Wijzigingswet Mediawet

Geldend van 01-01-1993 t/m heden

Wet van 18 december 1991, houdende wijziging van bepalingen van de Mediawet met het oog op de invoering van landelijke commerciële omroep

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede gezien de internationale ontwikkelingen, landelijke commerciële omroep via draadomroepinrichtingen mogelijk te maken, de publieke omroep te versterken en de toegang voor programma's van buitenlandse omroepinstellingen te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel II

In afwijking van artikel 71b, eerste lid, wordt op aanvragen voor een toestemming, die in de eerste drie jaar na de inwerkingtreding van genoemd artikel worden ingediend, beslist door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Artikel III

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel V

  • 1 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 18 december 1991

Beatrix

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

H. d'Ancona

Uitgegeven de eenendertigste december 1991

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina