Kieswet

Geldend van 01-01-2010 t/m 09-10-2010

Wet van 28 september 1989, houdende nieuwe bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal, alsmede van de leden van provinciale staten en de gemeenteraden, vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Afdeling I. Algemene bepalingen

Hoofdstuk A. De Kiesraad

Artikel A 2

  • 1 De Kiesraad heeft tot taak de regering en de beide kamers der Staten-Generaal van advies te dienen in uitvoeringstechnische aangelegenheden die het kiesrecht of de verkiezingen betreffen.

  • 2 De Kiesraad treedt voorts op als centraal stembureau in de gevallen waarin de wet dat voorschrijft.

  • 3 De Kiesraad bestaat uit zeven leden.

Afdeling II. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van provinciale staten en van de gemeenteraden

Hoofdstuk B. Het kiesrecht

Artikel B 1

  • 1 De leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling Nederlander zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, met uitzondering van degenen die op de dag van de kandidaatstelling hun werkelijke woonplaats hebben in de Nederlandse Antillen of Aruba.

  • 2 Deze uitzondering geldt niet voor:

    • a. de Nederlander die gedurende ten minste tien jaren ingezetene van Nederland is geweest;

    • b. de Nederlander die in Nederlandse openbare dienst in de Nederlandse Antillen of Aruba werkzaam is, alsmede zijn Nederlandse echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel en kinderen, voor zover dezen met hem een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Artikel B 2

De leden van provinciale staten worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van de provincie, mits zij Nederlander zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Artikel B 3

  • 1 De leden van de gemeenteraden worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van de gemeente en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

  • 2 Zij die geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie zijn, dienen om kiesgerechtigd te zijn op de dag van de kandidaatstelling tevens te voldoen aan de vereisten dat:

    • a. zij rechtmatig in Nederland verblijven op grond van artikel 8, onder a, b, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een overeenkomst tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland, en

    • b. zij onmiddellijk voorafgaand aan de dag van de kandidaatstelling gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaren ingezetene van Nederland waren en beschikten over een verblijfsrecht als bedoeld onder a, dan wel rechtmatig in Nederland verbleven op grond van artikel 8, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.

  • 3 Niet kiesgerechtigd zijn zij die geen Nederlander zijn en, als door andere staten uitgezonden leden van diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen, in Nederland werkzaam zijn, alsmede hun niet-Nederlandse echtgenoten, geregistreerde partners of levensgezellen en kinderen, voor zover dezen met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Artikel B 4

  • 1 Onder ingezetenen van Nederland, van de provincie en van de gemeente verstaat deze wet hen die onderscheidenlijk in Nederland, in de provincie en in de gemeente werkelijke woonplaats hebben.

  • 2 Zij die als ingezetene met een adres zijn ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente, worden voor de toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats te hebben in die gemeente.

Artikel B 5

  • 1 Van het kiesrecht zijn uitgesloten zij die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht zijn ontzet. De uitsluiting wordt beoordeeld naar de toestand op de dag van de kandidaatstelling.

  • 2 Onze Minister van Justitie draagt zorg, dat van elke onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan aan de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene in de basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven of, als het een persoon betreft die niet in een basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, aan de burgemeester van de gemeente 's-Gravenhage, met vermelding van naam, voorletters of voornamen, adres en geboortedatum alsmede van de duur van de uitsluiting.

  • 3 De burgemeester stelt na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde mededeling betrokkene in kennis van zijn uitsluiting en de duur daarvan.

Artikel B 6

  • 1 Kiesgerechtigde personen aan wie op de dag van de stemming rechtmatig hun vrijheid is ontnomen, oefenen hun kiesrecht uit door bij volmacht te stemmen.

  • 2 Deze beperking geldt niet:

    • a. voor hen die op de dag van de stemming een zodanige feitelijke bewegingsvrijheid genieten dat zij in persoon aan de stemming kunnen deelnemen;

    • b. voor hen die op grond van het regime van de inrichting waarin zij verblijven aanspraak hebben op periodiek verlof.

  • 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende het stemmen bij volmacht door de in het eerste lid bedoelde personen.

Hoofdstuk C. De zittingsduur van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van provinciale staten en van de gemeenteraden

Artikel C 1

  • 1 De leden van de Tweede Kamer worden gekozen voor vier jaren.

  • 2 Zij treden tegelijk af op de donderdag op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip in de periode van 10 tot en met 16 maart of, in een schrikkeljaar, op de donderdag op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip in de periode van 9 tot en met 15 maart.

Artikel C 2

  • 1 De leden van de Tweede Kamer, gekozen na ontbinding van de kamer, treden tegelijk af op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip op de eerstvolgende donderdag in de in artikel C 1, tweede lid, bedoelde periode nadat vier jaren zijn verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau waarin de uitslag van de verkiezing is bekendgemaakt.

  • 2 Indien deze vier jaren eindigen in een periode, aanvangend met het in artikel C 1, tweede lid, bedoelde tijdstip en op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip eindigend op de donderdag in de periode van 19 tot en met 25 mei, treden zij af met ingang van de eerstvolgende donderdag in de in dat lid bedoelde periode nadat drie jaren zijn verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau.

Artikel C 3

  • 1 Indien het in artikel C 1, tweede lid, of in artikel C 2 bepaalde tijdstip valt in een jaar waarin de verkiezingen van de leden van provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad worden gehouden, treden de leden van de Tweede Kamer tegelijk af op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip op de donderdag in de periode van 19 tot en met 25 mei.

  • 2 De leden van de Tweede Kamer die zijn gekozen ter vervulling van de plaatsen van leden die op het in het eerste lid genoemde tijdstip zijn afgetreden, treden, tenzij zich opnieuw het geval als bedoeld in het eerste lid voordoet, tegelijk af op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip op de eerstvolgende donderdag in de in artikel C 1, tweede lid, bedoelde periode nadat drie jaren zijn verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau waarin de uitslag van de verkiezing is bekendgemaakt.

Artikel C 4

  • 1 De leden van provinciale staten onderscheidenlijk gemeenteraden worden gekozen voor vier jaren.

  • 2 Zij treden tegelijk af met ingang van de donderdag in de periode van 10 tot en met 16 maart of, in een schrikkeljaar met ingang van de donderdag in de periode van 9 tot en met 15 maart.

Artikel C 5

Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats tot lid is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

Hoofdstuk D. De registratie van de kiesgerechtigdheid

Artikel D 1

Burgemeester en wethouders registreren de kiesgerechtigdheid van de ingezetenen van de gemeente in de gemeentelijke administratie.

Artikel D 3

  • 1 Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage registreren voor elke verkiezing van de Tweede Kamer de kiesgerechtigdheid van personen die op de dag van kandidaatstelling hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, indien dezen daartoe een schriftelijk verzoek hebben ingediend.

  • 2 Het verzoek wordt niet eerder ingediend dan zes maanden voor de dag van stemming.

  • 3 Het verzoek wordt ingediend bij het hoofd van de consulaire post waaronder de woonplaats van verzoeker ressorteert, of rechtstreeks bij burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage. Het hoofd van de consulaire post zendt het verzoekschrift zo spoedig mogelijk door naar burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage.

  • 4 Indien het verzoek wordt gedaan door een persoon als bedoeld in artikel B 1, tweede lid, onder a, wordt het verzoek ingediend bij de vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen of in Aruba, of rechtstreeks bij burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage. De vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen of in Aruba zendt het verzoekschrift zo spoedig mogelijk door naar burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage.

  • 5 Indien het verzoek wordt gedaan door een persoon als bedoeld in artikel B 1, tweede lid, onder b, die niet gedurende ten minste tien jaren zijn werkelijke woonplaats in Nederland heeft gehad, wordt het verzoek ingediend bij Onze Minister onder wiens ministerie de werkzaamheden van de betrokken functionaris ressorteren. Deze zendt het verzoekschrift zo spoedig mogelijk door naar burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage.

  • 6 Indien het verzoek wordt gedaan door een persoon die zijn werkelijke woonplaats heeft in een land waarmee Nederland geen diplomatieke betrekkingen onderhoudt, wordt het verzoek ingediend bij burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage.

  • 7 Het verzoek dient uiterlijk zes weken voor de dag van stemming te zijn ontvangen door het orgaan waarbij het moet worden ingediend.

  • 8 Burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage beoordelen het verzoek naar de vermoedelijke toestand op de dag van de kandidaatstelling. Zij beslissen op het verzoek uiterlijk op de zevende dag nadat zij dit hebben ontvangen.

  • 9 Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de verzoeken, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor de formulieren een model vastgesteld.

Artikel D 3a

  • 1 Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage houden een bestand bij van personen aan wie voor elke verkiezing van de leden van de Tweede Kamer zonder een afzonderlijk daartoe strekkend verzoek een formulier tot registratie van de kiesgerechtigdheid wordt toegezonden.

  • 2 Opname in het bestand geschiedt op verzoek van de desbetreffende persoon of na een verzoek tot registratie van de kiesgerechtigdheid voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, ongeacht of dat verzoek is ingewilligd.

  • 3 Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage verwijderen uit het bestand de geregistreerde gegevens, wanneer:

    • a. de geregistreerde daarom verzoekt;

    • b. er geen verzoek tot registratie is ingediend voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer.

  • 4 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke gegevens in het bestand geregistreerd worden.

Artikel D 4

Burgemeester en wethouders delen aan een ieder op zijn verzoek onverwijld mede of hij als kiezer is geregistreerd. Indien de verzoeker niet als kiezer is geregistreerd, worden hem uiterlijk op de zevende dag na de ontvangst van het verzoek de redenen daarvan meegedeeld.

Artikel D 5

Een ieder kan schriftelijk aan burgemeester en wethouders om herziening van de registratie verzoeken op de grond dat hij niet of niet op de juiste wijze als kiezer is geregistreerd.

Artikel D 6

Burgemeester en wethouders beslissen op het verzoek om herziening uiterlijk op de zevende dag na de ontvangst en brengen zo nodig de gemeentelijke administratie hiermee in overeenstemming.

Artikel D 8

Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage verwijderen de naam van een persoon die ingevolge artikel D 3, eerste lid, als kiezer is geregistreerd, uit de registratie, indien aan hen omstandigheden bekend worden op grond waarvan de desbetreffende persoon niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd. Zij maken de verwijdering onverwijld aan hem bekend.

Artikel D 9

  • 1 Tegen een beschikking als bedoeld in de artikelen D 3, achtste lid, D 6 en D 8 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Artikel D 10

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de registratie van de kiesgerechtigdheid.

Hoofdstuk E. Kieskringen en stembureaus

§ 1. De kieskringen

Artikel E 1

  • 1 Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer wordt Nederland verdeeld in kieskringen, overeenkomstig de bij deze wet gevoegde tabel.

  • 2 De kieskringen voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer vormen tevens de kieskringen voor de verkiezing van de leden van provinciale staten. Provinciale staten kunnen voor de verkiezing van de leden van provinciale staten deze kieskringen in meer kieskringen verdelen.

  • 3 Voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad vormt elke gemeente één kieskring.

§ 2. De stembureaus

Artikel E 3

  • 1 Burgemeester en wethouders stellen één of meer stembureaus in de gemeente in.

  • 2 Een stembureau bestaat uit een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen aantal leden, van wie er één voorzitter is.

Artikel E 4

Burgemeester en wethouders benoemen tijdig voor elke verkiezing de leden van elk stembureau en een voldoend aantal plaatsvervangende leden.

§ 3. De hoofdstembureaus

Artikel E 5

  • 1 Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer wordt voor elke kieskring een hoofdstembureau ingesteld. Het is gevestigd in de gemeente, daartoe aangewezen in de tabel, genoemd in artikel E 1, eerste lid.

  • 2 Het hoofdstembureau bestaat uit vijf leden, van wie er één voorzitter en één plaatsvervangend voorzitter is.

  • 3 Voorzitter is de burgemeester van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd. De plaatsvervangend voorzitter en de andere leden, alsmede drie plaatsvervangende leden, worden benoemd en ontslagen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel E 6

  • 1 Voor de verkiezing van de leden van provinciale staten wordt voor elke kieskring een hoofdstembureau ingesteld. Het is gevestigd in de gemeente, daartoe aangewezen door provinciale staten.

  • 2 Het hoofdstembureau bestaat uit vijf leden, van wie er één voorzitter en één plaatsvervangend voorzitter is.

  • 3 Voorzitter is de burgemeester van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd. De plaatsvervangend voorzitter en de andere leden, alsmede drie plaatsvervangende leden, worden benoemd en ontslagen door gedeputeerde staten.

Artikel E 7

  • 1 Voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad wordt een hoofdstembureau ingesteld, bestaande uit vijf leden, van wie er één voorzitter en één plaatsvervangend voorzitter is.

  • 2 De burgemeester is voorzitter van het hoofdstembureau. De plaatsvervangend voorzitter en de andere leden, alsmede drie plaatsvervangende leden, worden door burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen.

Artikel E 8

De in de artikelen E 5, E 6 en E 7 bedoelde benoemingen geschieden voor vier kalenderjaren. Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

Artikel E 9

Voor het houden van de zittingen van het hoofdstembureau wijzen burgemeester en wethouders een geschikte ruimte aan.

Artikel E 10

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden omtrent inrichting, samenstelling en werkwijze van het hoofdstembureau.

§ 4. De centrale stembureaus

Artikel E 11

  • 1 Er is voor de verkiezing van elk vertegenwoordigend orgaan een centraal stembureau.

  • 2 Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer treedt de Kiesraad als centraal stembureau op.

  • 3 Voor de verkiezing van de leden van provinciale staten treedt het hoofdstembureau van de kieskring waarin de gemeente is gelegen waar de vergadering van de staten wordt gehouden, tevens als centraal stembureau op.

  • 4 Voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad treedt het hoofdstembureau tevens als centraal stembureau op.

Hoofdstuk F. Het tijdstip van de kandidaatstelling

Artikel F 1

  • 1 De kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, provinciale staten en de gemeenteraad vindt plaats op de dinsdag in de periode van 18 tot en met 24 januari.

  • 2 In het geval, bedoeld in artikel C 3, eerste lid, vindt de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer plaats op de dinsdag in de periode van 29 maart tot en met 4 april.

  • 3 Bij koninklijk besluit kan, indien zwaarwichtige redenen verband houdend met de dag van stemming daartoe nopen, worden bepaald dat de kandidaatstelling plaatsvindt op de dinsdag, woensdag, donderdag, of maandag vóór de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde dag. Het koninklijk besluit wordt bekend gemaakt uiterlijk zes maanden vóór de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde dag.

Artikel F 2

In geval van ontbinding van de Tweede Kamer vindt de kandidaatstelling plaats binnen veertig dagen na de dagtekening van het koninklijk besluit tot ontbinding, op een bij dat besluit te bepalen dag.

Hoofdstuk G. De registratie van de aanduiding van een politieke groepering

Artikel G 1

  • 1 Een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden. Verzoeken, ontvangen na de drieënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.

  • 2 Voor de in het eerste lid bedoelde registratie moet een waarborgsom van € 450 worden betaald aan de Staat. Degene die de betaling heeft verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Na inlevering van een geldige kandidatenlijst voor de eerstkomende verkiezing na de beslissing op het verzoek wordt hem de waarborgsom teruggegeven.

  • 3 Bij het verzoek worden overgelegd:

    • a. een afschrift van de notariële akte waarin de statuten van de vereniging zijn opgenomen;

    • b. een bewijs van inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

    • c. het in het tweede lid bedoelde bewijs van betaling;

    • d. een verklaring van de politieke groepering, houdende aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde bij het centraal stembureau, welke geldt zolang zij niet door een andere is vervangen.

  • 4 Het centraal stembureau beschikt slechts afwijzend op het verzoek, indien:

    • a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;

    • b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is;

    • c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;

    • d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;

    • e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

    • f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde gronden moet worden afgewezen.

  • 5 De beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt aan de gemachtigde bekendgemaakt. Van de beslissing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

  • 6 Een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven in het register, kan schriftelijk een verzoek tot wijziging van deze aanduiding indienen bij het centraal stembureau. De laatste volzin van het eerste lid, alsmede het vierde en vijfde lid zijn op verzoeken tot wijziging van overeenkomstige toepassing.

  • 7 Het centraal stembureau schrapt de aanduiding in het register en doet hiervan mededeling in de Staatscourant, wanneer:

    • a. de politieke groepering heeft opgehouden te bestaan;

    • b. de politieke groepering een verzoek daartoe heeft gedaan;

    • c. de politieke groepering als vereniging bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

    • d. voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer geen geldige kandidatenlijst is ingeleverd.

  • 8 Op de veertiende dag voor de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, alsmede op de veertigste dag voor de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van provinciale staten of van de gemeenteraad, brengt het centraal stembureau de door hem geregistreerde aanduidingen van politieke groeperingen, voor zover de registratie daarvan onherroepelijk is, alsmede de namen van de gemachtigden en hun plaatsvervangers ter openbare kennis in de Staatscourant.

Artikel G 2

  • 1 Een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid en waarvan de aanduiding niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van provinciale staten schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden. Verzoeken, ontvangen na de drieënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.

  • 2 Voor de in het eerste lid bedoelde registratie moet een waarborgsom van € 225 worden betaald aan de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd. Degene die de betaling heeft verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Na inlevering van een geldige kandidatenlijst voor de eerstkomende verkiezing na de beslissing op het verzoek wordt hem de waarborgsom teruggegeven.

  • 3 Bij het verzoek worden overgelegd:

    • a. een afschrift van de notariële akte waarin de statuten van de vereniging zijn opgenomen;

    • b. een bewijs van inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

    • c. het in het tweede lid bedoelde bewijs van betaling;

    • d. een verklaring van de politieke groepering, houdende aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde bij het centraal stembureau, welke geldt zolang zij niet door een andere is vervangen.

  • 4 Het centraal stembureau beslist slechts afwijzend op het verzoek, indien:

    • a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;

    • b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van dit artikel of artikel G 1 geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is;

    • c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;

    • d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;

    • e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

    • f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde gronden moet worden afgewezen.

  • 5 De beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt aan de gemachtigde bekendgemaakt. Van de beslissing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

  • 6 Een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven in het register, kan schriftelijk een verzoek tot wijziging van deze aanduiding indienen bij het centraal stembureau. De laatste volzin van het eerste lid, alsmede het vierde en vijfde lid zijn op verzoeken tot wijziging van overeenkomstige toepassing.

  • 7 Het centraal stembureau schrapt de aanduiding in het register en doet hiervan mededeling in de Staatscourant, wanneer:

    • a. de politieke groepering heeft opgehouden te bestaan;

    • b. de politieke groepering een verzoek daartoe heeft gedaan;

    • c. de politieke groepering als vereniging bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

    • d. voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten geen geldige kandidatenlijst is ingeleverd.

  • 8 Op de veertiende dag voor de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van provinciale staten, alsmede op de veertigste dag vóór de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, brengt het centraal stembureau de door hem geregistreerde aanduidingen van politieke groeperingen, voor zover de registratie daarvan onherroepelijk is, alsmede de namen van de gemachtigden en hun plaatsvervangers ter openbare kennis in de Staatscourant.

Artikel G 3

  • 1 Een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid en waarvan de aanduiding niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, is geregistreerd, kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden. Verzoeken, ontvangen na de drieënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.

  • 2 Voor de in het eerste lid bedoelde registratie moet een waarborgsom van € 112,50 worden betaald aan de gemeente. Degene die de betaling heeft verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Na inlevering van een geldige kandidatenlijst voor de eerstkomende verkiezing na de beslissing op het verzoek wordt hem de waarborgsom teruggegeven.

  • 3 Bij het verzoek worden overgelegd:

    • a. een afschrift van de notariële akte waarin de statuten van de vereniging zijn opgenomen;

    • b. een bewijs van inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

    • c. het in het tweede lid bedoelde bewijs van betaling;

    • d. een verklaring van de politieke groepering, houdende aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde bij het centraal stembureau, welke geldt zolang zij niet door een andere is vervangen.

  • 4 Het centraal stembureau beschikt slechts afwijzend op het verzoek, indien:

    • a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;

    • b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van dit artikel of de artikelen G 1, onderscheidenlijk G 2, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is;

    • c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;

    • d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;

    • e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

    • f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde gronden moet worden afgewezen;

  • 5 De beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt aan de gemachtigde bekendgemaakt, alsmede ter openbare kennis gebracht op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

  • 6 Een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven in het register, kan schriftelijk een verzoek tot wijziging van deze aanduiding indienen bij het centraal stembureau. De laatste volzin van het eerste lid, alsmede het vierde en vijfde lid zijn op verzoeken tot wijziging van overeenkomstige toepassing.

  • 7 Het centraal stembureau schrapt de aanduiding in het register en brengt dit ter openbare kennis op de in de gemeente gebruikelijke wijze, wanneer:

    • a. de politieke groepering heeft opgehouden te bestaan;

    • b. de politieke groepering een verzoek daartoe heeft gedaan;

    • c. de politieke groepering als vereniging bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;

    • d. voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad geen geldige kandidatenlijst is ingeleverd.

Artikel G 4

  • 1 Onverminderd het bepaalde in het tweede lid geldt een geregistreerde aanduiding die overeenkomstig het bepaalde in het achtste lid van artikel G 1 of G 2 ter openbare kennis is gebracht, tevens voor de verkiezing van de leden van provinciale staten en van de gemeenteraad, onderscheidenlijk voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad.

  • 2 Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad, bepaalt, dat de in het eerste lid bedoelde doorwerking van de registratie voor die verkiezing niet plaatsvindt, indien de geregistreerde aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van artikel G 2, onderscheidenlijk artikel G 3, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, en daardoor verwarring te duchten is.

  • 3 Een beschikking als bedoeld in het tweede lid wordt genomen uiterlijk op de veertiende dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel G 1, achtste lid, onderscheidenlijk artikel G 2, achtste lid, is gedaan. De beschikking wordt terstond aan de gemachtigde van de desbetreffende groepering bekendgemaakt.

Artikel G 5

  • 1 Tegen een beschikking als bedoeld in de artikelen G 1, G 2, G 3, en G 4 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

  • 2 In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een beroepschrift ingevolge die wet tegen:

    • a. een beschikking als bedoeld in de artikelen G 1 en G 2 ingediend uiterlijk op de zesde dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin de beschikking is opgenomen, dan wel na de dag waarop de beschikking geacht wordt te zijn geweigerd,

    • b. een beschikking als bedoeld in artikel G 3 ingediend uiterlijk op de zesde dag na de dagtekening van de openbare kennisgeving, bedoeld in het vijfde lid van dat artikel, dan wel na de dag waarop de beschikking geacht wordt te zijn geweigerd, en

    • c. een beschikking als bedoeld in artikel G 4 ingediend uiterlijk op de zesde dag na de dag waarop de beschikking, als bedoeld in het tweede lid van dat artikel is bekendgemaakt, dan wel na de dag waarop de beschikking geacht wordt te zijn geweigerd.

Artikel G 6

  • 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende het betalen van waarborgsommen ten behoeve van de registratie.

  • 2 Bij ministeriële regeling worden modellen vastgesteld voor de registers waarin de aanduidingen voor politieke groeperingen worden vermeld, de openbare kennisgevingen inzake de geregistreerde aanduidingen en de namen van de gemachtigden en hun plaatsvervangers, alsmede voor de bewijzen van betaling van de waarborgsom.

Hoofdstuk H. De inlevering van de kandidatenlijsten

Artikel H 1

  • 1 Op de dag van de kandidaatstelling kunnen bij de voorzitter van het hoofdstembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat bureau, op de secretarie van de gemeente waar dit bureau is gevestigd, van negen tot vijftien uur, kandidatenlijsten worden ingeleverd. Ten minste drie weken voor de kandidaatstelling brengt de burgemeester van elke gemeente dit ter openbare kennis.

  • 2 Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de kandidatenlijsten, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

Artikel H 2

  • 1 Bij een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten van een provincie die uit meer dan één kieskring bestaat, kan, indien in alle kieskringen aan de verkiezing wordt deelgenomen met kandidatenlijsten waarop meer dan dertig namen van kandidaten zijn geplaatst en waarvan behoudens ten hoogste de laatste vijf, de namen dezelfden zijn en in dezelfde volgorde zijn geplaatst, worden volstaan met inlevering bij één hoofdstembureau. Voor zover het kandidatenlijsten betreft waarop alle kandidaten dezelfden zijn en in dezelfde volgorde zijn geplaatst, kan voor kandidatenlijsten van politieke groeperingen wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, een of meer zetels zijn toegekend, worden volstaan met inlevering van één lijst bij één hoofdstembureau. Het bepaalde in de vorige volzinnen is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigende orgaan, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde inlevering geschiedt bij het hoofdstembureau van kieskring 12 ('s-Gravenhage), indien het betreft een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, en bij het hoofdstembureau van de kieskring waarin de gemeente is gelegen waar de vergadering van de staten wordt gehouden, indien het betreft een verkiezing van de leden van provinciale staten. Voor de toepassing van de artikelen H 11 en I 10, derde lid, wordt deze inlevering geacht te hebben plaatsgevonden in alle kieskringen.

Artikel H 3

  • 1 De inlevering van de lijst geschiedt persoonlijk door een kiezer, bevoegd tot deelneming aan de verkiezing. Indien de inleveraar niet als kiezer is geregistreerd in de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, legt hij tevens over een verklaring van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd, dat hij bevoegd is tot deelneming aan de verkiezing. De voorzitter van het hoofdstembureau of het door deze aangewezen lid van dat bureau kan verlangen dat de inleveraar van zijn identiteit doet blijken. De kandidaten kunnen bij de inlevering aanwezig zijn.

  • 2 Aan degene die de lijst inlevert, kan door de gemachtigde, bedoeld in het derde lid van de artikelen G 1, G 2 of G 3, de bevoegdheid worden verleend boven de lijst de aanduiding van de desbetreffende groepering te plaatsen, zoals deze door het centraal stembureau is geregistreerd. Een verklaring van de gemachtigde waaruit deze bevoegdheid blijkt, wordt bij de lijst overgelegd.

  • 3 Degene die de lijst inlevert, is bevoegd daarboven een aanduiding te plaatsen, gevormd door samenvoeging van voor de desbetreffende verkiezing geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan, indien hem daartoe de bevoegdheid is verleend door de gemachtigden van de onderscheidene groeperingen. Verklaringen van de gemachtigden waaruit deze bevoegdheid blijkt, worden bij de lijst overgelegd. Een aldus gevormde aanduiding mag niet meer dan 35 letters of andere tekens bevatten.

  • 4 Degene die de lijst heeft ingeleverd, ontvangt van de voorzitter van het hoofdstembureau of van het door deze aangewezen lid van dat bureau een bewijs daarvan.

  • 5 Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de verklaringen met betrekking tot het plaatsen van aanduidingen van politieke groeperingen boven kandidatenlijsten, kosteloos, verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor de formulieren een model vastgesteld.

Artikel H 4

  • 1 Bij de lijst worden overgelegd schriftelijke verklaringen van kiezers dat zij de lijst ondersteunen. Op deze verklaringen worden de kandidaten op dezelfde wijze en in dezelfde volgorde vermeld als op de lijst. Bij een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, provinciale staten onderscheidenlijk een gemeenteraad waarin het aantal te verdelen zetels in de raad ten minste negenendertig is bedraagt het aantal over te leggen verklaringen ten minste dertig, bij een verkiezing van de leden van een gemeenteraad waarin het aantal te verdelen zetels minder dan negenendertig, doch minimaal negentien is, bedraagt het aantal over te leggen verklaringen ten minste twintig en bij een verkiezing van de leden van een gemeenteraad waarin het aantal te verdelen zetels minder dan negentien is, bedraagt het aantal over te leggen verklaringen ten minste tien.

  • 2 Verklaringen van ondersteuning kunnen slechts worden afgelegd door personen die binnen de kieskring waarvoor die lijst geldt, als kiezer zijn geregistreerd voor de desbetreffende verkiezing.

  • 3 De kiezer die een verklaring van ondersteuning wenst af te leggen, ondertekent binnen een termijn van zeven dagen voorafgaand aan of op de dag van de kandidaatstelling deze verklaring ter secretarie van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd, in aanwezigheid van de burgemeester of een door deze daartoe aangewezen ambtenaar. De kiezer geeft daarbij de burgemeester of de ambtenaar blijk van zijn identiteit.

  • 4 De burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar gaat onverwijld na of de ondertekenaar als kiezer in zijn gemeente is geregistreerd. Indien hem blijkt dat dit het geval is, tekent hij dit op de verklaring aan.

  • 5 Een kiezer mag niet meer dan één verklaring van ondersteuning ondertekenen.

  • 6 Een overgelegde verklaring van ondersteuning kan niet worden ingetrokken.

  • 7 Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de verklaringen van ondersteuning, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

  • 8 De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigende orgaan een of meer zetels zijn toegekend. De vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van:

    • a. samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende orgaan, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan tenminste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend;

    • b. een nieuwe aanduiding indien twee of meer groeperingen als één groepering onder een nieuwe naam samen aan de verkiezingen deelnemen en bij de laatstgehouden verkiezingen van de leden van het desbetreffende orgaan, aan ieder van de afzonderlijke groeperingen één of meer zetels zijn toegekend.

Artikel H 5

Op de lijst kunnen een gemachtigde en desgewenst diens plaatsvervangers worden aangewezen, bevoegd tot het verbinden van de lijst met andere lijsten tot een lijstencombinatie. Voorts worden op de lijst een of meer personen vermeld die bij verhindering van de inleveraar bevoegd zijn tot het herstel van verzuimen, bedoeld in artikel I 2.

Artikel H 6

  • 1 De namen van de kandidaten worden op de lijsten geplaatst in de volgorde waarin aan hen de voorkeur wordt gegeven.

  • 2 Op dezelfde lijst mogen de namen van ten hoogste vijftig kandidaten worden geplaatst. Op dezelfde lijst van een politieke groepering wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigend orgaan meer dan vijftien zetels zijn toegekend, mag een aantal namen worden geplaatst dat ten hoogste tachtig zetels bedraagt. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen.

Artikel H 7

  • 1 De naam van een kandidaat mag niet voorkomen op een lijst, indien de kandidaat tijdens de zittingsperiode van het orgaan waarvoor de verkiezing zal plaatshebben, niet de voor het zitting nemen in dat orgaan vereiste leeftijd zal bereiken.

  • 2 De naam van eenzelfde kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één van de lijsten welke bij eenzelfde hoofdstembureau zijn ingeleverd.

  • 3 Indien voor de verkiezing van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad op een lijst de naam voorkomt van een kandidaat die geen ingezetene is van de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, dient bij de lijst te worden overgelegd een door die kandidaat ondertekende verklaring, waaruit blijkt, dat hij voornemens is zich bij benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente.

Artikel H 8

De wijze waarop kandidaten op de lijst worden vermeld, wordt geregeld bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel H 9

  • 1 Bij de lijst wordt overgelegd een schriftelijke verklaring van iedere daarop voorkomende kandidaat dat hij instemt met zijn kandidaatstelling op deze lijst.

  • 2 Een overgelegde verklaring van instemming kan niet worden ingetrokken.

  • 3 Bij de lijst wordt van iedere kandidaat die geen zitting heeft in het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden, tevens een kopie van een geldig legitimatiebewijs overgelegd. Indien van een dergelijke kandidaat een kopie van een geldig legitimatiebewijs ontbreekt, wordt de verklaring van instemming van de betreffende kandidaat geacht te ontbreken.

  • 4 Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de verklaringen van instemming, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

  • 5 Indien de kandidaat zich buiten Nederland bevindt, is de verklaring niet aan enig formulier gebonden.

Artikel H 10

  • 1 De kandidaat wiens woonplaats buiten Nederland is gelegen, wijst in de verklaring van instemming tevens een in Nederland wonende gemachtigde aan met vermelding van diens naam, voorletters, woonplaats en adres. Indien de kandidaat voorkomt op meer dan één lijst, moet in iedere verklaring dezelfde gemachtigde worden aangewezen. Deze gemachtigde is met uitsluiting van de kandidaat bevoegd tot de handelingen, bedoeld in de artikelen V 2, eerste, vierde en vijfde lid, V 3, eerste en derde lid, en W 2, eerste lid, onder f.

  • 2 De kandidaat is bevoegd de overeenkomstig het eerste lid gegeven volmacht in te trekken. Hij geeft hiervan schriftelijk kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau, zo nodig met aanwijzing van een nieuwe gemachtigde.

Artikel H 10a

  • 1 De in Nederland wonende kandidaat kan in geval van een verkiezing voor de leden van de Tweede Kamer en van provinciale staten van een provincie die uit meer dan één kieskring bestaat, bij de verklaring van instemming tevens een in Nederland wonende gemachtigde aanwijzen met vermelding van diens naam, voorletters, woonplaats en adres. Indien de kandidaat voorkomt op meer dan één lijst, wordt in iedere verklaring dezelfde gemachtigde aangewezen. Deze gemachtigde is met uitsluiting van de kandidaat bevoegd tot de handelingen, bedoeld in de artikelen V 2, eerste, vierde en vijfde lid, V 3, eerste en tweede lid, en W 2, eerste lid, onder f.

  • 2 Van de machtiging kan alleen gebruik worden gemaakt, indien dit gebruik ertoe strekt dat kandidaten van de gezamenlijke lijsten van de politieke groepering benoemd worden verklaard in de volgorde die voor de dag van de stemming door de politieke groepering is vastgesteld.

  • 3 In geval van een benoeming voorafgaande aan de eerste samenkomst van het nieuw gekozen orgaan, kan van de machtiging geen gebruik worden gemaakt ten aanzien van kandidaten die op de gezamenlijke lijsten waarop zij voorkomen een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan 25% van de kiesdeler.

  • 4 De politieke groepering deelt de in het tweede lid bedoelde volgorde uiterlijk twee weken na de kandidaatstelling mee aan het centraal stembureau. De voorzitter van het centraal stembureau draagt er zorg voor dat de volgorde zo spoedig mogelijk in de Staatscourant wordt bekendgemaakt.

Artikel H 11

  • 1 Kandidatenlijsten, ingeleverd in verschillende kieskringen, waarop dezelfde kandidaten in gelijk aantal en in dezelfde volgorde zijn geplaatst, vormen te zamen een stel gelijkluidende lijsten.

  • 2 Kandidatenlijsten, ingeleverd in verschillende kieskringen, waarboven dezelfde aanduiding van een politieke groepering is geplaatst of waarvan de eerste kandidaat dezelfde is, vormen te zamen een lijstengroep. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen.

Artikel H 12

  • 1 Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, moet voor elke lijstengroep, elk niet van een groep deel uitmakend stel gelijkluidende lijsten en elke op zichzelf staande lijst een waarborgsom van € 11. 250 worden betaald aan de Staat.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde verplichting tot betaling geldt niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer een of meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend.

  • 3 Degene die de in het eerste lid bedoelde betaling heeft verricht, ontvangt voor elke kieskring een bewijs daarvan. Dit bewijs moet bij de indiening van de lijst worden ingeleverd.

  • 4 Indien geen geldige lijst wordt ingeleverd, wordt na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door de Staat de waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht.

  • 5 Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door het centraal stembureau wordt de waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht, tenzij het stemcijfer van de lijstengroep, het niet van een groep deel uitmakende stel gelijkluidende lijsten of de op zichzelf staande lijst lager is dan 75 procent van de kiesdeler, bedoeld in artikel P 5. In dat geval vervalt de waarborgsom aan de Staat.

Artikel H 13

  • 1 Indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten, moet voor elke lijstengroep, elk niet van een groep deel uitmakend stel gelijkluidende lijsten en elke op zichzelf staande lijst een waarborgsom van € 1 125 worden betaald aan de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde verplichting tot betaling geldt niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten een of meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend.

  • 3 Degene die de in het eerste lid bedoelde betaling heeft verricht, ontvangt voor elke kieskring een bewijs daarvan. Dit bewijs moet bij de indiening van de lijst worden ingeleverd.

  • 4 Indien geen geldige lijst wordt ingeleverd, wordt na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd de waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht.

  • 5 Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door het centraal stembureau wordt de waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht, tenzij het stemcijfer van de lijstengroep, het niet van een groep deel uitmakende stel gelijkluidende lijsten of de op zichzelf staande lijst lager is dan 75 procent van de kiesdeler, bedoeld in artikel P 5, en aan de lijst geen zetel is toegewezen. In dat geval vervalt de waarborgsom aan de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd.

Artikel H 14

  • 1 Indien het betreft de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, moet voor elke lijst een waarborgsom van € 225 worden betaald aan de gemeente.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde verplichting tot betaling geldt niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad een of meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend.

  • 3 Degene die de in het eerste lid bedoelde betaling heeft verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Dit bewijs moet bij de indiening van de lijst worden overgelegd.

  • 4 Indien geen geldige lijst wordt ingeleverd, wordt na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door de gemeente de waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht.

  • 5 Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door het centraal stembureau wordt de waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht, tenzij het stemcijfer van de lijst lager is dan 75 procent van de kiesdeler, bedoeld in artikel P 5, en aan de lijst geen zetel is toegewezen. In dat geval vervalt de waarborgsom aan de gemeente.

Artikel H 15

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende het betalen van waarborgsommen ten behoeve van de kandidatenlijsten. Bij ministeriële regeling worden voor de bewijzen van betaling van de waarborgsom modellen vastgesteld.

Hoofdstuk I. Het onderzoek, de verbinding, de nummering en de openbaarmaking van de kandidatenlijsten

§ 1. Het onderzoek van de kandidatenlijsten

Artikel I 1

  • 1 Op de dag van de kandidaatstelling, om zestien uur, houdt het hoofdstembureau een zitting tot het onderzoeken van de kandidatenlijsten.

  • 2 Het hoofdstembureau draagt er zorg voor dat het centraal stembureau op de dag na de kandidaatstelling afschriften van de ingeleverde kandidatenlijsten ontvangt.

  • 3 Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel H 2, draagt het hoofdstembureau er zorg voor dat de overige hoofdstembureaus op de dag na de kandidaatstelling een afschrift van de kandidatenlijst ontvangen die voor de desbetreffende kieskring is ingeleverd.

Artikel I 2

  • 1 Indien bij het onderzoek blijkt van een of meer van de volgende verzuimen, geeft het hoofdstembureau onverwijld bij aangetekende brief of tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan degene die de lijst heeft ingeleverd:

    • a. dat, indien bij de lijst verklaringen van ondersteuning moeten worden overgelegd, niet ten minste het aantal verklaringen, genoemd in artikel H 4, eerste lid, is overgelegd, waarbij niet meetellen de verklaringen die niet aan het bepaalde in artikel H 4, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, voldoen, de verklaringen waarop niet een aantekening als bedoeld in artikel H 4, vierde lid, voorkomt en de verklaringen van een kiezer die meer dan één verklaring heeft ondertekend;

    • b. dat, indien zich het geval voordoet, bedoeld in artikel H 7, derde lid, de verklaring dat de kandidaat voornemens is zich bij benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente, ontbreekt;

    • c. dat een kandidaat niet is vermeld overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel H 8;

    • d. dat ten aanzien van een kandidaat ontbreekt de verklaring dat hij instemt met zijn kandidaatstelling op de lijst;

    • e. dat, indien het een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer betreft, ten aanzien van een kandidaat die buiten Nederland woonplaats heeft in zijn verklaring van instemming de aanwijzing van een gemachtigde ontbreekt;

    • f. dat, indien ten behoeve van de lijst een waarborgsom moet worden betaald, het bewijs dat deze betaling is verricht, ontbreekt;

    • g. dat de lijst niet persoonlijk is ingeleverd door een kiezer, bevoegd tot deelneming aan de verkiezing;

    • h. dat, indien de lijst is ingeleverd door een kiezer die niet als zodanig is geregistreerd in de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, deze kiezer niet heeft overgelegd een verklaring van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij is geregistreerd, dat hij bevoegd is tot deelneming aan de verkiezing;

    • i. dat een verklaring, bedoeld in het tweede of derde lid van artikel H 3, ontbreekt.

  • 2 Uiterlijk op de derde dag na de kandidaatstelling kan degene die de lijst heeft ingeleverd, het verzuim of de verzuimen, in de kennisgeving aangeduid, herstellen ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, op de eerste en tweede dag van negen tot zeventien uur en op de derde dag van negen tot vijftien uur.

  • 3 In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a, kunnen kiezers gedurende de verzuimperiode alsnog ondersteuningsverklaringen afleggen.

  • 4 In het geval, bedoeld in het eerste lid onder f, kan gedurende de verzuimperiode de waarborgsom alsnog worden betaald.

  • 5 In het geval, bedoeld in het eerste lid onder g, kan een kiezer die tot het inleveren van de lijst bevoegd zou zijn geweest, door persoonlijke verschijning ter secretarie zich alsnog in de plaats van de onbevoegde inleveraar stellen; hij wordt dan geacht de lijst persoonlijk te hebben ingeleverd. Het in de vorige volzin bepaalde vindt overeenkomstige toepassing, indien de verklaring, in het eerste lid onder h bedoeld, niet alsnog wordt overgelegd.

  • 6 Bij verhindering of ontstentenis van degene die de lijst heeft ingeleverd, treedt in diens plaats een ingevolge artikel H 5, tweede volzin, op de lijst vermelde vervanger.

Artikel I 3

  • 1 Onmiddellijk nadat de lijsten door het hoofdstembureau zijn onderzocht, worden deze en, indien vereist, de verklaringen van ondersteuning, door de voorzitter ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, voor een ieder ter inzage gelegd.

  • 2 Op de voet van artikel I 1, derde lid, toegezonden afschriften van ingeleverde kandidatenlijsten worden ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd ter inzage gelegd, zodra deze zijn ontvangen.

Artikel I 4

Op de derde dag na de kandidaatstelling beslist het hoofdstembureau in een openbare zitting die om zestien uur aanvangt, over de geldigheid van de lijsten en over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten, alsmede over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding van een politieke groepering, en maakt deze beslissingen op de zitting bekend.

Artikel I 5

Ongeldig is de lijst:

  • a. die niet op de dag van de kandidaatstelling tussen negen en vijftien uur bij de voorzitter van het hoofdstembureau of het door deze aangewezen lid is ingeleverd;

  • b. waarbij, indien ten behoeve van de lijst een waarborgsom moet worden betaald, niet gevoegd is het bewijs dat deze betaling is verricht;

  • c. waarbij, indien bij de lijst verklaringen van ondersteuning moeten worden overgelegd, niet ten minste het aantal geldige verklaringen, genoemd in artikel H 4, eerste lid, is overgelegd;

  • d. die niet voldoet aan het bij ministeriële regeling vastgestelde model;

  • e. die niet persoonlijk is ingeleverd door een kiezer, bevoegd tot deelneming aan de verkiezing;

  • f. waarbij, voor zover vereist, niet is overgelegd de verklaring van burgemeester en wethouders dat de inleveraar als kiezer is geregistreerd in hun gemeente en bevoegd is aan de verkiezing deel te nemen;

  • g. waarop door toepassing van artikel I 6 alle kandidaten zijn geschrapt.

Artikel I 6

  • 1 Het hoofdstembureau schrapt, in de volgorde in dit lid aangewezen, van de lijst de naam van de kandidaat:

    • a. die niet is vermeld overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel H 8;

    • b. van wie niet is overgelegd de verklaring dat hij instemt met zijn kandidaatstelling op de lijst;

    • c. wiens woonplaats buiten Nederland is gelegen, indien de aanwijzing van een gemachtigde ontbreekt;

    • d. die tijdens de zittingsperiode van het orgaan waarvoor de verkiezing zal plaatshebben, niet de voor het zitting nemen in dat orgaan vereiste leeftijd bereikt;

    • e. die bij een verkiezing van de leden van provinciale staten of van de gemeenteraad geen ingezetene is van de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, en ten aanzien van wie de verklaring dat hij voornemens is zich bij benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente, ontbreekt;

    • f. die heeft verklaard dat hij voornemens is zich bij benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente, en ten aanzien van wie blijkt dat hij tevens een zodanige verklaring heeft afgelegd voor de verkiezing van de leden van de staten van een andere provincie, onderscheidenlijk van de raad van een andere gemeente;

    • g. die tenzij het kandidatenlijsten betreft als bedoeld in artikel H 2, eerste lid, eerste volzin, voorkomt op meer dan één van de bij het hoofdstembureau ingeleverde lijsten;

    • h. van wie een uittreksel uit het register van overlijden dan wel een afschrift van de akte van overlijden is overgelegd;

    • i. die op de lijst voorkomt na het ten hoogste toegelaten aantal.

  • 2 Het hoofdstembureau schrapt, in de volgorde in dit lid aangewezen, de aanduiding van een politieke groepering, indien:

    • a. een daarop betrekking hebbende verklaring als bedoeld in het tweede of derde lid van artikel H 3 ontbreekt;

    • b. de aanduiding geplaatst is boven meer dan één van de bij het hoofdstembureau ingeleverde lijsten.

  • 3 Indien de aanduiding van een politieke groepering niet in overeenstemming is met die waaronder zij is geregistreerd, brengt het hoofdstembureau deze ambtshalve daarmee in overeenstemming.

Artikel I 7

  • 1 Tegen een beschikking als bedoeld in artikel I 4 kan een belanghebbende en iedere kiezer beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift vier dagen.

  • 3 De Afdeling doet uitspraak uiterlijk op de zesde dag nadat het beroepschrift is ontvangen.

  • 4 Indien de uitspraak van de Afdeling strekt tot gegrondverklaring van het beroep, bepaalt zij dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beschikking.

  • 5 De voorzitter van de Afdeling stelt partijen en de voorzitter van het hoofdstembureau onverwijld in kennis van de uitspraak.

Artikel I 8

  • 1 Indien beroep is ingesteld tegen een beschikking waarbij het hoofdstembureau een lijst ongeldig heeft verklaard of de naam van een kandidaat dan wel de aanduiding van een politieke groepering heeft geschrapt op grond van een of meer van de verzuimen, vermeld in artikel I 2, eerste lid, zonder dat het hoofdstembureau tevoren overeenkomstig het in dat artikel bepaalde kennis heeft gegeven van het bestaan daarvan aan degene die de lijst heeft ingeleverd, kan deze het verzuim of de verzuimen alsnog herstellen ter secretarie van de Raad van State. Artikel I 2, derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 2 Indien een verzuim overeenkomstig het eerste lid is hersteld, houdt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij haar uitspraak daarmee rekening.

Artikel I 9

  • 1 Zodra de termijn, bedoeld in artikel I 7, eerste lid, is verstreken zonder dat beroep is ingesteld, of in geval van beroep, zodra aan het vijfde lid van artikel I 7 toepassing is gegeven, deelt de voorzitter van het hoofdstembureau onverwijld aan het centraal stembureau mede, welke geldige lijsten zijn ingeleverd. Hij geeft daarbij aan welke wijzigingen daarin zijn aangebracht na de dag van de kandidaatstelling. Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel H 2, eerste lid, vindt eenzelfde mededeling plaats aan de overige hoofdstembureaus.

  • 2 Indien het betreft de verkiezing van de leden van de gemeenteraad of van provinciale staten van een provincie die één kieskring vormt, kan de mededeling aan het centraal stembureau achterwege blijven. Voor de toepassing van artikel I 17, eerste lid, wordt zij geacht onverwijld te zijn gedaan.

  • 3 Bij ministeriële regeling wordt voor deze mededeling een model vastgesteld.

§ 2. De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie

Artikel I 10

  • 1 Op de dag van de kandidaatstelling, tussen negen en zeventien uur, kunnen kandidatenlijsten van verschillende politieke groeperingen tot een lijstencombinatie worden verbonden door inlevering bij het centraal stembureau van een daartoe strekkende schriftelijke gemeenschappelijke verklaring van de op de lijsten vermelde gemachtigden.

  • 2 Zodanige verbinding kan slechts worden aangebracht tussen politieke groeperingen waarvan de aanduiding ten behoeve van de desbetreffende verkiezing is geregistreerd.

  • 3 Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer of van provinciale staten van een provincie die uit meer dan één kieskring bestaat, kan een verbinding voorts slechts worden aangebracht indien

    • a. de onderscheidene groeperingen in alle kieskringen een lijst hebben ingediend en

    • b. de combinatie betrekking heeft op alle in de onderscheidene kieskringen vanwege een groepering ingediende lijsten.

  • 4 Het bepaalde in het tweede lid is mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien de aldus gevormde aanduiding voorkomt op alle vanwege die groeperingen ingediende lijsten.

  • 5 Bij ministeriële regeling wordt voor de in het eerste lid bedoelde verklaring een model vastgesteld.

Artikel I 11

Het centraal stembureau beslist over de geldigheid van de lijstencombinaties in de zitting, bedoeld in artikel I 12, en maakt deze beslissing op de zitting bekend.

§ 3. De nummering van de kandidatenlijsten

Artikel I 12

Op de tweede dag na de kandidaatstelling nummert het centraal stembureau in een openbare zitting de kandidatenlijsten, en maakt deze beslissing op de zitting bekend.

Artikel I 13

Bij de nummering gelden de lijstengroepen alsmede de niet van een groep deel uitmakende stellen gelijkluidende lijsten als één lijst.

Artikel I 14

  • 1 Eerst worden genummerd de lijsten van politieke groeperingen wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigend orgaan een of meer zetels zijn toegekend. Aan deze lijsten worden de nummers 1 en volgende toegekend in de volgorde van de bij die verkiezing op de desbetreffende lijsten uitgebrachte aantallen stemmen, met dien verstande dat aan de lijst van de groepering met het hoogste aantal stemmen het nummer 1 wordt toegekend. Bij gelijkheid van het aantal beslist het lot.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigende orgaan, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend. In het geval waarbij aan ten minste één van de betrokken groeperingen één of meer zetels zijn toegekend worden voor de toepassing van het bepaalde in de tweede volzin van het eerste lid, de op de lijsten uitgebrachte aantallen stemmen van de groeperingen waaraan die zetels zijn toegekend, bij elkaar opgeteld.

  • 3 Vervolgens worden, met de nummers volgende op het laatste krachtens het eerste lid toegekende nummer, genummerd de overige lijstengroepen en stellen gelijkluidende lijsten waarvan in alle kieskringen een lijst is ingeleverd, in de volgorde door het lot aangewezen.

  • 4 Daarna worden, met de nummers volgende op het laatste krachtens het derde lid toegekende nummer, genummerd de overige lijstengroepen en stellen gelijkluidende lijsten in de volgorde van het aantal kieskringen waar een daartoe behorende lijst is ingeleverd, met dien verstande, dat het eerstvolgende nummer wordt toegekend aan de lijstengroep of het stel gelijkluidende lijsten waarvan een lijst is ingeleverd in de meeste kieskringen. Bij een gelijk aantal kieskringen beslist het lot.

  • 5 Ten slotte worden ten aanzien van iedere kieskring aan de op zichzelf staande lijsten bij loting toegekend de nummers die nog niet in enige kieskring aan een andere lijst zijn toegekend.

Artikel I 15

  • 1 Onmiddellijk nadat de nummering heeft plaatsgevonden maakt de voorzitter openbaar welk nummer aan de onderscheidene lijsten is toegekend.

  • 2 Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, geschiedt de openbaarmaking in de Staatscourant.

  • 3 Indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad, geschiedt de openbaarmaking op de in de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, gebruikelijke wijze.

Artikel I 16

Een beslissing tot ongeldigverklaring van een kandidatenlijst heeft geen gevolg ten aanzien van de nummers, toegekend aan de overige kandidatenlijsten.

§ 4. De openbaarmaking van de kandidatenlijsten

Artikel I 17

  • 1 Nadat van alle hoofdstembureaus de in artikel I 9, eerste lid, eerste volzin, bedoelde mededeling is ontvangen, maakt de voorzitter van het centraal stembureau de lijsten zo spoedig mogelijk openbaar. Daarbij vermeldt hij tevens welke lijsten tot een lijstencombinatie zijn verbonden.

  • 2 De openbaarmaking geschiedt:

    indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, door plaatsing van de lijsten naar de kieskringen gerangschikt en met vermelding van hun nummers en, in voorkomend geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen in de Staatscourant;

    indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten of de gemeenteraad, door de van de nummers en, in voorkomend geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen voorziene lijsten ter secretarie van de gemeente waar het centraal stembureau is gevestigd, onderscheidenlijk ter secretarie van de gemeente, voor een ieder ter inzage te leggen. Van de terinzagelegging geschiedt tegelijk openbare kennisgeving door de voorzitter van het centraal stembureau.

§ 5. Slotbepaling

Artikel I 18

  • 1 Van de in de artikelen I 1, I 4 en I 12 bedoelde zittingen wordt proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal wordt voor een ieder ter inzage gelegd.

  • 2 De bij de in de artikelen I 4 en I 12 bedoelde zittingen aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren inbrengen. Van deze bezwaren wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.

  • 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld:

    • a. de plaats waar de processen-verbaal ter inzage worden gelegd;

    • b. de bekendmaking van het tijdstip en de plaats van de zitting, bedoeld in artikel I 4 onderscheidenlijk I 12.

  • 4 Bij ministeriële regeling worden voor de processen-verbaal modellen vastgesteld.

  • 5 Terstond na de zitting doet de voorzitter van het hoofdstembureau een afschrift van het proces-verbaal aan het centraal stembureau toekomen.

Hoofdstuk J. De stemming

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel J 1

  • 1 De stemming vindt plaats op de drieënveertigste dag na de kandidaatstelling.

  • 2 De stemming vangt aan om zeven uur dertig en duurt tot eenentwintig uur.

  • 3 Burgemeester en wethouders kunnen voor stembureaus waar dat wenselijk is met het oog op de plaats waar de bureaus zitting houden bepalen dat de stemming in deze stembureaus aanvangt op een eerder of een later tijdstip dan zeven uur dertig en eindigt op een eerder tijdstip dan eenentwintig uur. De burgemeester brengt deze tijdstippen ten minste veertien dagen voor de stemming ter openbare kennis.

  • 4 De stemopneming van stembureaus, bedoeld in het derde lid, vindt plaats om eenentwintig uur op een door burgemeester en wethouders vast te stellen en bekend te maken plaats. De plaats van stemopneming wordt bekend gemaakt in de openbare kennisgeving, bedoeld in het derde lid.

  • 5 Een stemlokaal als bedoeld in het derde lid is, met uitzondering van een stemlokaal van een stembureau als bedoeld in artikel J 4a, op de dag van de stemming tenminste acht uur aaneengesloten geopend.

Artikel J 2

De stemming geschiedt in elke kieskring over de kandidaten wier namen voorkomen op de voor die kieskring geldig verklaarde kandidatenlijsten.

Artikel J 4

  • 1 Burgemeester en wethouders wijzen voor elk stembureau een geschikt stemlokaal aan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld. De burgemeester brengt de adressen van de stemlokalen ter kennis van de kiezer op bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen wijze.

  • 2 Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat tenminste 25% van de in de gemeente aangewezen stemlokalen zodanig zijn gelegen en zo zijn ingericht dat kiezers met lichamelijke beperkingen zoveel mogelijk hun stem zelfstandig kunnen uitbrengen.

  • 3 Op verzoek van burgemeester en wethouders stellen de besturen van bijzondere scholen de daarvoor in aanmerking komende lokalen en het zich daarin bevindende materiaal voor de inrichting en het gebruik als stemlokaal beschikbaar, desgewenst tegen vergoeding van de daaruit voortvloeiende onkosten.

  • 4 De burgemeester draagt zorg voor de inrichting van het stemlokaal en wijst zo nodig personen aan die het stembureau ten dienste worden gesteld.

Artikel J 4a

  • 1 Burgemeester en wethouders kunnen in hun gemeente mobiele stembureaus aanwijzen. De burgemeester brengt een dergelijke aanwijzing ten minste veertien dagen voor de stemming ter openbare kennis.

  • 2 Burgemeester en wethouders stellen de zittingstijden vast en onderscheiden plaatsen waar de mobiele stembureaus gedurende de dag der stemming worden gestationeerd. De tijdstippen en plaatsen worden bekend gemaakt in de openbare kennisgeving, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 Alvorens een stembureau als bedoeld in het eerste lid naar een andere standplaats vertrekt, wordt de sleuf van de stembus door de voorzitter van het stembureau in tegenwoordigheid van de aanwezige kiezers afgesloten en verzegeld. De voorzitter bewaart de sleutel waarmee de stembus is afgesloten, tijdens het verplaatsen naar de volgende standplaats. De voorzitter opent na de aankomst van het mobiele stembureau op de nieuwe standplaats de stembus in tegenwoordigheid van de aanwezige kiezers.

Artikel J 5

Behoudens in de gevallen, genoemd in de hoofdstukken K, L en M, neemt de kiezer aan de stemming deel in een stemlokaal van zijn keuze in de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd.

Artikel J 6

De gemeenteraad kan bepalen dat tegelijk met de stemming in het stemlokaal een andere, door de gemeenteraad uitgeschreven, stemming plaatsvindt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met het oog op de combinatie van de stemmingen.

§ 2. De oproeping voor de stemming

Artikel J 7

Ten minste veertien dagen voor de stemming ontvangt elke kiezer die bevoegd is aan de stemming deel te nemen, van de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd, een stempas. Op de stempas wordt een volgnummer vermeld. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling een model vast voor de stempas. Onze Minister verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de gemeente de informatie nodig voor het produceren van de stempas.

Artikel J 7a

  • 1 Er is een register van ongeldige stempassen. De burgemeester stelt de dag voor de stemming in zijn gemeente uit het register een uittreksel van ongeldige stempassen vast.

  • 2 Ongeldig is de stempas:

    • a. waarvoor in plaats daarvan door de burgemeester een kiezerspas of een volmachtbewijs is afgegeven;

    • b. waarvoor krachtens artikel J 8 een vervangende stempas is verstrekt;

    • c. van de kiezer aan wie overeenkomstig hoofdstuk M een briefstembewijs is verstrekt;

    • d. van iemand die niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd, dan wel voor het uitbrengen van zijn stem is overleden;

    • e. waarvan is vastgesteld dat deze stempas is ontvreemd of anderszins onrechtmatig in omloop is.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens het register, alsmede het uittreksel, bedoeld in het eerste lid, bevat.

Artikel J 8

  • 1 Aan de tot deelneming aan de stemming bevoegde kiezer wiens stempas in het ongerede is geraakt of die geen stempas heeft ontvangen, wordt op zijn verzoek door de burgemeester een nieuwe stempas uitgereikt.

  • 2 De kiezer doet hiervoor een schriftelijk of mondeling verzoek aan de burgemeester.

  • 3 Een verzoek aan de burgemeester als bedoeld in het eerste lid, kan worden gedaan uiterlijk op de tweede werkdag voor de stemming. De burgemeester kan in afwijking van de vorige volzin besluiten dat het verzoek uiterlijk de eerste dag voor de stemming dient te zijn ontvangen. De burgemeester brengt de verlenging van de termijn ten minste 14 dagen voor de stemming ter openbare kennis. De termijn voor het verzoek wordt vermeld op de stempas.

  • 5 Aan de kiezer wiens stempas op grond van artikel J 7a ongeldig is, wordt geen nieuwe stempas uitgereikt.

Artikel J 9

De burgemeester brengt de kandidatenlijsten ter kennis van de kiezers op bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen wijze.

Artikel J 10

Iedere werkgever is verplicht te zorgen dat iedere kiezer die bij hem in dienstbetrekking is, de gelegenheid krijgt zijn stem uit te brengen voor zover dit niet kan geschieden buiten de vastgestelde arbeidstijd en mits de kiezer daardoor niet meer dan twee uur verhinderd is zijn arbeid te verrichten.

§ 3. Het stembureau

Artikel J 11

  • 1 De voorzitter en de leden van het stembureau, alsmede de personen die het stembureau ten dienste staan, die in een andere gemeente dan waar zij als kiesgerechtigde zijn geregistreerd aan de stemming deelnemen, kunnen, indien zij kiesgerechtigd zijn voor het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden, naar keuze bij dit stembureau of bij een stembureau binnen de gemeente waar zij als kiesgerechtigde geregistreerd zijn, aan de stemming deelnemen.

  • 2 Van het uitbrengen van hun stem wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.

  • 3 Dit artikel is niet van toepassing bij een verkiezing van de leden van de gemeenteraad.

Artikel J 12

  • 1 Gedurende de zitting zijn steeds de voorzitter en twee leden van het stembureau aanwezig.

  • 2 Het stembureau bepaalt wie als tweede en derde lid van het stembureau optreden.

  • 3 Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het tweede lid en bij diens ontstentenis het derde lid als voorzitter op.

  • 4 Bij ontstentenis van een lid treedt een door of vanwege burgemeester en wethouders aan te wijzen plaatsvervangend lid op.

  • 5 Indien geen plaatsvervangend lid beschikbaar is, verzoekt de voorzitter een van de in het stemlokaal aanwezige kiezers die hij daartoe geschikt acht, als zodanig op te treden totdat dit wel het het geval is.

  • 6 Van de wisselingen in de samenstelling van het stembureau wordt in het proces-verbaal aantekening gehouden met opgave van de tijd van de vervanging.

Artikel J 13

Indien bij het nemen van een beslissing door het stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

Artikel J 14

De leden van het stembureau geven tijdens de uitoefening van hun functie geen blijk van hun politieke gezindheid.

§ 4. De inrichting van het stemlokaal

Artikel J 16

  • 1 In het stemlokaal zijn geplaatst een tafel voor het stembureau, een stembus en een of meer stemhokjes.

  • 2 De toegang tot de stemhokjes moet zichtbaar zijn voor het publiek.

  • 3 In ieder stemhokje bevindt zich een handleiding voor de kiezer. Bij ministeriële regeling wordt voor de handleiding een model vastgesteld.

  • 4 De tafel voor het stembureau is zo geplaatst dat de kiezers de verrichtingen van het stembureau kunnen gadeslaan.

Artikel J 17

  • 1 Op de tafel voor het stembureau ligt het uittreksel van ongeldige stempassen. De burgemeester draagt er zorg voor dat elk stembureau over dit uittreksel beschikt.

  • 2 Ieder stembureau beschikt over de wettelijke voorschriften die op de stemming betrekking hebben.

Artikel J 18

  • 1 De stembus, vervaardigd volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften, staat bij de tafel, binnen het bereik van het lid van het stembureau dat belast is met de in artikel J 26, derde lid, bedoelde taak.

  • 2 Tijdig voor de aanvang van de stemming sluit het stembureau de stembus, na zich ervan overtuigd te hebben dat zij leeg is.

Artikel J 19

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de inrichting van het stemlokaal.

§ 5. De stembiljetten

Artikel J 20

  • 1 Op bij de verkiezingen te bezigen stembiljetten kunnen kiezers een keuze maken uit de kandidaten over wie de stemming moet geschieden. De lijsten van kandidaten worden op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze ter kennis aan de kiezers gebracht. De stembiljetten zijn voorzien van de handtekening van de voorzitter van het hoofdstembureau alsmede van de naam van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing geldt en een aanduiding van de kieskring.

  • 2 Bij ministeriële regeling wordt voor de stembiljetten een model vastgesteld.

Artikel J 21

  • 1 De burgemeester van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, draagt zorg dat de stembiljetten alsmede de formulieren voor de processen-verbaal voor alle tot de kieskring behorende gemeenten tijdig in gereedheid worden gebracht.

  • 2 Hij zendt in één of meer verzegelde pakken aan de burgemeester van elke tot de kieskring behorende gemeente tijdig de benodigde stembiljetten en formulieren voor de procesen-verbaal. Op elk pak wordt het aantal zich daarin bevindende stembiljetten of formulieren vermeld.

  • 3 De kosten van het vervaardigen en toezenden van de stembiljetten en de formulieren worden naar evenredigheid over de gemeenten verdeeld.

Artikel J 22

  • 1 De burgemeester draagt zorg dat voor de aanvang van de stemming bij elk stembureau in zijn gemeente de benodigde stembiljetten en formulieren voor de processen-verbaal aanwezig zijn.

  • 2 De stembiljetten worden aan het stembureau ter beschikking gesteld in één of meer verzegelde pakken, op elk waarvan het aantal zich daarin bevindende stembiljetten is vermeld.

Artikel J 23

Het stembureau opent tijdig voor de aanvang van de stemming de pakken met stembiljetten en stelt het aantal biljetten vast.

§ 6. Het uitbrengen van de stem

Artikel J 24

  • 1 Tot de stemming wordt slechts toegelaten de kiezer die bevoegd is aan de verkiezing deel te nemen, voor zover:

    • a. de voorzitter van het stembureau de identiteit van de kiezer heeft vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht;

    • b. de kiezer in het bezit is van de hem toegezonden of ingevolge artikel J 8 uitgereikte stempas, dan wel een kiezerspas of een volmachtbewijs.

  • 2 De in het eerste lid, onder a, bedoelde vaststelling van de identiteit kan ook geschieden aan de hand van een kopie van het proces-verbaal dat van een vermissing van het document op ambtseed is opgemaakt door een opsporingsambtenaar van de Nederlandse, onderscheidenlijk de Nederlands-Antilliaanse of de Arubaanse politie, in combinatie met een document van de kiesgerechtigde op diens naam en voorzien van zijn foto.

Artikel J 25

  • 2 Indien de voorzitter constateert dat de kiezer niet beschikt over een geldig identiteitsdocument, wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming.

  • 3 Indien de kiezer naar het oordeel van de voorzitter over een geldig identiteitsdocument beschikt, controleert de voorzitter de echtheid van de stempas.

  • 4 Indien het stembureau constateert dat de stempas niet echt is neemt de voorzitter de stempas in en wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming.

  • 5 Indien de stempas echt is, noemt de voorzitter vervolgens duidelijk verstaanbaar het volgnummer dat vermeld is op de stempas.

  • 6 Het tweede lid van het stembureau gaat na of het volgnummer van de stempas voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen, bedoeld in artikel J 7a, tweede volzin. Indien dat het geval is, neemt het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming.

  • 7 Indien het volgnummer van de stempas niet voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen, controleert de voorzitter vervolgens of de gegevens op het identiteitsdocument overeenkomen met de gegevens op de stempas. Indien de voorzitter constateert dat de gegevens niet overeenkomen, neemt het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming.

  • 8 Indien de kiezer beschikt over een geldig identiteitdocument en een geldige stempas en de identiteit op beide documenten overeenkomt, neemt het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer toegelaten tot de stemming.

  • 9 Vervolgens overhandigt de voorzitter aan de kiezer een stembiljet.

  • 10 De voorzitter houdt aantekening van het aantal kiezers dat niet tot de stemming is toegelaten, het aantal ingenomen stempassen en het aantal uitgereikte stembiljetten.

  • 11 De ingevolge dit artikel ingenomen stempassen die niet echt zijn, worden door het stembureau onbruikbaar gemaakt.

Artikel J 26

  • 1 De kiezer gaat na ontvangst van het stembiljet naar een stemhokje en stemt aldaar door een wit stipje, geplaatst vóór de kandidaat van zijn keuze, rood te maken.

  • 2 Hij vouwt vervolgens het stembiljet dicht en gaat daarmee naar het stembureau.

  • 3 Het derde lid van het stembureau ziet erop toe, dat de kiezer het stembiljet in de stembus steekt.

Artikel J 27

  • 1 Indien een kiezer zich bij de invulling van zijn stembiljet vergist, geeft hij dit aan de voorzitter terug. Deze verstrekt hem op zijn verzoek eenmaal een nieuw biljet.

  • 2 De teruggegeven stembiljetten worden door de voorzitter onmiddellijk onbruikbaar gemaakt op bij algemene maatregel van bestuur te regelen wijze.

Artikel J 28

Wanneer aan het stembureau blijkt dat een kiezer wegens zijn lichamelijke gesteldheid hulp behoeft, staat het toe dat deze zich laat bijstaan.

Artikel J 29

Indien een kiezer weigert het stembiljet in de bus te steken, houdt de voorzitter daarvan aantekening. Indien een stembiljet wordt teruggegeven, wordt dit door de voorzitter onmiddellijk onbruikbaar gemaakt op bij algemene maatregel van bestuur te regelen wijze.

Artikel J 30

Zodra de voor de stemming bepaalde tijd verstreken is, wordt dit door de voorzitter aangekondigd en worden alleen de op dat ogenblik in het stemlokaal of bij de ingang daarvan aanwezige kiezers nog tot de stemming toegelaten.

Artikel J 31

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de gang van zaken bij de stemming.

§ 8. De orde in het stemlokaal

Artikel J 35

  • 1 Gedurende de tijd dat het stembureau zitting houdt, zijn de kiezers bevoegd in het stemlokaal te vertoeven, voor zover de orde daardoor niet wordt verstoord en de voortgang van de zitting niet wordt belemmerd.

  • 2 De in het stemlokaal aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren inbrengen, indien de stemming niet overeenkomstig de wet geschiedt.

  • 3 De bezwaren worden in het proces-verbaal van de zitting van het stembureau vermeld.

Artikel J 36

In het stemlokaal worden geen activiteiten ontplooid die erop gericht zijn de kiezers in hun keuze te beïnvloeden.

Artikel J 37

De voorzitter is belast met de handhaving van de orde tijdens de zitting. Hij kan daartoe de burgemeester om bijstand verzoeken.

Artikel J 38

  • 1 Indien zich naar het oordeel van het stembureau omstandigheden voordoen in of bij het stemlokaal die de behoorlijke voortgang van de zitting onmogelijk maken, wordt dit door de voorzitter verklaard. De zitting wordt daarop geschorst. De voorzitter doet hiervan terstond mededeling aan de burgemeester. De burgemeester bepaalt vervolgens wanneer en waar de zitting wordt hervat.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld.

§ 9. Waarnemers

Artikel J 39

  • 1 Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan ter uitvoering van een verdrag of een internationale afspraak personen toelaten die als waarnemer getuige mogen zijn van het verloop van de verkiezingen.

  • 2 Een waarnemer is bevoegd in het stemlokaal te vertoeven gedurende de tijd dat het stembureau zitting houdt.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent waarneming bij de verkiezingen.

Hoofdstuk K. Het stemmen in een andere gemeente met een kiezerspas

Artikel K 1

Aan de kiezer wordt overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk op zijn verzoek toegestaan binnen het gebied van het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden, aan de stemming deel te nemen in een stembureau van zijn keuze in een andere gemeente dan waar hij als kiezer is geregistreerd.

Artikel K 2

Het in artikel K 1 bepaalde geldt niet voor de kiezer aan wie op zijn verzoek is toegestaan bij volmacht of per brief te stemmen.

Artikel K 3

  • 1 De kiezer die van de in artikel K 1 bedoelde gelegenheid wenst gebruik te maken, doet overeenkomstig het bepaalde in artikel K 6 schriftelijk, of overeenkomstig het bepaalde in artikel K 10 mondeling, het verzoek daartoe aan de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd.

  • 2 De burgemeester brengt op de dag van de kandidaatstelling ter openbare kennis dat uiterlijk op de in artikel K 6, eerste lid, bedoelde dag schriftelijk, en binnen de in artikel K 10, eerste lid, bedoelde termijn mondeling, een verzoek als in het eerste lid bedoeld kan worden gedaan.

Artikel K 4

  • 1 Aan de kiezer wordt als bewijs dat aan zijn verzoek is voldaan een verklaring uitgereikt of verzonden, genaamd kiezerspas.

  • 2 De kiezer aan wie een kiezerspas is uitgereikt of verzonden, kan uitsluitend met deze pas aan de verkiezing deelnemen.

  • 3 Aan de kiezer wiens kiezerspas in het ongerede is geraakt, wordt geen nieuwe uitgereikt of verzonden.

Artikel K 6

  • 1 Een schriftelijk verzoek aan de burgemeester als bedoeld in artikel K 3, eerste lid, kan worden gedaan uiterlijk op de veertiende dag voor de stemming. Indien de kiezer reeds een stempas heeft ontvangen, voegt hij deze bij het verzoek.

  • 2 Voor het verzoek wordt gebruik gemaakt van een formulier dat ter secretarie van elke gemeente kosteloos verkrijgbaar is.

  • 3 Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

Artikel K 7

De kiezer die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft, dient, indien hij in een stembureau van zijn keuze met een kiezerspas wenst te stemmen, gelijktijdig met het registratieverzoek, bedoeld in artikel D 3, daartoe een schriftelijk verzoek in bij de burgemeester van 's-Gravenhage. Voor het verzoekschrift wordt gebruik gemaakt van een formulier dat is opgenomen in het in artikel D 3, negende lid, bedoelde formulier,

Artikel K 8

  • 1 Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek wordt door de burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar een beslissing genomen.

  • 2 Het verzoek wordt slechts afgewezen, indien de verzoeker op de dag van de kandidaatstelling niet als kiezer is geregistreerd, hem overeenkomstig paragraaf 2 van hoofdstuk L is toegestaan bij volmacht te stemmen, of hem is toegestaan per brief te stemmen.

  • 3 Indien het verzoek niet in verdere behandeling kan worden genomen of moet worden afgewezen, wordt de reden hiervan op het verzoekschrift vermeld, waarna dit onverwijld aan de verzoeker wordt teruggezonden.

  • 4 Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking als bedoeld in dit artikel.

Artikel K 9

De beslissing tot inwilliging van het verzoek wordt vermeld op de stempas van de verzoeker met gebruikmaking van het op die pas daartoe voorkomend formulier.

Artikel K 10

  • 1 Een mondeling verzoek als bedoeld in artikel K 3, eerste lid, kan geschieden na ontvangst van de stempas, doch uiterlijk op de vijfde dag voor de stemming, door de kiezer in persoon ter secretarie van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd.

  • 2 De kiezer legt bij het verzoek de hem ingevolge artikel J 7 toegezonden of ingevolge artikel J 8 uitgereikte stempas over.

  • 3 Op een verzoek als in het eerste lid bedoeld, wordt door de burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar terstond een beslissing genomen.

  • 4 Het verzoek wordt slechts afgewezen, indien de verzoeker op de dag van de kandidaatstelling niet als kiezer is geregistreerd, hem overeenkomstig paragraaf 2 van hoofdstuk L is toegestaan bij volmacht te stemmen of hem is toegestaan per brief te stemmen.

  • 5 De beslissing tot inwilliging van het verzoek wordt op de stempas vermeld met gebruikmaking van het op die pas daartoe voorkomend formulier.

Artikel K 11

  • 1 Bij de stemming overhandigt de kiezer de kiezerspas aan de voorzitter van het stembureau.

  • 2 Het tweede lid van het stembureau houdt door op de kiezerspas zijn paraaf te plaatsen aantekening dat de kiezer zich heeft aangemeld.

Hoofdstuk L. Het stemmen bij volmacht

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel L 1

De kiezer die verwacht niet in staat te zullen zijn in persoon aan de stemming deel te nemen, kan overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk bij volmacht stemmen.

Artikel L 2

  • 1 Een volmacht kan worden verleend hetzij op een schriftelijke aanvraag overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2, hetzij door overdracht van de stempas overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3 van dit hoofdstuk.

  • 2 Een schriftelijke aanvraag om bij volmacht te stemmen kan niet worden ingediend door de kiezer aan wie een kiezerspas of een briefstembewijs is verstrekt.

Artikel L 5

  • 1 De volmachtgever is niet bevoegd een eenmaal verleende schriftelijke volmacht in te trekken of na het verlenen van volmacht in persoon aan de stemming deel te nemen.

  • 2 Een volmacht die is verleend door overdracht van de stempas kan tot het uitbrengen van een stem door de gemachtigde door de volmachtgever worden ingetrokken.

  • 3 Een schriftelijke aanvrage om bij volmacht te stemmen kan worden ingetrokken, zolang daarop niet is beslist.

Artikel L 6

  • 1 Aan de gemachtigde wordt ten bewijze van zijn bevoegdheid een verklaring verstrekt, genaamd volmachtbewijs.

  • 2 Aan de gemachtigde wiens volmachtbewijs in het ongerede is geraakt, wordt geen nieuw verstrekt.

§ 2. De schriftelijke aanvraag om bij volmacht te stemmen

Artikel L 7

De burgemeester brengt op de dag van de kandidaatstelling ter openbare kennis, dat uiterlijk op de veertiende dag voor de stemming voor de kiezers gelegenheid bestaat het in artikel L 8 bedoelde verzoekschrift in te dienen.

Artikel L 8

  • 1 De kiezer die bij volmacht wenst te stemmen, dient uiterlijk op de veertiende dag voor de stemming daartoe een verzoekschrift in bij de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd. Voor dit verzoekschrift wordt gebruik gemaakt van een formulier, dat ter secretarie van elke gemeente, kosteloos, verkrijgbaar is. De burgemeester kan ter voorkoming van misbruik beperkingen stellen aan de verkrijgbaarstelling. Een daartoe strekkend besluit brengt hij ter openbare kennis.

  • 2 In zijn verzoekschrift wijst de kiezer een gemachtigde aan. Als gemachtigde kan slechts optreden degene die op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd binnen het gebied waarvoor de verkiezing geldt.

  • 3 Bij het verzoekschrift wordt ingediend een verklaring van de gemachtigde dat deze bereid is als zodanig op te treden, alsmede, indien de gemachtigde niet in dezelfde gemeente als kiezer is geregistreerd als de volmachtgever, een door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de gemachtigde als kiezer is geregistreerd, afgegeven verklaring, dat de gemachtigde als kiezer is geregistreerd in hun gemeente en dat de bereidverklaring van de gemachtigde in overeenstemming is met het bepaalde in artikel L 4 .

  • 4 Bij ministeriële regeling worden voor het verzoekschrift en de verklaring modellen vastgesteld.

  • 5 De in het derde lid bedoelde verklaring van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de gemachtigde als kiezer is geregistreerd, is niet vereist, indien de volmachtgever zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft.

Artikel L 9

De kiezer die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft, dient, indien hij bij volmacht wenst te stemmen, gelijktijdig met het registratieverzoek, bedoeld in artikel D 3, daartoe een schriftelijk verzoek in bij de burgemeester van 's-Gravenhage. Voor het verzoekschrift wordt gebruik gemaakt van een formulier dat is opgenomen in het in artikel D 3, negende lid, bedoelde formulier.

Artikel L 10

Het verzoek wordt afgewezen, indien:

  • a. blijkt dat de kiezer niet zelf de gemachtigde heeft aangewezen;

  • b. aan de kiezer die het verzoek heeft ingediend reeds een kiezerspas of een briefstembewijs is verstrekt;

  • c. degene die als gemachtigde is aangewezen, de aanwijzing in strijd met het bepaalde in artikel L 4 heeft aangenomen;

  • d. degene die als gemachtigde is aangewezen, niet als kiesgerechtigde is geregistreerd binnen het gebied waarvoor de verkiezing geldt.

Artikel L 11

  • 1 Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek doch niet eerder dan op de dag van de kandidaatstelling wordt door de burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar een beslissing genomen.

  • 2 Bij inwilliging wordt een volmachtbewijs opgemaakt. Bij ministeriële regeling wordt voor dit bewijs een model vastgesteld. De inwilliging wordt aan de volmachtgever bekendgemaakt.

  • 3 Indien het verzoek niet in verdere behandeling kan worden genomen of moet worden afgewezen, wordt de beslissing met opgave van redenen op het verzoekschrift vermeld. Het verzoekschrift wordt dan aan de verzoeker teruggezonden, terwijl degene die zich bereid heeft verklaard als gemachtigde op te treden van de beslissing in kennis wordt gesteld.

  • 4 Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking als bedoeld in dit artikel.

Artikel L 12

De burgemeester houdt aantekening van de namen van de kiezers die een aanwijzing als gemachtigde hebben aangenomen.

§ 3. Het verlenen van volmacht door overdracht van de stempas aan een andere kiezer

Artikel L 14

  • 1 De kiezer kan een andere kiezer die op de dag van de kandidaatstelling in dezelfde gemeente als hij als kiezer is geregistreerd machtigen om voor hem te stemmen in een stembureau binnen die gemeente.

  • 2 Hij tekent daartoe het formulier dat voorkomt op de stempas en laat de pas door de gemachtigde mede-ondertekenen.

  • 3 Hij draagt de aldus in een volmachtbewijs omgezette stempas aan de gemachtigde over.

§ 4. Het stemmen door de gemachtigde

Artikel L 17

  • 1 De gemachtigde overhandigt aan de voorzitter van het stembureau het volmachtbewijs.

  • 2 Indien het een volmachtbewijs betreft als bedoeld in hoofdstuk L, paragraaf 3, overhandigt de volmachtnemer tevens een kopie van een identiteitsdocument als bedoeld in artikel J 24, van de volmachtgever.

Hoofdstuk M. Het stemmen per brief

§ 1. Algemene bepalingen; briefstembureaus in de gemeente 's-Gravenhage

Artikel M 1

Bij de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer wordt aan de kiezer die op de dag van de kandidaatstelling zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft, dan wel op de dag der stemming wegens zijn beroep of werkzaamheden of wegens het beroep of de werkzaamheden van zijn echtgenoot, geregistreerde partner, levensgezel of ouder, buiten Nederland zal verblijven, overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk op zijn verzoek toegestaan per brief te stemmen.

Artikel M 2

  • 1 De aan de kiezer ten bewijze van de voldoening aan zijn verzoek te verstrekken verklaring draagt de naam van briefstembewijs.

  • 2 Een aan de kiezer verzonden briefstembewijs kan niet door een nieuw worden vervangen.

  • 3 Aan de kiezer aan wie een briefstembewijs is verstrekt, wordt geen stempas toegezonden. Hij mag slechts op de in artikel M 7 aangewezen wijze aan de stemming deelnemen.

Artikel M 3

  • 1 De kiezer die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft, dient, indien hij per brief wenst te stemmen, gelijktijdig met het registratieverzoek, bedoeld in artikel D 3, daartoe een schriftelijk verzoek in bij de burgemeester van 's-Gravenhage. De overige kiezers dienen een zodanig verzoekschrift uiterlijk op de achtentwintigste dag voor de stemming in bij de burgemeester van de gemeente waar zij als kiezer zijn geregistreerd. In het verzoekschrift geeft de kiezer een adres op buiten Nederland waar hij de stukken, bedoeld in artikel M 6, eerste lid, wenst te ontvangen.

  • 2 Voor het verzoekschrift, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, wordt gebruik gemaakt van een formulier dat is opgenomen in het in artikel D 3, negende lid, bedoelde formulier.

  • 3 Voor het verzoekschrift, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, wordt gebruik gemaakt van een formulier dat ter secretarie van elke gemeente, kosteloos, verkrijgbaar is. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

Artikel M 4

  • 1 Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek wordt door de burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar een beslissing genomen.

  • 2 Het verzoek wordt slechts afgewezen, indien gebleken is dat de verzoeker niet tot de in artikel M 1 bedoelde kiezers behoort.

  • 3 Indien het verzoek niet in verdere behandeling kan worden genomen of moet worden afgewezen, wordt de reden daarvan vermeld op het verzoekschrift, dat daarna onverwijld wordt teruggezonden.

  • 4 Bij inwilliging van het verzoek tekent de burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar dit op het verzoekschrift aan. Indien het een verzoekschrift als bedoeld in artikel M 3, eerste lid, tweede volzin, betreft en het verzoekschrift afkomstig is van een persoon die als kiezer in een andere gemeente in Nederland is geregistreerd dan de gemeente 's-Gravenhage, zendt de burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar het ingewilligde verzoekschrift zo spoedig mogelijk door naar de burgemeester van 's-Gravenhage.

  • 5 Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking als bedoeld in dit artikel.

Artikel M 6

  • 1 Door de burgemeester van 's-Gravenhage worden vervolgens op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze zo spoedig mogelijk aan de kiezer gezonden:

    • a. een stembiljet;

    • b. een aan de burgemeester geadresseerde retourenveloppe;

    • c. het briefstembewijs, bevattende een door de kiezer te ondertekenen verklaring dat hij het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld;

    • d. een enveloppe voor het stembiljet;

    • e. een handleiding voor de kiezer.

  • 2 Bij ministeriële regeling worden voor de stukken, bedoeld in het eerste lid, onder b, c ,d en e, modellen vastgesteld.

Artikel M 7

  • 1 De kiezer stemt door op het hem toegezonden stembiljet een wit stipje, geplaatst vóór de kandidaat van zijn keuze, rood te maken.

  • 2 Daarna vouwt hij het stembiljet dicht op zodanige wijze dat de namen van de kandidaten niet zichtbaar zijn en doet hij het stembiljet in de enveloppe voor het stembiljet.

  • 3 Hij ondertekent een op het briefstembewijs gestelde verklaring, dat hij het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld.

  • 4 Vervolgens doet hij het briefstembewijs en de enveloppe met het stembiljet in de bijbehorende retourenveloppe en zendt hij deze gesloten naar de burgemeester van 's-Gravenhage dan wel naar het hoofd van de consulaire post waaronder de woon- en verblijfplaats van verzoeker ressorteert, die voor spoedige doorzending naar de burgemeester van 's-Gravenhage zorg draagt.

  • 5 De kiezer draagt er zorg voor dat de retourenveloppe voldoende is gefrankeerd.

Artikel M 8

  • 1 De stukken, bedoeld in artikel M 7, vierde lid, dienen uiterlijk op de dag der stemming om vijftien uur in het bezit te zijn van de burgemeester van 's-Gravenhage.

  • 2 De burgemeester draagt er zorg voor dat de tijdig binnengekomen retourenveloppen die voldoende zijn gefrankeerd, op de dag der stemming voor eenentwintig uur ongeopend overhandigd worden aan de voorzitters van de stembureaus, bedoeld in artikel M 9.

  • 3 Op de retourenveloppen die te laat zijn binnengekomen, worden door de burgemeester de dag en, indien dit de dag van de stemming is, tevens het uur van binnenkomst aangetekend. Deze retourenveloppen en de retourenveloppen die niet voldoende zijn gefrankeerd, worden door de burgemeester ongeopend in een of meer te verzegelen pakken gedaan. Ook de binnengekomen stembiljetten en briefstembewijzen die niet in de daarvoor bestemde retourenveloppen zijn teruggezonden, worden door de burgemeester in een of meer te verzegelen pakken gedaan. Op deze pakken wordt vermeld het aantal retourenveloppen, onderscheidenlijk stembiljetten en briefstembewijzen, dat het pak bevat.

  • 4 De burgemeester zorgt dat de verzegelde pakken, bedoeld in het derde lid, worden vernietigd, nadat het centraal stembureau de uitslag van de verkiezing heeft vastgesteld en over de toelating van de gekozenen is beslist. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel M 9

  • 1 Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage wijzen in hun gemeente briefstembureaus aan. Deze stembureaus zijn uitsluitend bestemd voor per brief uit te brengen stemmen. Ten aanzien van deze stembureaus zijn artikel J 11 en artikel J 16, voor zover dat artikel betrekking heeft op stemhokjes, niet van toepassing.

  • 2 Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van artikel J 1 bepalen, dat deze stembureaus ten behoeve van het verrichten van de handelingen, bedoeld in de artikelen M 10 en M 11, tevens zitting houden op dagen gelegen in de periode vanaf de zesendertigste dag tot en met de tweeënveertigste dag na de kandidaatstelling op door burgemeester en wethouders te bepalen tijden. In dat geval draagt de burgemeester er in afwijking van artikel M 8, tweede lid, zorg voor dat de binnengekomen retourenveloppen die voldoende zijn gefrankeerd, op deze dagen worden overhandigd aan de voorzitter van de briefstembureaus.

  • 3 Indien burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage gebruik hebben gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vangen deze stembureaus op de dag van stemming eerst met de handelingen bedoeld in de artikelen M 10 en M 11, aan, nadat het stembureau overeenkomstig artikel N 16a, eerste lid, de stemopneming heeft verricht ten aanzien van de stembiljetten die zich bij aanvang van de dag van stemming in de stembus bevinden.

  • 4 In afwijking van artikel J 1, tweede lid, eindigt de stemming op de dag der stemming zodra de briefstembureaus de handelingen, bedoeld in de artikelen M 10 en M 11, ten aanzien van alle tijdig binnengekomen retourenveloppen hebben beëindigd.

  • 5 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de zittingen, bedoeld in het tweede lid, en het bewaren van de stembescheiden.

Artikel M 10

  • 1 De voorzitter van het stembureau opent de retourenveloppe en neemt het briefstembewijs en de enveloppe met het stembiljet eruit. Hij controleert of de verklaring dat de kiezer het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld, is ondertekend en of de daaronder geplaatste handtekening overeenstemt met de handtekening onder het verzoekschrift, bedoeld in artikel M 4, vierde lid. Vervolgens overhandigt hij het briefstembewijs aan het tweede lid van het stembureau.

  • 2 Het tweede lid van het stembureau houdt, door op het verzoekschrift zijn paraaf te stellen, aantekening dat de kiezer van zijn kiesrecht gebruik heeft gemaakt.

  • 3 De voorzitter overhandigt vervolgens de enveloppe met het stembiljet ongeopend aan het derde lid van het stembureau. Indien het stembiljet zich niet in de daartoe bestemde enveloppe bevindt, overhandigt de voorzitter het stembiljet, zonder het in te zien, dichtgevouwen aan het derde lid van het stembureau.

  • 4 Het derde lid van het stembureau steekt de enveloppe met het stembiljet in de stembus. Indien het stembiljet zich niet in de daartoe bestemde enveloppe bevindt, steekt het derde lid van het stembureau het stembiljet, zonder het in te zien, dichtgevouwen in de stembus.

Artikel M 11

  • 1 Indien de retourenveloppe niet zowel een geldig briefstembewijs als een stembiljet, onderscheidenlijk de in artikel M 6, eerste lid, onder d, bedoelde enveloppe met stembiljet, bevat, dan wel de op het briefstembewijs gestelde verklaring van de kiezer dat hij het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld, niet door deze is ondertekend, voegt de voorzitter de aangetroffen bescheiden, zonder het stembiljet in te zien dan wel zonder de enveloppe met het stembiljet te openen, wederom in de retourenveloppe en legt hij deze, na haar te hebben verzegeld, terzijde.

  • 2 Indien in een retourenveloppe twee of meer stembiljetten, onderscheidenlijk enveloppen met stembiljet, zijn gevoegd, doet de voorzitter alle stembiljetten, onderscheidenlijk enveloppen met stembiljet en briefstembewijzen, zonder de stembiljetten in te zien dan wel de enveloppen met stembiljet te openen, wederom in de retourenveloppe en legt hij deze, na haar te hebben verzegeld, terzijde.

Artikel M 12

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het stemmen per brief.

§ 2. Briefstembureaus buiten Nederland

Artikel M 13

  • 1 Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een land een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland aanwijzen waar een briefstembureau wordt ingesteld. Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

  • 2 Een briefstembureau kan ook voor kiesgerechtigden die hun werkelijke woonplaats in een ander land hebben dan het land waarin de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland gevestigd is, worden ingesteld.

  • 3 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt in de Nederlandse Antillen en in Aruba briefstembureaus in bij de Vertegenwoordiging van Nederland.

  • 4 De leden en plaatsvervangende leden van de in het eerste en het derde lid bedoelde briefstembureaus worden tijdig voor elke verkiezing benoemd door Onze Minister van Buitenlandse Zaken, onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel M 14

De burgemeester van 's-Gravenhage of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar zendt de ingewilligde verzoekschriften, afkomstig van personen die hun werkelijke woonplaats hebben in een land als bedoeld in artikel M 13 of daar op de dag der stemming zullen verblijven, zo spoedig mogelijk per diplomatieke post naar het hoofd van de ingevolge artikel M 13, eerste lid, aangewezen diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland in het desbetreffende land dan wel naar de vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen of in Aruba.

Artikel M 15

De kiezer die bij een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland in het buitenland of bij de Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen of in Aruba per brief stemt, ontvangt van de burgemeester van 's-Gravenhage een retourenveloppe, geadresseerd aan de voorzitter van het daar gevestigde briefstembureau. Hij zendt de retourenveloppe, na de in artikel M 7 bedoelde handelingen te hebben verricht, naar deze voorzitter.

Artikel M 16

  • 1 De in artikel M 8, eerste tot en met derde lid, aan de burgemeester opgedragen taken worden verricht door het hoofd van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland in het desbetreffende land danwel door de vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen of in Aruba.

Artikel M 17

Voor de zitting van briefstembureaus buiten Nederland kan Onze Minister van Buitenlandse Zaken danwel Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een later aanvangstijdstip bepalen dan het in artikel J 1, tweede lid, genoemde.

Hoofdstuk N. De stemopneming door het stembureau

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel N 1

  • 1 Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, stelt het stembureau vast:

    • a. het aantal kiezers dat zich heeft aangemeld;

    • b. het aantal uitgereikte stembiljetten;

    • c. het aantal kiezers dat geweigerd heeft het stembiljet in de stembus te steken;

    • d. het aantal teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;

    • e. het aantal niet gebruikte stembiljetten;

    • f. het aantal volmachten waarmee een stem is uitgebracht.

  • 2 De aantallen, bedoeld in het eerste lid, worden door de voorzitter aan de aanwezige kiezers medegedeeld.

Artikel N 2

  • 1 Door het stembureau worden de onder a tot en met d genoemde documenten in pakken gedaan. Elk pak bevat een gewaarmerkte verklaring van het stembureau betreffende de aantallen documenten die het desbetreffende pak bevat. Deze pakken worden vervolgens verzegeld. De volgende documenten worden op deze wijze ingepakt:

    • a. de onbruikbaar gemaakte ongeldige stempassen en volmachtbewijzen en de aantekeningen van het stembureau die hierop betrekking hebben;

    • b. de onbruikbaar gemaakte stempassen en volmachtbewijzen die niet voldoen aan de echtheidskenmerken en de aantekeningen van het stembureau die hierop betrekking hebben;

    • c. de overige stempassen;

    • d. de overige volmachtbewijzen en de kiezerspassen.

  • 2 Ten slotte worden op overeenkomstige wijze ingepakt:

    • a. de niet gebruikte stembiljetten;

    • b. de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten.

Artikel N 4

De stembiljetten worden geteld en hun aantal wordt vergeleken met het aantal kiezers dat aan de stemming heeft deelgenomen.

Artikel N 5

De leden van het stembureau openen de stembiljetten en voegen deze lijstgewijze bijeen. Zij kunnen zich bij deze werkzaamheden doen bijstaan door plaatsvervangende leden en door ambtenaren van de gemeente, daartoe door burgemeester en wethouders aan te wijzen.

Artikel N 6

  • 1 Het stembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast:

    • a. het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen;

    • b. de som van de aantallen stemmen, bedoeld onder a.

  • 2 Daarnaast stelt het stembureau vast:

    • a. het aantal blanco stemmen;

    • b. het aantal ongeldige stemmen.

Artikel N 7

  • 1 Blanco is de stem uitgebracht op een stembiljet dat door de kiezer is ingeleverd zonder dat hij geheel of gedeeltelijk een wit stipje in een stemvak rood heeft gemaakt en zonder dat hij anderszins op het stembiljet geschreven of getekend heeft.

  • 2 Ongeldig is de stem uitgebracht op een ander stembiljet dan bij of krachtens deze wet mag worden gebruikt.

  • 3 Voorts is ongeldig de stem die niet als blanco wordt aangemerkt, maar waarbij de kiezer op het stembiljet niet, door het geheel of gedeeltelijk rood maken van het witte stipje in een stemvak, op ondubbelzinnige wijze heeft kenbaar gemaakt op welke kandidaat hij zijn stem uitbrengt, of waarbij op het stembiljet bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.

Artikel N 8

  • 1 Het stembureau beslist met inachtneming van artikel N 7 over de geldigheid van het stembiljet.

  • 2 De voorzitter maakt de reden van ongeldigverklaring en van twijfel over de geldigheid, alsmede de beslissing daaromtrent onmiddellijk bekend.

  • 3 Indien een van de aanwezige kiezers dit verlangt, moet het biljet worden getoond. De kiezers kunnen mondeling bezwaren tegen de genomen beslissing inbrengen.

Artikel N 9

  • 1 Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, deelt de voorzitter ten aanzien van iedere lijst mede, zowel het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen als het gezamenlijke aantal uitgebrachte stemmen. Tevens deelt hij het aantal blanco en het aantal ongeldige stemmen mede. Door de aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren worden ingebracht.

  • 2 Vervolgens worden de stembiljetten met een blanco stem en de ongeldig verklaarde stembiljetten in pakken gedaan, die worden verzegeld. Op deze pakken wordt vermeld:

    • a. de naam van de gemeente en het nummer van het stembureau;

    • b. het aantal stembiljetten dat het pak bevat.

  • 3 Daarop worden de geldige stembiljetten, lijstgewijs gerangschikt, in een of meer pakken gedaan, die worden verzegeld.

  • 4 Op ieder pak, in het derde lid bedoeld, worden vermeld:

    • a. de naam van de gemeente en het nummer van het stembureau;

    • b. het aantal stembiljetten dat het pak bevat, alsmede, indien de biljetten in meer dan één pak worden gedaan, de nummers van de lijsten waarop de ingesloten biljetten betrekking hebben.

Artikel N 10

  • 1 Nadat alle werkzaamheden, in artikel N 9 vermeld, zijn beëindigd, wordt onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt van de stemming en van de stemopneming. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld.

  • 2 Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het stembureau getekend.

  • 3 Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een model vastgesteld.

Artikel N 11

  • 1 Het proces-verbaal wordt met de verzegelde pakken, bedoeld in artikel N 2, alsmede met die, bedoeld in artikel N 9, door de voorzitter of een door hem aan te wijzen ander lid van het stembureau naar de burgemeester of een door deze aan te wijzen ambtenaar overgebracht.

  • 2 Nadat de burgemeester van alle in zijn gemeente gevestigde stembureaus het proces-verbaal heeft ontvangen, stelt hij ten aanzien van iedere kandidaat en iedere lijst vast het aantal stemmen dat in zijn gemeente op die kandidaat, onderscheidenlijk die lijst, is uitgebracht.

  • 3 De burgemeester stelt tevens het aantal uitgebrachte blanco stemmen vast.

  • 4 De burgemeester van ’s-Gravenhage maakt bij de vaststelling, bedoeld in het tweede en derde lid, apart melding van het aantal stemmen dat ten aanzien van iedere kandidaat en iedere lijst in de briefstembureaus op die kandidaat, onderscheidenlijk die lijst, is uitgebracht.

  • 4 Voor de in het tweede en derde lid bedoelde vaststelling wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvoor bij ministeriële regeling een model wordt vastgesteld.

Artikel N 12

  • 1 De burgemeester draagt er zorg voor dat de processen-verbaal, met daarbij gevoegd de opgave van de door hem vastgestelde aantallen stemmen, onverwijld naar de voorzitter van het hoofdstembureau worden overgebracht.

  • 2 De burgemeester draagt er zorg voor dat de in artikel N 9 bedoelde verzegelde pakken met stembiljetten op verzoek van de voorzitter van het centraal stembureau onmiddellijk naar het centraal stembureau worden overgebracht en dat de niet naar het centraal stembureau overgebrachte verzegelde pakken worden vernietigd, nadat het centraal stembureau de uitslag van de verkiezing heeft bekendgemaakt en over de toelating van de gekozenen is beslist.

  • 3 Indien de officier van justitie of de rechter-commissaris in het kader van een strafrechtelijk onderzoek een verzoek heeft gedaan tot overdracht van de in artikel N 2 bedoelde pakken, worden deze pakken niet vernietigd voordat dit onderzoek is afgerond, of, indien strafvervolging is ingesteld wegens op grond van de Kieswet of op grond van de artikelen 125 tot en met 129 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde gedragingen, voordat er een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is.

  • 4 Van de vernietiging van de verzegelde pakken wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel N 13

De burgemeester is bevoegd de verzegelde pakken met de in artikel N 2 bedoelde bescheiden te openen en, nadat is beslist over de toelating van de gekozen leden tot het vertegenwoordigend orgaan, deze pakken ten dienste van een onderzoek naar enig strafbaar feit aan de officier van justitie over te dragen.

Artikel N 14

  • 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de stemopneming in stembureaus waarin op andere wijze dan door middel van stembiljetten wordt gestemd. Deze regels worden zoveel mogelijk vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

  • 2 Een wijziging van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.

§ 2. Bijzondere bepalingen betreffende de stemopneming door briefstembureaus

Artikel N 15

Bij een briefstembureau betreft de vaststelling, bedoeld in artikel N 1:

  • a. het aantal door het stembureau ontvangen retourenveloppen;

  • b. het aantal ingevolge artikel M 11 terzijde gelegde retourenveloppen.

Artikel N 16

  • 1 Bij een briefstembureau worden, nadat aan artikel N 1, tweede lid, toepassing is gegeven, de verzoekschriften, bedoeld in artikel M 4, vierde lid, te zamen met een gewaarmerkte verklaring van het stembureau betreffende het aantal gestelde parafen, in een pak gedaan, dat wordt verzegeld. Vervolgens worden op overeenkomstige wijze ingepakt de retourenveloppen, bedoeld in artikel M 11, alsmede de ingeleverde briefstembewijzen.

  • 2 Alvorens over te gaan tot de handelingen, bedoeld in artikel N 4, opent de voorzitter van het briefstembureau de enveloppen die zich in de stembus bevinden. Indien in een enveloppe zich geen of meer dan één stembiljet bevindt, wordt hiervan een aantekening gemaakt. Indien zich meer dan één stembiljet in één enveloppe bevindt, doet de voorzitter van het briefstembureau deze biljetten wederom in de enveloppe en legt hij deze, na haar te hebben verzegeld, terzijde.

Artikel N 16a

  • 1 Indien burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage gebruik hebben gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel M 9, tweede lid, vangen zij in afwijking van artikel N 1 de stemopneming op de dag van stemming aan om zeven uur dertig ten aanzien van de stembiljetten die zich op dat moment in de stembus bevinden.

  • 2 Ten behoeve van de handelingen, bedoeld in de artikelen M 10 en M 11, ten aanzien van de nog niet geopende retourenveloppen wordt de stemopneming volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels geschorst. Zodra deze handelingen ten aanzien van alle tijdig binnengekomen retourenveloppen zijn beëindigd, wordt de stemopneming volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels hervat.

  • 3 Zolang de stemming niet op alle stembureaus in Nederland is geëindigd, blijft artikel N 9 buiten toepassing. Voorts is een ieder die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen, zolang verplicht tot geheimhouding daarvan.

Artikel N 17

  • 1 Indien in een briefstembureau buiten Nederland de stemopneming, gemeten naar Nederlandse tijd, eerder aanvangt dan in Nederland, blijft artikel N 9, eerste lid, buiten toepassing.

  • 2 In dat geval draagt het hoofd van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging danwel de vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen of in Aruba er zorg voor dat een afschrift van het proces-verbaal van het briefstembureau vanaf de volgende dag gedurende vier weken bij de vertegenwoordiging voor een ieder ter inzage ligt.

Artikel N 18

De leden van een briefstembureau buiten Nederland kunnen zich doen bijstaan door plaatsvervangende leden en door personen, werkzaam op de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging danwel op de Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen of in Aruba, daartoe aan te wijzen door de voorzitter van het briefstembureau.

Artikel N 19

Bij briefstembureaus buiten Nederland wordt op de in artikel N 9 bedoelde pakken de naam van het land waarin het briefstembureau is gevestigd, vermeld.

Artikel N 20

  • 1 Het proces-verbaal van een briefstembureau buiten Nederland wordt met de in artikel N 2 en N 9 bedoelde verzegelde pakken overgedragen aan het hoofd van de ingevolge artikel M 13, eerste lid, aangewezen diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging danwel aan de vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen of in Aruba.

  • 2 Deze draagt er zorg voor dat het proces-verbaal terstond per telefax ter kennis van de burgemeester van 's-Gravenhage wordt gebracht.

  • 3 Voorts draagt hij er zorg voor dat het proces-verbaal met de in de artikelen M 8, N 2 en N 16 bedoelde verzegelde pakken zo spoedig mogelijk per diplomatieke post naar de burgemeester van 's-Gravenhage worden overgebracht.

Artikel N 21

De vaststelling van de aantallen stemmen, bedoeld in artikel N 11, tweede en derde lid, vindt door de burgemeester van 's-Gravenhage eerst plaats nadat hem tevens alle processen-verbaal van de briefstembureaus buiten Nederland per telefax ter kennis zijn gebracht.

Hoofdstuk O. De taak van het hoofdstembureau betreffende de vaststelling van de verkiezingsuitslag

Artikel O 1

  • 1 Het hoofdstembureau houdt op de tweede dag na de stemming om tien uur een openbare zitting.

  • 2 De voorzitter is belast met de handhaving van de orde tijdens de zitting.

Artikel O 2

  • 1 Het hoofdstembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen en de som van deze aantallen. Deze som wordt stemcijfer genoemd.

  • 2 Het hoofdstembureau stelt tevens het aantal uitgebrachte blanco stemmen en het aantal uitgebrachte ongeldige stemmen vast.

  • 3 De voorzitter maakt de aldus verkregen uitkomsten bekend.

  • 4 Door de aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren worden ingebracht.

Artikel O 3

  • 1 Nadat alle werkzaamheden zijn beëindigd, wordt daarvan onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld.

  • 2 Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het hoofdstembureau getekend.

  • 3 Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een model vastgesteld.

  • 4 Indien het de verkiezing betreft van de gemeenteraad of van provinciale staten van een provincie die één kieskring vormt, maakt het proces-verbaal deel uit van het proces-verbaal, bedoeld in artikel P 22.

Artikel O 4

  • 1 Tenzij het de verkiezing betreft van de gemeenteraad of van provinciale staten van een provincie die één kieskring vormt, doet de voorzitter terstond een afschrift van het proces-verbaal, bedoeld in artikel O 3, naar het centraal stembureau overbrengen en doet hij tegelijkertijd het proces-verbaal ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, voor een ieder ter inzage leggen. De terinzagelegging wordt beëindigd, zodra over de toelating van de benoemden is beslist.

  • 2 De voorzitter doet de processen-verbaal van de stembureaus, de opgave, bedoeld in artikel N 12, eerste lid, en, tenzij het de verkiezing betreft van de gemeenteraad of van provinciale staten van een provincie die één kieskring vormt, een afschrift van het proces-verbaal van de zitting van het hoofdstembureau terstond overbrengen aan het orgaan waarvoor de verkiezing plaats heeft.

Artikel O 5

  • 1 De voorzitter van het orgaan waarvoor de verkiezing heeft plaats gehad, kan de processen-verbaal van de stembureaus en de opgave, bedoeld in artikel N 12, eerste lid, vernietigen, nadat het centraal stembureau de uitslag van de verkiezing heeft bekendgemaakt en over de toelating van de gekozenen is beslist.

  • 2 Van een vernietiging als bedoeld in dit artikel wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel O 6

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de taak van het hoofdstembureau inzake de vaststelling van de verkiezingsuitslag.

Hoofdstuk P. De vaststelling van de verkiezingsuitslag door het centraal stembureau

§ 1. Algemene bepaling

Artikel P 1

Onmiddellijk nadat de afschriften van de processen-verbaal van alle hoofdstembureaus zijn ontvangen, gaat het centraal stembureau over tot het verrichten van de werkzaamheden ter vaststelling en bekendmaking van de uitslag van de verkiezing. Indien het de verkiezing betreft van de gemeenteraad of van provinciale staten van een provincie die één kieskring vormt, gaat het centraal stembureau daartoe onmiddellijk over nadat de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen O 1 en O 2, zijn beëindigd.

§ 2. De zetelverdeling

Artikel P 2

  • 1 Een stel gelijkluidende lijsten als bedoeld in artikel H 11, eerste lid, geldt voor de vaststelling van de uitslag van de verkiezing als één lijst.

  • 2 Het centraal stembureau telt van deze gelijkluidende lijsten te zamen de stemcijfers en de aantallen op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen.

Artikel P 3

Een lijstengroep als bedoeld in artikel H 11, tweede lid, geldt voor het bepalen van het aantal daaraan toe te wijzen zetels als één lijst met een stemcijfer gelijk aan de som van de stemcijfers van de lijsten waaruit de groep bestaat.

Artikel P 4

  • 1 Een lijstencombinatie als bedoeld in artikel I 10 geldt voor het bepalen van het aantal daaraan toe te wijzen zetels als één lijst, met een stemcijfer gelijk aan de som van de stemcijfers van de lijsten waaruit die combinatie bestaat.

  • 2 Een lijstencombinatie wordt slechts in aanmerking genomen, indien aan ten minste twee van de verbonden lijsten een zetel zou zijn toegewezen, indien geen lijstencombinaties zouden zijn gevormd. Verbonden lijsten die zelfstandig geen zetel zouden hebben verworven, worden geacht geen deel uit te maken van de lijstencombinatie.

Artikel P 5

  • 1 Het centraal stembureau deelt de som van de stemcijfers van alle lijsten door het aantal te verdelen zetels.

  • 2 Het aldus verkregen quotiënt wordt kiesdeler genoemd.

Artikel P 6

Zoveel maal als de kiesdeler is begrepen in het stemcijfer van een lijst wordt aan die lijst een zetel toegewezen.

Artikel P 7

  • 1 De overblijvende zetels, die restzetels worden genoemd, worden, indien het aantal te verdelen zetels negentien of meer bedraagt, achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten die na toewijzing van de zetel het grootste gemiddelde aantal stemmen per toegewezen zetel hebben. Indien gemiddelden gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.

  • 2 Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, komen bij deze toewijzing niet in aanmerking lijsten waarvan het stemcijfer lager is dan de kiesdeler.

Artikel P 8

  • 1 De restzetels worden, indien het aantal te verdelen zetels minder dan negentien bedraagt, achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten waarvan de stemcijfers bij deling door de kiesdeler de grootste overschotten hebben. Hierbij worden lijsten die geen overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot. Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.

  • 2 Bij deze toewijzing komen niet in aanmerking lijsten met een stemcijfer dat lager is dan 75% van de kiesdeler.

  • 3 Wanneer alle lijsten die daarvoor in aanmerking komen een restzetel hebben ontvangen en er nog zetels te verdelen blijven, worden deze zetels toegewezen volgens het stelsel van de grootste gemiddelden als bedoeld in artikel P 7, eerste lid, met dien verstande, dat bij deze toewijzing aan geen van de lijsten meer dan één zetel wordt toegewezen.

Artikel P 9

Indien aan een lijst die de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen, een aantal zetels is toegewezen, kleiner dan de volstrekte meerderheid van het aantal toe te wijzen zetels, wordt aan die lijst alsnog één zetel toegewezen en vervalt daartegenover één zetel, toegewezen aan de lijst die voor het kleinste gemiddelde of het kleinste overschot een zetel heeft verworven. Indien twee of meer lijsten voor hetzelfde kleinste gemiddelde of hetzelfde kleinste overschot een zetel hebben verworven, beslist het lot.

Artikel P 10

Indien bij de toepassing van de vorige bepalingen aan een lijst meer zetels zouden moeten worden toegewezen dan er kandidaten zijn, gaan de overblijvende zetel of zetels door voortgezette toepassing van die bepalingen over op één of meer van de overige lijsten, waarop kandidaten voorkomen aan wie geen zetel is toegewezen.

Artikel P 11

  • 1 De verdeling van de aan een lijstencombinatie toegewezen zetels over de lijsten welke zijn gecombineerd, geschiedt als volgt.

  • 2 Het centraal stembureau deelt het stemcijfer van de lijstencombinatie door het aantal aan de lijstencombinatie toegewezen zetels.

  • 3 Het aldus verkregen quotiënt wordt combinatiekiesdeler genoemd.

  • 4 Zoveel maal als de combinatiekiesdeler is begrepen in het stemcijfer van elk van de lijsten waaruit de combinatie bestaat, wordt aan die lijst een van de aan de combinatie toegewezen zetels toegewezen.

  • 5 De restzetels worden achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten van de combinatie waarvan de stemcijfers bij deling door de combinatiekiesdeler de grootste overschotten hebben. Hierbij worden lijsten die geen overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot. Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.

Artikel P 12

  • 1 De verdeling van de aan een lijstengroep toegewezen zetels over de lijsten waaruit de groep bestaat, geschiedt als volgt.

  • 2 Het centraal stembureau deelt het stemcijfer van de lijstengroep door het aantal aan de groep toegewezen zetels.

  • 3 Het aldus verkregen quotiënt wordt groepskiesdeler genoemd.

  • 4 Zoveel maal als de groepskiesdeler is begrepen in het stemcijfer van elk van de lijsten waaruit de groep bestaat, wordt aan die lijst een van de aan de groep toegewezen zetels toegewezen.

  • 5 De restzetels worden achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten van de groep waarvan de stemcijfers bij deling door de groepskiesdeler de grootste overschotten hebben. Hierbij worden lijsten die geen overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot. Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.

Artikel P 13

  • 1 Indien bij de toepassing van artikel P 11 of artikel P 12 aan een lijst meer zetels zouden moeten worden toegewezen dan er kandidaten zijn, gaan de overblijvende zetel of zetels door voortgezette toepassing van dat artikel over op een van de andere lijsten van de combinatie, onderscheidenlijk van de groep, waarop kandidaten voorkomen aan wie geen zetel is toegewezen.

  • 2 Zijn er na toepassing van het eerste lid nog zetels toe te wijzen, dan worden deze toegewezen volgens het stelsel van de grootste gemiddelden als bedoeld in artikel P 7, eerste lid.

Artikel P 14

De in de voorgaande artikelen bedoelde lotingen vinden plaats in de in artikel P 20 bedoelde zitting van het centraal stembureau.

§ 3. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten

Artikel P 15

  • 1 In de volgorde van de aantallen op hen uitgebrachte stemmen zijn gekozen die kandidaten die op de gezamenlijke lijsten waarop zij voorkomen, een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan 25% van de kiesdeler, voor zover aan de lijstengroep, het niet van een lijstengroep deel uitmakend stel gelijkluidende lijsten of de op zichzelf staande lijst voldoende zetels zijn toegewezen. Indien aantallen gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.

  • 2 Indien het aantal bij de verkiezing te verdelen zetels minder dan negentien bedraagt, wordt bij de toepassing van het eerste lid niet 25% van de kiesdeler, maar de helft van de kiesdeler in aanmerking genomen.