan het bedrijf is overgedragen.

  • 4 Het erkende bedrijf controleert bij toepassing van artikel 27, negende lid, van het Kentekenreglement het legitimatiebewijs van degene die het voertuig overdraagt alsmede diens verklaring alvorens te melden dat het voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld. Nadat de melding door de Dienst Wegverkeer is geaccepteerd, stuurt het erkende bedrijf de verklaring met de resterende delen van het kentekenbewijs op naar de Dienst Wegverkeer overeenkomstig het derde lid.

  • 5 Ten behoeve van de controle op de juiste verwerking van de meldingen van het bedrijf aan de Dienst Wegverkeer wordt periodiek door de Dienst Wegverkeer een lijst verzonden aan het erkende bedrijf. Op deze lijst staan de gegevens van de als voorgoed buiten gebruik gesteld geregistreerde voertuigen. Opmerkingen naar aanleiding van deze lijst dienen schriftelijk bij de Dienst Wegverkeer te worden ingediend.

  • 6 Alvorens het erkende bedrijf meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld, dient het erkende bedrijf het te verstrekken vrijwaringsbewijs, als bedoeld in artikel 27 van het Kentekenreglement, te voorzien van een stempel waaruit blijkt dat dit vrijwaringsbewijs tevens als certificaat van vernietiging geldt.

Artikel 15a

  • 1 Terstond na de melding dat een voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, dient de erkenninghouder de voor dat voertuig ingenomen kentekenplaten, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, te vernietigen.

Artikel 15b. Voorschriften bevoegdheid indiening aanvraag kentekenbewijs

  • 2 De uitoefening van de bevoegdheid heeft slechts plaats vanaf de locatie die door het erkende bedrijf als bedrijfsadres is opgegeven en welke op het uittreksel uit het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996, als zodanig is vermeld.

  • 3 De Dienst Wegverkeer verstrekt aan het erkende bedrijf genummerde, nog niet tenaamgestelde delen I B welke bij de indiening van de aanvraag van een kentekenbewijs of nieuw deel I B door het bedrijf op nummervolgorde worden gebruikt. Het erkende bedrijf gebruikt slechts de door de Dienst Wegverkeer aan dit bedrijf verstrekte delen I B.

  • 5 In geval van vermissing van nog niet gebruikte delen I B doet het bedrijf, onder opgave van de nummers en overlegging van een proces verbaal van aangifte van vermissing, daarvan onverwijld mededeling aan de Dienst Wegverkeer.

  • 6 Het erkende bedrijf draagt zorg voor een zodanige registratie van de identiteit van de medewerker die een aanvraag voor een kentekenbewijs of deel I B feitelijk indient, dat voor de Dienst Wegverkeer te allen tijde eenvoudig kenbaar is welke medewerker een bepaalde aanvraag in behandeling heeft genomen.

  • 7 Indien de aanvrager van een kentekenbewijs of een deel I B een natuurlijk persoon is als bedoeld in artikel 25a, tweede lid, of artikel 28a, tweede lid, van het Kentekenreglement, geschiedt de indiening in aanwezigheid van deze persoon. Nadat de aanvrager zich heeft gelegitimeerd door middel van overlegging van een legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 25a, tweede en derde lid, of artikel 28a, tweede en derde lid, van het Kentekenreglement, voorzover van toepassing voorzien van de daar voorgeschreven mededeling van registratie, en het erkende bedrijf zich er van heeft overtuigd dat dit met de identiteit van de aanvrager overeenstemt, legt het bedrijf aan de aanvrager een verklaring als bedoeld in artikel 25a, tweede lid, of artikel 28a, tweede lid, van het Kentekenreglement, ter ondertekening voor. De verklaring vermeldt:

    • a. de naam en het adres van de aanvrager,

    • b. het nummer van het getoonde rijbewijs en, indien van toepassing, het nummer van de mededeling van registratie,

    • c. de geboortedatum van de aanvrager,

    • d. het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen,

    • e. de naam en het bedrijfsnummer van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en f. de handtekening van de aanvrager.

  • 8 Nadat de aanvrager de verklaring als bedoeld in het vorige lid heeft overgelegd, gaat het erkende bedrijf over tot de indiening van de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer. Bij de indiening worden de volgende gegevens verstrekt aan de Dienst Wegverkeer:

    • a. de meldcode, de duplicaatcode en het kenteken, vermeld op het na 30 mei 2004 afgegeven deel II dan wel het overschrijvingsbewijs, en

    • b. het nummer van het getoonde rijbewijs en de geboortedatum van de aanvrager.

  • 9 9. Indien de aanvraag, bedoeld in het zevende lid, een voertuig betreft waarvoor reeds een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs is afgegeven, wordt, voordat het kentekenbewijs aan de aanvrager ter beschikking wordt gesteld, deel I A en het na 30 mei 2004 afgegeven deel II dan wel deel I en het overschrijvingsbewijs door het erkende bedrijf bestempeld, zodanig dat, duidelijk leesbaar, de juiste datum blijkt waarop het kentekenbewijs is afgegeven. Het kentekenbewijs wordt na de indiening terstond aan de aanvrager ter hand gesteld.

  • 11 Indien de aanvraag, bedoeld in het tiende lid, een voertuig betreft, waarvoor reeds een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs is afgegeven, wordt, voordat het kentekenbewijs aan de aanvrager ter beschikking wordt gesteld, deel I A en het na 30 mei 2004 afgegeven deel II dan wel deel I en het overschrijvingsbewijs door het erkende bedrijf bestempeld, zodanig dat, duidelijk leesbaar, de juiste datum blijkt waarop het kentekenbewijs is afgegeven. Het kentekenbewijs wordt terstond aan de aanvrager ter beschikking gesteld.

  • 13 Indien blijkt dat de ingediende aanvraag niet door de Dienst Wegverkeer wordt aanvaard, verwijst het erkende bedrijf de aanvrager naar de Dienst Wegverkeer.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 17. Intrekking regeling versnelde afgifte kentekenbewijzen

De Regeling versnelde afgifte kentekenbewijzen van de Directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer van 1 januari 1993 (F02230001/JZ) wordt ingetrokken.

Artikel 18. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.

  • 2 De in artikel 6, tweede lid, onderdeel f, genoemde eis geldt voor de op 31 december 1994 bestaande deelnemers aan de regeling versnelde afgifte kentekenbewijzen met ingang van 1 januari 1997.

Artikel 19. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als:

Regeling erkenning bedrijfsvoorraad.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

Bijlage

Model 1.1 Bedrijfsvoorraadpas uitgegeven tot 1 april 2012

Voorzijde

Bijlage 249771.png

Achterzijde

Bijlage 249772.png

Model 1.2 Bedrijfsvoorraadpas uitgegeven na 1 april 2012

Voorzijde

Bijlage 249773.png

Achterzijde

Bijlage 249774.png

Model 2.1 Stempel, bedoeld in artikel 14, zevende lid

Bijlage 249775.png
Terug naar begin van de pagina