Regeling specifieke uitkering zwembaden en ijsbanen COVID-19

[Regeling vervalt per 31-12-2022.]
Geraadpleegd op 04-07-2022.
Geldend van 07-07-2021 t/m 09-06-2022

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 18 maart 2021, kenmerk 1841500-219118-S, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering voor de instandhouding van zwembaden en ijsbanen in verband met COVID-19 (Regeling specifieke uitkering zwembaden en ijsbanen COVID-19)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • exploitatietekort 2020: verschil tussen het totaal van de exploitatiekosten en het totaal van de exploitatie-opbrengsten zoals blijkt uit de winst- en verliesrekening van het kalenderjaar 2020;

  • exploitatietekort Q1 en Q2 2021: verschil tussen het totaal van de exploitatiekosten en het totaal van de exploitatie-opbrengsten zoals blijkt uit de winst- en verliesrekening van Q1 en Q2 2021;

  • ijsbaan: een van de in totaal 24 kunstijsbanen in Nederland;

  • minister: de Minister voor Medische Zorg;

  • Q1 en Q2 2021: de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021;

  • winst- en verliesrekening: de winst- en verliesrekening met toelichting die hoort bij de jaarrekening, bedoeld in artikel 361 van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • zwembad: zwembad dat van de gemeente direct of indirect een doorlopende financiële bijdrage ontvangt ten behoeve van de exploitatie.

Hoofdstuk 2. Specifieke uitkering zwembaden en ijsbanen COVID-19, 2020

Artikel 2.1. Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt

  • 1 De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een gemeente voor de compensatie van het exploitatietekort 2020 waarmee een zwembad of een ijsbaan is geconfronteerd als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2 Een specifieke uitkering wordt uitsluitend verstrekt indien de gemeente het daadwerkelijke exploitatietekort van een zwembad of ijsbaan compenseert.

  • 3 Een gemeente komt slechts eenmaal in aanmerking voor een specifieke uitkering op grond van hoofdstuk 2.

Artikel 2.2. Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond

  • 1 De hoogte van de specifieke uitkering is afhankelijk van het totaal van de gerealiseerde uitgaven of gederfde inkomsten van een gemeente in verband met de activiteiten, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid.

  • 2 Het uitkeringsplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt € 100.000.000.

  • 3 Indien het totaal aangevraagde bedrag het uit hoofde van het uitkeringsplafond beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, overschrijdt, wordt het totaal beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen.

Artikel 2.3. Aanvraag tot verlening

  • 2 Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering kan door de gemeente worden ingediend in de periode van 1 april 2021 tot 1 juni 2021.

  • 3 De minister kan vrijstelling verlenen van de termijn, bedoeld in het tweede lid.

  • 4 Voor een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 5 Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering bevat in ieder geval een overzicht van de uitgaven of gederfde inkomsten per zwembad of ijsbaan die zijn gerealiseerd of nog gerealiseerd gaan worden in verband met activiteiten als bedoeld in artikel 3.1, eerste en tweede lid, die het gevolg zijn van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19.

  • 6 In aanvulling op het vijfde lid gaat een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering van een gemeente voor een niet in eigen beheer zijnde zwembad of ijsbaan vergezeld van een onderbouwing van de aangevraagde bedragen, bedoeld in het vijfde lid, per exploitant.

  • 7 Op verzoek van de minister kan de gemeente gevraagd worden om bij de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering aanvullende documenten te overleggen ter onderbouwing van:

    • a. indien het gaat om een in eigen beheer zijnde zwembad of ijsbaan, de bedragen, bedoeld in het vijfde lid; of

    • b. de definitie van een zwembad of ijsbaan als bedoeld in artikel 1.1.

  • 8 De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt ondertekend door het bevoegd gezag van de gemeente.

Artikel 2.4. Verlening

  • 1 De minister beslist binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, op een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering.

  • 2 Bij toepassing van artikel 2.3, derde lid, beslist de minister binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn waarvoor vrijstelling is verleend.

  • 3 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval de ijsbanen en zwembaden waarvoor met behulp van de specifieke uitkering compensatie wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.

  • 4 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.

Artikel 2.6. Vaststelling

  • 1 De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 2.5, over de vaststelling van de specifieke uitkering.

  • 2 Indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering, wordt de specifieke uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde uitgaven of gederfde inkomsten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Hoofdstuk 3. Specifieke uitkering zwembaden en ijsbanen COVID-19, Q1 en Q2 2021

Artikel 3.1. Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt

  • 1 De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een gemeente voor de compensatie van het exploitatietekort Q1 en Q2 2021 waarmee een zwembad of een ijsbaan is geconfronteerd als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2 Een specifieke uitkering wordt uitsluitend verstrekt indien de gemeente het daadwerkelijke exploitatietekort van een zwembad of ijsbaan compenseert.

  • 3 Een gemeente komt slechts eenmaal in aanmerking voor een specifieke uitkering op grond van hoofdstuk 3.

Artikel 3.2. Hoogte van de specifieke uitkering en uitkeringsplafond

  • 1 De hoogte van de specifieke uitkering is afhankelijk van het totaal van de gerealiseerde uitgaven of gederfde inkomsten van een gemeente in verband met de activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, eerste en tweede lid.

  • 2 Het uitkeringsplafond voor hoofdstuk 3 bedraagt € 80.000.000.

  • 3 Indien het totaal aangevraagde bedrag het uit hoofde van het uitkeringsplafond beschikbare bedrag, bedoeld in het tweede lid, overschrijdt, wordt het totaal beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen.

Artikel 3.3. Aanvraag tot verlening

  • 2 Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering kan door de gemeente worden ingediend in de periode van 16 augustus 2021 tot en met 17 oktober 2021.

  • 3 De minister kan vrijstelling verlenen van de termijn, bedoeld in het tweede lid.

  • 4 Voor een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 5 Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering bevat in ieder geval een overzicht van de uitgaven of gederfde inkomsten per zwembad of ijsbaan die zijn gerealiseerd of nog gerealiseerd gaan worden in verband met activiteiten als bedoeld in artikel 3.1, eerste en tweede lid, die het gevolg zijn van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19.

  • 6 In aanvulling op het vijfde lid gaat een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering van een gemeente voor een niet in eigen beheer zijnde zwembad of ijsbaan vergezeld van een onderbouwing van de aangevraagde bedragen, bedoeld in het vijfde lid, per exploitant.

  • 7 Op verzoek van de minister kan de gemeente gevraagd worden om bij de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering aanvullende documenten te overleggen ter onderbouwing van:

    • a. indien het gaat om een in eigen beheer zijnde zwembad of ijsbaan, de bedragen, bedoeld in het vijfde lid; of

    • b. de definitie van een zwembad of ijsbaan als bedoeld in artikel 1.1.

  • 8 De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt ondertekend door het bevoegd gezag van de gemeente.

Artikel 3.4. Verlening

  • 1 De minister beslist binnen 8 weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, op een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering.

  • 2 Bij toepassing van artikel 3.3, derde lid, beslist de minister binnen 8 weken na sluiting van de aanvraagtermijn waarvoor vrijstelling is verleend.

  • 3 Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval de ijsbanen en zwembaden waarvoor met behulp van de specifieke uitkering compensatie wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.

  • 4 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.

Artikel 3.6. Vaststelling

  • 1 De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 3.5, over de vaststelling van de specifieke uitkering.

  • 2 Indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering, wordt de specifieke uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde uitgaven of gederfde inkomsten, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 4.1. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

T. van Ark

Naar boven