Benoeming leden en adviserende leden herinrichtingscommissie Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën

[Regeling vervallen per 01-07-2010.]
Geldend van 25-02-2005 t/m 30-06-2010

Benoeming leden en adviserende leden herinrichtingscommissie Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën

De Minister van Landbouw en Visserij en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (Stb. 1977, 694);

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk;

Gehoord Gedeputeerde Staten van Groningen en van Drenthe.

Besluiten:

Artikel 1

[Vervallen per 01-07-2010]

De herinrichtingscommissie, genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, (Stb. 1977, 694), bestaat uit 31 leden, te weten.

  • a. de Commissaris der Koningin in de provincie Groningen, tevens voorzitter;

  • b. de Commissaris der Koningin in de provincie Drenthe, tevens vice-voorzitter;

  • c. twee leden van Gedeputeerde Staten van Groningen, aan te wijzen door Gedeputeerde Staten uit hun midden;

  • d. twee leden van Gedeputeerde Staten van Drenthe, aan te wijzen door Gedeputeerde Staten uit hun midden;

  • e. een lid, aan te wijzen door de Regioraad Oost-Groningen;

  • f. een lid, aan te wijzen door de gemeente Groningen;

  • g. vier leden, aan te wijzen door de in het Groningse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen gemeenten gezamenlijk;

  • h. vier leden, aan te wijzen door de in het Drentse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen gemeenten gezamenlijk;

  • i. een lid, aan te wijzen door de in het Groningse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen waterschappen gezamenlijk;

  • j. een lid, aan te wijzen door de in het Drentse gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in artikel 1 van de wet, gelegen waterschappen gezamenlijk;

  • k. zes leden, aan te wijzen door de Groningse en Drentse landbouworganisaties gezamenlijk;

  • l. twee leden, aan te wijzen door de Groningse en Drentse organisaties van agrarische werknemers gezamenlijk;

  • m. een lid, aan te wijzen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor de Veenkoloniën en Oost-Groningen;

  • n. een lid, aan te wijzen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Drenthe;

  • o. een lid, aan te wijzen door de Milieufederatie Groningen;

  • p. een lid, aan te wijzen door de Milieuraad Drenthe;

  • q. een lid, aan te wijzen door de Stichting Opbouw Drenthe.

Artikel 2

[Vervallen per 01-07-2010]

De in artikel 1 bedoelde herinrichtingscommissie bestaat tevens uit 29 adviserende leden, te weten:

  • a. de hoofdingenieur-directeur voor Landinrichting, Grond- en Bosbeheer in de provincie Groningen;

  • b. de hoofdingenieur-directeur voor Landinrichting, Grond- en Bosbeheer in de provincie Drenthe;

  • c. de hoofdingenieur-directeur voor de Bedrijfsontwikkeling in de provincie Groningen;

  • d. de hoofdingenieur-directeur voor de Bedrijfsontwikkeling in de provincie Drenthe;

  • e. de Natuurbeschermingsconsulent van het Staatsbosbeheer in de provincie Groningen;

  • f. de Natuurbeschermingsconsulent van het Staatsbosbeheer in de provincie Drenthe;

  • g. de directeur van het Kadaster en de Openbare Registers in de provincie Groningen;

  • h. de directeur van het Kadaster en de Openbare Registers in de provincie Drenthe;

  • i. de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de provincie Groningen;

  • j. de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de provincie Drenthe;

  • k. de regionale inspecteur van de Geneeskundige Inspectie van de Volksgezondheid van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid voor de provincies Groningen en Drenthe;

  • l. de directeur Regionale Economische Politiek van het Ministerie van Economische Zaken;

  • m. de Rijksconsulent voor handel, ambachten en diensten in de provincie Groningen;

  • n. de Rijksconsulent voor handel, ambachten en diensten in de provincie Drenthe;

  • o. het hoofd van het Bureau Landelijk Contact van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in de provincie Groningen;

  • p. het hoofd van het Bureau Landelijk Contact van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in de provincie Drenthe;

  • q. de consulent voor de Openluchtrecreatie voor het Ressort Noord (Groningen, Friesland en Drenthe);

  • r. de directeur van de Stichting Economisch-Technologisch Instituut voor Groningen;

  • s. de directeur van de Stichting Drents Economisch-Technologisch Instituut;

  • t. de griffier der Staten van Groningen;

  • u. de griffier der Staten van Drenthe;

  • v. de directeur van de Provinciale Planologische Dienst van Groningen;

  • w. de directeur van de Provinciale Planologische Dienst van Drenthe;

  • x. de hoofdingenieur-directeur van de Provinciale Waterstaat van Groningen;

  • y. de hoofdingenieur-directeur van de Provinciale Waterstaat van Drenthe.

's-Gravenhage, 2 januari 1979

De

Minister

van Landbouw en Visserij,

A. P. J. M. M. van der Stee

De

Minister

van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

P. A. C. Beelaerts van Blokland

Terug naar begin van de pagina