Besluit administratieve bepalingen Bopz

Geldend van 01-01-2008 t/m heden

Besluit van 3 november 1993, houdende vaststelling van een aantal administratieve voorschriften op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Onze Minister van Justitie, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 14 juli 1993, DGVgz/GVC/CB/931801;

Gelet op de artikelen 14, 20, derde lid, en 21, vierde lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;

De Raad van State gehoord (advies van 28 oktober 1993, nr. W13.93.0457);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris voornoemd en gedaan mede namens Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 1 november 1993, nr. GVC/CB 9369;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 2

  • 1 Een verzoekschrift, als bedoeld in artikel 4 van de wet, vermeldt in ieder geval:

    • a. de naam van degene voor wie een voorlopige machtiging, een voorwaardelijke machtiging of een observatiemachtiging wordt verzocht en de plaats waar deze zich bevindt;

    • b. de naam en het adres van de degene die het verzoek indient;

    • c. in welke betrekking de verzoeker staat tot de persoon voor wie een voorlopige machtiging, een voorwaardelijke machtiging of een observatiemachtiging wordt gevraagd.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoekschrift als bedoeld in artikel 34g van de wet.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 3 november 1993

Beatrix

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

H. J. Simons

Uitgegeven de negende november 1993

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina