Regeling diergezondheid

Geldend van 21-04-2021 t/m heden

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 april 2021, nr. WJZ/ 21072840, houdende regels met betrekking tot de preventie en bestrijding van dierziekten en tot wijziging van de Regeling diergeneesmiddelen, de Regeling dierlijke producten, de Regeling diergeneeskundigen, de Regeling diervoeders 2012, de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren en de Regeling houders van dieren (Regeling diergezondheid)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Handelende in overeenstemming met de Minister voor Medische Zorg en Sport en na overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op verordening (EU) nr. 2016/429 van het Europees parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (diergezondheidsverordening) (PbEU 2016, L 84), verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU 2003 L 325), verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsing binnen de Unie van landdieren en broedeieren (PbEU 2020, L 174), verordening (EU) 2020/689 van de commissie van 17 december 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrij status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten (PbEU 2020, L 174), verordening (EU) 2020/999 van de Commissie van 9 juli 2020 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees parlement en de Raad wat betreft de erkenning van inrichtingen voor levende producten en de traceerbaarheid van levende producten van runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen (PbEU 2020, L 221), verordening (EG) nr. 152/2009 van de Commissie van 27 januari 2009 tot vaststelling van de bemonsterings- en analysemethode voor de officiële controle van diervoeders (PbEU 2009, L54), verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEU 2001, L147) en de artikelen 2.12, eerste en derde lid, 5.3, artikel 5.10, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder d, in samenhang met artikel 5.1, eerste en derde lid, 6.2, 6.4, eerste lid, 7.1, 7.2, tweede lid, tweede volzin, 9.12, tweede lid, en 9.18, tweede lid, van de Wet dieren, de artikelen 2.3, eerste lid, en 4.2, tweede lid, van het Besluit diergezondheid, de artikelen 7a.1 en 7a.2 van het Besluit diergeneesmiddelen, de artikelen 1A.1, derde lid, en 3.6 van het Besluit dierlijke producten, de artikelen 1.37, tweede lid, 1.39, 1.40, 1.41, 1.48, 1.51, 1.52, 1.53, 1.54, 1.55, 1.56, 1.57, 1.58, 1.59, 1.61, 2.10a, derde lid, 2.10f, vijfde lid, 2.27b, eerste en derde lid, 2.27h, tweede lid2.27p, derde lid, 2.27q, tweede lid, 2.46a, tweede lid, 1.61, 2.76ib, tweede lid, 2.76ic, 2.76id, eerste en tweede lid, 2.76ie, 3.24, derde en vierde lid, 4.16 en 4.18, derde lid, van het Besluit houders van dieren, de artikelen 4.9 en 4.11 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren en artikel 2.1 van het Besluit diervoeders 2012;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • besluit: Besluit diergezondheid;

    • verordening (EU) nr. 999/2001: verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEU 2001, L 147);

    • verordening (EU) nr. 2018/1882: uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie van 3 december 2018 betreffende de toepassing, op de categorieën in de lijst opgenomen ziekten, van bepaalde regels voor de preventie en bestrijding van ziekten en tot vaststelling van een lijst van soorten en groepen soorten die een aanzienlijk risico vormen in verband met de verspreiding van die ziekten (PbEU 2018, L 308);

    • verordening (EU) nr. 2019/2035: gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314);

    • verordening (EU) nr. 2020/990: gedelegeerde verordening (EU) 2020/990 van de commissie van 28 april 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees parlement en de Raad wat betreft de diergezondheids- en certificeringsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van waterdieren en producten van dierlijke oorsprong van waterdieren (PbEU 2020, L 221).

  • 2 De begripsbepalingen van artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/429 zijn van toepassing.

Hoofdstuk 2. Aanwijzing ziekten en zoönosen

Artikel 2.1. Aanwijzing dierziekten

Als dierziekten als bedoeld in artikel 5.3 van de wet worden aangewezen:

  • a. de in de onderstaande tabel genoemde ziekten bij de daarbij genoemde soorten:

    apenpokken

    zoogdieren (Mammalia), met uitzondering van herkauwers (Ruminantia), paarden (equidae) en varkens (Suidae)

    aviaire chlamydiose

    Vogels (Aves) met uitzondering van papegaaiachtigen (Psittaciformes)

    Infectie met Echinoccus spp.

    Zoogdieren (Mammalia), met uitzondering van infecties met Echinoccus multilocularis bij vleeseters (canidae)

    infectie met het nodulaire-dermatosevirus

    schapen (Ovis) en geiten (Capra)

    infectie met Mycoplasma mycoides subsp. mycoides SC (besmettelijke runderpleuropneumonie)

    schapen (Ovis) en geiten (Capra)

    infectie met het rabiësvirus

    zoogdieren (Mammalia) met uitzondering van roofdieren (Carnivora), holhoornigen (Bovidae), varkens (Suidae), paardachtigen (Equidae), hertachtigen (Cervidae) en kameelachtigen (Camelidae)

    infectie met het virus van de ziekte van Aujeszky

    zoogdieren (Mammalia) met uitzondering van varkens (Suidae)

    infecties met virussen van de familie Filoviridae, met uitzondering van Ebola

    zoogdieren (Mammalia), met uitzondering van herkauwers (Ruminantia), paarden (equidae) en varkens (Suidae)

    Japanse encefalitis

    varkens (Suidae)

    miltvuur

    zoogdieren (Mammalia), met uitzondering van onevenhoevigen (Perissodactyla), evenhoevigen (Artiodactyla) en olifantachtigen (Proboscidea)

    mond- en klauwzeer

    zoogdieren (Mammalia), met uitzondering van evenhoevigen (Artiodactyla)

    simian immunodeficiency virusinfecties

    zoogdieren (Mammalia), met uitzondering van herkauwers (Ruminantia), paarden (equidae) en varkens (Suidae)

    trichinellose

    herkauwers (Ruminantia), paarden (equidae) en varkens (Suidae)

    tularemie

    zoogdieren (Mammalia), met uitzondering van herkauwers (Ruminantia), paarden (equidae) en varkens (Suidae)

    Venezolaanse, oosterse of westerse paardenencefalomyelitis

    herkauwers (Ruminantia) en varkens (Suidae)

    brucellose, met uitzondering van infecties met Brucella abortus, Brucella melitensis en Brucella suis

    zoogdieren (Mammalia)

  • b. de ziekten, genoemd in artikel 5, eerste lid, onder a, van verordening (EU) 2016/429 en in bijlage II bij die verordening, bij de in de tabel in de bijlage bij verordening (EU) nr. 2018/1882, bij de desbetreffende dierziekte genoemde soorten of groepen van soorten;

  • c. overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE’s) als bedoeld in verordening in verordening (EG) nr. 999/2001 bij zoogdieren (Mammalia).

Artikel 2.2. Aanwijzing zoönosen

Als zoönosen als bedoeld in artikel 5.3 van de wet worden aangewezen bij de daarbij genoemde soorten:

infecties met salmonella enteritidis

hoenderachtigen (Galliformes), ganzen (Anser of Branta) en eenden (Anatinae) die bestemd zijn voor de productie van consumptie-eieren of broedeieren

infecties met salmonella hadar

hoenderachtigen (Galliformes), ganzen (Anser of Branta) en eenden (Anatinae) die bestemd zijn voor de productie van broedeieren

infecties met salmonella infantis

hoenderachtigen (Galliformes), ganzen (Anser of Branta) en eenden (Anatinae) die bestemd zijn voor de productie van broedeieren

infecties met salmonella java

hoenderachtigen (Galliformes), ganzen (Anser of Branta) en eenden (Anatinae) die bestemd zijn voor de productie van broedeieren

infecties met salmonella typhimurium

hoenderachtigen (Galliformes), ganzen (Anser of Branta) en eenden (Anatinae) die bestemd zijn voor de productie van consumptie-eieren of broedeieren

infecties met salmonella virchow

hoenderachtigen (Galliformes), ganzen (Anser of Branta) en eenden (Anatinae) die bestemd zijn voor de productie van broedeieren

infectie met Sars-CoV-2

marterachtigen (Mustelidae) en wasberen (Procyon)

Artikel 2.3. Aanwijzing regio verplaatsen waterdieren naar andere lidstaat

Als regio als bedoeld in artikel 21 van verordening (EU) nr. 2020/990 wordt aangewezen het grondgebied van Nederland.

Hoofdstuk 3. Waardevaststelling bij ziektebestrijdingsmaatregelen

Artikel 3.1. Indeling dieren, producten en voorwerpen waardevaststelling

De indeling, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, van het besluit, is:

  • a. van diersoorten of -categorieën:

    • 1°. runderen;

    • 2°. varkens;

    • 3°. schapen of geiten;

    • 4°. paardachtigen;

    • 5°. pluimvee;

    • 6°. in gevangenschap levende vogels;

    • 7°. bijen;

    • 8°. andere landdieren dan die genoemd in de onderdelen 1° tot en met 7°;

    • 9°. de in bijlage bij verordening (EU) nr. 2018/1882 genoemde soorten of groep van soorten aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de volgende ziekten:

      • i. epizoötische hematopoëtische necrose;

      • ii. virale hemorragische septikemie;

      • iii. infectieuze hematopoëtische necrose;

      • iv. een infectie met zalmanemievirus met HPR-deletie;

      • v. koiherpesvirusziekte;

      • vi. een infectie met mikrocytis mackini;

      • vii. een infectie met perkinsus marinus;

      • viii. een infectie met bonamia exitiosa;

      • ix. een infectie met bonamia ostreae;

      • x. een infectie met marteilia refringens;

      • xi. een infectie met het taurasyndroomvirus;

      • xii. een infectie met het yellowheadvirus;

      • xiii. een infectie met het wittevlekkensyndroomvirus

  • b. van producten en voorwerpen:

    • 1°. dierlijke producten;

    • 2°. diervoeder;

    • 3°. diergeneesmiddelen;

    • 4°. overige producten of voorwerpen.

Hoofdstuk 4. Financiële bepalingen

§ 4.1. Diergezondheidsheffing

Artikel 4.1. Aantal dieren heffingsgrondslag

Het aantal:

  • a. schapen;

  • b. geiten; of

  • c. runderen die één jaar oud of ouder zijn;

dat in een kalenderjaar wordt gehouden, bedoeld in artikel 9.18, eerste lid, van de wet, wordt berekend door het aantal aanwezige dieren op 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november van dat kalenderjaar op te tellen en te delen door vier.

§ 4.2. Tegemoetkomingen

Artikel 4.2. Verzorgingsvergoeding

  • 1 De vergoeding, bedoeld in artikel 9.12, eerste lid, van de wet, omvat, voor zover deze kosten niet uit andere hoofde worden vergoed, de kosten voor:

    • a. diervoeders;

    • b. bodembedekking;

    • c. diergeneesmiddelen;

    • d. de diensten van een dierenarts, voor zover die kosten betrekking hebben op het verlenen van zorg die volgens de dierenarts noodzakelijk wordt geacht; of

    • e. de diensten van een ander dan een dierenarts, voor zover die kosten betrekking hebben op diensten die volgens de dierenarts noodzakelijk zijn met het oog op het dierenwelzijn.

  • 2 Ingeval toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9.12, eerste lid, van de wet, kan de houder, bedoeld in dat artikel, binnen de periode van een maand nadat de mededeling dat een maatregel als bedoeld in hoofdstuk 5, paragraaf 2, van de wet wordt toegepast, een aanvraag indienen voor de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld.

  • 3 De aanvraag voor de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:

    • a. de volgende gegevens ter identificatie van de houder van de dieren en zijn inrichting:

      • 1°. naam;

      • 2°. adres;

      • 3°. het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dan wel het unieke subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren;

    • b. facturen en betaalbewijzen waaruit blijkt dat kosten als bedoeld in het eerste lid zijn gemaakt;

    • c. indien van toepassing, een verklaring van een dierenarts dat de diensten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d of e, noodzakelijk zijn geacht;

    • d. andere gegevens ter onderbouwing van de noodzaak van de gemaakte kosten voor verzorging, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, of c;

    • e. indien van toepassing, gegevens waaruit blijkt dat gemaakte kosten als bedoeld in het eerste lid uit andere hoofde is of zal worden vergoed.

Hoofdstuk 5. Waarschuwingsborden en kentekenen

Artikel 5.1. Model waarschuwingsborden en kentekenen

Als modellen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van het besluit worden aangewezen:

  • a. voor waarschuwingsborden, de in bijlage 1 opgenomen modellen;

  • b. voor kentekenen, de in bijlage 2 opgenomen modellen.

Hoofdstuk 6. Wijziging andere regelingen

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 12 april 2021

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.J. Schouten

Bijlage 1. Als bedoeld bij artikel 5.1, onderdeel a

Wit van kleur met een rode rand en bedrukt met rode letters:

Bijlage 265358.png

Blauw van kleur met een witte opdruk:

Bijlage 265359.png

Bijlage 2. Als bedoeld bij artikel 5.2, onderdeel b

Blauw van kleur en bedrukt met zwarte letters:

Bijlage 265360.png

Blauw van kleur met een witte opdruk:

Bijlage 265361.png
Terug naar begin van de pagina