Wet op de kansspelen

Geldend van 01-04-2021 t/m 30-06-2021

Wet van 10 december 1964, houdende nadere regelen met betrekking tot kansspelen

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, de verspreide wettelijke bepalingen betreffende kansspelen te herzien en in één wet onder te brengen en voorts de tijdelijke bepalingen betreffende sportprijsvragen door blijvende te vervangen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Titel I. Algemene bepalingen

Artikel 1

  • 1 Behoudens het in Titel Va van deze wet bepaalde is het verboden:

    • a. gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor ingevolge deze wet vergunning is verleend;

    • b. de deelneming hetzij aan een onder a bedoelde gelegenheid, gegeven zonder vergunning ingevolge deze wet, hetzij aan een overeenkomstige gelegenheid, gegeven buiten het Rijk in Europa, te bevorderen, daartoe middelen te verschaffen of daartoe voor openbaarmaking of verspreiding bestemde stukken in voorraad te hebben;

    • c. gebruik te maken van een onder a bedoelde gelegenheid, wetende dat voor het geven daarvan geen vergunning ingevolge deze wet is verleend;

    • d. opzettelijk in strijd met de waarheid het vermoeden te wekken dat voor een gelegenheid als onder a bedoeld ingevolge deze wet vergunning is verleend, of dat aan de verleende vergunning geen voorschrift of niet al de gestelde voorschriften zijn verbonden.

  • 2 Het is verboden te handelen in strijd met de aan de verleende vergunning verbonden voorschriften.

  • 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder c, is niet van toepassing ten aanzien van de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, bij de rechtmatige uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 34c.

Artikel 1a

  • 1 Onder een gelegenheid als bedoeld in artikel 1, onder a, wordt tevens begrepen het piramidespel en poker.

  • 2 Onder het piramidespel wordt verstaan een gelegenheid waarbij deelnemers een goed afgeven of een verplichting aangaan teneinde daaruit een voordeel te verwerven dat geheel of ten dele afhankelijk is van de afgifte van een goed of het aangaan van een verplichting door latere deelnemers.

Artikel 1b

Artikel 2

Artikel 1 is niet van toepassing op:

  • a. gelegenheden als daarin bedoeld, die noch voor het publiek zijn opengesteld, noch bedrijfsmatig worden gegeven;

  • b. levensverzekeringen, aangegaan met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen;

  • c. door een publiekrechtelijk lichaam tegen een niet hogere dan de parikoers voor het publiek opengestelde werkelijke geldleningen, die een jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente geven, niet lager dan een door Onze Minister van Financiën vast te stellen percentage, terwijl aan de schuldbewijzen van die leningen bijkomstig een kans op het winnen van premies is verbonden.

Artikel 3

  • 1 Tenzij deze wet anders bepaalt kan voor een gelegenheid als in artikel 1, onder a, bedoeld vergunning worden verleend, indien deze gelegenheid wordt opengesteld uitsluitend ten einde met de opbrengst daarvan enig algemeen belang te dienen. De vergunning wordt verleend door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de aanwijzing van de winnaars zal geschieden, indien de prijzen en premies gezamenlijk geen grotere waarde hebben dan € 4500 en bij een grotere waarde door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor gelegenheden, waarbij de spelers gemeenschappelijk aan een kansspel kunnen deelnemen.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op piramidespelen.

Artikel 4

  • 1 Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën kunnen aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid vergunning verlenen tot het openstellen van een tegen een niet hogere dan de parikoers uit te geven werkelijke geldlening, die een jaarlijkse en jaarlijks ter beschikking te stellen rente geeft, niet lager dan een door Onze Minister van Financiën vast te stellen percentage, terwijl aan de schuldbewijzen van die lening bijkomstig de kans op het winnen van premies is verbonden.

  • 2 Een vergunning als in lid 1 bedoeld kan alleen worden verleend voor geldleningen, uit te geven teneinde met het geplaatste geld enig algemeen belang te dienen.

Artikel 4a

  • 1 De houders van vergunningen op grond van deze wet treffen de maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om verslaving aan de door hen georganiseerde spelen zoveel mogelijk te voorkomen.

  • 2 De houders van vergunningen op grond van deze wet geven op zorgvuldige en evenwichtige wijze vorm aan wervings- en reclameactiviteiten waarbij in het bijzonder wordt gewaakt tegen onmatige deelneming. Bij wervings- en reclameactiviteiten voor kansspelen maakt een houder van een vergunning in ieder geval geen gebruik van persoonsgegevens die hij heeft verwerkt in het kader van deelname van die personen aan een ander kansspel als bedoeld in deze wet.

  • 3 Onder zorgvuldige en evenwichtige wervings- en reclameactiviteiten als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan dat wervings- en reclameactiviteiten niet misleidend zijn en dat bij deze activiteiten;

    • a. bij iedere activiteit afzonderlijk wordt gewezen op de risico’s van onmatige deelneming aan kansspelen door middel van het tonen van een tekst met een dergelijke strekking, opgesteld in samenspraak met representatieve en onafhankelijke organisaties die tot doel hebben verslaving aan kansspelen te beperken en te voorkomen;

    • b. aangegeven wordt wat de statistische kans is op het winnen van een prijs, en

    • c. wordt aangegeven of er sprake is van eenmalige deelneming dan wel doorlopende deelneming tot wederopzegging.

  • 4 Wervings- en reclameactiviteiten worden in ieder geval geacht misleidend als bedoeld in het derde lid te zijn indien daarin informatie wordt verstrekt die:

    • a. de indruk wekt dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen, of

    • b. de indruk wekt dat de consument door het verrichten van een bepaalde handeling een prijs zal winnen of een ander soortgelijk voordeel zal behalen terwijl daarop slechts een kans bestaat.

  • 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met het vierde lid.

  • 6 De in het vijfde lid bedoelde regels kunnen onder meer betrekking hebben op:

    • a. de inhoud van wervings- en reclameactiviteiten;

    • b. de doelgroepen waarop zodanige activiteiten zijn gericht;

    • c. de hoeveelheid, de tijdsduur en het tijdstip, en

    • d. de wijze waarop en de plaats waar wervings- en reclameuitingen worden gedaan.

  • 7 De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 4b

  • 1 In verband met het voorkomen van witwassen en het financieren van terrorisme staan de betrouwbaarheid en de geschiktheid van de houder van een vergunning op grond van deze wet, van de personen die zijn beleid bepalen of mede bepalen en van zijn uiteindelijke belanghebbende buiten twijfel.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de houders van een vergunning waaraan:

    • a. ingevolge artikel 1b, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme een vrijstelling is verleend;

    • b. bij of krachtens deze wet vergelijkbare eisen in verband met het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme worden gesteld.

Artikel 4c

  • 2 Een vergunning die ingevolge deze wet is verleend door een ander bestuursorgaan dan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan worden ingetrokken na een daartoe strekkend advies van de raad van bestuur waaruit volgt dat toepassing moet worden gegeven aan het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 5

  • 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gronden waarop een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een vergunning als bedoeld in de artikelen 3 en 4 kan worden afgewezen.

  • 3 De vergunning kan worden verleend onder een beperking verband houdend met de aard en de organisatie van de kansspelen. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van de kansspelen en de afdracht van de opbrengst. De beperkingen en voorschriften kunnen worden gewijzigd.

  • 4 De vergunning kan in ieder geval worden ingetrokken, indien:

    • a. de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig zijn gebleken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn gegeven indien bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens bekend waren geweest;

    • b. niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de vergunning;

    • c. een aan de vergunning verbonden voorschrift of een beperking waaronder de vergunning is verleend, is overtreden;

    • d. onvoldoende medewerking is verleend aan het toezicht op de naleving en de handhaving van de bij of krachtens deze wet en de Wet op de kansspelbelasting gestelde voorschriften.

  • 5 De vergunning kan worden geschorst op grond van ernstige vermoedens dat er grond bestaat om de vergunning in te trekken.

  • 6 De vergunning is niet overdraagbaar.

  • 7 Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot:

    • a. de termijn waarbinnen een beschikking op de aanvraag omtrent een vergunning als bedoeld in de artikelen 3 en 4 wordt gegeven;

    • b. de geldigheidsduur van de vergunning;

    • c. de beperkingen en voorschriften, bedoeld in het derde lid;

    • d. de intrekking en schorsing van de vergunning, en

    • e. de organisatie van de kansspelen;

    • f. de verplichtingen van de vergunninghouder.

Artikel 6

Voor de behandeling van een aanvraag omtrent een vergunning als bedoeld in de artikelen 3, 4, 9, 14b, 16, 24, 27b en 27h is overeenkomstig door Onze Minister van Veiligheid en Justitie gestelde regels een vergoeding verschuldigd. Als betaling achterwege blijft, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 6a

  • 1 Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan worden bepaald dat de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 9, 14b, 16, 24, 27b en 27h aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie overeenkomstig bij die regeling te stellen regels voor het gebruik van die vergunning eenmalig of periodiek een bedrag is verschuldigd.

  • 2 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan bij dwangbevel worden ingevorderd.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inning van dat bedrag.

Artikel 7

Het is de vergunninghouder verboden, enig voorschrift van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur niet in acht te nemen.

Titel Ia. Enige bijzondere vormen van kansspel

Artikel 7a

Het in Titel I bepaalde is niet van toepassing op het houden van winkelweekacties en het organiseren van kleine kansspelen, indien wordt voldaan aan de bepalingen van deze Titel.

Artikel 7b

  • 1 Onder winkelweekacties worden verstaan die kansspelen, welke voor bijzondere gelegenheden en ten hoogste tweemaal per jaar voor een beperkte periode van ten hoogste vier weken worden georganiseerd door een groepering van tien of meer ondernemers of filiaalhouders in de detailhandel, het ambacht of het horecabedrijf, die in een of aan elkaar grenzende gemeenten hun bedrijf uitoefenen.

  • 2 Voor het houden van winkelweekacties als in lid 1 bedoeld moet vergunning worden verkregen van de Kamer van Koophandel, waaronder de gemeente waar de winkelweekactie zal worden gehouden, ressorteert.

  • 3 De vergunning wordt verleend, indien en op voorwaarde dat de prijzen of premies in geld of goederen, die ter beschikking van de deelnemers worden gesteld, gezamenlijk geen grotere waarde hebben dan € 11.950,- (elf duizend negenhonderd en vijftig euro) en de deelnemersbewijzen door de betreffende ondernemers aan hun afnemers om niet ter beschikking worden gesteld.

  • 4 De Kamer van Koophandel is bevoegd een vergunning niet aanstonds te verlenen, indien een ordelijk verloop van zaken zulks gewenst doet zijn; zij kan aan de vergunning voorschriften verbinden.

  • 5 De Kamer van Koophandel weigert een gevraagde vergunning of trekt een verleende vergunning in, indien aannemelijk is, dat bij de wet of de vergunning gestelde voorschriften niet zullen worden nageleefd of zodanige voorschriften niet zijn nageleefd.

  • 6 Voor de behandeling van een aanvraag om een vergunning moet een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag worden betaald. De voordracht tot vaststelling of wijziging van deze algemene maatregel van bestuur wordt Ons gedaan door Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Artikel 7c

  • 1 Onder het organiseren van het kleine kansspel wordt verstaan het door een ten minste drie jaar bestaande Nederlandse vereniging, die krachtens zijn statuten een duidelijk omschreven doel - niet zijnde de beoefening van enigerlei vorm van kansspel - beoogt te dienen, ten bate van een genoemd, niet met het algemeen belang in strijd zijnd doel beleggen van een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het kleine kansspel wordt gegeven, waarbij de prijzen of premies in geld of goederen, die door de deelnemers aan het spel kunnen worden verkregen, geen hogere waarde hebben dan € 400,- per serie of set en de gezamenlijke waarde daarvan niet meer bedraagt dan € 1.550,- per bijeenkomst.

  • 2 Het is verboden een bijeenkomst, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het kleine kansspel wordt gegeven, te organiseren:

    • a. indien niet ten minste veertien dagen tevoren aan burgemeester en wethouders van de gemeente, waar de bijeenkomst zal plaatsvinden, op door hen aan te geven wijze of bij gebreke vandien bij aangetekend schrijven, mededeling is gedaan van de plaats waar en het tijdstip waarop de bijeenkomst wordt georganiseerd,

    • b. indien burgemeester en wethouders zodanige bijeenkomst hebben verboden.

  • 3 Burgemeester en wethouders verbieden zodanige bijeenkomst, indien op de, in de in het voorgaande lid bedoelde mededeling aangegeven dag in de mede daarin aangemelde lokaliteit reeds een soortgelijke bijeenkomst zal plaatsvinden, of indien aannemelijk is dat een of meerdere leden van de vereniging die de bijeenkomst organiseert, persoonlijk voordeel daaruit verwerven dan wel dat bij de wet of door hen gestelde voorschriften niet zullen worden nageleefd of zodanige voorschriften niet zijn nageleefd.

Artikel 7d

Als klein kansspel in de zin van deze Titel worden aangemerkt het kienspel, vogelpiekspel, rad van avontuur en vergelijkbare, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van kansspel.

Artikel 7e

  • 1 De in artikel 7b en artikel 7c vastgestelde bedragen worden van rechtswege gewijzigd met een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie vast te stellen percentage, telkens wanneer de consumentenprijsindex per 30 september van enig jaar ten minste tien procent afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer in het jaar, dat die bedragen werden vastgesteld.

  • 2 De wijziging gaat in op 1 januari volgende op de in het eerste lid genoemde datum.

  • 3 Het percentage van de wijziging wijkt niet meer af van het procentuele verschil tussen de in het eerste lid bedoelde indexcijfers dan nodig is om de bedragen vast te stellen op het naastbij gelegen veelvoud van € 50.

Titel II. De staatsloterij

Artikel 8

  • 1 Tot het organiseren van de staatsloterij kan uitsluitend vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

  • 2 Onder een staatsloterij wordt verstaan een loterij waarbij door trekking de nummers van de deelnamebewijzen worden aangewezen waarop de prijzen vallen en waarbij ten minste 60% van de door de deelnemers betaalde inleg aan prijzen wordt uitgeloofd.

Artikel 9

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van de staatsloterij.

  • 2 De opbrengst van de staatsloterij - na aftrek van de prijzen en kosten - wordt jaarlijks aan de Staat afgedragen.

Artikel 10

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van de staatsloterij.

  • 2 De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

    • a. het aantal loterijen dat per jaar wordt gehouden;

    • b. de mogelijkheid tot het uitgeven van deelloten, recht gevende op een evenredig deel van de prijs, waarin loten kunnen zijn verdeeld;

    • c. de maximum verkoopprijs van de loten;

    • d. de wijze waarop de trekkingen plaatsvinden;

    • e. de eisen aan organisatie en produkt;

    • f. de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de prijzen betaalbaar zijn;

    • g. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;

    • h. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.

  • 3 De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

Artikel 11

De ingevolge artikel 9 verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de ingevolge artikel 10 vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Artikel 12

  • 1 De Algemene Rekenkamer kan het financiële beheer dat door de krachtens artikel 9 aangewezen rechtspersoon gevoerd is en de jaarlijkse financiële verantwoording daarover onderzoeken.

Artikel 13

Behoudens ingevolge een door de krachtens artikel 9 aangewezen rechtspersoon verleende uitdrukkelijke toestemming is het verboden, onverschillig voor welk doel en onverschillig op welke wijze, gebruik te maken van of invloed toe te kennen aan de uitslag van de trekkingen in de staatsloterij.

Artikel 14

Behoudens aan degenen die daartoe door de krachtens artikel 9 aangewezen rechtspersoon gemachtigd zijn, is het aan een ieder verboden bij wijze van beroep of gewoonte loten of gedeelten van loten in de staatsloterij of onder deze naam te verkopen, te koop aan te bieden, af te leveren, uit te delen of ten verkoop of ter uitdeling in voorraad te hebben, af te lossen of op enige andere wijze de middellijke of onmiddellijke deelneming in voormelde loterij open te stellen of te bevorderen.

Titel IIa. De instantloterij

Artikel 14a

  • 1 Tot het organiseren van een instantloterij kan uitsluitend vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

  • 2 Onder instantloterij wordt verstaan een loterij waarbij de prijsbepaling van de winnende loten geschiedt voordat een aanvang wordt gemaakt met de uitgifte van de deelnamebewijzen.

Artikel 14b

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan met het oog op de belangen van instellingen werkzaam ten algemene nutte, in het bijzonder op het gebied van sport en lichamelijke vorming, van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van een instantloterij.

  • 2 De opbrengst van de instantloterij - na aftrek van de prijzen en kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon beoogt te dienen met het organiseren van de instantloterij.

  • 3 Van de opbrengst van de instantloterij wordt ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.

Artikel 14c

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een instantloterij.

  • 2 De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

    • a. het aantal te houden instantloterijen en het aantal uit te geven deelnamebewijzen per instantloterij;

    • b. de inrichtingen waar deelnamebewijzen verkrijgbaar worden gesteld en de maximale inleg per deelnamebewijs;

    • c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik;

    • d. de administratie en de dekking van de aan de organisatie verbonden kosten;

    • e. de wijze van werving en reclame;

    • f. de bestemming van de opbrengst van de gehouden instantloterijen;

    • g. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;

    • h. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;

    • i. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.

  • 3 Van de voorschriften wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Zij kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

Artikel 14d

  • 1 Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen die nog niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

  • 2 Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of een persoon die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon gestelde voorwaarden, wordt deze deelneming buiten aanmerking gelaten.

Artikel 14e

De ingevolge artikel 14b verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de bij of krachtens deze titel vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Titel III. Sportweddenschappen

Artikel 15

  • 1 Tot het organiseren van sportweddenschappen kan uitsluitend vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

  • 2 Onder sportweddenschappen worden verstaan weddenschappen, welke erop zijn gericht deelnemers uitslagen van tevoren aangekondigde sportwedstrijden, met uitzondering van harddraverijen en paardenrennen, te doen raden of voorspellen.

  • 3 Indien een of meer der aangekondigde sportwedstrijden op de bepaalde dag geen doorgang vinden, kan voor de niet gespeelde wedstrijden een vervangende uitslag gelden.

  • 4 Aan de deelnemers aan een sportweddenschap kan tevens gelegenheid worden gegeven tot deelneming aan een kansspel waarbij de volgnummers van de deelnamebewijzen aan de sportweddenschap de lotnummers vormen.

Artikel 16

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan met het oog op de belangen van instellingen werkzaam ten algemenen nutte, in het bijzonder op het gebied van sport en lichamelijke vorming, van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van sportweddenschappen.

  • 2 De opbrengst van een sportweddenschap - na aftrek van de prijzen en kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon beoogt te dienen met het aanleggen en houden van sportweddenschappen.

  • 3 Van de gezamenlijke opbrengst van de ingevolge deze titel en titel IVa georganiseerde kansspelen wordt, gerekend over een kalenderjaar, ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.

Artikel 20

  • 1 Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen, die nog niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

  • 2 Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of indien als winnaar wordt aangewezen een deelnemer die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon voor deelneming gestelde voorwaarden, wordt de inzending buiten aanmerking gelaten.

Artikel 21

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van sportweddenschappen.

  • 2 De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

    • a. het aantal te houden sportweddenschappen;

    • b. de wijze van bepaling van de vervangende uitslagen en het prijzenschema;

    • c. de administratie en de dekking van de aan de organisatie verbonden kosten;

    • d. de bestemming van de opbrengst van de gehouden sportweddenschappen;

    • e. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;

    • f. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;

    • g. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag;

    • h. het onderkennen en voorkomen van manipulatie met sportwedstrijden.

  • 3 De houder van een ingevolge artikel 16 verleende vergunning is verplicht informatie over verdachte gokpatronen bij de kansspelautoriteit te melden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over hetgeen onder informatie over verdachte gokpatronen wordt verstaan en over de wijze waarop de melding aan de kansspelautoriteit moet plaatsvinden.

  • 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels en criteria gesteld met betrekking tot de vergunning voor het organiseren van sportprijsvragen. Deze regels en criteria hebben in ieder geval betrekking op:

    • a. de sportprijsvragen die op grond van een vergunning mogen worden georganiseerd, waarbij spelregels en andere kenmerken van die sportprijsvragen kunnen worden gegeven;

    • b. regels met betrekking tot het onderkennen en voorkomen van manipulatie met sportwedstrijden.

  • 5 De regels en criteria, bedoeld in het vierde lid, worden in beginsel vastgesteld na overleg met de kansspelautoriteit, sportbonden en vergunninghouders die sportprijsvragen aanbieden. Tot de regels, bedoeld in het vierde lid, onder b, kan een lijst behoren met kansspelen, spelregels en andere kenmerken van die spelen die door een vergunninghouder voor het organiseren van sportprijsvragen niet mogen worden aangeboden.

Artikel 22

De ingevolge artikel 16 verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de bepalingen van deze titel of de ingevolge artikel 21 vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Titel IV. De totalisator

Artikel 23

  • 1 Tot het organiseren van een totalisator kan uitsluitend vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

  • 2 Onder totalisator wordt verstaan elke gelegenheid, opengesteld om op de uitslag van harddraverijen en paardenrennen te wedden, met dien verstande dat het totaal van de inleg, behoudens bij of krachtens de wet toegestane aftrek, verdeeld zal worden onder degenen die op de winnaar of op een der prijswinnaars hebben gewed.

Artikel 24

De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van een totalisator.

Artikel 25

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een totalisator.

  • 2 De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

    • a. het aantal draverijen en rennen;

    • b. de maximum inzet per persoon;

    • c. het percentage dat vóór de verdeling aan de winnaars der weddenschappen zal worden ingehouden en de bestemming van dit percentage;

    • d. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;

    • e. de verplichting om ongeoorloofd wedden of het verlenen van bemiddeling tot wedden op de terreinen waar harddraverijen of paardenrennen worden gehouden zoveel mogelijk tegen te gaan en te doen tegengaan;

    • f. het onderkennen en voorkomen van manipulatie met sportwedstrijden.

  • 3 De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

  • 4 De houder van een ingevolge artikel 24 verleende vergunning is verplicht informatie over verdachte gokpatronen bij de kansspelautoriteit te melden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over hetgeen onder informatie over verdachte gokpatronen wordt verstaan en over de wijze waarop de melding aan de kansspelautoriteit moet plaatsvinden.

  • 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels en criteria gesteld met betrekking tot de vergunning tot het organiseren van totalisators. Deze regels en criteria hebben in ieder geval betrekking op:

    • a. de totalisators die op grond van een vergunning mogen worden georganiseerd, waarbij spelregels en andere kenmerken van die totalisators kunnen worden gegeven.

    • b. regels met betrekking tot het onderkennen en het voorkomen van manipulatie met totalisators.

  • 6 De regels en criteria, bedoeld in het vijfde lid, worden in beginsel vastgesteld na overleg met de kansspelautoriteit en vergunninghouders die totalisators aanbieden. Tot de regels, bedoeld in het vijfde lid, onder b, kan een lijst behoren met kansspelen, spelregels en andere kenmerken van die spelen die door een vergunninghouder voor het organiseren van totalisators niet mogen worden aangeboden.

Artikel 26

De ingevolge artikel 24 verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de ingevolge artikel 25 vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Artikel 27

Het is verboden aan het publiek bemiddeling aan te bieden of te verlenen bij het afsluiten van weddenschappen bij een totalisator.

Titel IVa. De lotto

Artikel 27a

  • 1 Tot het organiseren van een lotto kan uitsluitend vergunning verleend worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

  • 2 Onder lotto wordt verstaan een kansspel dat erop gericht is deelnemers een aantal symbolen te doen voorspellen, die door loting of trekking worden verkregen uit een van tevoren opgegeven aantal symbolen.

  • 3 Aan de deelnemers aan een lotto kan tevens gelegenheid worden gegeven tot deelneming aan een kansspel, waarbij de volgnummers van de deelnamebewijzen aan de lotto de lotnummers vormen.

Artikel 27b

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan met het oog op de belangen van instellingen werkzaam ten algemenen nutte, in het bijzonder op het gebied van sport en lichamelijke vorming, van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, aan de krachtens artikel 16 aangewezen rechtspersoon voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van lotto's.

  • 2 De opbrengst van de lotto - na aftrek van prijzen en kosten - komt ten goede aan de belangen, die de rechtspersoon met het aanleggen en houden daarvan beoogt te dienen.

  • 3 Van de gezamenlijke opbrengst van de ingevolge deze titel en titel III georganiseerde kansspelen wordt, gerekend over een kalenderjaar, ten minste 47,5% bestemd voor uitkering aan prijzen.

Artikel 27c

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van een lotto.

  • 2 De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

    • a. het aantal te houden lotto's;

    • b. de wijze van prijsbepaling en het prijzenschema;

    • c. de administratie en de dekking van de aan de organisatie verbonden kosten;

    • d. de bestemming van de opbrengst van de gehouden lotto's;

    • e. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;

    • f. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag.

  • 3 De voorschriften kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

Artikel 27e

  • 1 Als deelnemers mogen niet worden toegelaten personen die nog niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

  • 2 Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge het eerste lid niet als deelnemer mocht worden toegelaten of indien als winnaar wordt aangewezen een deelnemer die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de rechtspersoon voor deelneming gestelde voorwaarden, wordt de inzending buiten aanmerking gelaten.

Artikel 27f

De ingevolge artikel 27b verleende vergunning kan tussentijds door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Titel IVb. Casinospelen

Artikel 27g

  • 1 Tot het organiseren van een speelcasino kan uitsluitend vergunning verleend worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

  • 2 Onder speelcasino wordt verstaan de voor het publiek opengestelde of bedrijfsmatig gedreven inrichting, waar door middel van gemeenschappelijk beoefende kansspelen aan de deelnemers de gelegenheid wordt gegeven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling, waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen.

Artikel 27h

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid voor een door hem te bepalen duur vergunning verlenen tot het organiseren van speelcasino's.

  • 2 De opbrengst van de speelcasino’s - na aftrek van de prijzen en kosten - strekt ten bate van de schatkist.

  • 3 De vestiging van een speelcasino behoeft de voorafgaande instemming van de raad van de betrokken gemeente.

Artikel 27i

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, verbindt voorschriften aan de vergunning tot het organiseren van speelcasino's.

  • 2 De voorschriften hebben onder meer betrekking op:

    • a. de gemeenten waar een speelcasino kan worden gevestigd;

    • b. het aantal en de soort van de te organiseren spelen en de wijze waarop deze worden beoefend, alsmede de overige toe te laten activiteiten;

    • c. de minimum en de maximum inzet per persoon en per speelkans, alsmede de overige aan deelneming te stellen voorwaarden;

    • d. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik;

    • e. de wijze van werving en reclame;

    • f. de administratie en de dekking van de aan de organisatie verbonden kosten;

    • g. de statuten en reglementen van de rechtspersoon;

    • h. het van overheidswege te houden toezicht op de naleving;

    • i. de inrichting van het jaarlijks door de rechtspersoon van zijn werkzaamheden en de financiële resultaten daarvan uit te brengen verslag en de wijze van publikatie van dat verslag;

    • j. het voorkomen van kansspelverslaving.

  • 3 Van de voorschriften wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Zij kunnen worden gewijzigd en aangevuld.

Artikel 27j

  • 1 Tot een speelcasino mogen niet worden toegelaten personen die nog niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

  • 2 Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge het eerste lid niet tot een speelcasino mocht worden toegelaten of een persoon die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de vergunninghouder gestelde voorwaarden, wordt deze deelneming buiten aanmerking gelaten.

Artikel 27ja

  • 1 Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 4a, registreert en analyseert de houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino op consequente en eenduidige wijze gegevens met betrekking tot het speelgedrag van de speler. Hij kan hierbij gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming van de speler verwerken voor zover dit noodzakelijk is voor het voorkomen van onmatige deelname aan kansspelen of van kansspelverslaving.

  • 2 Bij een redelijk vermoeden van onmatige deelname aan kansspelen of kansspelverslaving onderzoekt de vergunninghouder het gedrag van de speler in een persoonlijk onderhoud met die speler.

  • 3 De vergunninghouder die na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, redelijkerwijs moet vermoeden dat de speler door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten adviseert die speler tot tijdelijke uitsluiting van deelname aan kansspelen, georganiseerd in speelcasino’s als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, in inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, en op afstand als bedoeld in artikel 31, door inschrijving in het register, bedoeld in artikel 33h.

  • 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de voorgaande leden. Deze hebben in ieder geval betrekking op:

    • a. de registratie en analyse, bedoeld in het eerste lid;

    • b. de verwerking van persoonsgegevens, de waarborgen voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens en het burgerservicenummer, de passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van persoonsgegevens en het burgerservicenummer tegen verlies of onrechtmatige verwerking en het toezicht daarop;

    • c. het onderzoek en het advies, bedoeld in het tweede en derde lid;

    • d. de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, en de door de vergunninghouder te verstrekken gegevens.

Artikel 27k

De ingevolge artikel 27h verleende vergunning kan door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, worden ingetrokken, indien de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften worden overtreden.

Artikel 27l

  • 1 De Algemene Rekenkamer kan het financiële beheer dat door de krachtens artikel 27h aangewezen rechtspersoon gevoerd is en de jaarlijkse financiële verantwoording daarover onderzoeken.

Titel VA. Speelautomaten

§ 1. Inleidende bepalingen

Artikel 30

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

  • b. behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de spelduur verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt;

  • c. kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat is;

  • d. hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend:

    • 1°. waar het café en het restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend en

    • 2°. waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder.

  • e. laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in dat artikellid wordt uitgeoefend, die geen hoogdrempelige inrichting is.

Artikel 30a

  • 1 Deze Titel is niet van toepassing op behendigheidsautomaten die zonder middellijke of onmiddellijke betaling of inworp door de speler of een derde in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies.

  • 2 Deze Titel is niet van toepassing op bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen typen van speelautomaten die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt ter gelegenheid van kermissen, en die zodanig zijn ingericht, dat het bespelen ervan niet kan leiden tot de uitkering van geldprijzen, of tot de onmiddellijke uitkering van premies, waardebonnen of penningen, die een waarde vertegenwoordigen van meer dan het veertigvoud van de inzet per spel.

§ 2. Vergunning tot het aanwezig hebben van kansspelautomaten

Artikel 30b

  • 1 Het is verboden, behoudens het in deze Titel bepaalde, zonder vergunning van de burgemeester een of meer kansspelautomaten aanwezig te hebben

    • a. op of aan de openbare weg;

    • b. op voor het publiek toegankelijke plaatsen;

    • c. in niet voor het publiek toegankelijke inrichtingen:

      • 1°. waarvoor ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet een vergunning voor de uitoefening van het horecabedrijf is vereist, of

      • 2°. waarin het hotel-, het pension-, het restaurant-, het café-, het cafetaria-, het lunchroom- of het partycateringbedrijf wordt uitgeoefend, of waarin de verstrekking van logies, gepaard gaande met dienstverlening of de verstrekking van maaltijden, spijzen of dranken voor verbruik ter plaatse, als bedrijf plaats heeft, niet zijnde ondernemingen waarin uitsluitend het contractcateringbedrijf wordt uitgeoefend of waarin uitsluitend contractcateringactiviteiten als bedrijf plaats hebben.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op het aanwezig hebben van kansspelautomaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen, uitsluitend ten behoeve van het verkopen daarvan of van het krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 30h, eerste lid, in gebruik geven daarvan aan anderen ten behoeve van de uitoefening van hun bedrijf.

Artikel 30c

  • 1 De vergunning kan slechts worden verleend, indien zij betreft het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten:

    • a. in een hoogdrempelige inrichting;

    • b. in een inrichting, anders dan onder a, bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, indien het houden van een zodanige inrichting krachtens een vergunning van de burgemeester bij gemeentelijke verordening is toegestaan.

  • 2 Bij gemeentelijke verordening wordt het aantal kansspelautomaten vastgesteld waarvoor per inrichting, als bedoeld in het eerste lid, vergunning wordt verleend, met dien verstande dat voor een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onder a, het aantal kansspelautomaten waarvoor vergunning kan worden verleend, op twee wordt bepaald.

  • 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën inrichtingen worden aangewezen die als laagdrempelige inrichtingen worden aangemerkt.

  • 4 Indien zich binnen een laagdrempelige inrichting een horecalokaliteit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet bevindt, waarin rechtmatig alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt, dan wordt deze lokaliteit als hoogdrempelige inrichting aangemerkt voor de toepassing van deze titel, indien:

    • a. voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 30, onder d, en

    • b. de overige ruimten in die inrichting door het publiek uitsluitend te bereiken zijn zonder eerst deze lokaliteit te betreden.

  • 5 Indien met toepassing van het vierde lid meerdere ruimten binnen een laagdrempelige inrichting als hoogdrempelige inrichting kunnen worden aangemerkt, wordt, in afwijking van het vierde lid, met behulp van de omschrijving als bedoeld in artikel 30, onder d, bepaald of er sprake is van een of van meerdere hoogdrempelige inrichtingen.

Artikel 30d

  • 1 Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen verbonden worden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen kansspelautomaten mogen worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h, eerste lid, bedoelde vergunning en dat de vergunninghouder zorgdraagt voor een beleid ter voorkoming van kansspelverslaving. Indien de omstandigheden ter plaatse daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler.

  • 2 De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.

  • 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften.

  • 4 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de aanvrager van de vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, en de bedrijfsleiders en beheerders van deze inrichtingen, dienen te voldoen;

    • b. de eis dat de bedrijfsleiders en beheerder van de in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, bedoelde inrichtingen dienen te beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van kansspelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van kansspelverslaving;

    • c. het in het eerste lid gestelde voorschrift over het beleid ter voorkoming van kansspelverslaving.

Artikel 30e

  • 1 De vergunning wordt geweigerd indien:

    • a. door het verlenen der vergunning zou worden afgeweken van het bij of krachtens artikel 30c bepaalde;

    • b. niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, geldende eisen.

  • 2 De vergunning kan voorts worden geweigerd:

    • a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning;

    • b. indien de vrees gewettigd is, dat het verlenen der vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.

Artikel 30f

  • 1 De vergunning wordt ingetrokken:

    • a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

    • b. indien voor een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder a en b, niet de vergunning van kracht is, die ingevolge de voor die inrichting geldende bepalingen is vereist;

    • c. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, onder a, geldende eisen.

  • 2 De vergunning kan voorts worden ingetrokken:

    • a. indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen heeft overtreden;

    • b. indien de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven der vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.

  • 5 In de gevallen bedoeld in het eerste lid, tweede lid, onder a, en derde lid kan de burgemeester alvorens de vergunning in te trekken de vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden voorschriften over te gaan.

  • 6 Intrekking van de vergunning geschiedt niet voordat de burgemeester van zijn voornemen daartoe de vergunninghouder bij aangetekende brief, onder opgave van redenen, mededeling heeft gedaan en hem in de gelegenheid heeft gesteld zich in persoon of bij gemachtigde door hem of een door hem aangewezen ambtenaar te doen horen. In het geval bedoeld in het tweede lid, onder b, kan, indien dringende omstandigheden zulks vorderen, de vergunning onmiddellijk worden ingetrokken.

Artikel 30g

  • 1 Het is de vergunninghouder verboden personen beneden de leeftijd van achttien jaar een kansspelautomaat te laten bespelen.

  • 2 Het is personen beneden de leeftijd van achttien jaar verboden een kansspelautomaat te bespelen op een locatie als bedoeld in artikel 30b, eerste lid.

§ 3. Vergunning tot het exploiteren van speelautomaten

Artikel 30h

  • 1 Het is verboden zonder vergunning van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, een of meer speelautomaten te exploiteren.

  • 2 Onder exploiteren wordt verstaan het bedrijfsmatig en als eigenaar gebruiken of aan een ander in gebruik geven van een of meer speelautomaten.

Artikel 30i

  • 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de gegevens, welke bij de aanvraag van een vergunning dienen te worden verstrekt. Deze gegevens bevatten in ieder geval de identiteit van de in het tweede lid, onder b, bedoelde personen;

    • b. de vereiste beschikbaarheid van faciliteiten voor onderhoud en reparatie van speelautomaten.

  • 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de bij de aanvraag van de vergunning verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de vergunninghouder van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften en de invordering van die kosten verbonden aan dat toezicht;

    • b. de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag, waaraan de aanvrager van de vergunning, en de bedrijfsleiders en beheerders van de exploitatie dienen te voldoen.

  • 3 De kosten, bedoeld in het tweede lid, onder a, kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

Artikel 30j

  • 1 Aan de vergunning kunnen uit een oogpunt van toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde voorschriften en beperkingen worden verbonden, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie te stellen regels. Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, indien tot het aanwezig hebben daarvan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 30c. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler.

  • 2 De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend.

Artikel 30k

  • 2 De vergunning kan voorts worden geweigerd, indien de aanvrager of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen, de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag van de vergunning.

Artikel 30l

  • 1 De vergunning wordt ingetrokken:

    • a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

    • b. indien de vergunninghouder het in de artikelen 30t, eerste lid, onder b, of tweede lid bedoelde verbod heeft overtreden;

    • c. indien de vergunninghouder gedurende een jaar na de dag van afgifte van de vergunning met de exploitatie geen begin heeft gemaakt;

    • d. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30i, tweede lid, onder b, geldende eisen.

  • 2 De vergunning kan voorts worden ingetrokken, indien de vergunninghouder of de andere in artikel 30i, tweede lid, onder b, bedoelde personen de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen hebben overtreden.

  • 5 In de gevallen bedoeld in het eerste tot en met het derde lid kan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, alvorens de vergunning in te trekken de vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden voorschriften over te gaan.

§ 4. Toelating van speelautomaten

Artikel 30m

  • 1 Het vervaardigen of invoeren van speelautomaten is verboden, tenzij het speelautomaten betreft die overeenstemmen met een door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, toegelaten model en

    • a. zij ten bewijze daarvan zijn voorzien van het ingevolge artikel 30r, eerste lid, met betrekking tot die toelating vastgestelde merkteken, of

    • b. de vervaardiging of invoer geschiedt door de houder van die toelating of diens gemachtigde.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op speelautomaten:

    • a. die op grond van ouderdom of uiterlijk of uitzonderlijke eigenschappen bijzondere waarde hebben;

    • b. die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer;

    • c. die zonder enige inworp door de speler in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies;

    • d. die zijn bestemd om als model voor toelating te worden aangeboden.

Artikel 30n

  • 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven welke gelden als voorwaarden voor de toelating van een model speelautomaat. De regels hebben betrekking op:

    • a. de op het model aangebrachte informatie ten behoeve van de speler met betrekking tot het spel, het spelkarakter, het spelverloop en de mogelijke spelresultaten;

    • b. de deugdelijkheid, de duurzaamheid en de storingsgevoeligheid van de constructie, daaronder begrepen de mogelijkheid tot beïnvloeding van het spelproces, anders dan door de aan de speler geboden middelen;

    • c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik;

    • d. het karakter van het spel en het waarborgen van het toevals- of behendigheidskarakter van het spel en het spelverloop.

  • 2 Met betrekking tot de toelating van een model kansspelautomaat worden voorts bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gegeven ten aanzien van:

    • a. de automatische registratie van alle inzetten, uitbetalingen en gespeelde spellen;

    • b. de op het model aangebrachte informatie ter bescherming van de speler en met betrekking tot de leeftijdsgrens die geldt voor het spelen op kansspelautomaten;

    • c. de informatie van de speler, daaronder begrepen de informatie van de speler omtrent het spelverloop middels een informatiesysteem op de kansspelautomaat;

    • d. een op de kansspelautomaat aanwezige voorziening die de speler noodzaakt tot het instellen van een bedrag dat hij maximaal wil verliezen;

    • e. het in werking stellen van het spelproces en het spel;

    • f. de inworp en de inzet, en de vorm en hoogte daarvan;

    • g. het spelverloop en de spelduur;

    • h. de uitbetaling en de uitkering van prijzen en premies, en de vorm, het moment en de hoogte daarvan;

    • i. de kansen op winst en verlies en de hoogte van de bedragen die, gemeten over een bepaalde tijdsduur, gemiddeld gewonnen of verloren kunnen worden;

    • j. het inworp- en uitbetalingsmechanisme;

    • k. andere op de kansspelautomaat aanwezige mechanismen of voorzieningen die een rol spelen in het spelproces;

    • l. de aanwezigheid op de kansspelautomaat van geldwisselapparatuur;

    • m. de verlichting en het geluid van de kansspelautomaat.

  • 3 Voor de toelating van het model van kansspelautomaten bestemd om te worden opgesteld in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van de onderwerpen genoemd in het tweede lid, die afwijken van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.

Artikel 30o

  • 1 De toelating van een model wordt door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, op aanvraag verleend.

  • 2 Bij elke aanvraag om toelating van een model dienen te worden overgelegd tekeningen en een beschrijving, welke het model zo volledig mogelijk weergeven.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de eisen, waaraan bij een aanvraag om toelating van een model dient te worden voldaan;

    • b. de medewerking, die door de aanvrager aan het onderzoek met het oog op de toelating van een model behoort te worden verleend.

  • 4 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de bij de aanvraag van de toelating verschuldigde vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de verklaring houdende toelating, en voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door de houder van de toelating van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften. Daarbij kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de invordering van deze kosten. Deze kosten kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

  • 5 Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie worden een of meer instellingen aangewezen die belast zijn met het onderzoek met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat.

Artikel 30p

  • 1 De toelating van een model wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften of niet de redelijke verwachting bestaat, dat overeenkomstig het model vervaardigde speelautomaten aan die voorschriften zullen voldoen.

  • 2 De toelating van een model kan voorts worden geweigerd:

    • a. indien de aanvrager de bij of krachtens deze Titel vastgestelde voorschriften heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van de aanvraag van de toelating van een model;

    • b. indien er naar het oordeel van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, sprake is van een uit maatschappelijk oogpunt onaanvaardbaar spelconcept.

Artikel 30q

  • 1 Indien een model wordt toegelaten, wordt een op naam van de aanvrager gestelde, ondertekende en gedagtekende verklaring, houdende de toelating, afgegeven met gebruikmaking van een door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, vast te stellen formulier.

  • 2 De voorschriften, vastgesteld krachtens artikel 30n, worden, voor zover zij op het toegelaten model betrekking hebben, in de verklaring, houdende de toelating, opgenomen. Daarin kan tevens worden bepaald, dat het model op een in de verklaring vermelde plaats moet worden bewaard.

  • 3 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan aan een toelating aanvullende voorschriften verbinden uit een oogpunt van toezicht dan wel douanecontrole op de naleving van het bij of krachtens deze Titel bepaalde, die in de verklaring, houdende de toelating, worden opgenomen. Zij kunnen zo nodig worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

  • 4 Een gewaarmerkt afschrift van de in artikel 30o, tweede lid, bedoelde tekeningen en beschrijving maakt deel uit van de verklaring.

  • 5 Van een verklaring, houdende de toelating, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Daarbij worden in elk geval opgenomen de voorschriften, bedoeld in het tweede en derde lid. Van een wijziging, aanvulling of intrekking van de in de verklaring opgenomen voorschriften wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 30r

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, stelt met betrekking tot iedere toelating van een model de merktekens vast die ingevolge die toelating op speelautomaten mogen worden aangebracht. Onze Minister van Veiligheid en Justitie geeft regels omtrent de afgifte van merktekens en afschriften van de verklaring, houdende de toelating.

  • 2 De houder van een toelating van een model is met uitsluiting van ieder ander gerechtigd om in of op speelautomaten, welke zijn vervaardigd overeenkomstig het model waarvoor een toelating geldt, de met betrekking tot die toelating vastgestelde merktekens aan te brengen. De houder kan derden machtigen de merktekens aan te brengen na voorafgaande mededeling hiervan aan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a.

  • 3 Het is ieder ander dan degenen bedoeld in het tweede lid verboden in of op speelautomaten de in het eerste lid bedoelde merktekens aan te brengen.

  • 4 Het met betrekking tot een toegelaten model vastgestelde merkteken moet op naar dat model vervaardigde speelautomaten zodanig worden aangebracht, dat het voor een speler zichtbaar is en niet verwijderd kan worden zonder de speelautomaat te beschadigen of het merkteken te vernietigen of te beschadigen.

Artikel 30s

  • 1 De toelating van een model wordt ingetrokken:

    • a. indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging der toelating zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

    • b. indien de krachtens artikel 30n gegeven voorschriften zodanig zijn gewijzigd, dat het model onder de werking van de gewijzigde voorschriften niet zou zijn toegelaten.

  • 2 De toelating van een model kan worden ingetrokken, indien de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de voorschriften, opgenomen in de verklaring houdende de toelating, zijn overtreden door de houder of diens gemachtigde, bedoeld in artikel 30m en artikel 30r, tweede lid.

  • 3 In de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a, en het tweede lid kan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, alvorens de toelating in te trekken de houder daarvan in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens deze Titel vastgestelde bepalingen of de voorschriften, opgenomen in de verklaring houdende de toelating, over te gaan.

  • 4 De toelating van een model kan worden ingetrokken, indien noch de houder noch een gemachtigde gedurende een aaneengesloten periode van drie jaren gebruik heeft gemaakt van het in artikel 30r, tweede lid, bedoelde recht op speelautomaten een merkteken aan te brengen, tenzij de houder te kennen geeft binnen een termijn van twee jaren daar weer gebruik van te zullen gaan maken.

  • 5 In gevallen waarin de toelating kan worden ingetrokken, kan, in plaats daarvan, een beperking aan de toelating worden toegevoegd.

  • 6 Van de intrekking en van de aan de toelating toegevoegde beperking wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.

§ 5. Overige gebods- en verbodsbepalingen

Artikel 30t

  • 1 Het is verboden een of meer speelautomaten, die niet overeenstemmen met het door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, toegelaten model daarvan en die niet ten bewijze daarvan zijn voorzien van het ingevolge artikel 30r, eerste lid, met betrekking tot die toelating vastgestelde merkteken:

    • a. in de handel te brengen, te verkopen, ten verkoop in voorraad te hebben, ten verkoop aan te bieden of af te leveren , met uitzondering van de speelautomaten bedoeld in artikel 30m, tweede lid, onder a, b en c;

    • b. te exploiteren;

    • c. aanwezig te hebben op plaatsen of in inrichtingen als bedoeld in artikel 30b, eerste lid.

  • 2 Het is verboden in of aan een speelautomaat, die wordt gebruikt of die bestemd is om te worden gebruikt in inrichtingen of bij gelegenheden als bedoeld in artikel 30c, eerste lid en behendigheidsautomaten op kermissen zodanige wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen, dat deze niet meer overeenstemt met het door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, toegelaten model daarvan.

  • 3 Bij het intrekken van een toelating als bedoeld in artikel 30s, kan de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, bepalen, dat het eerste lid niet of tijdelijk niet van toepassing is op speelautomaten, die voordien ingevolge die toelating rechtmatig van een merkteken zijn voorzien. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot die speelautomaten.

  • 4 Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant tegelijk met de mededeling, bedoeld in artikel 30s, zesde lid.

  • 5 Het is verboden om op grond van het behaalde spelresultaat op een behendigheidsautomaat middellijk of onmiddellijk prijzen of premies uit te keren, met uitzondering van een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen.

Artikel 30u

  • 1 Het is de exploitant van een speelautomatenhal verboden personen de toegang te verlenen:

    • a. die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt;

    • b. waarvan niet op deugdelijke wijze is vastgesteld dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt.

  • 2 Het is de in het eerste lid, onder a, bedoelde personen verboden in een speelautomatenhal aanwezig te zijn.

  • 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels gegeven worden ten aanzien van de wijze waarop de exploitant uitvoering moet geven aan de in het eerste lid bedoelde verboden.

  • 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van:

    • a. speelautomatenhallen waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld;

    • b. van een speelautomatenhal deel uitmakende afgescheiden ruimten, waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld en welke men uitsluitend kan betreden of verlaten zonder de overige ruimten van de speelautomatenhal te betreden.

Artikel 30v

  • 1 Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 4a, registreert en analyseert de houder van een vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, op consequente en eenduidige wijze gegevens met betrekking tot het speelgedrag van de speler. Hij kan hierbij gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming van de speler verwerken voor zover dit noodzakelijk is voor het voorkomen van onmatige deelname aan kansspelen of van kansspelverslaving.

  • 2 Bij een redelijk vermoeden van onmatige deelname aan kansspelen of kansspelverslaving onderzoekt de vergunninghouder het gedrag van de speler in een persoonlijk onderhoud met die speler.

  • 3 De vergunninghouder die na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, redelijkerwijs moet vermoeden dat de speler door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten, adviseert die speler tot tijdelijke uitsluiting van deelname aan kansspelen, georganiseerd in speelcasino’s als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, in inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, en op afstand als bedoeld in artikel 31, door inschrijving in het register, bedoeld in artikel 33h.

  • 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de voorgaande leden. Deze hebben in ieder geval betrekking op:

    • a. de registratie en analyse, bedoeld in het eerste lid;

    • b. de verwerking van persoonsgegevens, de waarborgen voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens en het burgerservicenummer, de passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van persoonsgegevens en het burgerservicenummer tegen verlies of onrechtmatige verwerking en het toezicht daarop;

    • c. het onderzoek en het advies, bedoeld in het tweede en derde lid;

    • d. de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, en de door de vergunninghouder te verstrekken gegevens.

§ 8. Speelautomaten in een speelcasino

Artikel 30z

  • 1 Tot het aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer speelautomaten in een speelcasino kan uitsluitend door de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a vergunning worden verleend. De paragrafen 2 en 3 van deze Titel zijn niet van toepassing op het aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer speelautomaten in een speelcasino.

  • 2 De vergunning kan uitsluitend worden verleend aan de krachtens artikel 27h, eerste lid, aangewezen rechtspersoon. De vergunning wordt ingetrokken indien niet de vergunning van kracht is, die ingevolge artikel 27h, eerste lid, vereist is tot het organiseren van een speelcasino.

  • 3 Aan de vergunning worden voorschriften verbonden ten aanzien van het aanwezig hebben en de exploitatie van speelautomaten. De voorschriften kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

  • 4 Voor de toelating van het model van speelautomaten kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die afwijken van het bepaalde in paragraaf 4 van deze Titel.

§ 9. Slotbepalingen

Artikel 30aa

  • 1 De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur, als voorzien in deze Titel, wordt Ons gedaan door Onze Minister van Veiligheid en Justitie.

  • 2 Het ontwerp van een besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als voorzien in de artikelen 30c, derde lid, en 30n, tweede en derde lid, wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

    Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de vorige volzin wordt Ons niet gedaan dan nadat twee maanden na die bekendmaking zijn verstreken.

Titel Vb. Kansspelen op afstand

Afdeling 1. Inleidende bepalingen

Artikel 31

  • 1 Onder een kansspel op afstand wordt verstaan: een gelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, die op afstand met elektronische communicatiemiddelen wordt gegeven en waaraan wordt deelgenomen zonder fysiek contact met degene die die gelegenheid geeft of die voor deelname aan die kansspelen ruimte en middelen ter beschikking stelt.

  • 2 Tot het organiseren van kansspelen op afstand, anders dan aanbieden van deelnamebewijzen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen kansspelen waarvoor op grond van een andere dan deze titel vergunning is verleend, kan uitsluitend vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

Afdeling 2. De vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand

Artikel 31a

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan vergunning verlenen tot het organiseren van kansspelen op afstand.

  • 2 De vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand wordt voor bepaalde tijd verleend en is niet overdraagbaar.

  • 3 De vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand kan worden verleend onder een beperking verband houdend met de aard van de te organiseren kansspelen. Aan de vergunning kunnen voorschriften in het belang van de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van die kansspelen worden verbonden. De beperkingen en voorschriften kunnen worden gewijzigd.

  • 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels en criteria gesteld met betrekking tot de vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand. Deze regels en criteria hebben in ieder geval betrekking op:

    • a. de kansspelen die op grond van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand mogen worden georganiseerd, waarbij spelregels en andere kenmerken van die spelen kunnen worden gegeven;

    • b. regels met betrekking tot het onderkennen en voorkomen van manipulatie met sportwedstrijden;

    • c. de geldigheidsduur van de vergunning;

    • d. de overgang van de vergunning.

  • 5 De regels en criteria, bedoeld in het vierde lid, onder a en b, worden in beginsel vastgesteld na overleg met de kansspelautoriteit, sportbonden en vergunninghouders van kansspelen op afstand die sportprijsvragen of een totalisator aanbieden. Tot de regels als bedoeld in het vierde lid, onder b, kan een lijst behoren met kansspelen, spelregels en andere kenmerken van die spelen die door de houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand niet mogen worden aangeboden.

Artikel 31b

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de termijn waarbinnen een beschikking op de aanvraag omtrent de vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand wordt gegeven, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de indiening en behandeling van de aanvraag.

Artikel 31c

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid.

Artikel 31d

  • 1 De vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand kan worden ingetrokken, indien:

    • a. de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig zijn gebleken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn gegeven indien bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens bekend waren geweest;

    • b. niet of niet meer wordt voldaan aan de bij of krachtens deze wet, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de Sanctiewet 1977 of de Wet op de kansspelbelasting gestelde regels;

    • c. een aan de vergunning verbonden voorschrift of een beperking waaronder de vergunning is verleend, is overtreden;

    • d. onvoldoende medewerking is verleend aan het toezicht op de naleving en de handhaving van de bij of krachtens deze wet, de Sanctiewet 1977, en de Wet op de kansspelbelasting gestelde voorschriften.

  • 2 De vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand kan worden geschorst op grond van ernstige vermoedens dat er grond bestaat om de vergunning in te trekken.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorgaande leden.

Artikel 31e

Voor de behandeling van een aanvraag omtrent een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand is overeenkomstig door Onze Minister van Veiligheid en Justitie gestelde regels een vergoeding verschuldigd. Als betaling achterwege blijft, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 31f

Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan worden bepaald dat de houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand overeenkomstig bij die regeling te stellen regels periodiek een bedrag afdraagt aan een of meer instellingen die een algemeen belang dienen, werkzaam op het gebied van sport en lichamelijke vorming, cultuur, maatschappelijk welzijn of volksgezondheid. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar de aard van de door die vergunninghouder georganiseerde kansspelen.

Afdeling 3. De houder van de vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand

Artikel 31g

  • 1 De houder van de vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging in een staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

  • 2 De vergunninghouder heeft de rechtsvorm van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar het recht van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of een Europese vennootschap.

  • 3 De vergunninghouder verschaft inzicht in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van zijn onderneming, in die van het concern waartoe hij behoort en in de persoon van de uiteindelijke belanghebbende. De vergunninghouder is niet verbonden met personen in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die:

    • a. ingevolge het recht van een andere staat dat op die personen van toepassing is, of

    • b. door de ondoorzichtigheid van die structuur,

    een belemmering kan vormen voor het doelmatig en doeltreffend uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet of de Sanctiewet 1977.

  • 4 De continuïteit van de vergunninghouder is redelijkerwijs gewaarborgd.

  • 5 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan ontheffing verlenen van het vereiste, bedoeld in het eerste lid, indien de vergunninghouder zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging heeft in een derde staat, indien het recht van die staat voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen.

  • 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de vergunninghouder. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de ontheffing, bedoeld in het vijfde lid, en de continuïteit van de vergunninghouder.

Artikel 31h

  • 1 De houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand richt zijn bedrijfsvoering zodanig in dat een verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van de kansspelen op afstand, alsmede het toezicht op naleving van de bij of krachtens deze wet en de Sanctiewet 1977 gestelde voorschriften en de handhaving daarvan, zijn gewaarborgd.

  • 2 Daartoe gebruikt de vergunninghouder in ieder geval passende middelen, processen en procedures die:

    • a. voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde technische en operationele vereisten met betrekking tot de veiligheid, vertrouwelijkheid, eerlijkheid, continuïteit, betrouwbaarheid, controleerbaarheid en geschiktheid van de bedrijfsvoering, en

    • b. zijn gekeurd door een door Onze Minister aangewezen instelling die door de Raad voor Accreditatie of door een andere nationale accreditatie-instantie als bedoeld in Verordening 765/2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU L 21) is geaccrediteerd.

  • 3 De vergunninghouder laat de middelen, processen en procedures in ieder geval op een daartoe strekkende aanwijzing van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, binnen de in die aanwijzing gestelde termijn geheel of gedeeltelijk onderwerpen aan een keuring door een instelling als bedoeld in het tweede lid, onder b.

  • 4 De vergunninghouder wijst een of meer ter zake kundige functionarissen aan die binnen zijn organisatie verantwoordelijk en beschikbaar zijn voor de uitvoering en het interne toezicht op naleving van bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften.

  • 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de bedrijfsvoering van de vergunninghouder en de keuring van de middelen, processen en procedures. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de aanwijzing van instellingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, de intrekking en schorsing van die aanwijzing en de verplichtingen van de aangewezen instelling;

    • b. de gevallen waarin de vergunninghouder de middelen, processen en procedures, bedoeld in het tweede lid, geheel of gedeeltelijk laat onderwerpen aan een keuring;

    • c. de gevallen waarin de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, tijdelijk ontheffing kan verlenen van het vereiste, bedoeld in het tweede lid, onder b;

    • d. de samenwerking met derden in het belang van de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van de kansspelen op afstand;

    • e. de bescherming van de consument;

    • f. de uitbesteding van onderdelen van de bedrijfsvoering aan derden;

    • g. het verrichten van andere activiteiten dan de krachtens de vergunning georganiseerde kansspelen, en

    • h. de administratie van de krachtens de vergunning georganiseerde kansspelen.

Artikel 31i

  • 1 De betrouwbaarheid van de houder van de vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand, van de personen die zijn beleid bepalen of mede bepalen en van zijn uiteindelijke belanghebbende staat buiten twijfel.

  • 2 De vergunninghouder voert een adequaat beleid dat strekt tot waarborging van de betrouwbaarheid van leidinggevenden, van personen op sleutelposities en van personen die bij het organiseren van de kansspelen op afstand met spelers in aanraking komen.

  • 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de wijze waarop wordt vastgesteld of de betrouwbaarheid van de vergunninghouder en een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij worden betrokken.

Artikel 31j

  • 1 Het beleid van de houder van de vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand wordt bepaald door personen die deskundig zijn in verband met de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van kansspelen op afstand.

  • 2 De vergunninghouder draagt zorg voor passende deskundigheid van de leidinggevenden, van de personen op sleutelposities en van de personen die bij het organiseren van kansspelen op afstand met spelers in aanraking komen.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.

Afdeling 4. Het organiseren van kansspelen op afstand

Artikel 31k

  • 1 De houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand biedt een persoon die niet bij hem als speler is ingeschreven en aangemeld geen kansspelen op afstand aan.

  • 2 De vergunninghouder schrijft een persoon niet in als speler, dan nadat de identiteit van die persoon is vastgesteld en is vastgesteld dat:

    • a. die persoon 18 jaar of ouder is;

    • b. die persoon niet is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 33h, en

    • c. die persoon de grenzen van zijn speelgedrag heeft aangegeven.

  • 3 De vergunninghouder staat geen aanmelding toe van een persoon ten aanzien van wie hij redelijkerwijs moet vermoeden dat deze door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten.

  • 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inschrijving en aanmelding als speler. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld met betrekking tot:

    • a. de vaststelling van de identiteit, bedoeld in het tweede lid;

    • b. de grenzen van het speelgedrag, bedoeld in het tweede lid;

    • c. de overige voorwaarden voor inschrijving als speler;

    • d. de schorsing van de inschrijving als speler, en

    • e. de beëindiging van de inschrijving als speler.

  • 6 De houder van een ingevolge artikel 31a verleende vergunning is verplicht informatie over verdachte gokpatronen bij de kansspelautoriteit te melden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over hetgeen onder informatie over verdachte gokpatronen wordt verstaan en over de wijze waarop de melding aan de kansspelautoriteit moet plaatsvinden.

Artikel 31l

  • 1 Betalingen tussen de houder van de vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand en de speler verlopen overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels.

  • 2 De vergunninghouder treft passende waarborgen voor:

    • a. het veilige verloop van de betalingen, bedoeld in het eerste lid, en

    • b. de afscheiding van de tegoeden van de spelers van ander vermogen of de verzekering van die tegoeden, en

    • c. de uitkering van de tegoeden aan de spelers.

  • 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid.

Artikel 31m

  • 1 Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 4a, registreert en analyseert de houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand systematisch gegevens met betrekking tot het speelgedrag van de speler. Hij kan hierbij gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming van de speler verwerken voor zover dit noodzakelijk is voor het voorkomen van onmatige deelname aan kansspelen of van kansspelverslaving.

  • 2 Bij een redelijk vermoeden van onmatige deelname aan kansspelen of kansspelverslaving onderzoekt de vergunninghouder het gedrag van de speler in een persoonlijk onderhoud met die speler.

  • 3 De vergunninghouder die na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, redelijkerwijs moet vermoeden dat de speler door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten, adviseert die speler tot tijdelijke uitsluiting van deelname aan kansspelen, georganiseerd in speelcasino’s als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, in inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, en op afstand als bedoeld in artikel 31, door inschrijving in het register, bedoeld in artikel 33h.

  • 5 De vergunninghouder stelt gegevens en analyses als bedoeld in het eerste lid geanonimiseerd beschikbaar voor onderzoek naar kansspelverslaving.

  • 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de voorgaande leden. Deze hebben in ieder geval betrekking op:

    • a. de registratie en analyse, bedoeld in het eerste lid;

    • b. de verwerking van persoonsgegevens, de waarborgen voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens en het burgerservicenummer, de passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van persoonsgegevens en het burgerservicenummer tegen verlies of onrechtmatige verwerking en het toezicht daarop;

    • c. het onderzoek en het advies, bedoeld in het tweede en derde lid;

    • d. de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, en de door de vergunninghouder te verstrekken gegevens.

Titel VI. De kansspelautoriteit

Afdeling 1. Inleidende bepalingen

Artikel 33

  • 1 Er is een kansspelautoriteit.

  • 2 De kansspelautoriteit is gevestigd te ’s-Gravenhage.

  • 3 De kansspelautoriteit heeft rechtspersoonlijkheid.

Artikel 33b

De raad van bestuur heeft, tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, tot taak het verlenen, wijzigen, schorsen en intrekken van vergunningen voor de diverse vormen van kansspelen, exploitatievergunningen en modeltoelatingen voor speelautomaten, het beheer van het register, bedoeld in artikel 33h, het bevorderen van het voorkomen en het beperken van kansspelverslaving, het geven van voorlichting en informatie, het bestrijden van niet toegestaan kansspelaanbod, het toezicht op de naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving en de vergunningen, de handhaving daarvan, alsmede het tegengaan en beperken van manipulatie met sportwedstrijden, voor zover deze betrekking heeft op sportwedstrijden waarvoor op grond van titel III, titel IV dan wel titel Vb van deze wet vergunning is verleend tot het organiseren van kansspelen.

Artikel 33c

  • 1 De raad van bestuur bestaat uit ten hoogste drie leden, waaronder een voorzitter.

  • 2 De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste zes jaar. De leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste zes jaar.

Artikel 33d

  • 1 De raad stelt een bestuursreglement vast, waarin in ieder geval regels over de werkwijze en procedures zijn opgenomen.

  • 2 Het bestuursreglement wordt na de goedkeuring van Onze Minister van Veiligheid en Justitie bekend gemaakt in de Staatscourant.

Artikel 33da

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan een persoon bij een redelijk vermoeden dat deze door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving zichzelf of zijn naasten schade kan berokkenen, door inschrijving in het register, bedoeld in artikel 33h, voor de duur van zes maanden uitsluiten van deelname aan kansspelen, georganiseerd in speelcasino’s als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, in inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, en op afstand als bedoeld in artikel 31.

  • 2 Een persoon als bedoeld in artikel 33h, tweede lid, onder b, wordt slechts in het register opgenomen, indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van schade als bedoeld in dat onderdeel, en indien aannemelijk is geworden dat niet kan worden volstaan met minder ingrijpende maatregelen.

  • 3 De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, de houder van een vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, en de houder van de vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand verstrekken de raad van bestuur desgevraagd de gegevens en bescheiden die deze behoeft voor de toepassing van het eerste lid.

  • 4 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, stelt beleidsregels vast over de wijze waarop de uitsluiting bedoeld in het eerste lid en in het tweede lid wordt toegepast. De beleidsregels behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Veiligheid en Justitie.

Afdeling 2. Kansspelheffing

Artikel 33e

  • 1 Onder de naam kansspelheffing legt de kansspelautoriteit een bestemmingsheffing op:

    • a. ter bestrijding en ten hoogste ten bedrage van de geraamde kosten van de kansspelautoriteit in één kalenderjaar van de uitoefening van de in artikel 33b genoemde taken, en

    • b. ter hoogte van een bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgesteld bedrag als bijdrage ter bestrijding van de kosten van de anonieme behandeling van kansspelverslaving, van het bevorderen van het voorkomen en het beperken van kansspelverslaving, van het geven van voorlichting en informatie omtrent kansspelverslaving en van onderzoek naar kansspelverslaving.

  • 2 Deze heffing wordt over het kalenderjaar dan wel naar evenredigheid over het aantal maanden van het kalenderjaar waarin een verleende vergunning geldig is, geheven van:

    • a. degene die op grond van de artikelen 3, 9, eerste lid, 14b, eerste lid, 16, eerste lid, 24 en 27b, eerste lid, een vergunning is verleend, waarbij als grondslag de nominale waarde van de deelnamebewijzen over een kalenderjaar wordt aangehouden;

    • b. degene die op grond van de artikelen 27h, eerste lid, 30h, eerste lid, en 30z, eerste lid, een vergunning is verleend, waarbij als grondslag het aantal speeltafels, het aantal aan die tafels gekoppelde spelersterminals, en het aantal spelersplaatsen van speelautomaten wordt aangehouden;

    • c. degene die op grond van artikel 31 een vergunning is verleend, waarbij als grondslag wordt aangehouden:

      • 1°. het verschil tussen de ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen;

      • 2°. hetgeen anders dan als inzet ontvangen is voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan de kansspelen.

  • 3 Voor zover de kansspelautoriteit op grond van artikel 1d, eerste lid, onderdeel f, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme is belast met de uitvoering en handhaving van de bij of krachtens die wet gestelde regels door de instellingen, bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel j, van die wet, wordt de kansspelheffing tevens geheven ter bestrijding en ten hoogste ten bedrage van de geraamde kosten van de kansspelautoriteit in één kalenderjaar van de uitoefening van dat toezicht. Deze aanvullende kansspelheffing wordt geheven van genoemde instellingen, voor zover deze houder van een vergunning op grond van deze wet zijn. Daarbij wordt de grondslag, bedoeld in het tweede lid, voor de desbetreffende categorie vergunninghouder aangehouden.

Artikel 33f

  • 1 Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder a, bedraagt:

    • a. € 1 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 1 000 000 doch niet hoger is dan € 5 000 000;

    • b. € 10 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 5 000 000 doch niet hoger is dan € 20 000 000;

    • c. € 50 000, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen hoger is dan € 20 000 000 doch niet hoger is dan € 50 000 000;

    • d. € 50 000 vermeerderd met één vijfhonderste deel van het bedrag waarmee het drempelbedrag overstegen wordt, indien de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen het drempelbedrag van € 50 000 000 overstijgt.

  • 2 Het tarief van de heffing bedoeld in artikel 33e, tweede lid, onder b, bedraagt:

    • a. voor tafelspelen in een speelcasino: € 2.125 per speeltafel en € 123 per aangekoppelde spelersterminal;

    • b. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelcasino: € 219 per spelersplaats;

    • c. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal: € 119 per spelersplaats;

    • d. voor kansspelautomaten bestemd voor opstelling in een hoogdrempelige inrichting: € 79 per spelersplaats.

  • 4 Overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie te stellen regels verstrekt de vergunninghouder op de daarbij vastgestelde wijze en binnen de daarbij vastgestelde termijn de gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van de heffing van belang kunnen zijn en verstrekt hij op verzoek van de kansspelautoriteit de nadere gegevens en bescheiden die de kansspelautoriteit voor de vaststelling van de kansspelheffing behoeft.

  • 5 Indien de vergunninghouder niet binnen de daartoe gestelde termijn de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, heeft verstrekt of kennelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, kan de kansspelautoriteit een schatting doen van de gegevens die voor de vaststelling van de heffing van belang zijn.

  • 6 De kansspelautoriteit kan een voorlopige kansspelheffing opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de kansspelheffing met toepassing van de verrekening, bedoeld in het zevende lid, van eerdere voorlopige kansspelheffingen vermoedelijk zal worden vastgesteld. Indien het bedrag in termijnen kan worden betaald, vermeldt de beschikking de te betalen geldsommen en de termijnen waarbinnen de betalingen moeten plaatsvinden. De voorlopige heffing wordt niet vastgesteld voor aanvang van het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft.

  • 7 De voorlopige kansspelheffing wordt verrekend met de kansspelheffing.

  • 8 De kansspelheffing en de voorlopige kansspelheffing kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

  • 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing.

  • 10 De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen en de in het derde lid genoemde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Afdeling 3. Gegevensverwerking

Artikel 33g

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan persoonsgegevens, daaronder begrepen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming, verwerken, voor zover die verwerking noodzakelijk is voor:

    • a. de uitvoering van deze wet;

    • b. het toezicht op naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde of aan de op grond van deze wet verleende vergunning verbonden voorschriften;

    • c. de handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde of aan de op grond van deze wet verleende vergunning verbonden voorschriften, of

    • d. administratieve samenwerking met andere instanties overeenkomstig artikel 34m.

  • 2 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, en de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, verstrekken elkaar de gegevens die deze behoeven ter uitvoering van hun wettelijke taken.

  • 3 Onze Minister van Veiligheid en Justitie, de rijksbelastingdienst, de Inspectie SZW en andere in het reglement, bedoeld in het zesde lid, aangewezen bestuursorganen en toezichthouders zijn bevoegd uit eigen beweging of verplicht desgevraagd de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, en de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, en van andere, bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen nummers.

  • 4 Onverminderd artikel 6 van de Algemene verordening gegevensbescherming mogen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, slechts worden verwerkt mits de uitvoering van de taak met het oog waarop de gegevens zijn verstrekt, daartoe noodzaakt.

  • 5 De in het tweede en derde lid bedoelde gegevensverstrekking vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor onevenredig wordt geschaad.

  • 6 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, beschikt over een reglement waarin in ieder geval regels zijn gesteld met betrekking tot de wijze waarop:

    • a. de verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt;

    • b. de persoonsgegevens door passende technische en organisatorische maatregelen worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking.

  • 7 Het reglement, bedoeld in het zesde lid, bevat voorts regels met betrekking tot de bestuursorganen, toezichthouders, instanties of personen waarmee gegevens kunnen worden uitgewisseld, de wijze waarop gegevens kunnen worden verstrekt en de doorlevering en vernietiging van gegevens.

  • 8 Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vorige leden.

  • 9 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, is verwerkingsverantwoordelijke.

Artikel 33h

  • 2 Het register heeft tot doel het voorkomen van deelname aan kansspelen als bedoeld in het eerste lid door personen:

    • a. die tijdelijk niet willen deelnemen aan kansspelen als bedoeld in het eerste lid, of

    • b. ten aanzien van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving zichzelf of zijn naasten schade kunnen berokkenen.

  • 3 Het register bevat gegevens met betrekking tot:

    • a. de in het register opgenomen personen;

    • b. de periode van uitsluiting van deelname als bedoeld in het eerste lid;

    • c. de aan de registratie ten grondslag liggende redenen;

    • d. de herkomst van de in het register opgenomen gegevens.

  • 4 Uit het register worden slechts gegevens verstrekt aan:

    • a. de houders van een vergunning tot het organiseren van kansspelen als bedoeld in het eerste lid, voor zover het betreft de enkele indicatie of een persoon in het register is opgenomen;

    • b. de ambtenaren, bedoeld in artikel 34, eerste lid, voor zover dat noodzakelijk is voor het toezicht op naleving van deze wet;

    • c. de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn taken op grond van deze wet.

  • 6 De raad van bestuur haalt de inschrijving in het register door:

    • a. na afloop van de termijn van uitsluiting als bedoeld in het eerste lid;

    • b. op verzoek van de ingeschreven persoon.

    De inschrijving wordt niet doorgehaald, indien sedert de inschrijving nog geen zes maanden zijn verstreken.

  • 7 De in het register opgenomen gegevens worden na afloop van de uitsluiting onverwijld geanonimiseerd en voor beleidsontwikkeling en statistische doeleinden buiten het register geplaatst.

  • 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het register en het gebruik van het burgerservicenummer. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de gegevens, bedoeld in het derde lid, en de wijze waarop:

    • a. de verwerking van persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer plaatsvindt;

    • b. de persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer door passende technische en organisatorische maatregelen worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking;

    • c. wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer slechts worden verwerkt voor de preventie en behandeling van kansspelverslaving, en hoe daarop wordt toegezien.

  • 9 Met betrekking tot het beheer van en de verstrekkingen uit het register is de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Titel VIa. Toezicht op de naleving

§ 1. Aanwijzing toezichthouders

Artikel 34

  • 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van titel VA., paragraaf 2, zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de kansspelautoriteit aangewezen ambtenaren en personen.

  • 2 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens titel VA., paragraaf 2, zijn belast de bij besluit van de burgemeester aangewezen ambtenaren en personen.

  • 3 Van een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

§ 2. Bevoegdheden

Artikel 34a

Onder zaak in de zin van 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht wordt mede begrepen de software die gebruikt wordt bij de deelname, de trekking en uitbetaling van een kansspel en de software die de uitkomst van een spel bepaalt.

Artikel 34b

De op grond van artikel 34 aangewezen ambtenaren en personen hebben bij de uitoefening van hun taak toegang tot de elektronische apparatuur, met inbegrip van netwerken, die naar vermoeden gebruikt wordt bij kansspelen.

Artikel 34c

  • 1 De ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, zijn bevoegd tot deelname aan kansspelen op afstand als bedoeld in artikel 31, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit, voor zover dat voor de vervulling van hun taken redelijkerwijs noodzakelijk is. Zij brengen de organisator van die kansspelen daarbij niet tot andere overtredingen dan waarop diens opzet reeds was gericht.

  • 2 De ambtenaar of persoon die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:

    • a. zijn naam en zijn hoedanigheid;

    • b. de reden voor het gebruik van die bevoegdheid;

    • c. de voorschriften op de naleving of handhaving waarvan wordt toegezien;

    • d. het elektronische adres en, voor zover bekend, de omschrijving van degene die de kansspelen op afstand organiseerde;

    • e. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij de deelname zijn verstrekt;

    • f. de wijze waarop de deelname en het tijdvak waarin de deelname heeft plaatsgevonden;

    • g. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen.

Artikel 34d

De ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, zijn bevoegd om bedrijfsruimten en voorwerpen te verzegelen, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is.

Artikel 34e

De ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, zijn bevoegd een woning zonder toestemming van de bewoner te betreden en te doorzoeken, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is.

Artikel 34f

  • 1 Voor het betreden of het doorzoeken, bedoeld in artikel 34e, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, bij de rechtbank te Rotterdam. De machtiging kan bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd. De machtiging wordt zo mogelijk getoond.

  • 3 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank te Rotterdam.

  • 4 Het betreden of het doorzoeken vindt plaats onder toezicht van de rechter-commissaris.

Artikel 34g

  • 1 Een machtiging als bedoeld in artikel 34f is met redenen omkleed en ondertekend en vermeldt:

    • a. de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;

    • b. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven;

    • c. de wettelijke bepalingen waarop de doorzoeking en het binnentreden berusten;

    • d. het doel en voorwerp van het onderzoek;

    • e. de dagtekening.

  • 2 Indien het betreden of het doorzoeken dermate spoedeisend is dat de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling.

  • 3 De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven.

Artikel 34h

  • 1 De ambtenaar of persoon die is binnengetreden of een doorzoeking als bedoeld in artikel 34e heeft verricht, maakt op zijn ambtseed of ambtsbelofte een schriftelijk verslag op omtrent het binnentreden of de doorzoeking.

  • 2 In het verslag vermeldt hij:

    • a. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid;

    • b. de dagtekening van de machtiging en de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;

    • c. de wettelijke bepalingen waarop de doorzoeking en het binnentreden berusten;

    • d. de plaats waar is binnengetreden of is doorzocht en de naam van degene bij wie is binnengetreden of de doorzoeking is verricht;

    • e. de wijze van binnentreden en het tijdstip waarop de doorzoeking is begonnen en is beëindigd;

    • f. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht en overigens is voorgevallen;

    • g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen die zijn binnengetreden of aan de doorzoeking hebben deelgenomen.

  • 3 Het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop is binnengetreden of de doorzoeking is beëindigd, toegezonden aan de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven.

  • 4 Een afschrift van het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop is binnengetreden of de doorzoeking is beëindigd, aan degene bij wie is binnengetreden of bij wie de doorzoeking is verricht, uitgereikt of toegezonden. Indien het doel van het onderzoek daartoe noodzaakt, kan deze uitreiking of toezending worden uitgesteld. Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel het toestaat. Indien het niet mogelijk is het afschrift uit te reiken of toe te zenden, houdt de rechter-commissaris of de ambtenaar of persoon die is binnengetreden of de doorzoeking heeft verricht, het afschrift gedurende zes maanden beschikbaar voor degene bij wie is binnengetreden of bij wie de doorzoeking is verricht.

Artikel 34i

  • 1 De ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, zijn bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.

  • 2 Vatbaar voor inbeslagneming zijn voorwerpen die kennelijk zijn bestemd voor het organiseren van kansspelen en die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met het belang van de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van kansspelen overeenkomstig deze wet.

  • 3 Van de inbeslagneming en van de gronden daartoe doet de ambtenaar of persoon die de inbeslagneming heeft verricht, zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan degene op wie de inbeslagneming heeft plaatsgehad. In geval van inbeslagneming op onbekende personen geschiedt die mededeling in het openbaar volgens bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie te stellen regels.

  • 4 Krachtens het eerste lid in beslag genomen voorwerpen vervallen zonder rechtsvervolging aan de staat, tenzij bij besluit van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, of bij een rechterlijke beslissing als bedoeld in het zesde lid de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd.

  • 5 De belanghebbende bij het in beslag genomen voorwerp kan binnen een maand na de mededeling omtrent de inbeslagneming bij de rechtbank van het arrondissement binnen hetwelk de inbeslagneming heeft plaatsgehad, daartegen hetzij in persoon, hetzij door een gemachtigde een met redenen omkleed klaagschrift indienen.

  • 6 De rechtbank behandelt het klaagschrift op de voet van het bepaalde in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, met dien verstande, dat ook de ambtenaar of persoon die de inbeslagneming heeft verricht, in de gelegenheid wordt gesteld tijdens de behandeling te worden gehoord en hem, zo hij voor de behandeling is verschenen, tijdig tevoren door de griffier schriftelijk mededeling van de dag der uitspraak wordt gedaan.

  • 8 Bij regeling van Onze minister van Veiligheid en Justitie worden regels gesteld met betrekking tot de opslag van de inbeslaggenomen voorwerpen, de voorwaarden waaronder die opslag plaats vindt en de vernietiging van de inbeslaggenomen voorwaarden.

  • 9 De kosten verbonden aan de opslag en de vernietiging, bedoeld in het achtste lid, zijn voor rekening van de overtreder. De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan deze kosten invorderen bij dwangbevel.

Artikel 34j

De ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, oefenen de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5.17, 5.18 en 5.19 van de Algemene wet bestuursrecht, de bevoegdheid tot verzegeling, bedoeld in artikel 34d, de bevoegdheid tot binnentreden en doorzoeken, bedoeld in artikel 34e, en de bevoegdheid tot inbeslagneming, bedoeld in artikel 34i, zo nodig uit met behulp van de sterke arm.

§ 3. Maatregelen van toezicht

Artikel 34k

  • 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan ten aanzien van houders van een vergunning op grond van deze wet worden voorzien in een verplichting tot:

    • a. het administreren en beheren van gegevens en bescheiden die van belang zijn voor het toezicht op naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, en

    • b. het periodiek en incidenteel verstrekken van gegevens en bescheiden als bedoeld onder a aan raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, en aan de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid.

  • 2 De raad van bestuur kan bepalen dat gegevens of bescheiden als bedoeld in het eerste lid in persoon worden verstrekt of toegelicht door de door hem daarbij te bepalen functionaris van de vergunninghouder.

  • 3 Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de administratie, het beheer en de verstrekking van de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 34l

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de elektronische toegang van:

tot elektronische middelen die bij het organiseren van kansspelen worden gebruikt en de daarin opgeslagen gegevens, voor zover dat voor de vervulling van hun taken redelijkerwijs nodig is.

§ 4. Internationale samenwerking met andere toezichthoudende instanties

Artikel 34m

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, en de ambtenaren en personen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, werken samen met de instanties die in andere staten zijn belast met het toezicht op naleving van de kansspelregelgeving, voor zover dat voor het vervullen van hun taak op grond van deze wet of voor de vervulling van de taak van die toezichthoudende instantie nodig is.

  • 3 Tenzij uit een voor Nederland bindend verdrag of Europees recht anders voortvloeit, worden de bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, slechts uitgeoefend overeenkomstig een door de raad van bestuur en een toezichthoudende instantie als bedoeld in het eerste lid gesloten overeenkomst met betrekking tot die samenwerking.

  • 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorgaande leden.

Titel VIb. Bestuurlijke handhaving

§ 1. Bindende aanwijzing en last onder bestuursdwang

Artikel 34n

  • 1 De raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, kan degene die kansspelen organiseert of die de deelname aan zonder vergunning krachtens deze wet georganiseerde kansspelen bevordert of daartoe middelen verschaft, een bindende aanwijzing geven met betrekking tot de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften binnen een in die aanwijzing gegeven redelijke termijn.

  • 2 Degene tot wie een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is gericht, handelt overeenkomstig die aanwijzing.

  • 3 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, kan er onder meer toe strekken dat een aanbieder van een betaaldienst wordt verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om betalingsverkeer dat wordt gebruikt voor het organiseren van kansspelen zonder vergunning op grond van deze wet of voor het deelnemen aan dergelijke kansspelen, te blokkeren, voor zover dit noodzakelijk is voor het beëindigen van een overtreding van artikel 1, eerste lid, onder a, b of c, of het voorkomen van nieuwe overtredingen.

  • 4 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, kan er voorts onder meer toe strekken dat een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst wordt verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om bepaalde gegevens die worden opgeslagen of doorgegeven en die worden gebruikt voor het organiseren van kansspelen zonder vergunning op grond van deze wet, voor het deelnemen aan dergelijke kansspelen of voor reclame- of wervingsactiviteiten ten behoeve van dergelijke kansspelen, ontoegankelijk te maken, voor zover dit noodzakelijk is voor het beëindigen van een overtreding van artikel 1, eerste lid, onder a, b of c, of het voorkomen van nieuwe overtredingen.

  • 5 Onder ontoegankelijkmaking van gegevens wordt verstaan het treffen van maatregelen om te voorkomen dat de beheerder van geautomatiseerde werk of derden verder van die gegevens kennisnemen of gebruikmaken, alsmede ter voorkoming van de verdere verspreiding van die gegevens. Onder ontoegankelijkmaking wordt mede verstaan het verwijderen van de gegevens uit het geautomatiseerde werk. Onder ontoegankelijkmaking wordt niet verstaan het manipuleren, blokkeren of filteren van internetverkeer, waaronder DNS-verkeer.

  • 6 Voor een aanwijzing als bedoeld in het vierde lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, bij de rechtbank te Rotterdam. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.

  • 7 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het zesde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank te Rotterdam.

  • 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bindende aanwijzing.

Artikel 35

  • 1 De raad van bestuur kan een last onder bestuursdwang opleggen wegens overtreding van de voorschriften vastgesteld bij of krachtens deze wet, met uitzondering van titel VA., paragraaf 2.

§ 2. Bestuurlijke boete

Artikel 35a

  • 2 De bestuurlijke boete die voor een overtreding als bedoeld in het eerste lid kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 10% van de omzet in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.

  • 4 De bestuurlijke boete komt toe aan de staat.

Artikel 35b

  • 3 De te betalen geldsom van de opgelegde bestuurlijke boete komt toe aan de staat.

Artikel 35c

  • 5 De bestuurlijke boete komt toe aan de gemeente.

Artikel 35d

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het stellen van financiële zekerheid door de houder van een vergunning op grond van deze wet voor het nakomen van de financiële verplichtingen uit:

  • a. de kansspelheffing, bedoeld in artikel 33e, en

  • b. de bestuurlijke sancties wegens overtredingen van bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften.

§ 3. Openbare waarschuwing

Artikel 35e

  • 1 De raad van bestuur kan in het kader van zijn taken genoemd in deze wet, een openbare waarschuwing uitvaardigen voordat hij een overtreding van de voorschriften vastgesteld bij of krachtens deze wet, heeft vastgesteld, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is om spelers snel en effectief te informeren over mogelijk schadeveroorzakend kansspelaanbod.

  • 2 Een kansspelaanbieder wordt uitsluitend met name genoemd in de openbare waarschuwing indien er sprake is van een reëel en acuut risico op benadeling van spelers en er sprake is van een redelijk vermoeden van overtreding. In de openbare waarschuwing komt duidelijk naar voren dat er nog geen sprake is van een door de raad van bestuur vastgestelde overtreding.

  • 3 De uitvaardiging van een openbare waarschuwing waarin een kansspelaanbieder met name wordt genoemd geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit tot het uitvaardigen van de openbare waarschuwing aan hem is bekend gemaakt, tenzij hij het besluit zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of heeft aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen eerdere openbaarmaking.

  • 4 Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de werking van het besluit opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.

  • 5 Het besluit van de raad van bestuur tot het uitvaardigen van een openbare waarschuwing als bedoeld in het derde lid vermeldt behalve de naam van de vergunninghouder in ieder geval het mogelijk schadeveroorzakend kansspelaanbod, de inhoud van de openbaarmaking, de gronden waarop het besluit berust alsmede de wijze waarop en de termijn waarna de openbare waarschuwing zal worden uitgevaardigd.

Artikel 35f

Gegevens die de kansspelautoriteit verkrijgt van andere toezichthoudende instanties en andere overheidsdiensten maakt de raad van bestuur alleen openbaar met toestemming van de desbetreffende instantie of dienst.

Titel VIc. Strafbepalingen

Artikel 36

Artikel 36a

  • 3 De feiten, strafbaar gesteld in het eerste en tweede lid, zijn overtredingen.

Artikel 36b

  • 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Titel VII. Slotbepalingen

Artikel 38

Alle aanspraken, voortvloeiende uit de uitslag van kansbepalingen in een gelegenheid, gegeven met vergunning ingevolge deze wet verleend, vervallen na verloop van een jaar na de dag waarop zij zijn ontstaan.

Artikel 39

Artikel 1825 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op prijzen en premies, behaald in gelegenheden, gegeven met vergunning ingevolge deze wet verleend.

Artikel 44

  • 1 Op loterijen, die vóór 1 juli 1905 reeds wettiglijk zijn aangelegd, is deze wet niet van toepassing.

  • 2 Loterijen en prijsvragen waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet vergunning is verleend, worden afgewikkeld overeenkomstig de vóór die datum geldende voorschriften.

Artikel 45

Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip. Zij kan worden aangehaald als: "Wet op de kansspelen".

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk , 10 december 1964

JULIANA.

De Minister van Justitie,

Y. SCHOLTEN.

De Staatssecretaris van Financiën,

VAN DEN BERGE.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,

L. J. M. VAN DE LAAR.

De Minister van Landbouw en Visserij,

B. W. BIESHEUVEL.

Uitgegeven de vijftiende december 1964.

De Minister van Justitie,

Y. SCHOLTEN.

Terug naar begin van de pagina