Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Toekomstige wijziging(en) voorzien met ingang van: 01-01-2027. Zie het wijzigingenoverzicht.
Geraadpleegd op 18-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)

§ 2. Beeld van de uitvoering

Artikel 2. Verslag over de uitvoering en accountantsverklaring

[Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 4. Beeld van de uitvoering

  • 2 Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.

  • 3 Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, niet op de in het eerste lid genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.

  • 4 De betaling van de uitkering wordt hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen door de minister. Indien daarvoor naar het oordeel van de minister een noodzaak bestaat, kan, na ontvangst van het beeld van de uitvoering, de betaling van de uitkering op een eerdere datum worden hervat, waarbij kan worden afgeweken van het betaalmoment, bedoeld in artikel 5, eerste lid.

  • 5 Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken noodzakelijk voor het financieel beheer van de wet, de IOAW, de IOAZ of het Bbz 2004.

  • 6 In afwijking van het derde lid kan worden afgezien van opschorting als op het moment waarop over opschorting wordt beslist het beeld van de uitvoering alsnog juist en volledig is ontvangen.

§ 3. Uitkering en betaling

Artikel 5. Betaling

  • 1 Met uitzondering van de maand mei, wordt iedere maand op of omstreeks de vijftiende dag van die maand 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet betaalbaar gesteld. In de maand mei wordt op of omstreeks de vijftiende dag 12% van de uitkeringen betaalbaar gesteld.

  • 3 De vangnetuitkering wordt betaalbaar gesteld voor 1 april in het kalenderjaar dat ligt twee jaar na het jaar waarop de uitkering betrekking heeft.

Artikel 5a. Opschorting betaling bij vaststelling ernstige tekortkomingen

  • 2 De betaling van de uitkering wordt hervat op of omstreeks de vijftiende dag van de kalendermaand nadat de periode van drie maanden is verstreken dan wel nadat de langere periode van opschorting, die de minister met toepassing van artikel 76, derde lid, van de wet heeft vastgesteld is verstreken.

Artikel 6. Gegevens verdeelmodel

In bijlage I bij deze regeling zijn de gewichten en peildata opgenomen die gelden voor de indicatoren, bedoeld in tabel 1 en tabel 3 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet alsmede de normbedragen, bedoeld in tabel 2 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet.

§ 4. Toetsing lijfrenten

Artikel 6b. Toetsing inleg lijfrente

  • 2 Voor de beoordeling of de inleg ten hoogste het in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet genoemde bedrag heeft bedragen, wordt:

    • a. voor de inleg gedaan in het jaar van aanvraag van bijstand: het genoemde bedrag naar evenredigheid van de tussen 1 januari en de dag van aanvraag van bijstand gelegen periode in aanmerking genomen;

    • b. voor de inleg gedaan in de aan de aanvraag voorafgaande vier kalenderjaren: het genoemde bedrag in aanmerking genomen dat geldt op de dag van aanvraag van bijstand.

Artikel 6c. Toetsing waarde lijfrente en hoogte inleg

Het bedrag waarmee bij toepassing van artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet de inleg het in subonderdeel 3° van dat onderdeel genoemde bedrag overschrijdt, wordt in mindering gebracht op de waarde van de lijfrente of lijfrenten.

§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Artikel 7. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Niet tot de middelen, bedoeld in artikel 31 van de wet, worden gerekend:

Artikel 7a. Indexering

[Vervallen per 01-01-2019]

[Toekomstige wijziging(en) voorzien met ingang van: 01-01-2027. Zie het wijzigingenoverzicht.]

§ 6. Vakantietoeslag

[Toekomstige wijziging(en) voorzien met ingang van: 01-01-2027. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Artikel 8. Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 9. Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2026.

Artikel 10. In aanmerking te nemen vakantietoeslag

[Toekomstige wijziging(en) voorzien met ingang van: 01-01-2027. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de artikelen 11, 12, 13 of 14 berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.

Artikel 11. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit tegenwoordige arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit tegenwoordige arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

876,39

8,00%

x ink

 

876,39

1.059,26

8,00%

x ink

- € 20,77

1.059,26

2.175,48

8,00%

x ink

- € 02,67

2.175,48

   

5,02%

X ink

- € 01,68

Artikel 12. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit vroegere arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

672,38

8,00%

x ink

 

672,38

726,15

5,14%

x ink

 

726,15

1.733,81

8,00%

x ink

- € 20,77

1.733,81

1.851,75

7,20%

x ink

- € 18,70

1.851,75

   

8,00%

x ink

- € 33,46

Artikel 13. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt en voor de inhouding van loonheffing geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0

 

8,00%

x ink

 

Artikel 14. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

  • 2 Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, naast het gekorte ouderdomspensioen en toeslag, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen.

§ 7. Verzoeken vangnetuitkering

Artikel 15. Procedurele bepalingen verzoek vangnetuitkering

  • 1 Een verzoek tot een vangnetuitkering wordt door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 15 augustus van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.

  • 2 Een verzoek dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen voor of na afloop van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt niet in behandeling genomen.

  • 3 De toetsingscommissie adviseert de minister uiterlijk op 31 oktober van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, over de te nemen beslissing.

  • 4 De toetsingscommissie kan de minister voor 15 oktober verzoeken om een aantal adviezen later dan 31 oktober vast te stellen.

  • 5 Indien de minister aan een verzoek als bedoeld in het vierde lid voldoet, bepaalt hij daarbij het aantal adviezen dat later kan worden vastgesteld en de datum waarop deze adviezen uiterlijk door de minister worden ontvangen.

  • 6 Het college verstrekt bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan de minister informatie over genomen maatregelen om te komen tot een reductie dan wel tot een verdere reductie van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de verstrekte uitkering.

§ 7a. Vergoeding centrumgemeenten bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart Bbz 2004

Artikel 15a. Bedragen vergoeding centrumgemeenten bijstandverlening ondernemers in de binnenvaart Bbz 2004

  • 1 De kosten, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, van een aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan ondernemers in de binnenvaart komen voor vergoeding in aanmerking, voor zover de kosten per onderzoek niet meer bedragen dan:

  • 2 De bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens de Minister medegedeeld in de Staatscourant.

§ 7b. Vaststelling aantallen beschut werk

Artikel 15b. Aantallen beschut werk

Het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet wordt voor het jaar 2026 vastgesteld op het in bijlage II bij deze regeling bepaalde aantal per gemeente.

§ 7c. Vaststelling tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek

Artikel 15ba. Tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek

De tegemoetkoming voor een huishouden dat voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 78gg, eerste lid, bedraagt:

  • a. € 1.000 voor een huishouden dat in het jaar 2025 aan de voorwaarden voldoet;

  • b. € 1.100 voor een huishouden dat in het jaar 2026 aan de voorwaarden voldoet.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Den Haag, 16 oktober 2003

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

M. Rutte

Bijlage I. behorende bij artikel 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Indicator

Gewicht

Peildatum schatting

Peildatum verdeling

Niet-rechthebbenden

     

Te veel vermogen

     

Alleenstaande, vermogen > € 7.605

– 1,8555704

1-1-2023

Huishoudensdefinitie 31-12-2024, vermogen 1-1-2023

Alleenstaande, vermogen t/m € 7.605, overwaarde boven € 64.100

– 0,6609162

1-1-2023

Huishoudensdefinitie 31-12-2024, vermogen 1-1-2023

Paar, vermogen boven € 15.210

– 1,5478988

1-1-2023

Huishoudensdefinitie 31-12-2024, vermogen 1-1-2023

Paar, vermogen tot en met € 15.210, overwaarde boven € 64.100

– 0,6862660

1-1-2023

Huishoudensdefinitie 31-12-2024, vermogen 1-1-2023

Andere uitkering

     

AO-uitkering (15%-80% of onbekend) in hh

– 4,2224559

5-1-2023

31-12-2024

AO-uitkering (80%-100%) in hh

– 4,1987133

5-1-2023

31-12-2024

WW-uitkering in hh

– 2,4304946

5-1-2023

31-12-2024

ANW-uitkering in hh

– 5,7114727

5-1-2023

31-12-2024

Zw-uitkering of wachtgeld in hh

– 2,6667868

5-1-2023

31-12-2024

Pensioenuitkering in hh

– 0,8444859

5-1-2023

31-12-2024

Kan/wil niet werken

     

Student (mbo/hbo/wo) in hh

– 2,0685825

1-10-2022

1-10-2024

Aanbodkant van de arbeidsmarkt

     

Leeftijd

     

18 tot 20-jarige in hh

referentie

1-1-2023

31-12-2024

20 tot 25-jarige in hh

1,1055800

1-1-2023

31-12-2024

25 tot 30-jarige in hh

1,6734069

1-1-2023

31-12-2024

30 tot 40-jarige in hh

1,9510109

1-1-2023

31-12-2024

40 tot 50-jarige in hh

2,2016427

1-1-2023

31-12-2024

50-jarige tot AOW-leeftijd in hh

2,6347172

1-1-2023

31-12-2024

Gezinssituatie

     

Alleenstaande

referentie

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-moeder, jongste kind tot 5

1,0709808

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-moeder, jongste kind 5-12

0,3745665

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-moeder, jongste kind 12-18

– 0,1342996

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-moeder, jongste kind 18+

– 0,3483763

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-vader, jongste kind tot 5

– 0,2725922

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-vader, jongste kind 5-12

0,0027655

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-vader, jongste kind 12-18

– 0,3110965

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-vader, jongste kind 18+

– 0,9053010

1-1-2023

31-12-2024

Paar, jongste kind 18-

– 0,7857138

1-1-2023

31-12-2024

Paar, jongste kind 18+

– 1,3798868

1-1-2023

31-12-2024

Paar zonder kinderen

– 0,9913039

1-1-2023

31-12-2024

Thuiswonend meerderjarig kind

– 0,4609698

1-1-2023

31-12-2024

Overig huishouden

0,3192275

1-1-2023

31-12-2024

Wonen in corporatiewoning

1,5123740

31-12-2022

30-12-2024

Wonen op een standplaats

1,5719418

31-12-2022

31-12-2024

Migratieachtergrond

     

Geen migratieachtergrond in hh

Referentie

1-1-2023

31-12-2024

Turk in hh

0,2548469

1-1-2023

31-12-2024

Surinamer in hh

0,0870234

1-1-2023

31-12-2024

Caribisch Nederlander in hh

0,1321480

1-1-2023

31-12-2024

Marokkaan in hh

0,4120512

1-1-2023

31-12-2024

Ghanees in hh

– 0,0618244

1-1-2023

31-12-2024

Somaliër of Eritreeër in hh

1,0576231

1-1-2023

31-12-2024

Overig Afrika in hh

0,5515808

1-1-2023

31-12-2024

Afghaan in hh

1,2975822

1-1-2023

31-12-2024

Irakees in hh

1,1610649

1-1-2023

31-12-2024

Syriër in hh

2,0224429

1-1-2023

31-12-2024

Iranees in hh

0,7513077

1-1-2023

31-12-2024

Chinees in hh

– 0,0610809

1-1-2023

31-12-2024

Indiaas in hh

– 0,8590884

1-1-2023

31-12-2024

Overig Azië in hh

0,2030656

1-1-2023

31-12-2024

Voormalig Joegoslavisch in hh

0,2616966

1-1-2023

31-12-2024

Voormalig Sovjet-Unie, exclusief Oekraïne in hh

0,2373707

1-1-2023

31-12-2024

Voormalig Sovjet-Unie, exclusief Oekraïne en na 24 februari in Nederland gekomen in hh

– 2,6990946

1-1-2023

31-12-2024

Oekraïner in hh

0,0688128

1-1-2023

31-12-2024

Oekraïner en na 24 februari 2022 in Nederland gekomen in hh

– 5,1428890

1-1-2023

31-12-2024

Overig Europees in hh

– 0,7087066

1-1-2023

31-12-2024

Overig Amerika en Oceanië in hh

– 0,1828582

1-1-2023

31-12-2024

Opleiding

     

HCI (human capital index) onbekend

referentie

Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022

Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023

Lage HCI in hh

0,5688725

Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022

Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023

Middelbare of hoge HCI in hh

– 2,7420092

Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022

Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023

(V)SO/Pro gevolgd in hh

0,5153509

Gevolgd tussen schooljaar 2010/2011 en 2021/2022, niet gevolgd in schooljaar 2022/2023

Gevolgd tussen schooljaar 2012/2013 en 2023/2024, niet gevolgd in schooljaar 2024/2025

Gezondheid

     

Zorgkosten boven € 5.000 in hh

0,1558716

Heel 2022

Heel 2022

Zorgkosten voor hulpmiddelen

0,1386926

Heel 2022

Heel 2022

Zorgkosten voor ziekenhuisbezoek

0,1347905

Heel 2022

Heel 2022

Bovengemiddelde huisartskosten

0,1035051

Heel 2022

Heel 2022

Verleden met zorgkosten boven de € 5.000

0,4413400

Gehele jaren, 2012 tot en met 2022

Gehele jaren, 2012 tot en met 2022

Verleden met GGZ-kosten

0,5555446

Gehele jaren, 2012 tot en met 2022

Gehele jaren, 2012 tot en met 2022

Uitgevallen ex-student met psychoproblematiek

1,1276171

Opleidingsniveau 1-10-2022, psychoproblematiek over heel 2022, en gebruik ggz-zorg over heel 2022.

Opleidingsniveau 1-10-2023, psychoproblematiek over heel 2023, en gebruik ggz-zorg over heel 2022.

Gebruik GGZ-zorg in hh

0,3112140

Heel 2022

Heel 2022

Medicijnen voor verslaving in hh

– 0,0206242

Heel 2022

Heel 2023

Medicijnen voor depressie in hh

0,2291552

Heel 2022

Heel 2023

Medicijnen voor psychose in hh

0,2326531

Heel 2022

Heel 2023

Medicijnen voor epilepsie in hh

0,2815749

Heel 2022

Heel 2023

       

Medicijngebruik uit minder dan 4 hoofdgroepen in hh

referentie

Heel 2022

Heel 2023

Medicijngebruik uit 4 tot 6 hoofdgroepen in hh

0,0787502

Heel 2022

Heel 2023

Medicijngebruik uit 6 tot 8 hoofdgroepen in hh

0,1545379

Heel 2022

Heel 2023

Medicijngebruik uit 8 of meer hoofdgroepen in hh

0,2169834

Heel 2022

Heel 2023

Combinaties van factoren

     

Niet-Europees (excl. Overig Azië en Overig Amerika en Oceanië) in hh en 50-jarige tot AOW in hh

0,2519365

1-1-2023

31-12-2024

Niet-Europees (excl. Overig Azië en Overig Amerika en Oceanië) in hh en gezondheidsproblemen1 in hh

0,0230759

1-1-2023 voor migratieachtergrond, heel 2022 voor gezondheidsproblemen

31-12-2024 voor migratieachtergrond, heel 2022 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2023 voor overige gezondheidsproblemen

Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen1 in hh

0,2120098

Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022, heel 2022 voor gezondheidsproblemen

Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023, heel 2022 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2023 voor overige gezondheidsproblemen

Vraagkant van de arbeidsmarkt

     

Banen per lid beroepsbevolking, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel

– 4,8598002

1-1-2023

1-1-2024

Verdringing op de arbeidsmarkt per lid laagopgeleide beroepsbevolking, gecorrigeerd voor reistijd en concurrentie

1,0049417

1-1-2023

1-1-2024

Buurteffecten

     

Aandeel niet-werkenden in directe omgeving t.o.v. de wijdere omgeving

2,5611055

1-1-2023

1-1-2024

Index overlast en onveiligheid

1,3575904

1-1-2023

1-1-2024

Constante

– 1,9977512

n.v.t.

n.v.t.

1 Definitie gezondheidsproblemen: persoon in huishoudens heeft 1 van de volgende kenmerken: heeft zorgkosten boven € 5.000, maakt gebruik van GGZ-zorg, van medicijnen tegen verslaving, depressie, psychose of epilepsie en pijn, of maakt gebruik van 4 of meer medicijngroepen.

Tabel 2: de bruto normbedragen zoals gehanteerd in het objectief verdeelmodel

Type huishouden

Normbedrag

Alleenstaande (ouder), leeftijd 21 tot AOW

€ 20.817,34

Alleenstaande (ouder), 18, 19 of 20 jaar

€ 4.055,76

Gehuwd paar, beide partners leeftijd 21 tot AOW

€ 27.007,48

Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren)

€ 8.111,52

Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren)

€ 12.805,44

Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren)

€ 15.790,56

Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren)

€ 22.356,37

Normen gerechtigde leeftijd 21 tot AOW bij aantal kostendelers

Normbedrag

2 kostendelers

€ 13.503,74

3 kostendelers

€ 11.065,81

4 kostendelers

€ 9.846,94

5 kostendelers

€ 9.115,51

6 kostendelers

€ 8.628,07

7 kostendelers

€ 8.382,00

8 kostendelers

€ 8.214,36

9 kostendelers

€ 8.083,92

10 kostendelers (of meer)

€ 7.979,64

Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers met kinderen

Normbedrag

2 kostendelers

€ 19.918,44

3 kostendelers

€ 18.699,57

4 kostendelers

€ 17.968,13

5 kostendelers

€ 17.480,70

6 kostendelers

€ 17.132,37

7 kostendelers

€ 16.964,04

8 kostendelers

€ 16.833,60

9 kostendelers

€ 16.729,32

10 kostendelers (of meer)

€ 19.918,44

Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers zonder kinderen

 

2 kostendelers

€ 14.225,88

3 kostendelers

€ 13.443,60

4 kostendelers

€ 12.974,16

5 kostendelers

€ 12.661,32

6 kostendelers

€ 12.437,76

7 kostendelers

€ 12.270,12

8 kostendelers

€ 12.139,68

9 kostendelers

€ 12.035,40

10 kostendelers (of meer)

€ 14.225,88

Afwijkende normen gehuwden o.b.v. art. 24 Participatiewet

Normbedrag

rechthebbende leeftijd 21 of ouder met of zonder kinderen

€ 13.503,74

rechthebbende leeftijd jonger dan 21, zonder kind

€ 4.055,76

rechthebbende leeftijd jonger dan 21, met kind

€ 6.402,72

Tabel 3: gewichten en peildata van de indicatoren die zijn opgenomen in de prijscomponent van het objectief verdeelmodel

Indicator

Gewicht

Peildatum schatting

Peildatum verdeling

Directe verrekening

     

Andere uitkering

     

WW-uitkering in hh

– 1,9655203

5-1-2023

31-12-2024

AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh

– 2,4439655

5-1-2023

31-12-2024

AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh

– 3,2952478

5-1-2023

31-12-2024

ANW-uitkering in hh

– 2,3704195

5-1-2023

31-12-2024

Zw-uitkering of wachtgeld in hh

– 2,2741673

5-1-2023

31-12-2024

Pensioenuitkering in hh

– 1,2897474

5-1-2023

31-12-2024

Kans op deeltijdwerk

     

Aanbodkant van de arbeidsmarkt

     

Leeftijd

     

18 tot 25-jarige in hh

referentie

1-1-2023

31-12-2024

25 tot 30-jarige in hh

– 0,2583323

1-1-2023

31-12-2024

30 tot 40-jarige in hh

– 0,3457572

1-1-2023

31-12-2024

40 tot 50-jarige in hh

– 0,3336410

1-1-2023

31-12-2024

50-jarige tot AOW-leeftijd in hh

– 0,1775375

1-1-2023

31-12-2024

Gezinssituatie

     

Alleenstaande, eenoudervader

referentie

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-moeder, jongste kind tot 5

– 0,3110336

1-1-2023

31-12-2024

Eenouder-moeder, jongste kind 5+

– 0,4441213

1-1-2023

31-12-2024

Paar met kinderen

– 0,9749875

1-1-2023

31-12-2024

Paar zonder kinderen, overig huishouden

– 1,0976525

1-1-2023

31-12-2024

Thuiswonend meerderjarig kind

– 0,5210272

1-1-2023

31-12-2024

Wonen in corporatiewoning of op standplaats

0,1976393

31-12-2022

Corporatiewoning 30-12-2024, standplaats 31-12-2024

Migratieachtergrond

     

Geen, westerse, of overige niet-westerse migratieachtergrond in hh

referentie

1-1-2023

31-12-2024

Turk in hh

0,2324311

1-1-2023

31-12-2024

Surinamer in hh

0,0914459

1-1-2023

31-12-2024

Marokkaan in hh

0,2464451

1-1-2023

31-12-2024

Overig Afrika in hh

0,1815156

1-1-2023

31-12-2024

Irakees, Syriër, Iraniër, of Afghaan in hh

0,3466441

1-1-2023

31-12-2024

Opleiding

     

HCI (human capital index) onbekend

referentie

Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022

Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023

Lage HCI in hh

0,2347849

Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022

Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023

Middelbare of hoge HCI in hh

– 0,0587812

Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022

Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023

Gezondheid

     

Gebruik GGZ-zorg in hh

0,0969737

Heel 2022

Heel 2022

Medicijnen voor depressie in hh

0,0419880

Heel 2022

Heel 2023

Combinaties van factoren

     

Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh

0,1395893

Opleidingsniveau 1-10-2022, arbeidsverleden 2018 t/m 2022, heel 2022 voor gezondheidsproblemen

Opleidingsniveau 1-10-2023, arbeidsverleden 2019 t/m 2023, heel 2022 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2023 voor overige gezondheidsproblemen

Vraagkant van de arbeidsmarkt

     

Laaggeschoolde banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel

0,0720317

1-1-2023

1-1-2024

Buurteffecten

     

Index overlast en onveiligheid

0,5099018

1-1-2023

1-1-2024

Loonkostensubsidie

     

Indicator LKS

– 2,4306064

5-1-2023

31-12-2024

Constante

2,0263536

n.v.t.

N.v.t.

Bijlage II. behorende bij artikel 15b van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

CBS-code

Gemeente

ultimo 2026

1680

Aa en Hunze

11

358

Aalsmeer

10

197

Aalten

12

59

Achtkarspelen

15

482

Alblasserdam

12

613

Albrandswaard

22

361

Alkmaar

106

141

Almelo

111

34

Almere

139

484

Alphen aan den Rijn

78

1723

Alphen-Chaam

1

1959

Altena

37

60

Ameland

1

307

Amersfoort

87

362

Amstelveen

40

363

Amsterdam

680

200

Apeldoorn

133

202

Arnhem

271

106

Assen

75

743

Asten

9

744

Baarle-Nassau

3

308

Baarn

6

489

Barendrecht

15

203

Barneveld

20

888

Beek

7

1954

Beekdaelen

17

889

Beesel

9

1945

Berg en Dal

23

1724

Bergeijk

12

893

Bergen (L.)

14

373

Bergen (NH.)

11

748

Bergen op Zoom

57

1859

Berkelland

28

1721

Bernheze

27

753

Best

20

209

Beuningen

16

375

Beverwijk

32

1728

Bladel

20

376

Blaricum

1

377

Bloemendaal

7

1901

Bodegraven-Reeuwijk

13

755

Boekel

11

1681

Borger-Odoorn

23

147

Borne

11

654

Borsele

10

757

Boxtel

59

758

Breda

135

1876

Bronckhorst

22

213

Brummen

14

899

Brunssum

26

312

Bunnik

3

313

Bunschoten

5

214

Buren

15

502

Capelle aan den IJssel

41

383

Castricum

15

109

Coevorden

24

1706

Cranendonck

12

216

Culemborg

23

148

Dalfsen

11

1891

Dantumadiel

10

310

De Bilt

12

1940

De Fryske Marren

15

736

De Ronde Venen

15

1690

De Wolden

8

503

Delft

97

400

Den Helder

78

762

Deurne

29

150

Deventer

148

384

Diemen

16

1980

Dijk en Waard

67

1774

Dinkelland

9

221

Doesburg

10

222

Doetinchem

56

766

Dongen

11

505

Dordrecht

141

498

Drechterland

8

1719

Drimmelen

9

303

Dronten

16

225

Druten

11

226

Duiven

17

1711

Echt-Susteren

21

385

Edam-Volendam

13

228

Ede

90

317

Eemnes

2

1979

Eemsdelta

54

770

Eersel

13

1903

Eijsden-Margraten

20

772

Eindhoven

230

230

Elburg

21

114

Emmen

96

388

Enkhuizen

16

153

Enschede

148

232

Epe

20

233

Ermelo

22

777

Etten-Leur

27

779

Geertruidenberg

19

1771

Geldrop-Mierlo

32

1652

Gemert-Bakel

27

907

Gennep

20

784

Gilze en Rijen

11

1924

Goeree-Overflakkee

24

664

Goes

32

785

Goirle

15

1942

Gooise Meren

14

512

Gorinchem

42

513

Gouda

100

14

Groningen

205

1729

Gulpen-Wittem

4

158

Haaksbergen

14

392

Haarlem

112

394

Haarlemmermeer

58

1655

Halderberge

23

160

Hardenberg

44

243

Harderwijk

34

523

Hardinxveld-Giessendam

11

72

Harlingen

11

244

Hattem

5

396

Heemskerk

27

397

Heemstede

11

246

Heerde

13

74

Heerenveen

20

917

Heerlen

114

1658

Heeze-Leende

6

399

Heiloo

18

163

Hellendoorn

17

794

Helmond

130

531

Hendrik-Ido-Ambacht

12

164

Hengelo

72

1966

Het Hogeland

50

252

Heumen

9

797

Heusden

28

534

Hillegom

17

798

Hilvarenbeek

4

402

Hilversum

39

1963

Hoeksche Waard

32

1735

Hof van Twente

14

1911

Hollands Kroon

27

118

Hoogeveen

55

405

Hoorn

85

1507

Horst aan de Maas

16

321

Houten

19

406

Huizen

16

677

Hulst

21

353

IJsselstein

21

1884

Kaag en Braassem

9

166

Kampen

30

678

Kapelle

7

537

Katwijk

37

928

Kerkrade

51

1598

Koggenland

11

542

Krimpen aan den IJssel

14

1931

Krimpenerwaard

29

1659

Laarbeek

10

1982

Land van Cuijk

97

882

Landgraaf

26

415

Landsmeer

5

1621

Lansingerland

14

417

Laren

2

80

Leeuwarden

97

546

Leiden

127

547

Leiderdorp

19

1916

Leidschendam-Voorburg

44

995

Lelystad

61

1640

Leudal

12

327

Leusden

6

1705

Lingewaard

22

553

Lisse

13

262

Lochem

16

809

Loon op Zand

12

331

Lopik

5

168

Losser

10

263

Maasdriel

20

1641

Maasgouw

9

1991

Maashorst

65

556

Maassluis

23

935

Maastricht

150

420

Medemblik

28

938

Meerssen

12

1948

Meierijstad

91

119

Meppel

27

687

Middelburg

26

1842

Midden-Delfland

8

1731

Midden-Drenthe

20

1952

Midden-Groningen

55

1709

Moerdijk

20

1978

Molenlanden

13

1955

Montferland

31

335

Montfoort

4

944

Mook en Middelaar

4

1740

Neder-Betuwe

14

946

Nederweert

6

356

Nieuwegein

41

569

Nieuwkoop

12

267

Nijkerk

18

268

Nijmegen

220

1930

Nissewaard

49

1970

Noardeast-Fryslân

24

1695

Noord-Beveland

6

1699

Noordenveld

13

171

Noordoostpolder

20

575

Noordwijk

21

820

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

13

302

Nunspeet

20

579

Oegstgeest

9

823

Oirschot

9

824

Oisterwijk

19

1895

Oldambt

43

269

Oldebroek

15

173

Oldenzaal

26

1773

Olst-Wijhe

10

175

Ommen

12

1586

Oost Gelre

15

826

Oosterhout

54

85

Ooststellingwerf

14

431

Oostzaan

3

432

Opmeer

7

86

Opsterland

17

828

Oss

183

1509

Oude IJsselstreek

33

437

Ouder-Amstel

3

589

Oudewater

2

1734

Overbetuwe

35

590

Papendrecht

17

1894

Peel en Maas

20

765

Pekela

16

1926

Pijnacker-Nootdorp

19

439

Purmerend

82

273

Putten

11

177

Raalte

17

703

Reimerswaal

12

274

Renkum

28

339

Renswoude

3

1667

Reusel-De Mierden

9

275

Rheden

45

340

Rhenen

7

597

Ridderkerk

22

1742

Rijssen-Holten

17

603

Rijswijk

36

1669

Roerdalen

14

957

Roermond

78

1674

Roosendaal

78

599

Rotterdam

478

277

Rozendaal

1

840

Rucphen

28

441

Schagen

26

279

Scherpenzeel

4

606

Schiedam

57

88

Schiermonnikoog

1

1676

Schouwen-Duiveland

26

518

’s-Gravenhage

354

796

’s-Hertogenbosch

250

965

Simpelveld

6

845

Sint-Michielsgestel

23

1883

Sittard-Geleen

77

610

Sliedrecht

14

1714

Sluis

17

90

Smallingerland

55

342

Soest

14

847

Someren

8

848

Son en Breugel

7

37

Stadskanaal

56

180

Staphorst

8

532

Stede Broec

16

851

Steenbergen

13

1708

Steenwijkerland

29

971

Stein

13

1904

Stichtse Vecht

30

1900

Súdwest-Fryslân

37

715

Terneuzen

73

93

Terschelling

1

448

Texel

13

1525

Teylingen

22

716

Tholen

14

281

Tiel

62

855

Tilburg

199

183

Tubbergen

6

1700

Twenterand

23

1730

Tynaarlo

19

737

Tytsjerksteradiel

14

450

Uitgeest

7

451

Uithoorn

14

184

Urk

6

344

Utrecht

183

1581

Utrechtse Heuvelrug

16

981

Vaals

5

994

Valkenburg aan de Geul

9

858

Valkenswaard

15

47

Veendam

41

345

Veenendaal

44

717

Veere

5

861

Veldhoven

26

453

Velsen

58

983

Venlo

74

984

Venray

41

1961

Vijfheerenlanden

29

622

Vlaardingen

53

96

Vlieland

1

718

Vlissingen

30

986

Voerendaal

4

1992

Voorne aan Zee

30

626

Voorschoten

11

285

Voorst

14

865

Vught

34

1949

Waadhoeke

25

866

Waalre

4

867

Waalwijk

31

627

Waddinxveen

25

289

Wageningen

26

629

Wassenaar

8

852

Waterland

8

988

Weert

44

1960

West Betuwe

27

668

West Maas en Waal

7

1969

Westerkwartier

35

1701

Westerveld

11

293

Westervoort

18

1950

Westerwolde

23

1783

Westland

46

98

Weststellingwerf

15

189

Wierden

7

296

Wijchen

29

1696

Wijdemeren

6

352

Wijk bij Duurstede

10

294

Winterswijk

17

873

Woensdrecht

14

632

Woerden

23

880

Wormerland

9

351

Woudenberg

2

479

Zaanstad

133

297

Zaltbommel

18

473

Zandvoort

7

50

Zeewolde

8

355

Zeist

51

299

Zevenaar

38

637

Zoetermeer

88

638

Zoeterwoude

3

1892

Zuidplas

18

879

Zundert

9

301

Zutphen

77

1896

Zwartewaterland

15

642

Zwijndrecht

30

193

Zwolle

111