Regeling verkeersbrigadiers

Geraadpleegd op 22-05-2022.
Geldend van 01-01-2013 t/m heden

Regeling verkeersbrigadiers

De minister van Verkeer en Waterstaat

Gelet op artikel 58 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) (Stb. 1990, 460);

Besluit:

Paragraaf 2. Aanstelling

Artikel 3

  • 1 De aanstelling tot verkeersbrigadier geschiedt door de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene zijn taak zal uitoefenen.

  • 2 Voor zover het gaat om minderjarigen, die als leerling bij een school staan ingeschreven geschiedt de aanstelling na overleg met het hoofd van deze school.

Artikel 4

De aanstelling geschiedt nadat het theoretische gedeelte van de opleiding is voltooid en voordat het praktische gedeelte van de opleiding een aanvang neemt.

Artikel 6

  • 1 Voor aanstelling komen slechts in aanmerking personen die de leeftijd van 10 jaar hebben bereikt.

  • 2 Indien de aanstelling minderjarigen betreft, dienen zij een schriftelijke verklaring van ouders of voogden over te leggen houdende de toestemming tot het verrichten van de werkzaamheden van verkeersbrigadier.

Artikel 8

  • 1 De burgemeester verklaart de aanstelling vervallen:

    • a. indien de betrokken verkeersbrigadier het praktische gedeelte van de opleiding niet met succes heeft afgerond;

    • b. indien de korpschef van oordeel is dat de betrokken verkeersbrigadier niet meer geschikt is om de taak van verkeersbrigadier uit te oefenen;

    • c. indien het niet langer noodzakelijk is, dat de betrokken verkeersbrigadier als zodanig werkzaam is;

    • d. indien de meerderjarige verkeersbrigadier daartoe een verzoek indient of

    • e. indien de ouders of voogden van een minderjarige verkeersbrigadier of het hoofd van de school daartoe een verzoek indienen.

  • 2 De vervallenverklaring van de aanstelling door de burgemeester geschiedt schriftelijk.

Paragraaf 3. Plaats van optreden

Artikel 9

Verkeersbrigadiers mogen voor de uitoefening van hun taak slechts worden ingezet:

  • a. op wegen waar in het algemeen niet sneller wordt gereden dan 50 kilometer per uur; meerderjarige verkeersbrigadiers mogen hun taak ook op andere wegen uitoefenen;

  • b. indien ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is en

  • c. indien de verkeersbrigadiers voldoende bekend zijn met de specifieke omstandigheden van de plaats waar zij hun taak uitoefenen.

Paragraaf 5. Uitrusting

Artikel 11

  • 1 Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersbrigadiers ten minste te zijn uitgerust met:

's-Gravenhage, 1 oktober 1991

De

minister

van Verkeer en Waterstaat,

J. R. H. Maij-Weggen

Bijlage

Bijlage 202048.png

Model F10

Afmetingen:

a = 22,5 cm

b = 20,8 cm

c = 13,6 cm

d = 9,6 cm

e = 2,4 cm

De rode cirkelrand is zowel retroreflecterend als fluorescerend.

Het witte veld is retroreflecterend.

Naar boven