Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade

[Regeling vervalt op nader te bepalen datum].
[Regeling vervalt per 01-07-2024.]
Geraadpleegd op 26-11-2022.
Geldend van 17-06-2021 t/m 04-11-2022

Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 11 juni 2021 houdende instelling van een tijdelijke commissie voor beoordeling van verzoeken om aanvullende schadevergoeding voor werkelijke schade (Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade)

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel 49e van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

Besluit:

Artikel 2. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Instelling en taak

  • 2 De commissie heeft tot taak:

    • a. het toetsen van en adviseren over verzoeken voor aanvullende compensatie voor de werkelijke schade gedaan op grond van artikel 49a van de wet;

    • b. het toetsen van en adviseren over verzoeken voor aanvullende compensatie voor de werkelijke schade op grond van een compensatieregeling;

    • c. het toetsen van en adviseren over verzoeken voor aanvullende tegemoetkoming voor de werkelijke schade op grond van het Besluit aanvullende tegemoetkoming werkelijke schade bij O/GS;

    • d. het opstellen van kaders over de beoordeling van het recht op een aanvullende compensatie of tegemoetkoming voor de werkelijke schade;

    • e. het rapporteren van haar bevindingen aan de Belastingdienst/Toeslagen.

  • 3 Belastingdienst/Toeslagen stelt per verzoek het dossier en de relevante informatie beschikbaar aan de commissie ten behoeve van de uitoefening van haar taken als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a tot en met c.

  • 4 De commissie is bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.

Artikel 5. Samenstelling, benoeming en ontslag

  • 1 De commissie bestaat uit ten minste een voorzitter en twee andere leden.

  • 2 De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

  • 3 De leden worden door Onze Minister benoemd. Binnen de commissie is voldoende kennis en expertise om schade vast te stellen en te beoordelen, zoals kennis van het herstelrecht.

  • 4 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

  • 5 De leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door Onze Minister.

  • 6 Bij tussentijds vertrek, schorsing of ontslag van de voorzitter of een ander lid kan Onze Minister een andere voorzitter, onderscheidenlijk een ander lid, benoemen.

Artikel 6. Secretariaat

  • 1 Onze Minister voorziet in het secretariaat van de commissie.

  • 2 Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

  • 3 Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.

  • 4 Indien personen, in dienst van het ministerie, tot secretaris of medewerker van het secretariaat worden benoemd, zijn zij tegenover anderen dan de commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het verband van de werkzaamheden van de commissie bekend is geworden.

Artikel 7. Werkwijze en geheimhouding

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

  • 2 In geval van een belangenverstrengeling in een voorkomend geval informeert het desbetreffende lid van de commissie onmiddellijk de andere leden en trekt zich uit eigen beweging terug uit de beoordeling van het desbetreffende dossier.

Artikel 8. Evaluatieverslag

De commissie stelt op een met de Belastingdienst/Toeslagen nader te bepalen moment in 2021 een tussenevaluatieverslag en uiterlijk 31 december 2023 een evaluatieverslag op waarin de commissie aandacht besteedt aan haar taakvervulling.

Artikel 9. Archiefbescheiden

  • 1 De commissie draagt na haar opheffing de bescheiden betreffende haar werkzaamheden over aan het archief van het ministerie.

  • 2 De commissie kan de bescheiden, bedoeld in het eerste lid, eerder aan het archief van het ministerie overdragen, als omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Artikel 10. Inwerkingtreding en horizonbepaling

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 7 juli 2020.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2024.

  • 3 Onze Minister kan de datum, bedoeld in het tweede lid, eenmalig bij ministeriële regeling wijzigen in een ten hoogste twee jaar na die datum gelegen datum, dan wel deze regeling op een eerdere datum intrekken indien werkzaamheden als bedoeld in artikel 3, tweede lid, niet meer te verwachten zijn.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën,

A.C. van Huffelen

Naar boven