Regeling vaststelling rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen en Ouderdomsfonds 2022

[Regeling vervallen per 01-01-2023.]
Geraadpleegd op 07-02-2023.
Geldend van 09-07-2022 t/m 24-11-2022

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 30 juni 2022, 2022-0000134921, tot vaststelling van de Rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen en voor het Ouderdomsfonds 2022

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 14, eerste lid, en 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen;

Besluiten:

Artikel 1. Rijksbijdrage Ouderdomsfonds

[Regeling vervallen per 01-01-2023]

De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, die ten gunste komt van het Ouderdomsfonds, bedraagt voor het jaar 2022: € 17.612.000.000.

Artikel 2. Geraamde kosten voor heffingskortingen

[Regeling vervallen per 01-01-2023]

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor het jaar 2022 bedragen: € 54.240.600.000.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2022, 31665, datum inwerkingtreding 25-11-2022, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2022.

‘€ 54.240.600.000’ wordt vervangen door ‘€ 54.472.400.000’.

Artikel 3. Rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen per fonds

[Regeling vervallen per 01-01-2023]

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Met de toepassing van de formule, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedraagt de rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds voor het jaar 2022:

  • a. ten gunste van het Ouderdomsfonds: € 2.410.400.000;

  • b. ten gunste van het Nabestaandenfonds: € 0;

  • c. ten gunste van het Fonds langdurige zorg: € 4.216.000.000.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2022, 31665, datum inwerkingtreding 25-11-2022, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2022.

In onderdeel a wordt ‘€ 2.410.400.000’ vervangen door ‘€ 2.420.700.000’.

In onderdeel c wordt ‘€ 4.216.000.000’ vervangen door ‘€ 4.234.000.000’.

Artikel 4. Inwerkingtreding

[Regeling vervallen per 01-01-2023]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2022.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 30 juni 2022

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

C.E.G. van Gennip

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,

C.J. Schouten

Naar boven