Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen

[Regeling vervalt per 01-07-2026.]
Geraadpleegd op 10-06-2023.
Geldend van 01-07-2022 t/m heden

Besluit van 16 juni 2021 houdende regels voor experimenten met het verstrekken van subsidies voor generieke werkgeversvoorzieningen (Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 april 2021, nr. 2021-0000050093;

Gelet op artikel 82a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel 36, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies 26 mei 2021, nr. No.W12.21.0114/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juni 2021, nr. 2021-0000093386;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • generieke werkgeversvoorziening: werkplekaanpassing die een werkgever in staat stelt werkprocessen toegankelijk te maken voor gelijktijdig of opeenvolgend gebruik door meerdere personen met een structurele functionele beperking;

  • Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • wet: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 2. Doel van de subsidie

  • 2 De generieke werkgeversvoorziening wordt door de werkgever benut door het aangaan of voortzetten van dienstbetrekkingen met personen met een structurele functionele beperking.

Paragraaf 2. Toegang tot de subsidie

Artikel 3. De aanvraag

  • 1 Een werkgever kan bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een aanvraag doen voor een subsidie ten behoeve het realiseren van een generieke werkgeversvoorziening.

  • 2 De aanvraag wordt gedaan door middel van een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beschikbaar gesteld formulier.

  • 3 Bij de aanvraag wordt ten minste beschreven:

    • a. de generieke werkgeversvoorziening;

    • b. op welke structurele functionele beperking de generieke werkgeversvoorziening betrekking heeft;

    • c. hoeveel personen met een structurele functionele beperking bij de werkgever voor het verrichten van werkzaamheden gebruik kunnen maken van de generieke werkgeversvoorziening;

    • d. de termijn waarin de generieke werkgeversvoorziening wordt gerealiseerd.

  • 4 Bij de aanvraag wordt een offerte voor de desbetreffende generieke werkgeversvoorziening overgelegd waaruit de kosten voor het realiseren van de generieke werkgeversvoorziening blijken.

Artikel 4. Subsidiabele kosten

Paragraaf 3. Toekenning van de subsidie

Artikel 5. Tijdvak, subsidieplafond en omvang subsidie

  • 1 Voor subsidies op grond van dit besluit is van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 € 6.000.000,– beschikbaar en is van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 € 12.000.000,– beschikbaar.

  • 2 De helft van het beschikbare bedrag, genoemd in het eerste lid, is als deelplafond uitsluitend beschikbaar voor een aanvrager, niet zijnde een overheidswerkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet. Het resterend bedrag is als deelplafond beschikbaar voor een aanvraag van iedere werkgever.

  • 3 Een subsidie bedraagt per aanvraag ten hoogste € 1.000.000,–.

  • 4 Bij ministeriële regeling wordt een tijdvak, een subsidieplafond, met inbegrip van een eventueel deelplafond, en een maximumbedrag per aanvraag vastgesteld voor de verstrekking van subsidies in de resterende periode van het jaar 2022 en in de daaropvolgende jaren.

Artikel 6. Verdeling van de subsidie

  • 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verdeelt de beschikbare bedragen op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.

  • 2 Aanvragen die op dezelfde dag binnenkomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien het subsidieplafond wordt overschreden bij de toekenning van subsidie voor deze aanvragen.

Artikel 7. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de subsidieverstrekking geweigerd indien:

  • a. de aanvrager reeds subsidie op grond van dit besluit heeft ontvangen;

  • b. de aanvraag ziet op niet-subsidiabele kosten;

  • c. de generieke werkgeversvoorziening reeds is gerealiseerd;

  • d. de aanvrager de generieke werkgeversvoorziening, blijkens een voorafgaand aan de aanvraag gedane betaling hiervoor, ook zou hebben gerealiseerd zonder het verkrijgen van een subsidie;

  • e. het niet aannemelijk is dat een persoon met een structurele functionele beperking voor het verrichten van werkzaamheden aangewezen is op de betreffende generieke werkgeversvoorziening;

  • f. het niet aannemelijk is dat de generieke werkgeversvoorziening zal worden benut door het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;

  • g. het niet aannemelijk is dat de generieke werkgeversvoorziening zal worden benut door personen die Nederlander zijn of rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000;

  • h. de kosten voor het realiseren van de generieke werkgeversvoorziening, ook indien wordt uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening of na aftrek van inbreng van eigen middelen, niet evenredig zijn tot de beoogde benutting ervan door het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;

  • i. de aanvraag is gedaan buiten de tijdvakken, genoemd in artikel 5, eerste lid, of vastgesteld op grond van artikel 5, vierde lid;

  • j. de aanvraag ziet op kosten die worden gemaakt op grond van de artikelen 3, eerste lid, onderdeel c, of 4 van de Arbeidsomstandighedenwet; of

  • k. de generieke werkgeversvoorziening niet binnen een jaar na de subsidievaststelling kan worden gerealiseerd.

Artikel 8. Subsidievaststelling

Onverminderd artikel 2, vierde lid, en artikel 10 van het Reïntegratiebesluit, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de subsidie vast op het bedrag dat noodzakelijk is voor het dekken van de kosten, die op grond van artikel 4 voor subsidie in aanmerking komen.

Paragraaf 4. Gebruik van de subsidie

Artikel 9. Subsidieverplichtingen

  • 1 Bij de subsidieverstrekking legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de ontvanger de verplichting op om de generieke werkgeversvoorziening binnen een jaar na de subsidievaststelling te realiseren.

  • 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt de ontvanger voorts de verplichting op om gedurende drie kalenderjaren:

    • a. inspanningen te verrichten om de generieke werkgeversvoorziening te benutten door een dienstbetrekking aan te gaan of voort te zetten, en te houden met het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;

    • b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onverwijld te informeren:

      • i. op het moment dat de generieke werkgeversvoorziening is gerealiseerd;

      • ii. over het aangaan of het voorzetten van de dienstbetrekking, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en over de eventuele beëindiging van deze dienstbetrekking;

      • iii. over alle aspecten met betrekking tot de bedrijfsvoering die effect hebben op de mate van benutting van de generieke werkgeversvoorziening;

    • c. aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de gevraagde inlichtingen te verstrekken over de inzet van de subsidie;

    • d. medewerking te verlenen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij het onderzoeken hoe de generieke werkgeversvoorziening kan worden ingezet; en

    • e. medewerking te verlenen aan bedrijfsbezoeken door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van monitoring van het gebruik van de generieke werkgevervoorziening.

  • 3 De dienstbetrekking, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is een dienstbetrekking:

    • a. met een arbeidsduur van minimaal zes maanden en een arbeidsomvang van minimaal acht uur per week;

    • b. die geen dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening is;

    • c. die geen proeftijd heeft; en

    • d. waarbij het loon voor de arbeidsomvang, bedoeld in onderdeel a, minimaal het minimumloon voor die arbeidsomvang bedraagt.

Paragraaf 5. Controle en verantwoording

Artikel 10. Wijziging en intrekking subsidievaststelling

  • 1 Onverminderd artikel 4:49, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wijzigt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de subsidievaststelling:

    • a. door tot uiterlijk twee jaar na de subsidievaststelling het vastgestelde bedrag met twee derde te verlagen indien de ontvanger van de subsidie in de periode tussen de subsidievaststelling en een jaar na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan verplichtingen, bedoeld in artikel 9, tweede tot en met het vijfde lid; en

    • b. door tot uiterlijk drie jaar na de subsidievaststelling het oorspronkelijk vastgestelde bedrag met een derde te verlagen indien de ontvanger van de subsidie in de periode tussen een jaar na de subsidievaststelling en twee jaar na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan verplichtingen, bedoeld in artikel 9, tweede tot en met het vijfde lid.

  • 2 De subsidievaststelling wordt voor de betreffende periode niet gewijzigd indien de aanvrager aantoont in die periode alle redelijkerwijs te verwachten inspanningen te hebben verricht om te voldoen aan de verplichtingen uit artikel 9, tweede tot en met het vijfde lid.

  • 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen trekt de subsidievaststelling volledig in, indien de ontvanger van de subsidie niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 11. Evaluatie

Onze Minister zendt uiterlijk 1 juli 2026 een verslag over de doeltreffendheid van het experiment in de praktijk aan de Staten-Generaal, alsmede een standpunt inzake de voortzetting van de inhoud van dit besluit anders dan als experiment.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 juni 2021

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W. Koolmees

Uitgegeven de vijfentwintigste juni 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Naar boven