Besluit uitvoering artikel 2, achtste lid, Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen

Geraadpleegd op 21-05-2024.
Geldend van 23-12-2023 t/m heden

Besluit van 23 november 1972, tot uitvoering van artikel 2, achtste lid van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (aanwijzing van landen)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 5 oktober 1972, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 495/672;

Gelet op artikel 2, achtste lid, der Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;

De Raad van State gehoord (advies van 10 oktober 1972, nr. 13);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 13 november 1972, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 569/672;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. wet: de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;

  • b. richtlijn: Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PbEU 2009, L 263), zoals gewijzigd.

Artikel 2

Ter uitvoering van artikel 2, achtste lid, van de wet worden aangewezen de landen:

a. Andorra;

b. België;

c. Bondsrepubliek Duitsland;

d. Bosnië en Herzegovina;

e. Bulgarije;

f. Cyprus;

g. Denemarken, met inbegrip van de Faeröer;

h. Estland;

i. Finland;

j. Frankrijk en Monaco;

k. Griekenland;

l. Hongarije;

m. Ierland;

n. Italië, San Marino en Vaticaanstad;

o. Kroatië;

p. Letland;

q. Litouwen;

r. Luxemburg;

s. Malta;

t. Montenegro;

u. Noorwegen;

v. Oostenrijk

w. Polen;

x. Portugal;

y. Roemenië;

z. Servië;

aa. Slovenië;

bb. Slowaakse Republiek;

cc. Spanje;

dd. Tjechische Republiek;

ee. Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland, de Kanaaleilanden, het eiland Man en Gibraltar;

ff. IJsland;

gg. Zweden;

hh. Zwitserland en Liechtenstein.

Artikel 3

  • 1 Van de toepassing van artikel 2, achtste lid, der wet zijn uitgezonderd de motorrijtuigen die gewoonlijk zijn gestald in een der bij artikel 2 aangewezen landen en ten aanzien waarvan in dat land overeenkomstig artikel 5 van de richtlijn van de bepalingen van artikel 3 van die richtlijn is afgeweken, voor zover ten aanzien van de in artikel 5, eerste lid, van die richtlijn bedoelde motorrijtuigen niet het Bureau, als bedoeld in artikel 2, zesde lid der wet is aangewezen als de met de schadeloosstelling van benadeelden belaste instantie.

  • 2 Van de toepassing van artikel 2, achtste lid, der wet zijn eveneens uitgezonderd de motorrijtuigen die gewoonlijk zijn gestald in een der bij artikel 2 aangewezen landen en ten aanzien waarvan niet voldaan is aan de voorwaarde genoemd in artikel 8, eerste lid, tweede alinea, van de richtlijn.

  • 3 Van de toepassing van artikel 2, achtste lid, van de wet zijn eveneens uitgezonderd de motorrijtuigen die gewoonlijk zijn gestald in een van de bij artikel 2 aangewezen landen en die niet hebben te gelden als voertuig in de zin van artikel 1, onderdeel 1, van de richtlijn. Dit geldt niet voor motorrijtuigen die gewoonlijk in België of Luxemburg zijn gestald, voor zover de wetgeving in die landen die dient ter uitvoering van de op 24 mei 1966 te Luxemburg tot stand gekomen Benelux-overeenkomst betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (Trb. 1966, 178) op die motorrijtuigen van toepassing is.

Artikel 5

De onderscheidene bepalingen van dit besluit treden in werking met ingang van door Ons te bepalen tijdstippen, welke ook voor wat de aanwijzing van de in artikel 1 genoemde landen verschillend kunnen zijn.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 23 november 1972

JULIANA.

De Minister van Justitie a.i.,

W. J. GEERTSEMA.

Uitgegeven de zevende december 1972.

De Minister van Justitie a.i.,

W. J. GEERTSEMA.

Naar boven