Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen

Geraadpleegd op 20-06-2024. Gebruikte datum 'geldig op' 01-03-2024 en zichtdatum 23-05-2024.
Geldend van 01-03-2024 t/m heden

Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen

1. Samenvatting

Deze richtlijn voor strafvordering bevat het strafbeschikkings- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen waarvoor feitomschrijvingen (feitcodes) zijn vastgesteld, voor zover deze zaken worden afgedaan met een politiestrafbeschikking of een OM-strafbeschikking.

Op zaken waarin een bestuurlijke strafbeschikking ter zake milieuovertredingen wordt uitgevaardigd is de Richtlijn voor strafvordering bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten (artikel 257 ba Sv) van toepassing.

Verder bevat deze richtlijn recidiveregelingen voor enkele soorten overtredingen.

2. Achtergrond

Definitie feitgecodeerde zaken

Alle zaken die met gebruikmaking van een feitcode zoals opgenomen in de Bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), Bijlage I en II bij het Besluit OM-afdoening en de bij deze richtlijn behorende Bijlage OM-feiten geautomatiseerd in de strafrechtketen worden verwerkt.

Deze richtlijn omvat

Het strafbeschikkings- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen (Bijlage I Besluit OM-afdoening en de bijlage OM-feiten met tarieven), omvattende de volgende afdoeningsvormen waarbij de zaak wordt afgedaan met een politiestrafbeschikking of OM-strafbeschikking.

  • a: de politiestrafbeschikking

    Voor de feiten ondergebracht in Bijlage I van het Besluit OM-afdoening heeft de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar strafbeschikkingsbevoegdheid. Deze zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: p D 530, zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden. Deze zaken worden door middel van een strafbeschikking op grond van artikel 257b Sv afgedaan. Meer informatie over de politiestrafbeschikking is te vinden in de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

  • b: de OM-strafbeschikking

    De officier van justitie kan in zaken die binnen de scope van de OM-afdoening vallen op grond van artikel 257a Sv een strafbeschikking uitvaardigen. Deze OM-feiten1 zijn te herkennen aan de asterisk ‘*’ voor de feitcode. In het geval dat bij een feit geen bedrag wordt vermeld is mogelijk een specifieke richtlijn voor strafvordering van toepassing of is sprake van een bijzonder strafbaar feit waarvoor een afzonderlijke beoordeling door het OM per geval dient plaats te vinden.

Indien in deze richtlijn bij een recidiveregeling in de tabel een bepaalde gradatie van een feit ‘OM-strafbeschikking of eis ter zitting’ wordt genoemd, geldt als uitgangspunt dat een strafbeschikking wordt uitgevaardigd. Dagvaarden dient uitsluitend in die gevallen plaats te vinden waarin gelet op de voorgenomen eis het opleggen van een strafbeschikking niet mogelijk is.2 Dagvaarden is ook aan de orde in die gevallen waarin sprake is van één of meer in de Aanwijzing OM-strafbeschikking gestelde contra-indicaties. Bij dagvaarden vormt steeds de in deze of andere strafvorderingsrichtlijn(en) genoemde sanctie het uitgangspunt voor de eis ter zitting.

3. Op te leggen of te eisen sancties

De volgende straffen en maatregelen kunnen op grond van artikel 257a, tweede lid, Sv door de officier van justitie worden opgelegd:

  • een taakstraf van ten hoogste 180 uren;

  • een geldboete;

  • onttrekking aan het verkeer;

  • een schadevergoedingsmaatregel;

  • een ontzegging van de rijbevoegdheid voor ten hoogste zes maanden.

Daarnaast kunnen op grond van artikel 257a, derde lid, Sv aan de verdachte aanwijzingen worden gegeven die onder meer kunnen inhouden het doen van afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Nog niet alle sanctiemodaliteiten zijn in de praktijk onder de strafbeschikking gebracht. Voor de laatste stand van zaken met betrekking tot de implementatie van de sanctiemodaliteiten wordt verwezen naar de Aanwijzing OM-strafbeschikking.

In deze richtlijn zijn bepaalde sancties afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Verder zijn bijvoorbeeld voor de overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden.

Bij de feitcodes die misdrijven betreffen is bij een enkel feit geen sanctie opgenomen. Dit betreft een feit (OM-feit) waarvoor de specifieke omstandigheden van het misdrijf maatwerk vereisen. Daarnaast is onder de misdrijven een aantal feitcodes opgenomen die betrekking hebben op de WWM. Hier zijn wel vaste boetebedragen voor opgenomen.

3.1. Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven sancties

De officier van justitie mag, binnen de wettelijke strafmaxima, afwijken van de hoogte van de sanctie van de OM-strafbeschikking en/of eis ter zitting. Dat kan zowel naar beneden als naar boven, al naar gelang de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.

De officier van justitie kan een verdachte direct dagvaarden indien er twee of meer openstaande zaken op naam van verdachte staan geregistreerd waarin een strafbeschikking kan worden opgelegd en/of verdachte twee of meer niet onherroepelijke strafbeschikkingen op zijn naam heeft staan. Uitgangspunt in die gevallen is dat voor een nieuw feit geen politie- of OM-strafbeschikking wordt opgelegd.

NB In zaken waarin een strafbeschikking is uitgevaardigd doch waartegen verdachte verzet heeft ingesteld, is de officier van justitie bij zijn eis op zitting niet gebonden aan de geldboete die bij de initiële strafbeschikking is opgelegd. De officier kan bijvoorbeeld een taakstraf opleggen wanneer verdachte aanvoert niet in staat te zijn om een geldboete te voldoen. Wanneer verdachte geen grieven formuleert in het verzetschrift en dat ook op zitting niet doet, kan dat aanleiding zijn een hogere straf te vorderen. Verder geldt dat in het geval al een gedeeltelijke betaling heeft plaatsgevonden deze in de uitvoering door het CJIB in mindering wordt gebracht bij de executie van de door de rechter opgelegde straf. De officier dient het reeds voldane bedrag dus niet te verdisconteren in de eis.

3.2. Minderjarigen

Aan een minderjarige die wordt verdacht van het plegen van een feitgecodeerd feit kan in beginsel een strafbeschikking worden uitgevaardigd.

Parallel aan hetgeen in de Wahv is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele euro’s naar boven. Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.

Artikel 491 lid 2 Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking aan een minderjarige ter zake van een misdrijf – ingeval van een geldboete van meer dan € 200,– een raadsman moet worden toegevoegd. Voor deze zaken wordt geen politiestrafbeschikking of OM-strafbeschikking verzonden. Deze zaken worden ter beoordeling aan het (lokale) OM overgedragen.

3.3. Cumulatie van overtredingen

Bij cumulatie van overtredingen in één dossier of bij gezamenlijke behandeling van meerdere zaken verdient het aanbeveling bij de vaststelling van de sancties rekening te houden met de draagkracht van de verdachte.

5. Recidiveregelingen voor enkele soorten overtredingen

5.1. Algemeen

Recidive

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen de recidivetermijn die voor dat feit geldt na afdoening3 van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

5.2. Recidiveregeling overtredingen artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)

Let op: Deze recidiveregeling is alleen van toepassing voor zover de overtredingen langs het strafrechtelijke traject worden afgedaan. De recidiveregeling t.a.v. de overtredingen van artikel 30 WAM en artikel 34 WAM luidt voor de met motorrijtuigen gepleegde overtredingen als volgt:

Recidiveregeling artikelen 30 (uitgezonderd lid 2) en 34 WAM

Categorie-indeling B

Categorie 1:

Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen

Categorie 2:

Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen

Categorie 3:

Bromfietsers en snorfietsers

Categorie 8:

Een ieder (eigenaar / houder)

 

Motorrijtuigen ex. bromfiets (feitcodes A 914 a t/m d, A 917 a t/m c en A 918)1

Bromfietsen (feitcodes A 901 a t/m d, A 903 a t/m c, A 904 en A 934)

Eerste overtreding

Meerderjarigen

OM-strafbeschikking: vast sanctiebedrag

OM-strafbeschikking: vast sanctiebedrag

Eerste overtreding Minderjarigen vanaf 16 jaar

Minderjarige OM-strafbeschikking: € 320,–

Minderjarige OM-strafbeschikking: € 220,–

Tweede overtreding

Meerderjarigen

OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 800,– en 4 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 600,– en 4 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

Tweede overtreding

Minderjarigen

Eis ter zitting geldboete € 380,– en 2 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

Eis ter zitting geldboete € 260,– en 2 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

Derde overtreding

Meerderjarigen

Eis ter zitting: 2 weken hechtenis onvoorwaardelijk2 en 6 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

Eis ter zitting: 10 dagen hechtenis onvoorwaardelijk en 6 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

Derde overtreding

Minderjarigen

Eis ter zitting: WS 24 uur en 4 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk;

eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

Eis ter zitting: WS 20 uur en 4 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk;

eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

1 De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

2 Hechtenis kan in geval van een overtreding door een minderjarige als hoofdstraf niet worden geëist; dit volgt uit art. 77h lid 1 onder b WvSr.

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige strafrechtelijke overtreding van artikel 30 en/of artikel 34 WAM. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Uitzondering artikel 30 tweede lid WAM

Sinds 1 juli 20114 worden de vanaf die datum geconstateerde overtredingen van artikel 30 tweede lid WAM met een Wahv-beschikking afgedaan. Dit betreffen de feitcodes A 902 en A 915.

5.3. Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs

De recidiveregeling voor het rijden zonder rijbewijs heeft betrekking op overtreding van artikel 107 eerste lid WVW 1994 (feitcode K 055) en overtreding van artikel 110 WVW 1994 jo. artikel 5 RR (feitcodes K 065 ea, K 065 eb, K 065 f, K 072 a en K 072 cd) voor bestuurders die te jong zijn om een rijbewijs te kunnen hebben. Deze recidiveregeling is daarnaast van toepassing op bestuurders van motorrijtuigen waarbij het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur met meer dan één jaar of waarbij het rijbewijs met beperkte geldigheidsduur zijn geldigheid heeft verloren, zijnde een overtreding van artikel 107 tweede lid sub b WVW 1994 (feitcode K 060 f of K 060 g).

Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs meerderjarigen

Categorie-indeling B

Categorie 1:

Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen

Categorie 2:

Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen

Categorie 3:

Bromfietsers en snorfietsers, inclusief bestuurders van brommobielen

Eerste overtreding

OM-strafbeschikking vast sanctiebedrag feitcode K 055, K 060 f, K 060 g en K 065 f

Tweede overtreding

Dagvaarden, eis ter zitting:

geldboete categorie 1 en 2: € 500,– en categorie 3: € 375,– en voor alle categorieën 1 week hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar

Derde overtreding 1

Dagvaarden, eis ter zitting: 2 weken hechtenis onvoorwaardelijk

Vierde overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: 4 weken hechtenis onvoorwaardelijk

Vijfde en volgende overtreding 2

Dagvaarden, eis ter zitting: 6 weken hechtenis onvoorwaardelijk

1 Bij herhaald plegen binnen 3 jaar voertuig in beslag nemen, zie bijlage 2 van de Aanwijzing inbeslagneming.

2 Bij iedere volgende overtreding wordt de hechtenis steeds 2 weken verhoogd.

Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs minderjarigen

Categorie-indeling B

Categorie 1:

Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen

Categorie 2:

Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen

Categorie 3:

Bromfietsers en snorfietsers, inclusief bestuurders van brommobielen

 

K 065 ea, K 065 eb, K 065 f, K 055 (cat. 1 en 2: voor alle hiervoor genoemde feitcodes) en K 072 cd (cat. 1)

K 055, K 060 f, K 060 g, K 072 a (cat. 3: voor alle hiervoor genoemde feitcodes)

Eerste overtreding: Minderjarigen beneden 16 jaar3

OM-strafbeschikking: vast sanctiebedrag

OM-strafbeschikking: vast sanctiebedrag (K 072 a)

Eerste overtreding: Minderjarigen van 16 t/m 17 jaar

OM-strafbeschikking: € 310,– (K 055, alleen cat. T-rijbewijs)

OM-strafbeschikking: € 210,– (K 055, K 060 f en K 060 g)

Tweede overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: WS 20 uur waarvan 10 uur voorwaardelijk

Dagvaarden, eis ter zitting: WS 16 uur waarvan 8 uur voorwaardelijk

Derde overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: WS 40 uur

Dagvaarden, eis ter zitting 32 uur

Vierde overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: WS 56 uur

Dagvaarden, eis ter zitting: WS 40 uur

Vijfde en volgende overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: WS 72 uur

Dagvaarden, eis ter zitting: WS 56 uur

3 Na de schuldvaststelling worden deze sanctiebedragen door het CJIB – met inachtneming van de afspraken omtrent boetebedragen voor minderjarigen beneden de 16 jaar – automatisch gehalveerd.

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen vier jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

5.4. Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990

Deze recidiveregeling wordt toegepast bij overtreding van de, in paragraaf 8, maximumsnelheid, van het RVV 1990 opgenomen, artikelen 19 (niet voldoende afstand houden), 20, 21, 22, 22a, 45 en 62 jo. de borden A1 en A3 (overschrijding maximumsnelheid), voor zover deze overtredingen niet administratiefrechtelijk worden afgedaan.

De recidiveregeling luidt als volgt: van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van één eerdere gedocumenteerde overtreding van artikel 19, 20, 21, 22, 22a, 45 en 62 jo. de borden A1 en A3 van het RVV 1990.

De categorie-indeling voor maximumsnelheid is ook van toepassing op de recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990.

Categorie-indeling C (maximumsnelheid)

  • 1 Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen);

  • 2 Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen;

  • 3 Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;

  • 4 Land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.

NB Gelet op bijlage 2 van de Aanwijzing inbeslagneming kan na overleg met de officier van justitie het motorvoertuig, waarmee de snelheidsovertreding is gepleegd, in beslag worden genomen, indien een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% in samenhang met geconcretiseerde gevaarzetting is geconstateerd.

5.4.1. Recidiveregeling niet voldoende afstand houden

Tabel 1 1

Recidiveregeling niet voldoende afstand houden

Categorie-indeling C

Categorie 1:

Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen)

Categorie 2:

Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen

Categorie 3:

Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor

 

Niet voldoende afstand houden bij een:

snelheid van 80 km/h t/m 100 km/h

snelheid van 100 km/h t/m 120 km/h

snelheid van meer dan 120 km/h

Onderlinge afstand 3 meter of meer

(van 0,5 sec. t/m 0,2 sec.)

Onderlinge afstand minder dan 3 meter

(van minder dan 0,2 sec.)

Onderlinge afstand 3 meter of meer

(van 0,5 sec. t/m 0,2 sec.)

Onderlinge afstand minder dan 3 meter

(van minder dan 0,2 sec.)

Ongeacht onderlinge afstand

(van 0,5 sec. of minder)

Eerste overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

vast sanctiebedrag

vast sanctiebedrag

vast sanctiebedrag

vast sanctiebedrag

€ 800,– (cat. 1/2) / € 550,– (cat. 3) + 3 mnd OBM ov

Tweede overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 5 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 5 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

Derde overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov

Vierde overtreding

eis ter zitting

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 12 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 12 mnd ov

1 De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

5.4.2. Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)

Tabel 2 1 2 
 

Recidiveregeling snelheidsovertredingen motorvoertuigen

Categorie-indeling C

Categorie 1:

Motorvoertuigen(uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen)

Categorie 2:

Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen

Categorie 4:

Land- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid

 

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

   

31 t/m 39 km/h

40 t/m 49 km/h

50 t/m 59 km/h

60 t/m 69 km/h

70 t/m 79 km/h

80 t/m 89 km/h

90 t/m 99 km/h

100 km/h of meer

Eerste overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

vast sanctiebedrag

vast sanctiebedrag

vast sanctiebedrag + OBM 2 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 3 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 4 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 5 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 6 mnd ov

sanctiebedrag 95 tot 100 km/h + € 200,– per 5 km/h overschrijding + OBM 7 mnd ov

Tweede overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 2 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 3 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 4 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 5 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 6 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 7 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 8 mnd ov

sanctiebedrag 95 tot 100 km/h + € 200,– per 5 km/h overschrijding + OBM 9 mnd ov

Derde overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 5 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 7 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 9 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 10 mnd ov

sanctiebedrag 95 tot 100 km/h + € 200,– per 5 km/h overschrijding + OBM 11 mnd ov

Vierde overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 7 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 9 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 11 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% +

OBM 12 mnd ov

sanctiebedrag 95 tot 100 km/h + € 200,– per 5 km/h overschrijding + OBM 13 mnd ov

1 De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen en in de tarieventabel.

2 Indien er sprake is van een rechtspersoon, geldt indien er een OBM staat op de overtreding, in plaats daarvan een opslag van 20% bovenop het vastgestelde sanctiebedrag.

Tabel 3 1
 

Recidiveregeling snelheidsovertredingen bromfietsen

Categorie-indeling C

Categorie 3:

Bestuurders van bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor

 

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

   

30 t/m 39 km/h

40 t/m 49 km/h

50 t/m 59 km/h

60 t/m 69 km/h

70 t/m 79 km/h

80 t/m 89 km/h

90 t/m 99 km/h

100 km/h of meer

Eerste overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

vast sanctiebedrag + OBM 2 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 3 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 4 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 5 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 6 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 7 mnd ov

vast sanctiebedrag + OBM 8 mnd ov

sanctiebedrag 90 tot 100 km/h + € 200,– per 5 km/h overschrijding + OBM 9 mnd ov

Tweede overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 5 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 7 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 9 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov

sanctiebedrag 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 11 mnd ov

Derde en volgende overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 7 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 9 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 10 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 11 mnd ov

sanctiebedrag 1e overtreding + 20% + OBM 12 mnd ov

sanctiebedrag 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 13 mnd ov

1 De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. De Tekstenbundel is te vinden op de pagina van de CFT op JKS.

Voorbeeld bepalen van het sanctiebedrag/eis ter zitting

Indien de bestuurder van een motorvoertuig uit categorie 1 voor de eerste maal de maximumsnelheid overschrijdt, bijvoorbeeld met 49 km/h binnen de bebouwde kom (feitcode * VA 050), dan vaardigt de officier van justitie in dit geval een strafbeschikking uit waarin aan de verdachte een geldboete van € 770,– wordt opgelegd. Dit is het vaste sanctiebedrag dat bij deze overtreding behoort en geldt zowel indien het feit op kenteken is geconstateerd als in geval van een staandehouding.

Indien de eerste overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) betreft dan dient dezelfde werkwijze te worden gehanteerd aan de hand van de hierop betrekking hebbende feitcodes S 005a t/m S 005g.

  • a. Begaat deze bestuurder vervolgens een tweede onder de recidiveregeling vallende snelheidsovertreding, bijvoorbeeld door met een personenauto de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 69 km/h te overschrijden (feitcode * VA 070, * VB 070 of * VC 070), dan dient de verdachte, behoudens contra-indicaties, te worden opgeroepen voor een OM-zitting (zie bovenstaande tabel 2). De geldboete die moet worden geëist, wordt afgeleid van de geldboete die zou worden geëist indien deze overtreding voor de eerste maal zou zijn begaan, vermeerderd met 20%. De eerste overtreding kent volgens de feitcodes * VA 070, * VB 070 en * VC 070 een sanctie van € 1.350,–+ 3 mnd OBM ov. Nu de snelheidsovertreding in het voorbeeld reeds een tweede snelheidsovertreding betreft, wordt op grond tabel 2 een sanctie van € 1.600,– namelijk € 1.350,– + 20%, zie ook kolom 2 van de op LDP opgenomen Tarieventabel snelheidsovertredingen) + 5 mnd OBM ov voorgeschreven.

  • b. Begaat deze bestuurder als tweede overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) dan dient analoog aan het gestelde onder a gehandeld te worden waarbij de bovenstaande tabel 1 geraadpleegd dient te worden.

5.5. Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen

Voor zover het ‘Muldergedragingen’ betreft zijn de tarieven en feitcodes voor het overtreden van artikel 5.*.8 lid 1, zoals opgenomen in de geldende bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, van toepassing. Dit betreft de feitcodes N 083 a/b, N 085 a/b en N 086 a/b. Het in de onderstaande tabel vermelde vaste sanctiebedrag betreft de tarieven zoals deze zijn opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen bij de feitcodes N 083g, N 085g en N 086g

Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom-, snorfietsen, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, land- en bosbouwtrekkers en gehandicaptenvoertuigen

Categorie-indeling A

Categorie 6:

Bromfietsen

Categorie 7:

Motorrijtuigen met beperkte snelheid

Categorie 7a:

Mobiele machines

Categorie 8:

Land- en bosbouwtrekkers

Categorie 10:

Gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in artikel 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor

Categorie 11:

Gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie

Overtreding

 

Overschrijding maximumconstructiesnelheid met meer dan 15 km/h

   

N 083 g / N 086 g (cat. 6)

N 085 g

Eerste overtreding

OM-strafbeschikking

Vast sanctiebedrag

Vast sanctiebedrag

Tweede overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

€ 360,–OBM 2 maanden ov

€ 440,– + OBM 2 maanden ov (cat.7, 7a & 8)

€ 160,– + OBM 2 maanden ov (cat. 10 & 11)

Derde en volgende overtreding(en)

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

€ 430,– + OBM 4 maanden ov + OAV brom-/snorfiets

€ 500,– + OBM 4 maanden ov (cat.7, 7a & 8)

€ 190,– + OBM 4 maanden ov (cat. 10 & 11)

+ beide OAV

ov: onvoorwaardelijk

OBM: ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen

OAV: onttrekking aan het verkeer

Recidive/herhaald plegen

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Opgelet: indien aan de voorwaarden m.b.t. inbeslagneming zoals genoemd in de bijlage 2 van de Aanwijzing inbeslagneming en in punt 7 van de Instructie meting maximumconstructiesnelheid is voldaan, wordt van dit ‘recidivebeginsel’ afgeweken en wordt de ‘recidive’ bepaald aan de hand van het aantal door de verdachte gepleegde identieke overtredingen. Hiervan is sprake indien door dezelfde verdachte voor de derde keer een onder strafrecht vallende overtreding van artikel 5.6.8 RV binnen een tijdbestek van twee jaar is begaan en aan de verdachte bij één van de voorgaande overtredingen een waarschuwingsbrief is uitgereikt of toegezonden.

INBESLAGNEMING

Bij inbeslagneming van het voertuig zijn er de volgende mogelijkheden

  • 1. De eigenaar/houder doet vrijwillig afstand ter vernietiging.

  • 2. De eigenaar/houder stelt geen verzet in tegen de strafbeschikking (waarin het voertuig onttrokken wordt verklaard aan het verkeer of de aanwijzing aan de verdachte wordt gegeven afstand te doen van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer) van de officier van justitie en doet daarmee afstand van het in beslag genomen voertuig. Het voertuig dient hierna te worden vernietigd.

  • 3. De officier vordert ter zitting de onttrekking aan het verkeer van het niet in Nederland toegelaten voertuig of de verbeurdverklaring van het in Nederland wel toegelaten voertuig. De officier van justitie bepaalt aan de hand van de vermelde waarde van het voertuig of van de hierboven genoemde standaardeis wordt afgeweken en een meer op de situatie toegesneden eis moet worden geformuleerd.

5.6. Recidiveregeling overtreding artikel 3 Besluit voertuigen (aanwezig hebben van radardetector)

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Recidiveregeling overtreding artikel 3 Besluit voertuigen

(aanwezig hebben van radardetector; feitcode N 010 n)

Categorie-indeling A Regeling voertuigen

Categorie 2: personenauto's

Categorie 3: bedrijfsauto's

Categorie 3a: bussen

Categorie 4: motorfietsen

Categorie 5: driewielige motorrijtuigen

Eerste overtreding

OM- strafbeschikking

of eis ter zitting

vast sanctiebedrag + OAV

Tweede overtreding

OM- strafbeschikking

of eis ter zitting

€ 500,– + OAV

Derde + volgende overtreding

OM- strafbeschikking

of eis ter zitting

€ 600,– + OAV

5.7. Recidiveregeling Veelplegers verkeer

5.7.1. Achtergrond

Per 1 januari 2015 geldt een aanpak van zogeheten Verkeersveelplegers. Kamerbrief Toezeggingen en verzoeken verkeershandhaving, d.d. 18 november 2013. Met deze aanpak is progressieve straftoemeting mogelijk gemaakt voor een scala aan verkeersovertredingen. Hieronder vallen zowel een aantal feiten die voorheen opgenomen waren in de Bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en per 1 januari 2015 onder het strafrecht zijn gebracht, alsmede een aantal strafbare feiten waarop voorheen geen recidiveregeling van toepassing was. Deze op zichzelf staande aanpak geldt als een aanvulling op andere recidiveregelingen en ziet op de overtredingen die zijn gekoppeld aan de hierna in paragraaf 5.8.3 opgenomen feitcodes. Deze feiten zijn niet in een andere recidiveregeling opgenomen. Derhalve vindt er geen wisselwerking plaats tussen de verschillende regelingen.

De RecidiveregelingVeelplegers verkeer onderscheidt zich in twee belangrijke opzichten van andere regelingen;

in geval van andere recidiveregelingen is het gebruikelijk dat één eerdere overtreding met een onherroepelijke afdoening leidt tot overdracht van een tweede zaak aan het OM indien deze is gepleegd binnen de gestelde termijn. In deze regeling dient echter sprake te zijn van drie eerdere onherroepelijke overtredingen waarna de vierde zaak, mits voldaan is aan de in deze paragraaf genoemde criteria, ter beoordeling aan het OM wordt overgedragen. Daarnaast ziet deze regeling niet zozeer op een bepaald soort feit maar op verkeersfeiten van verschillende aard maar met een gelijk, potentieel gevaarlijk of hinderlijk, karakter. Deze feiten, welke in onderlinge samenhang een beeld geven van het gedrag van een bestuurder in het verkeer, worden door middel van de regeling met elkaar in verband gebracht.

5.7.2. Begripsomschrijving

In deze regeling wordt onder Veelpleger verkeer begrepen:

Een bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets die een overtreding heeft begaan van enig onder deze regeling vallend feit (§5.8.3), na onherroepelijke afdoening van minimaal drie eerdere dergelijke overtredingen gepleegd binnen een termijn van twee jaren, te rekenen vanaf de datum waarop het eerste feit onherroepelijk is geworden.

Zoals uit de begripsomschrijving blijkt, is de regeling uitsluitend van toepassing op bestuurders (natuurlijke personen) van motorvoertuigen en van brom- en snorfietsen. Het doel van deze regeling is het uit de anonimiteit halen van bestuurders die deze verkeersovertredingen begaan. Deze regeling is daarom alleen van toepassing indien de bestuurder bekend is geworden, direct bij staandehouding na constatering van het feit, dan wel indien de bestuurder op enig later moment bekend is geworden in geval van een op kenteken geconstateerde overtreding. Dit laatste geldt tevens in geval de overtreding in eerste instantie op naam van een rechtspersoon is geregistreerd en pas op een later moment aan de bekend geworden bestuurder wordt toegerekend.

5.7.3. Reikwijdte regeling

De Recidiveregeling Veelplegers verkeer heeft betrekking op de volgende aan onderstaande feitcodes5 gekoppelde overtredingen, zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen, gepleegd door bestuurders van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets:

K 006 a, K 006 b, K 010, K 024, K 024b, K 027a, K 027b, K 027c, K 027d, K 028a, K 028b, K 028c, K 028d, K 048 a, K 048 b, K 109, K 110, K 115, K 125, K 149, K 160 a, K 170, K 171, K172, N 110 o, N 110 q, N 652, N 710 e, P 060 b, R 327, R 328, R 400 ad, R 420, R 461, R 462, R 463, R 464, R 465 a, R 468, R 469, R 470, R 471, R 472 a, R 481 a, R 481 b, R 482, R 483, R 610, R 627 a, R 628 a, R 628 b, R 628 c, R 630 a, R 630 b, R 631 a, R 631 b.6

In geval van bovengenoemde feiten volgt – voor zover aan deze feiten een sanctiebedrag is gekoppeld – een OM-strafbeschikking met een geldboete conform het reguliere sanctiebedrag zoals vermeld in de bijlage met OM-feiten die is opgenomen in de hiervoor genoemde Tekstenbundel. Indien geen sanctiebedrag is vastgesteld volgt een beoordeling binnen de geldende kaders waarbij rekening wordt gehouden met eerdere (zelfde) feiten, alsmede met eerdere feiten uit bovenstaande groep indien de verdachte onder het Veelplegerbegrip valt.

5.7.4. Recidiveregeling Veelplegers verkeer

De recidiveregeling luidt als volgt:

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening7 van een vorige overtreding. Door het CJIB wordt tot en met de derde overtreding namens het OM via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of de verdachte onder het voornoemde begrip Veelpleger verkeer valt. Indien sprake is van een overtreding conform het Veelplegerbegrip legt het CJIB hier verslag van en draagt de zaak ter beoordeling over aan het OM waarna strafvordering volgt conform onderstaande recidiveregeling.

Tabel 1

Recidiveregeling Veelplegers verkeer 1

Categorie-indeling B

Categorie 1:

Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen

Categorie 2:

Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen

Categorie 3:

Bromfietsers en snorfietsers

 

Sanctie modaliteit

Sanctiebedrag / eis

1e, 2e en 3e overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

Vast sanctiebedrag2

Vierde overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

€ 750,– + 2 maanden OBM3 ov

Vijfde overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

€ 1.100,– + 4 maanden OBM3 ov

Zesde en volgende overtreding(en)

Eis ter zitting

3 weken hechtenis + 6 maanden OBM3 ov

– In geval van herhaalde overtredingen telkens begaan met een voertuig op naam van verdachte kan tevens verbeurdverklaring op grond van artikel 34 Sr worden gevorderd

1 De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

2 Met uitzondering van feitcodes K 170, K 171, K172, P 060 b en K 006 b.

3 Ten aanzien van de OBM geldt dat deze uitsluitend gevorderd mag worden indien het betreffende feit op grond van artikel 179 WVW 1994 voor een dergelijke vordering in aanmerking komt. Derhalve kan in geval van feitcode K 024, K 024 b, K 027 a, K 027 b, K 027 c, K 027 d, K 028 a, K 028 b, K 028 c, K 028 d, K 048 a, K 048 b, K 109, K 110, K 125, K 149 en K 160 a geen OBM worden geëist.

5.7.5. Minderjarigen (16- en 17-jarigen)

In afwijking van paragraaf 1.2, waarin is gesteld dat de tarieven voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar in beginsel dezelfde tarieven gelden als voor meerderjarigen, vindt in geval van 16- en 17-jarige Verkeersveelplegers strafvordering plaats conform onderstaande tabel. Voor minderjarigen onder 16 jaar gelden voor wat betreft de geldboete component, zoals gebruikelijk, de gehalveerde reguliere sancties zoals opgenomen in tabel 1. De OBM is voor beide leeftijdscategorieën gelijk aan die van meerderjarigen. In onderstaande tabel zijn voor beide leeftijdscategorieën de verschillende toepasselijke sancties opgenomen. Gelet op de eis dient in geval van minderjarigen vanaf de vierde overtreding per definitie te worden gedagvaard.

Tabel 2

Recidiveregeling Veelplegers verkeer minderjarigen 1

Categorie-indeling B

Categorie 1:

Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen

Categorie 2:

Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen

Categorie 3:

Bromfietsers en snorfietsers

 

Sanctie modaliteit

Sanctiebedrag / eis

 

Jonger dan 16 jaar

16- en 17-jarigen

1e, 2e en 3e overtreding

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

Vast sanctiebedrag2 met inachtneming van gebruikelijke halveringssystematiek

Vast sanctiebedrag2

Vierde overtreding

Eis ter zitting

€ 375,– + 2 maanden OBM ov3

€ 550,– + 2 maanden OBM ov3

Vijfde overtreding

Eis ter zitting

22 uren taakstraf + 4 maanden OBM ov3

30 uren taakstraf + 4 maanden OBM ov3

Zesde en volgende overtreding(en)

Eis ter zitting

40 uren taakstraf + 6 maanden OBM ov3

60 uren taakstraf + 6 maanden OBM ov3

1 De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

2 Met uitzondering van feitcodes K 170, K 171, K172, P 060 b en K 006 b.

3 – Ten aanzien van de OBM geldt dat deze uitsluitend gevorderd mag worden indien het betreffende feit op grond van artikel 179 WVW 1994 voor een dergelijke vordering in aanmerking komt. Derhalve kan in geval van feitcode K 024, K 024 b, K 027 a, K 027 b, K 027 c, K 027 d, K 028a, K 028b, K 028c, K 028d, K 048 a, K 048 b, K 109, K 110, K 125, K 149 en K 160 a geen OBM worden geëist;

– In geval van herhaalde overtredingen telkens begaan met een voertuig op naam van verdachte kan tevens verbeurdverklaring op grond van artikel 34 Sr worden gevorderd.

5.8. Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water

De Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water wordt toegepast bij de beoordeling van snelheidsovertredingen op het water, begaan door schippers van kleine schepen en snelle motorboten, bij overschrijding van de maximum toegestane snelheid vanaf 25 kilometer per uur.

De recidiveregeling luidt als volgt:

van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van een eerdere snelheidsovertreding, ongeacht de mate van overschrijding van die eerdere. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Recidiveregeling snelheidsovertredingen water1

Categorie-indeling E

Categorie 1:

Gezagvoerder/schipper

Klein schip / snelle motorboot

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

25 tot 35 km/h

35 tot 45 km/h

45 km/h of meer

Eerste overtreding

OM- strafbeschikking

Vast sanctiebedrag

Vast sanctiebedrag

Vast sanctiebedrag

Tweede overtreding

OM- strafbeschikking

€ 440,–

€ 650,–

€ 950,–

Derde overtreding

eis ter zitting

€ 500,–

en voorwaardelijke hechtenis

€ 750,–

en voorwaardelijke hechtenis

€ 1.100,–

en voorwaardelijke hechtenis

Vierde overtreding

eis ter zitting

€ 600,–

en onvoorwaardelijke hechtenis

€ 900,–

en onvoorwaardelijke hechtenis

€ 1.300,–en onvoorwaardelijke hechtenis

1 De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de feitcodeseries W065 en W075 zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. De Tarieventabel is te vinden op de pagina van de CFT op JKS.

5.9. Recidiveregeling feitcode E 821, overtreding artikel 4.40 Vreemdelingenbesluit 2000

De recidiveregeling luidt als volgt:

van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Categorie-indeling B, categorie 8 – een ieder

(de persoon die nachtverblijf verschaft en die niet onverwijld mededeling doet aan de korpschef van de regiopolitie waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling verblijft).

Eis/strafbeschikking € 250,– per persoon die niet is gemeld.

Bijlagen

De OM-feiten en p-feiten met bijbehorende tarieven zijn niet als bijlage bij deze richtlijn voor strafvordering opgenomen, maar geïntegreerd opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen, deze geldt hiervoor als bijlage bij deze richtlijn. In de Tekstenbundel worden de OM-feiten en tarieven voorafgegaan door een * (asterisk). De politiestrafbeschikkingsfeiten waarvoor een politiestrafbeschikking kan worden uitgevaardigd, worden voorafgegaan door de (kleine) letter p.

Hierna is een feitenlijst opgenomen met feiten welke vallen onder de Regeling Veelplegers verkeer. Onderstaande feitenlijst geldt als aanvulling op de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

Bijlage bij Recidiveregeling veelplegers verkeer

Feitcode

Feitomschrijving

K 006 a

als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl krachtens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften; het rijbewijs is ingenomen

K 006 b

als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl krachtens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften; het rijbewijs is gevorderd

K 010

als weggebruiker geen gevolg geven aan een door een opsporingsambtenaar ter zake van het verkeer op de weg gegeven aanwijzing

K 024

een voertuig dat dient te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg laten staan of gebruiken terwijl dit voertuig niet is goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg

K 024 b

een motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b, eerste lid, aanhef WVW 1994, dat niet is aangewezen, op de weg gebruiken of laten staan (20h jo. 20b lid 1 WvW 1994)

K 027 a

een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, op de weg besturen, terwijl voor dat motorrijtuig geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren

K 027 b

als eigenaar of houder een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, op de weg laten staan en/of laten rijden, terwijl voor dat motorrijtuig geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren

K 027 c

een bromfiets, waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, op de weg besturen, terwijl voor dat motorrijtuig geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren

K 027 d

een bromfiets, waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, op de weg laten staan en/of laten rijden, terwijl voor dat motorrijtuig geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren

K 028 a

een aanhangwagen (met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg tot en met 3.500 kg), waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, met een motorrijtuig op de weg voortbewegen, terwijl voor die aanhangwagen geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren

K 028 b

een aanhangwagen (met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg tot en met 3.500 kg), waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, op de weg laten staan, terwijl voor die aanhangwagen geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren

K 028 c

een aanhangwagen (met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg), waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, met een motorrijtuig op de weg voortbewegen, terwijl voor die aanhangwagen geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren

K 028 d

een aanhangwagen (met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg), waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, op de weg laten staan, terwijl voor die aanhangwagen geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren

K 048 a

als bestuurder met een ingeschreven en te naam gesteld motorrijtuig of aanhangwagen rijden, terwijl door de Dienst Wegverkeer is bepaald dat met dit voertuig niet op de weg mag worden gereden; na deugdelijk herstel

K 048 b

als bestuurder met een ingeschreven en te naam gesteld motorrijtuig of aanhangwagen rijden, terwijl door de Dienst Wegverkeer is bepaald dat met dit voertuig niet op de weg mag worden gereden; zonder reparatie

K 109

als houder van een op grond van artikel 123b WVW 1994 ongeldig geworden rijbewijs dat rijbewijs niet inleveren bij de Dienst Wegverkeer

K 110

als houder van een op grond van artikel 124 lid 1 WVW 1994 ongeldig verklaard rijbewijs, dat rijbewijs niet inleveren bij diegene die het ongeldig heeft verklaard zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden

K 115

als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering het aan hem afgegeven rijbewijs overgeven terwijl ten aanzien van hem het vermoeden bestaat dat hij niet langer rijvaardig dan wel ongeschikt is

K 125

als houder van een ongeldig verklaard rijbewijs, dat rijbewijs niet inleveren bij het CBR, zodra de ongeldigverklaring van kracht is

K 149

als bestuurder van een motorrijtuig dat motorrijtuig niet op eerste vordering stilhouden

K 160 a

als bestuurder of begeleider, die in overtreding wordt bevonden van een bij of krachtens de WVW 1994 vastgesteld voorschrift, de gegeven bevelen ter bescherming van bij het verkeer betrokken belangen niet opvolgen

K 170

zich zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd

K 171

zich zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd door het rijden met het voorwiel in de lucht (een wheelie)

K172

zich zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd, terwijl de bestuurder was afgeleid en geen of niet voldoende aandacht had op het verkeer op de weg en/of geen of niet voldoende aandacht had voor het besturen van het voertuig

N 110 o

het (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister vermelde geluidsniveau, vermeerderd met 2 dB(A), wordt overschreden; vanaf 4 dB(A)

N 110 q

het toegestane geluidsniveau van het voertuig, waarvoor geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld, wordt overschreden; vanaf 4 dB(A)

N 652

het niet bij één van de in artikel 29 1e lid van het RVV 1990 bedoelde diensten in gebruik zijnde voertuig is voorzien van een lichtarmatuur voor een blauw zwaai-, flits- of knipperlicht of voorzieningen die de indruk wekken dat het voertuig is voorzien van een dergelijke lichtarmatuur

N 710 e

het is voorzien van andere geluidssignaalinrichtingen dan is toegestaan

P 060 b

de lading of delen daarvan niet of niet zodanig is/zijn gezekerd dat deze onder normale verkeerssituaties, waaronder begrepen volle remmingen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek niet van het voertuig kan/kunnen vallen of de stabiliteit van het voertuig niet in gevaar kan/kunnen brengen

R 327

als bestuurder een andere bestuurder die links heeft voorgesorteerd en een teken geeft linksaf te willen slaan, links inhalen

R 328

als bestuurder een voertuig inhalen vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats

R 400 ad

als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl; dat motorvoertuig is voorzien van een parkeerschijf met een mechanisme dat het tijdstip van de aankomst automatisch verschuift

R 420

als bestuurder van een motorvoertuig blauw zwaai- of knipperlicht voeren terwijl dat niet is toegestaan

R 461

anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 60 kilometer per uur, een autosnelweg gebruiken

R 462

als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg; keren

R 463

als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg; achteruitrijden

R 464

als bestuurder van een motorvoertuig op een autosnelweg; deze op de rijbaan laten stilstaan

R 465 a

behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg; over de vluchtstrook of vluchthaven rijden

R 468

anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken

R 469

als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg; keren

R 470

als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg; achteruitrijden

R 471

als bestuurder van een motorvoertuig op een autoweg; deze op de rijbaan laten stilstaan

R 472 a

behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg; over de vluchtstrook of vluchthaven rijden

R 481 a

als bestuurder een blinde, voorzien van een blindenstok niet voor laten gaan

R 481 b

als bestuurder een persoon die zich moeilijk voortbeweegt niet voor laten gaan

R 482

als bestuurder een voetganger, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan

R 483

als bestuurder een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteekt of kennelijk op het punt staat over te steken, niet voor laten gaan

R 610

als weggebruiker bij verlicht rood kruis een rijstrook gebruiken

R 627 a

als weggebruiker niet opvolgen van (een) mondeling of door middel van gebaren gegeven aanwijzing(en); om te stoppen conform de in bijlage II, onderdeel 8 vastgestelde aanwijzing, gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersbrigadier

R 628 a

als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken; gegeven door middel van een rode lamp

R 628 b

als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken; gegeven met een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant

R 628 c

als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken; gegeven met een aan een voertuig van weginspecteurs van Rijkswaterstaat aangebracht verlicht transparant

R 630 a

als weggebruiker niet opvolgen van (een) mondeling of door middel van gebaren gegeven aanwijzing(en); gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar

R 630 b

als weggebruiker niet opvolgen van (een) mondeling of door middel van gebaren gegeven aanwijzingen; gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaar

R 631 a

als weggebruiker niet opvolgen van aanwijzingen gegeven door middel van verlicht transparant op personen-, bedrijfsauto of motorfiets van; politie

R 631 b

als weggebruiker niet opvolgen van aanwijzingen gegeven door middel van verlicht transparant op personen-, bedrijfsauto of motorfiets van; Rijkswaterstaat of bedrijfsauto van transportbegeleider

  1. De Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en muldergedragingen geldt als bijlage bij deze Richtlijn. In deze Tekstenbundel zijn onder andere de OM-feitenen tarieven opgenomen. ^ [1]
  2. Bijvoorbeeld in geval van een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (OBM) van meer dan 6 maanden (artikel 257c Sv). ^ [2]
  3. Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie. ^ [3]
  4. Wet van 31 maart 2011 tot wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de Gemeentewet in verband met het onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften brengen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en enkele technische verbeteringen (Stb. 2011, 170). ^ [4]
  5. Zie bijlage bij Recidiveregeling Veelplegers verkeer voor volledige feitomschrijvingen. ^ [5]
  6. Per 1 januari 2018 zijn de feitcodes K 065 e en K 065 f uit deze regeling gehaald en ondergebracht in de recidiveregeling rijden zonder rijbewijs. ^ [6]
  7. Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie. ^ [7]
Naar boven