Regeling plantgezondheid

Geldend van 19-06-2021 t/m heden

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 10 februari 2021, nr. WJZ/18085049, houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot plantgezondheid (Regeling plantgezondheid)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 9, 16 en 20, eerste lid, van de Plantgezondheidswet en de artikelen 6 en 8, tweede en derde lid, van het Besluit plantgezondheid;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

§ 1.1. Begripsbepalingen

Artikel 1

  • aardappel: een plant of plantaardig product van het geslacht Solanum tuberosum L.;

  • aardappelopslag: aardappelplanten gegroeid uit op een terrein of perceel achtergebleven aardappelknollen of zaad;

  • bacterievuur: de ziekte veroorzaakt door de bacterie Erwinia amylovora (Burrill) Winslow et al;

  • bedrijfsmatige teelt: de teelt van planten in de uitoefening van een bedrijf;

  • besluit: Besluit plantgezondheid;

    boomkwekerijgewassen en vaste planten: winterharde en half-winterharde houtgewassen, vaste planten en vaste planten en wortelstokken, uitgezonderd de gewassen die gerekend worden tot de bloembollensector, en als zodanig worden genoemd in bijlage II van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007;

  • een door een schadelijk organisme aangetaste partij: een partij waarop of waarin op enigerlei wijze een schadelijk organisme voorkomt;

  • dezelfde onderneming:

    • 1°. het geheel van terreinen of percelen voor de teelt van zetmeelaardappelen dat de ondernemer in het in bijlage 11 aangewezen gebied beheert en voor eigen rekening en risico exploiteert,

    • 2°. het geheel van terreinen of percelen voor de teelt van consumptieaardappelen dat de ondernemer op Nederlands grondgebied beheert en voor eigen rekening en risico exploiteert;

  • goedgekeurde pootaardappelen: pootaardappelen die zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van de Regeling verhandeling teeltmateriaal;

  • in het verkeer brengen: voor het vrije verkeer ter beschikking of in voorraad houden, verkopen, te koop aanbieden of afleveren alsmede in- en uitvoeren van en naar lidstaten;

  • knolcyperus: planten behorende tot de soort Cyperus esculentus L.;

  • koprot: de schimmelziekte veroorzaakt door Botrytis alii;

  • minister: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • NAK: de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;

  • opplant: iedere handeling betreffende het plaatsen van planten ten einde hun verdere groei of vermeerdering te bewerkstelligen;

  • partij: hoeveelheid planten of plantaardige producten, al dan niet met aanhangende grond of andere cultuurmedia, of resten daarvan of afval van deze planten of plantaardige producten;

  • plantuien: uien, kennelijk bestemd voor wederuitplant;

  • pootaardappelen: aardappelen die kennelijk bestemd zijn of gebruikt worden voor wederuitplant;

  • pootaardappelen voor eigen gebruik: pootaardappelen, afkomstig van en bestemd voor de teelt binnen de eigen onderneming;

  • pootgoedhandelingen: het telen, oogsten, opslaan, bewaren, sorteren en het transport van pootaardappelen;

  • richtlijn 2007/33/EG: richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EG (PbEU L 156);

  • uien: Allium cepa en Allium ascalonicum;

  • valse meeldauw: de schimmelziekte veroorzaakt door Peronospora destructor;

  • werktuigen: machines, installaties, transportmiddelen, gereedschappen materialen of apparatuur die met grond in aanraking komen;

  • wet: Plantgezondheidswet;

  • zetmeelaardappelen: aardappelen bestemd om te worden verwerkt tot zetmeel met GN-code 11081300.

§ 1.2. Maatregelen

Artikel 2

Verkrijgen de in artikel 22, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren of personen de wetenschap of het vermoeden van de aanwezigheid van schadelijke organismen dan kan de minister, in afwachting van bij of krachtens de wet voor te schrijven maatregelen, in individuele gevallen maximaal twee werkdagen of zoveel langer als naar het oordeel van de minister nodig is het vervoeren of verplaatsen van de schadelijke organismen, van planten, plantaardige producten of ander materiaal, verbieden of daaromtrent voorschriften geven of deze planten, plantaardige producten of ander materiaal kenmerken of onder verzegeling brengen waarbij het anderen dan de in artikel 22, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren of personen verboden is de kenmerken en zegels te verwijderen, behoudens met toestemming van de minister.

Artikel 3

  • 1 De minister kan fytosanitaire maatregelen treffen in een situatie als bedoeld in artikel 10, derde alinea, van verordening 2016/2031 met inachtneming van bijlage II van verordening 2016/2031 ten aanzien van:

    • a. een EU-quarantaineorganisme indien dat organisme mogelijk aanwezig is in een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt;

    • b. een schadelijk organisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, eerste lid, van verordening 2016/2031 vastgestelde maatregelen indien dat organisme mogelijk aanwezig is in een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt;

    • c. een EU gereguleerd niet-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 36 van verordening 2016/2031, of

    • d. een ZP-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van verordening 2016/2031.

  • 2 De minister kan fytosanitaire maatregelen treffen indien een partij planten, plantaardige producten of andere materialen verdacht wordt door een schadelijk organisme te zijn aangetast maar dat niet officieel bevestigd is, met inachtneming van bijlage II, van verordening 2016/2031.

  • 3 De minister kan fytosanitaire maatregelen treffen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031 in een situatie als bedoeld in artikel 17 van verordening 2016/2031 ten aanzien van:

    • a. een EU-quarantaineorganisme indien dat organisme aanwezig is in Nederland of een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt;

    • b. een schadelijk organisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, eerste lid, van verordening 2016/2031 vastgestelde maatregelen indien dat organisme aanwezig is in een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt;

    • c. een EU gereguleerd niet-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 36 van verordening 2016/2031, of

    • d. een ZP-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van verordening 2016/2031.

  • 4 De fytosanitaire maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen, indien zij een besluit zijn, voor één of meer afzonderlijke gevallen worden genomen.

  • 5 Aan deze besluiten kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

Hoofdstuk 2. Uitvoeringsbepalingen verordening 2016/2031 en verordening 2017/625

Artikel 4

De kennisgeving, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, van verordening 2016/2031 is niet vereist voor de volgende schadelijke organismen:

  • a. Globodera pallida (Stone) Behrens

  • b. Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens

  • c. Meloidogyne chitwoodi Golden et al

  • d. Meloidogyne fallax Karssen.

Artikel 5

Er is sprake van de situatie, bedoeld in artikel 82, eerste alinea, van verordening 2016/2031 indien de bedrijfsruimten van een geregistreerde marktdeelnemer en de locatie van de door hem gebruikte percelen zich in Nederland bevinden.

Artikel 6

Bij de minister kan, met een door de minister ter beschikking gesteld middel, worden ingediend een aanvraag tot erkenning als:

  • a. inspectiecentrum als bedoeld in artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1014 van de Commissie van 12 juni 2019 tot vaststelling van nadere regels betreffende minimumvoorschriften voor grenscontroleposten, met inbegrip van inspectiecentra, en voor de vorm, de categorieën en afkortingen voor het opstellen van lijsten van grenscontroleposten en controlepunten (PbEU 2019, L 165); of

  • b. controlepunt als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onder a, van verordening 2017/625.

Artikel 7

  • 1 Een professionele marktdeelnemer kan een aanvraag tot erkenning voor de export naar derde landen waar bilaterale afspraken mee zijn gemaakt op grond waarvan fytosanitaire voorwaarden van toepassing zijn, bij de minister indienen met een door de minister ter beschikking gesteld middel.

  • 2 De minister kan professionele marktdeelnemers erkennen voor deelname aan exportinspectie-vervangend systeemtoezicht ten behoeve van de afgifte van fytosanitaire certificaten.

  • 3 Aan een erkenning als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

Hoofdstuk 3. Preventie

§ 3.1. Bruinrot en ringrot

Artikel 8

  • 1 In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    • besmet of vermoedelijk besmet oppervlaktewater: oppervlaktewater waarin de bruinrotbacterie op grond van door de NVWA verrichte onderzoeken is aangetoond of waarvan wordt vermoed dat de bruinrot bacterie zich daarin bevindt;

    • bronwater: water dat met gebruikmaking van een pomp aan de bodem wordt onttrokken;

    • bruinrot: de ziekte veroorzaakt door de bacterie Ralstonia solanacearum (Smith) Yabuuchi et al. emend. Safni et al;

    • bruinrot veilige afwateringssloot: een met bronwater of kwelwater gevulde kavelsloot die vrij is van bruinrotwaardplanten alsmede van de afvalresten hiervan en die door zijn ligging het gehele jaar is gevrijwaard van de instroom van oppervlaktewater;

    • bruinrot veilige infiltratiesloot: een met bronwater gevulde kavelsloot, die vrij is van bruinrotwaardplanten en afvalresten hiervan en die op het moment van vullen met bronwater vrij was van oppervlaktewater en vanaf dat moment waterdicht afgesloten is geweest van in andere watergangen aanwezig oppervlaktewater;

    • bruinrotwaardplanten: planten behorend tot het geslacht Solanum, onder andere: aardappel (Solanum tuberosum L.), tomaat (S. lycopersicum L.), aubergine (S. melongena L.), raketbladige nachtschade (S. sisymbriifolium Lam.), bitterzoet (S. dulcamara L.) en zwarte nachtschade (S. nigrum L.). Daarnaast zijn ook geranium behorend tot de soort Pelargonium zonale (L.) L’Hérit. Ex Ait., postelein (Postulaca oleracea L.), en grote brandnetel (Urtica dioica L.), waardplanten voor de bruinrotbacterie;

    • kwelwater: water dat op natuurlijke wijze onder druk door de ondergrond wordt geperst en op bepaalde plaatsen uit de bodem treedt;

    • oppervlaktewater: een watermassa die in direct contact staat met het aardoppervlak en met de open lucht alsmede een watermassa die bij een eerdere opslag geheel of gedeeltelijk in direct contact heeft gestaan met het aardoppervlak;

    • productielocatie: een gedeelte van een bedrijf waar pootgoedhandelingen plaats hebben;

    • ringrot: de ziekte veroorzaakt door de bacterie Clavibacter sepedonicus (Spieckermann & Kottho) Nouioui et al;

    • snijden: het verdelen van een knol van een pootaardappel in meerdere delen.

  • 2 De minister wijst op kaarten met topografische achtergrond de gebieden aan waar besmet of vermoedelijk besmet oppervlaktewater voorkomt.

  • 3 De gebieden, bedoeld in het tweede lid, zijn opgenomen in bijlage 1.

Artikel 9

  • 1 Het is verboden om oppervlaktewater op enigerlei wijze te gebruiken voor of bij de teelt van pootaardappelen.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in de in bijlage 1 bedoelde gebieden eveneens van toepassing voor of bij de teelt van:

    • a. aardappelen anders dan pootaardappelen;

    • b. tomaat (Solanum lycopersicum L.;

    • c. aubergine (Solanum melongena L.);

    • d. raketbladige nachtschade (Solanum sisymbriifolium Lam.);

    • e. geranium, behorend tot de soort Pelargonium zonale (L.) L’Hérit. Ex Ait.;

    • f. postelein (Postulaca oleracea L.).

  • 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor gebruik van water dat is opgeslagen in een bruinrot veilige infiltratiesloot die is gelegen buiten de in bijlage 1 bedoelde gebieden.

  • 4 Het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, is niet van toepassing voor gebruik van water dat is opgeslagen in een bruinrot veilige afwateringssloot.

Artikel 10

  • 1 Het is verboden in Nederland geteelde aardappelen als pootaardappelen in het verkeer te brengen of als pootaardappelen te gebruiken.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien de partij waartoe de aardappelen behoren, vergezeld gaat van een door de minister afgegeven verklaring dat de partij vrij is bevonden van de bacterie Ralstonia solanacearum (Smith) Yabuuchi et al., alsmede van de bacterie Clavibacter sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff) Davis et al.

  • 3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien het een partij prebasispootgoed betreft van de 1e, 2e of 3e generatie (PB1, PB2 en PB3) die niet in het handelsverkeer gebracht wordt of een partij aardappelen betreft als bedoeld in artikel 40, tweede of derde lid.

Artikel 11

  • 1 Op een productielocatie van goedgekeurde pootaardappelen worden geen aardappelen gesneden.

  • 2 Werktuigen en voorzieningen gebruikt op of gevestigd op de productielocatie van goedgekeurde pootaardappelen worden niet ter beschikking gesteld voor het snijden van pootaardappelen of voor pootgoedhandelingen met betrekking tot gesneden pootaardappelen.

  • 3 Werktuigen en voorzieningen die zijn gebruikt voor het snijden van pootaardappelen of voor pootgoedhandelingen met betrekking tot gesneden pootaardappelen, worden niet gebruikt op de productielocatie of als productielocatie van goedgekeurde pootaardappelen.

Artikel 12

  • 1 Aardappelen worden niet geteeld met gebruikmaking van pootaardappelen die zijn gesneden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien pootaardappelen zijn bestemd voor de teelt van consumptieaardappelen of zetmeelaardappelen.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien op een bedrijf goedgekeurde pootaardappelen worden geteeld.

§ 3.2. Bacterievuur

Artikel 13

  • 1 In de in bijlage 2 aangewezen beschermde gebieden is het opplanten, bewaren en vervoeren verboden van planten van:

    • a. Cotoneaster floccosus, Cotoneaster salicifolius en Cotoneaster watereri en de daartoe behorende cultivars en van het geslacht Photinia davidiana (Stranvaesia Hort.);

    • b. Crataegus calycina, Crataegus laevigata en Crataegus monogyna met uitzondering van de daartoe behorende cultivars.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de in onderdeel b genoemde planten:

    • a. voor zover de bedoelde handelingen plaatsvinden in het kader van de bedrijfsmatige teelt van boomkwekerijgewassen;

    • b. voor zover de bedoelde handelingen plaatsvinden in de in bijlage 2 apart aangewezen gebieden waarin de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt.

Artikel 14

De minister kan gebruiksgerechtigden van terreinen gelegen in de in bijlage 2 bedoelde gebieden, verplichten onderhoudsmaatregelen ter voorkoming en bestrijding van bacterievuur te treffen ten aanzien van zich daarop bevindende planten van door hem aangewezen geslachten en soorten op de voorgeschreven wijze.

§ 3.3. Wratziekte

Artikel 15

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • aardappel: de gehele aardappelplant of delen daarvan;

  • schimmel: de schimmel Synchytrium endobioticum (Schilb.) Percival;

  • wratziekte: de aantasting van aardappelen door de schimmel Synchytrium endobioticum (Schilb.) Percival.

Artikel 16

  • 1 Het is verboden op terreinen, waar wratziekte dreigt op te treden en die door de minister op basis van artikel 8 van de wet als zodanig zijn aangewezen, aardappelen te telen.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor aardappelen behorende tot resistente rassen, voor zover de minister die rassen voor de bedoelde terreinen heeft aangewezen.

  • 3 De minister wijst voor de in het eerste lid bedoelde terreinen als resistente rassen slechts aan aardappelrassen die op een besmetting met het fysio van de schimmel, dat op die terreinen wratziekte dreigt te veroorzaken, zodanig reageren dat geen secondaire besmetting is te verwachten.

  • 4 Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 17

  • 1 De teelt van aardappelen in tuinen kan door de minister worden beperkt tot resistente aardappelrassen die bij besluit door de minister worden aangewezen.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder tuin: een stuk grond in gebruik, anders dan ter uitoefening van de land- of tuinbouw als bedrijf, bij één persoon of bij meer personen die de teelt gezamenlijk uitoefenen.

  • 3 Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 18

  • 1 Op een terrein of perceel, in een in bijlage 3 onder A aangewezen gebied, worden geen zetmeelaardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in bijlage 3 onder B.

  • 2 Op een terrein of perceel, in een in bijlage 4 onder A aangewezen gebied, worden geen aardappelplanten geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in bijlage 4 onder C1. Voor de teelt van pootaardappelen is het telen van de in bijlage 4 onder C2 vermelde rassen toegestaan.

  • 3 Op een terrein of perceel, in een in bijlage 4 onder B aangewezen gebied, worden geen zetmeelaardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in bijlage 4 onder C1.

  • 4 Op een terrein of perceel, in een in bijlage 5 onder A aangewezen gebied, worden geen aardappelplanten geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in bijlage 5 onder B.

§ 3.4. Phytophthora infestans

Artikel 19

Na 15 april van een jaar worden niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen, tenzij bestemd om te worden uitgeplant, zodanig afgedekt dat stengels met blad niet boven deze afdekking kunnen voorkomen.

Artikel 20

Van niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen mag men zich niet ontdoen, tenzij zodanige maatregelen zijn getroffen dat zich aan deze niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen geen stengels met blad kunnen ontwikkelen.

Artikel 21

  • 1 Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft, verboden een aantasting van Phytophthora infestans te hebben, die als volgt omschreven is:

    • a. een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door P. infestans aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20m2, minimaal 1.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale P. infestans, of

    • b. verspreid aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100m2, minimaal 2.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale P. infestans.

  • 2 Ingeval van stengelphytophthora telt elke stengel met vitale P. infestans voor 5 blaadjes.

  • 3 Degene die een terrein of perceel in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid bedoelde aantasting.

Artikel 22

  • 1 Het is na 1 juli van een kalenderjaar aan degene die een terrein of perceel in gebruik heeft verboden om aardappelopslag te hebben, indien:

    • a. op dat perceel of terrein of een deel daarvan zich gemiddeld meer dan 2 aardappelplanten per m2 bevinden, en

    • b. de opslag voorkomt op minimaal 0,3 hectare.

  • 2 Degene die een terrein of perceel in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid bedoelde opslag.

§ 3.5. Vergelingsziekte bij bieten

Artikel 23

  • 1 In de provincies Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant worden geen suikerbieten of voederbieten voor zaadwinning geteeld.

  • 2 In de provincie Groningen worden geen suikerbieten of voederbieten voor zaadwinning geteeld in kassen.

Artikel 24

Een eigenaar of houder van planten van suikerbieten of voederbieten geteeld voor zaadwinning in de provincie Noord-Holland of Friesland waarop zich bladluizen bevinden, bestrijdt deze bladluizen op zodanige wijze dat dit geen gevaar oplevert voor de gezondheid van de suikerbieten en voederbieten in de omgeving.

Artikel 25

  • 1 Suikerbieten, voederbieten en afval van suikerbieten of voederbieten, voor zover daaraan bladvorming voorkomt, zijn niet voorhanden of in voorraad:

    • a. na 15 april van elk jaar in de provincie Groningen en de provincie Friesland;

    • b. na 1 april van elk jaar in:

      • 1°. het gedeelte van de provincie Noord-Holland, gevormd door de gemeenten Haarlemmermeer en Wieringermeer;

      • 2°. het gedeelte van de provincie Zuid-Holland, gevormd door de eilanden Rozenburg, Voorne, Putten, Ijsselmonde, Hoekschewaard, Eiland van Dordrecht, Tiengemeten en Goeree-Overflakkee;

      • 3°. de provincies Flevoland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op suikerbieten en voederbieten, welke kennelijk bestemd zijn voor zaadwinning.

§ 3.6. Valse meeldauw en koprot

Artikel 26

Het is verboden na 15 april van enig jaar niet-uitgeplante uien of afval van uien aanwezig te hebben, tenzij op deze uien een afdekking is aangebracht of zodanige maatregelen zijn getroffen zonder welke niet-uitgeplante uien of afval van uien een bron kunnen zijn voor het verspreiden van valse meeldauw en koprot.

Artikel 27

Het is verboden zich te ontdoen van niet-uitgeplante uien of afval van uien, tenzij zodanige maatregelen zijn getroffen zonder welke zich aan deze niet-uitgeplante uien of afval van uien groene delen kunnen ontwikkelen en zonder welke deze niet-uitgeplante uien of afval van uien een bron kunnen zijn voor het verspreiden van koprot.

Artikel 28

  • 1 Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft verboden een aantasting van valse meeldauw te hebben, die als volgt omschreven is:

    • a. een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door valse meeldauw aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20 m2, minimaal 1.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw of

    • b. verspreid aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100 m2, minimaal 2.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw.

  • 2 Degene die een terrein of perceel in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde aantasting.

Artikel 29

  • 1 Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft verboden uien vanuit plantuien te telen indien hij niet beschikt over een beoordelingsrapport over het te gebruiken dan wel gebruikte uitgangsmateriaal, afgegeven door een keuringsinstelling die op basis van artikel 19 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 is aangewezen, waaruit blijkt dat bij visuele keuring van het uitgangsmateriaal te velde, vlak voor de oogst, geen valse meeldauw is geconstateerd of waaruit bij nacontrole van het uitgangsmateriaal blijkt dat het uitgangsmateriaal vrij is van valse meeldauw.

  • 2 Het beoordelingsrapport wordt bewaard gedurende twee jaar na afgifte.

§ 3.7. Knolcyperus

Artikel 30

  • 1 Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft verboden akker- en tuinbouwgewassen te telen op het terrein of perceel of gedeelte daarvan waar de aanwezigheid van knolcyperus door de minister is vastgesteld.

  • 2 De minister maakt het teeltverbod, bedoeld in het eerste lid, met ingangsdatum, terrein of perceel of gedeelte van het terrein of perceel, en termijn bekend.

  • 3 In aanvulling op het teeltverbod kunnen door de minister maatregelen worden opgelegd met betrekking tot teelt, oogst, transport, opslag, schonen en bewaring van het geoogste product, het vernietigen en het ongeschikt maken voor gebruik als uitgangsmateriaal, alsmede opslag, bewaring, transport en vernietiging van afvalstromen, zoals grond- en gewasresten.

  • 4 In een spoedeisende situatie kan de bekendmaking van het teeltverbod en de maatregelen aan de ondernemer mondeling geschieden. Een mondelinge bekendmaking wordt binnen een redelijke termijn bevestigd door een schriftelijke bekendmaking.

  • 5 In afwijking van het eerste lid is het teeltverbod niet van toepassing gedurende de teelt van planten die is aangevangen voor vaststelling van de aanwezigheid van knolcyperus totdat deze teelt is beëindigd.

Artikel 31

  • 1 Degene aan wie een teeltverbod is opgelegd is verplicht de knolcyperus te verwijderen en te vernietigen voordat aan de knolcyperus vier of meer bladeren zichtbaar zijn of zich ondergrondse knollen hebben ontwikkeld.

  • 2 Degene aan wie een teeltverbod is opgelegd en degene die werktuigen heeft gebruikt op het terrein of perceel of gedeelte daarvan waar het teeltverbod betrekking op heeft, is verplicht direct na dit gebruik de werktuigen zodanig vrij te maken van aanhangende grond en van planten, dat geen verspreiding van knolcyperus kan plaatsvinden.

Artikel 32

Degene aan wie een teeltverbod is opgelegd, is verplicht bij wijzigingen met betrekking tot de eigendom of het gebruik van het terrein of perceel of gedeelte daarvan waar het verbod betrekking op heeft:

  • a. het teeltverbod en de maatregelen onverwijld aan de nieuwe eigenaar of gebruiker te melden en

  • b. de wijziging onverwijld aan de minister te melden.

Artikel 33

Het teeltverbod wordt door de minister opgeheven nadat is vastgesteld dat gedurende drie opeenvolgende jaren het terrein of perceel of gedeelte daarvan waar het verbod betrekking op heeft, vrij is bevonden van knolcyperus dan wel is omgezet of afgegraven en fytosanitair verantwoord is afgevoerd.

§ 3.8. Aardappelmoeheid (AM)

Artikel 34

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • aardappelcysteaaltje: Globodera pallida (Stone) Behrens (Europese populaties) of Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens (Europese populaties);

  • onderzoeksverklaring AM: de verklaring, bedoeld in artikel 35, eerste lid, waaruit blijkt dat het perceel vrij is van of wordt geacht te zijn van besmetting met het aardappelcysteaaltje.

  • perceel: ononderbroken grondoppervlak, waarvan de locatie en de grootte op basis van de uitkomsten van onderzoek naar de aanwezigheid van het aardappelcysteaaltje door de minister worden vastgesteld, overeenkomstig bijlage 6;

  • richtlijn 2007/33/EG: Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156).

Artikel 35

  • 1 Het is verboden de planten, genoemd in bijlage 7 te telen of te bewaren op grond waarvoor de gebruiksgerechtigde niet in het bezit is van een door de minister, na een officieel onderzoek overeenkomstig richtlijn 2007/33/EG, afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat het perceel vrij is of wordt geacht te zijn van besmetting met het aardappelcysteaaltje.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing in de volgende gevallen:

    • a. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 7, onderdeel 1, teelt, voor zover:

      • 1°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden gepoot voor de teelt van consumptie- of zetmeelaardappelen, en

      • 2°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen worden gepoot binnen het bedrijf van de teler;

    • b. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 7, onderdelen 2, 3 en 4, teelt, voor zover:

      • 1°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden geplant voor de teelt van sierteeltproducten of consumptieve producten, en

      • 2°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten worden geplant binnen het bedrijf van de teler;

    • c. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 7, onderdelen 3 en 4, teelt, voor zover de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd;

    • d. de situatie waarin een teler op een perceel ten aanzien waarvan een beslissing op grond van artikel 8 van de wet is genomen, planten, genoemd in bijlage 7, onderdelen 3 en 4, teelt, voor zover:

      • 1°. de fytosanitaire maatregel op grond van artikel 8 van de wet dit toestaat, en

      • 2°. de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd;

    • e. de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in bijlage 7, onderdeel 4, teelt, voor zover de geoogste planten, bestemd zijn voor de verkoop aan particuliere eindgebruikers die niet betrokken zijn bij de bedrijfsmatige planten- en snijbloementeelt en deze bestemming op de verpakking van de planten staat aangegeven.

  • 3 De verklaring bedoeld in het eerste lid kan onder beperkende voorwaarden worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken.

Artikel 36

  • 1 Ten behoeve van het opleggen van fytosanitaire maatregelen met betrekking tot telen en bewaren als bedoeld in artikel 8 van de wet stelt de minister ieder jaar op basis van overeenkomstig bijlage IV, deel II, bij richtlijn 2007/33/EG uitgevoerd onderzoek een lijst aardappelrassen met het bijbehorende resistentieniveau als bedoeld in bijlage IV, deel I, bij richtlijn 2007/33/EG, vast.

  • 2 De lijst aardappelrassen met bijbehorend resistentieniveau wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 3 Verzoeken tot opname in de lijst worden ingediend bij de minister.

Artikel 37

Aardappelen worden niet geteeld in de volle grond op een terrein of perceel, gelegen in een in bijlage 8 aangewezen gebied.

Artikel 38

  • 1 Aardappelen worden niet geteeld op een terrein of perceel, waarop in een van de twee voorafgaande kalenderjaren aardappelen zijn geteeld.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de teelt van aardappelen op een terrein of perceel dat is gelegen in een in bijlage 9 aangewezen gebied, mits voldaan wordt aan de in die bijlage gestelde regels.

  • 3 In afwijking van het tweede lid, worden in een in bijlage 9 genoemde gebied geen goedgekeurde pootaardappelen geteeld, indien op dat terrein of perceel in dat gebied in een van de twee voorafgaande kalenderjaren aardappelen zijn geteeld.

Artikel 39

  • 1 Het is de producent van teeltmateriaal van boomkwekerijgewassen en vaste planten verboden deze gewassen in de volle grond te telen en de geteelde gewassen in het verkeer te brengen, tenzij voor de teelt teeltmateriaal wordt gebruikt dat vrij is van besmetting met het aardappelcysteaaltje en er geteeld wordt op een terrein of perceel:

    • a. waarvoor een onderzoeksverklaring AM is afgegeven;

    • b. waarop de laatste twaalf jaar geen aardappelen of andere, in bijlage I, punt 1, van richtlijn 2007/33/EG vermelde planten, zijn geteeld; of

    • c. dat gelegen is in een in bijlage 8 aangewezen gebied.

  • 2 Gedurende twaalf maanden nadat de boomkwekerijgewassen en vaste planten op het terrein of perceel zijn geoogst moet aantoonbaar zijn, dat is voldaan aan de eisen gesteld in het eerste lid.

§ 3.9. Fytosanitaire voorwaarden inzake teelt eigen pootgoed op basis van artikel 13 van de Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen

Artikel 40

  • 1 Aardappelen worden uitsluitend geteeld met gebruikmaking van goedgekeurde pootaardappelen.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:

    • a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van zetmeelaardappelen en zijn voorzien van een schriftelijke verklaring van Stichting TBM;

    • b. behoren tot in bijlage 10 genoemde aardappelrassen, en

    • c. afkomstig zijn van en geteeld worden op een terrein of perceel dat is gelegen in een in bijlage 11 aangewezen gebied.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien binnen dezelfde onderneming in het voorgaande jaar geen goedgekeurde pootaardappelen zijn geteeld en het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die:

    • a. zijn voorzien van een schriftelijke verklaring van de NAK;

    • b. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van consumptieaardappelen;

    • c. voldoen aan de eisen als bedoeld in artikel 61 van de Regeling verhandeling teeltmateriaal met uitzondering van de eis van een onderzoeksverklaring AM voor het terrein of perceel waarop ze zijn geteeld en met uitzondering van het verbod tot vermeerderen met gebruikmaking van klasse B pootgoed, en

    • d. afkomstig zijn van een terrein of perceel, gelegen binnen een straal van 25 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler en die geteeld worden op een terrein of perceel, gelegen binnen een straal van 50 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler.

  • 4 Het certificaat of de schriftelijke verklaring voor de pootaardappelen wordt bewaard tot de maand mei, volgend op het jaar waarin de pootaardappelen voor de teelt van aardappelen zijn gebruikt.

§ 3.10. Slotbepaling hoofdstuk 3

Artikel 41

  • 1 De minister kan van het in hoofdstuk 3 bepaalde vrijstelling of ontheffing verlenen, die geheel of gedeeltelijk kan worden ingetrokken.

  • 2 Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

Hoofdstuk 4. Overtredingen

Artikel 42

  • 1 Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 5, eerste lid, 9, derde lid, 14, eerste, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, 15, eerste lid, 15, derde lid, 28, artikel 30, eerste lid, tweede alinea, 32, tweede lid, 33, eerste lid, 33, tweede lid, 37, eerste lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, 42, tweede lid, 43, eerste lid, 47, eerste lid, 49, 53, eerste lid, 54, eerste lid, 55, 57, 59, 61, eerste lid, 62, 63, tweede lid, 64, eerste lid, 66, eerste en vijfde lid, 69, eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid, 70, 74, eerste lid, 79, eerste lid, 80, eerste lid, 83, vijfde lid, 84, eerste lid, 84, derde lid, 87, eerste lid, 88, 90, 93, tweede lid, 93, vijfde lid, 95, eerste, derde en vierde lid, 96, eerste lid, en 97, eerste lid, 102, vierde lid van verordening 2016/2031 en de artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 47, vijfde lid, 50, eerste en derde lid, 56, eerste en vierde lid, 57, eerste lid en 69, eerste lid, van verordening 2017/625 zijn overtredingen.

Artikel 43. Bestuurlijke boete

  • 1 De hoogte van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 8 van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig de bedragen die horen bij de boetecategorieën die in bijlage 12 voor desbetreffende overtredingen zijn vastgelegd.

  • 2 De rechtspersoon of vennootschap die binnen vijf jaren nadat een eerste overtreding is geconstateerd voor de tweede of derde keer een overtreding van hetzelfde artikel of hetzelfde artikellid begaat, kan een bestuurlijke boete opgelegd krijgen overeenkomstig de bedragen die horen bij één respectievelijk twee boetecategorieën hoger dan die in bijlage 12 voor de desbetreffende overtreding is vastgelegd.

  • 3 De natuurlijke persoon die binnen vijf jaren nadat een eerste overtreding is geconstateerd voor de tweede of derde keer een overtreding van het zelfde artikel of hetzelfde artikellid begaat, kan een bestuurlijke boete opgelegd krijgen overeenkomstig de bedragen die horen bij één respectievelijk twee boetecategorieën hoger dan die in bijlage 12 voor de desbetreffende overtreding is vastgelegd, met een maximum van een boete van de derde categorie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 februari 2021

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.J. Schouten

Bijlage 3a. Als gebieden, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, worden aangewezen

  • 1. Het gebied ten oosten van Veendam, dat als volgt is begrensd: (de hoofdletters verwijzen naar de kaart ‘Kerngebied Veendam’)

    Provinciale weg N963 (A), Borgercompagnieweg (B), (zand)weg (C), watergang (D), Westerbrink (E), Beneden Westerdiep (F), Prins Hendrikplein (G), Sorgvlietlaan (H), Woortmanslaan (I), Borgercompagnieweg (J), perceelsscheiding (K), Kielsterachterweg (L), Wildervanksterweg (M) en Zwarteweg (N).

    Bijlage 265099.png
  • 2. Het gebied ten zuidoosten van Ter Apel, dat als volgt is begrensd: (de hoofdletters verwijzen naar de kaart ‘Kerngebied Ter Apel’)

    Markeweg (A), Hoofdkade (B), Moersloot (C), Zanddijk (D), Roswinkelerstraat (E) en Ertsstraat (F).

    Bijlage 265100.png
  • 3. Het gebied rondom Foxel, dat als volgt is begrensd: (de hoofdletters verwijzen naar de kaart ‘Kerngebied Foxel’)

    Westelijke Doorsnee (A), Oosterdiep W.Z. (B), watergang (C), Berkenrode (D) en Verlengde Scholtenskanaal O.Z. (E).

    Bijlage 265101.png
  • 4. Het gebied ten noordoosten van Barger Compascuum, dat als volgt is begrensd: (de hoofdletters verwijzen naar de kaart ‘Kerngebied Barger Compascuum’)

    Watergang (A), Limietweg (B), Limietweg-Oost (C), watergang (D), BRD-grens (E), (zand)weg (F), Limietweg (G), Postweg (H) en Oosterdiep O.Z. (I)

    Bijlage 265102.png
  • 5. Het gebied ten zuidoosten van Mantinge, dat als volgt is begrensd: (de hoofdletters verwijzen naar de kaart ‘Kerngebied Mantinge’)

    Schiphorsten (A), Heirweg (B), (zand)weg (C), K. Brokweg (D), mr. J.B. Kanweg (E), Mantingerdijk (F), heide/bos (G), perceelsscheiding (H), Steendervalsweg (I) en Wijsterseweg (J).

    Bijlage 265103.png
  • 6. Het gebied ten noorden en westen van Borger, dat als volgt is begrensd: (de hoofdletters verwijzen naar de kaart ‘Kerngebied Borger’)

    Lunsveenweg (A), Drouwenerstraat (B), Achterstekampweg (D), Bronnegerstraat (E), Bomenrij Bronnegerstraat-Westerlandsweg (F), Westerlandsweg (G), Marslandenweg (H), Bocht Marslandenweg, bebouwde kom Oost-Borger (I), Buinerstraat (J), Kruizing IJzertijdstraat-Schoonloërstraat, groenstrook richting Rolderstraat (K), Tochtsloot westelijk van Meerslagenweg (L), einde tochtsloot, bosrand richting Meerslagenweg (M) en bosrand richting Lunsveenweg (N).

    Bijlage 265104.png

Bijlage 3b. toegelaten zetmeelaardappelrassen als bedoeld in artikel 18, eerste lid

10 = (volledig) resistent, 9-8= hoog veldresistent, 7= matig veldresistent, 6 matig vatbaar)

10

 

9

 

8

7

6

Avamond

Megusta

Achilles

Plasure

Actaro

Aurora

Alanis

Avarna

Monte Carlo

Adelinde

Scala

Altus

Merenco

Allure

Avenger

Novano

Allstar

Serum Star

Axion

Sofista

Annabelle

Belita

Otolia

Althea

Signum

Festien

 

Avito

Cardyma

Plasettie

Amarock

Smaragd

Lindita

 

Starga

Cekin

Saprodi

Avatar

Supporter

Simphony

   

Constantina

Sarion

Aventra

Toronto

Speculos

   

Dartiest

Seresta

BMC

Vebeca

     

Django

Stefanie

Luneba

Vebesta

     

Eurotonda

Transit

Plasent

       

Euroviva

Triton

Plasinka

       

Gandawa

Vermont

Plasstärke

       

Kuba

 

Plasuno

       

Bijlage 4a. Als gebieden als bedoeld in artikel 18, tweede lid, worden aangewezen

De gehele provincie Drenthe en de volgende gemeenten of delen van gemeenten:

In de provincie Groningen: Bellingwedde voor zover gelegen ten oosten van de Hamsterweg, ten zuiden van de Oudeschanskerweg, Nieuwlandseweg, Blijhamsterweg (N969), Oosteinde (N969) en Winschoterweg (N368/N367), Groningen voor zover gelegen ten zuiden van het Eemskanaal, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Marum, Menterwolde voor zover gelegen ten zuiden van de Muntewatering, ten oosten van Rijksweg N33, ten zuiden van de Scheemderweg, ten westen van de Noordstraat te Noordbroek, ten zuiden en westen van de Slochterweg, Oldambt voor zover gelegen ten westen van de Oostelijke Rondweg (N367), ten noorden van de Oostereinde (N966), ten westen van de Hoofdstraat (N966) en Oudeweg te Beerta, C.G. Wiegersweg, ten zuiden van de Hoofdweg te Finsterwolde, ten zuiden van de Goldhoorn, ten westen van de Noorderstraat, ten zuiden van de Oudlandseweg, ten westen van de Kerkelaan, ten zuiden van de Hoofdweg te Midwolda, Rijksweg (N362), ten oosten van de Rijksweg, Oude Rijksweg en Stationsstraat te Scheemda en ten zuiden van de Kolkenweg en Muntewatering, Pekela, Slochteren voor zover gelegen ten zuiden van het Afwateringskanaal van Duurswold, Schildmeer, Slochterdiep en Eemskanaal, Stadskanaal, Veendam en Vlagtwedde.

In de provincie Friesland: Ooststellingwerf voor zover gelegen ten noorden van de Verwersweg (vanaf provinciegrens) tot de Zuid, ten oosten van de wegen Zuid en Hoofdweg tot Kloosterweg, ten zuiden van de wegen Kloosterweg, Terwisscha, Westeres en Bruggelaan tot de Compagnonsvaart, ten oosten van de wegen Zuideinde (door Fochteloo), Noordeinde, de Knolle tot kruising met de Weper, en ten zuiden van de wegen Weper en Weperpolder (tot provinciegrens).

In de provincie Overijssel: Hardenberg, Twenterand, Hellendoorn, Ommen en Steenwijkerland voor zover gelegen ten oosten van autosnelweg A32 en Eesveenseweg (N855), ten zuiden van het Dolderkanaal en kanaal Steenwijk-Ossenzijl, ten westen van de Ossenzijlersloot, ten noorden en ten oosten van de Punterweg (vanaf Kuinderweg), Hammerdijk, Kerkbuurt, Blokzijlerdijk en Kuinderdijk, en ten zuiden en ten oosten van de Kanaalweg.

Bijlage 4b. Als gebieden als bedoeld in artikel 18, derde lid, worden aangewezen

De gemeenten in de provincie Overijssel voorzover niet gelegen in gebied A.

De gemeenten in de provincie Gelderland tot de Nederrijn.

In de provincie Friesland de gemeenten Ooststellingwerf voorzover niet gelegen in gebied A, Weststellingwerf en Opsterland.

In de provincie Groningen: de gemeenten Slochteren, Menterwolde, Oldambt voor zover gelegen ten westen van de Ulsderweg en C.G. Wiegersweg, ten zuiden van de Hoofdweg en Goldhoorn, ten westen van de Noorderstraat te Oostwold, ten noorden van de Polderweg, ten westen van de Langeweg, ten zuiden van Hoofdweg-Oost, Hoofdstraat en Hoofdweg-West te Nieuwolda, ten zuiden van de Hoofdweg 't Waar, ten zuiden van de Rechte Walsterweg en Bellingwedde, alle voor zover niet gelegen in gebieden onder A.

Bijlage 4 c1. toegelaten aardappelrassen als bedoeld in artikel 18, tweede en derde lid

(10 = (volledig) resistent, 9-8= hoog veldresistent, 7= matig veldresistent, 6 matig vatbaar)

10

 

9

8

7

6

Actaro

Simphony

Achilles

Allure

Annabelle

Agria

Adelinde

Stefanie

Altus

Ardeche

Astarte

Alanis

Allstar

Stemster

Amorosa

Aveka

Asterix

Amora

Althea

Talent

Aurora

Chenoa

Baraka

Amyla

Amanda

Transit

Avarna

Constantina

Benno Vrizo

Arizona

Amarock

Triton

Avito

Dayana

Burren

Austin

Avamond

Vebeca

BMC

Dirigent

Donald

Bintje

Avatar

Vermont

Cardyma

Euronova

Fresco

Diamant

Avenger

Vitabella

Cleopatra

Eurotonda

Nomade

Eigenheimer

Aventra

 

Désirée

Fontane

Origo

Euroflora

Axion

 

Eurotango

King Russet

Parel

Gloria

Belita

 

Euroviva

Kondor

Plasuno

Raja

Bonza

 

Festien

Leandra

Sylvana

Rumba

Cekin

 

Gaya

Lindita

   

Dartiest

 

Hansa

Nicola

   

Django

 

Irene

Poseidon

   

Evolution

 

Kuroda

Royal

   

Fabiola

 

Lugano

Rudolph

   

Gandawa

 

Melody

Sarion

   

Kuba

 

Merenco

Saturna

   

Logo

 

Meryem

Sprinter

   

Luneba

 

Monte Carlo

Stratos

   

Megusta

 

Plasandes

Supporter

   

Novano

 

Plasent

Vebesta

   

Orienta

 

Plasstärke

     

Otolia

 

Romano

     

Plasettie

 

Sassy

     

Plasinka

 

Sensation

     

Plasure

 

Smaragd

     

Saprodi

 

Sofista

     

Scala

 

Speculos

     

Scarlet

 

Starga

     

Seresta

 

Taurus

     

Serum Star

 

Toronto

     

Signum

         

Bijlage 4 c2. toegelaten aardappelrassen als bedoeld in artikel 18, tweede lid

5

Elkana

Kartel

Kuras

Markies

Nectar

Picasso

Prior

Regina

Sirco

Victoria

Bijlage 5a. Als gebieden als bedoeld in artikel 18, vierde lid, worden aangewezen

  • 1. Omschrijving gebied Venraij: Het gebied omsloten door de A67 in Venlo vanaf de grens met Duitsland in westelijke richting tot aan de Zuid Willemsvaart. De Zuid Willemsvaart in noordelijke richting tot de kruising met de N265 in Veghel. De N265 in noordelijke richting tot Uden. De N603 in noordelijke richting tot de A50 in Heesch (gemeente Bernheze). De A50 in noordelijke richting tot de kruising met de Maas. De Maas in oostelijke richting tot de kruising met de spoorbrug in Mook (gemeente Mook en Middelaar). Vanaf de spoorbrug de N271 in zuidelijke richting tot de Schildersweg in Plasmolen (gemeente Mook en Middelaar). De Schildersweg in noordelijke richting tot de Bosweg langs Sint Jansberg. De Bosweg langs Sint Jansberg tot aan de grens met Duitsland. De grens met Duitsland in zuidelijke richting tot aan de A67 in Venlo.

  • 2. Omschrijving gebied Bergeijk: Het gebied rondom Bergeijk, dat door België en de volgende straten is begrensd: Postelsedijk, Sleutelstraat, Weijereind, Kleine Hoeven, Ambachtsweg, De Hoeven/Rondweg (N284) bij Bladel, Lange Trekken, Molenweg/De Vloed, De Gagelvelden, Hemelrijken, Dorpsstraat in Casteren, Casterseweg, Hoofdstraat in Hoogeloon, Heuvelseweg, Heuvel, Broekenseind, Umenweg, D’ekkersrijte, Eerselseweg, Het Groen bij Knegsel, Steenselseweg, Knegselseweg, Riethovenseweg/Stevert, Nedermolen, fietspad/veldweg in zuidelijke richting en uitlopend op De Kuningen, Broekhovenseweg, Schoolstraat en Molenstraat bij Riethoven, Keersopperdreef, Dommelsedijk (N397), Monseigneur Smetstraat, Pastoor Bolsiusstraat, Venbergseweg, Luikerweg (N69), (Oude) Dorpsstraat bij Hoek, Borkel en Schaft, en De Schafterekker.

Bijlage 5b. toegelaten aardappelrassen als bedoeld in artikel 18, vierde lid

10

           

7 four 7

Avenance

Cereza

Euroresa

Jule

Macarena

Orienta

Abby

Avenger

Challenger

Eurostar

Kardal

Madeleine

Origo

Accent

Avenue

Christel

Eurostarch

Karelia

Madrid

Otolia

Achilles

Axenia

Classic Russet

Eurotango

Karlena

Magistral

Oxania

Acoustic

Axion

Climax

Eurotina

Kartel

Manitou

Panamera

Actaro

Babylon

Colette

Eurotonda

Kiebitz

Maranca

Panther

Adretta

Bafana

Colomba

Euroviva

King Russet

Marfona

Papageno

Afra

Barcelona

Connect

Excellency

Kiwi

Margarita

Paradiso

Agata

Bartina

Constantina

Exklusiv

Kondor

Marion

Parel

Albatros

Basin Russet

Corazon

Exquisa

Koopmans blauwe

Mariska

Parcoli

Alberta

Bavatop

Corsica

Fabula

Kormoran

Marisol

Pee Wee Russet

Aldo

Belita

Cronos

Fado

Krometa

Marjan

Peela

Alexia

Bellanita

Cubus

Fambo

Kuba

Marylou

Penni

Alicante

Bellarosa

Damaris

Fasan

Kuras

Masai

Penta

Allure

Bellefleur

Danique

Fasty

Kuroda

Mascha

Performer

Almera

Bellinda

Danuta

Festo

Labadia

Maxilla

Perline

Almonda

Bellini

Dartiest

Fianna

Labella

Meera

Picasso

Alouette

Belmonda

Delia Red

Fidelia

Lady Amarilla

Meerlander

Picobello

Althea

Benno Vrizo

Désirée

Figaro

Lady Anna

Megusta

Picus

Altus

Bernadette

Destiny

Finessa

Lady Blanca

Meister

Pimpernel

Alverstone Russet

Bernina

Diamant

Flamenco

Lady Britta

Melody

Plasettie

Amanda

Bettina

Dido

Folva

Lady Christl

Memphis

Plasinka

Amarin

Betty

Dirosso

Fresco

Lady Claire

Merlot

Plasure

Ambra

Bildtstar

Disco

Frieslander

Lady Jane

Meryem

Pocahontas

Amora

Bimonda

Ditta

Gala

Lady Lenora

Messi

Prada

Annabelle

Binella

Django

Gandawa

Lady Olympia

Metro

Première

Annegret

Biogold

Donald

Gaudi

Lady Sara

Mia

Premium

Anosta

Blazer Russet

Donata

Gaya

Lady Terra

Michelle

Prestige

Anouk

Bleuet

Dorado

Gazelle

Lady Valora

Miranda

Primabelle

Apollonia

BMC

Doré

Gerona

Lanorma

Monalisa

Primavera

Appassionato

Bondi

Double Fun

Gloria

Laperla

Mondeo

Primura

Aprilia

Bonnata kws

Draga

Godzilla

Lavinia

Mondial

Prince of Orange

Arcade

Bonus

Edison

Granada

Leandra

Mont Blanc

Printaline

Arizona

Bonza

El Mundo

Gunda

Lekkerlander

Monte Carlo

Prior

Armin

Bordeaux

Elaia

Hanna

Lenz

Montis

Producent

Arnika

Brianna

Elata kws

Hermes

Leonata kws

Montreal

Puccini

Aromata

Bricata kws

Eldena

Hermosa

Levinata kws

Mozart

Quarta

Arosa

Bullit

Elkana

Heros

Leyla

Mulberry Beauty

Queen Anne

Arrow

Caesar

Elvira

Hind

Lindita

Mungo

Raja

Arsenal

Canberra

Emanuelle

Honorata

Linus

Musica

Ramona

Artemis

Caprice

Emiliana

Ibiza

Linzer Delikatess

Mustagata kws

Ranomi

Astarte

Captiva

Escada

Idole

Lisana

Nafida

Red Beauty

Asterix

Cardinia

Esmee

Ikarus

Logo

Nandina

Red Fantasy

Athlete

Cardyma

Essenza

Impala

Liselotte

Nicola

Red Lady

Augusta

Carlita

Estrella

Inara

Loreley

Nixe

Red Scarlett

Aurora

Carolus

Eurodelta

Innovator

Lubeca

Noblesse

Red Sonia

Aurum

Cascada

Euroflora

Inspyra

Lucera

Nomade

Red Sun

Austin

Catimini

Eurogrande

Irene

Lucilla

Nordlicht

Red Valentine

Avamond

Cayenne

Euroking

Isabelia

Lucinda

Novano

Regina

Avanti

Cekin

Euroluna

Jaerla

Ludmilla

Obama

Resonant

Avarna

Celine

Euronova

Jazzy

Lugano

Omega

Ribera

Aveka

Cerata kws

Europrima

Jelly

Luneba

Orchestra

Ricarda

             

vervolg 10

   

9

8

7

6

Rikea

Serum Star

Triple7

Actrice

Abbot

Berber

Fontane

Riviera

SH C 1001

Triplo

Adato

Amorosa

Plasstärke

 

Rivola

SH C 1010

Triton

Adelinde

Amyla

   

Rock

SH C 909

Twinner

Agria

Ardeche

   

Rodeo

SH C 913

Tyson

Allstar

Arielle

   

Rodriga

Shepherd

Valetta

Amaez

Auriera

   

Roko

Siena

Varuna

Amarock

Chateau

   

Romano

Sifra

Vebeca

Argana

Cleopatra

   

Romeo

Signum

Vebesta

Avatar

Efera

   

Romina

Simphony

Velox

Avito

Endeavour

   

Rosagold

Simply Red

Ventana

Baby Rose

Evolution

   

Rosanna

Sirco

Verdi

Bedalin

Festien

   

Rosara

Sissi

Vermont

Blue Star

Fontera

   

Rosemara

Skawa

Victoria

Camelia

Grenadine

   

Rosi

Smaragd

Vineta

Catania

Hansa

   

Roslin

Sophie

Violet Queen

Coronada

Ivory Russet

   

Rossini

Soraya

Virginia

Daisy

Miss Blush

   

Royal

Sorentina

Vitalia

Darling

Miss Mignonne

   

Rudolph

Spartaan

VR 808

Felsina

Royata kws

   

Rumba

Spectra

Wega

Glorietta

Soprano

   

Sagitta

Speculos

Wendy

Heraclea

Twister

   

Salinero

Spere

Whitney

Inova

Ulty

   

Salsa

Spot

Wilja

Janke

Vasko

   

Salvador

Sprinter

Zuzanna

La Vie

Vitabella

   

Sanibel

Spunta

 

Lady Jo

Zorba

   

Santana

Stabilo

 

Lady Rosetta

     

Santé

Starne

 

Laudine

     

Santera

Stayer

 

Madeira

     

Saphia

Stefanie

 

Madison

     

Saphire

Stemster

 

Melanto

     

Saprodi

Stiletto

 

Merenco

     

Sarion

Stratos

 

Muse

     

Sassy

Sunred

 

Octa

     

Satellite

Supporter

 

Plasuno

     

Satina

Sylvana

 

Ramos

     

Saturna

Talent

 

Ravel

     

Sava

Tarzan

 

Red Tinta

     

Sayada

Texla

 

Sababa

     

Scala

Tiger

 

Vogue

     

Scarlet

Titanium

         

Secura

Toccata

         

Selma

Torenia

         

Sensation

Toronto

         

Sereno

Transit

         

Seresta

Tresor

         

Bijlage 6. Vaststellen perceel AM

Artikel 34

  • 1. Perceel dat vrij kan worden geacht van de aanwezigheid van het aardappelcysteaaltje

    • a. Indien een grondoppervlak is onderzocht overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2007/33/EG, en geen aardappelcysteaaltjes zijn aangetroffen, wordt de locatie en de grootte van een perceel als volgt vastgesteld:

      Het perceel is het onderzochte grondoppervlak waar geen aardappelcysteaaltjes zijn gevonden, in voorkomend geval verminderd met het grondoppervlak dat op basis van het bepaalde onder 2 behoort tot een besmet perceel.

    • b. Indien ten aanzien van een grondoppervlak onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig bijlage III, deel I, bij richtlijn 2007/33/EG, en het grondoppervlak voldoet aan de voorwaarden, genoemd in bijlage III, deel I, eerste gedachtestreepje of tweede gedachtestreepje, bij richtlijn 2007/33/EG, wordt de locatie en de grootte van een perceel als volgt vastgesteld:

      Het perceel is het grondoppervlak dat voldoet aan de voorwaarden, genoemd in bijlage III, deel I, eerste gedachtestreepje of tweede gedachtestreepje, bij richtlijn 2007/33/EG, in voorkomend geval verminderd met het grondoppervlak dat op basis van het bepaalde onder 2 behoort tot een besmet perceel.

  • 2. Perceel dat besmet moet worden geacht met het aardappelcysteaaltje

    Indien een grondoppervlak is onderzocht overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2007/33/EG, en het aardappelcysteaaltje is daarbij aangetroffen, wordt de locatie en de grootte van een perceel als volgt vastgesteld:

    Het perceel is het onderzochte grondoppervlak waarin de besmetting is gevonden, in de bewerkingsrichting aangevuld over een lengte van honderdelf meter en haaks op de bewerkingsrichting aangevuld over een breedte van zestien meter, of zoveel minder voor zover wordt gestuit op een bestendige fysieke begrenzing van het grondoppervlak of bestendige gebruikersgrens.

    Indien de afstand tussen twee op deze wijze bepaalde besmette grondoppervlakken minder dan zevenentwintig meter bedraagt, wordt ook het tussenliggende grondoppervlak gerekend tot het perceel, tenzij de twee grondoppervlakken worden gescheiden door een bestendige fysieke begrenzing van het grondoppervlak of bestendige gebruikersgrens.

    Indien op grond van het bovenstaande de locatie en de grootte van een besmet perceel is bepaald en een onderzocht grondoppervlak resteert dat zeer beperkt in omvang is, kan dit oppervlak vanwege uitvoeringstechnische redenen tot het besmette perceel worden gerekend.

Bijlage 7. Verboden planten

Artikel 35

Onderdeel 1:

Solanum tuberosum,

voor zover ze zijn bestemd voor de teelt van pootaardappelen.

Onderdeel 2:

Capsicum spp.,

Lycopersicon lycopersicum (L.) Karsten ex Farw.,

Solanum melongena L,

voor zover ze zijn bestemd voor opplant.

Onderdeel 3:

Allium porrum L.,

Beta vulgaris L.,

Brassica spp.,

Fragaria L.,

Asparagus officinalis L.

voor zover ze zijn bestemd voor opplant.

Onderdeel 4:

Allium ascalonicum L.,

Allium cepa L.,

Dahlia spp.,

Gladiolus Tourn.Ex L.,

Hyacinthus spp.,

Iris spp.,

Lilium spp.,

Narcissus L.,

Tulipa L.,

voor zover ze zijn bestemd voor opplant.

Bijlage 8. Aangewezen gebied

Artikelen 37, 39

  • 1. het gebied gelegen in de gemeenten Waddinxveen, Boskoop, Rijnwoude en Reeuwijk, dat als volgt is begrensd: vanaf hefbrug Waddinxveen en achtereenvolgens Nesse, Noordkade, gemeentegrens Waddinxveen-Boskoop tot de Hogeveenseweg, de Hogeveenseweg, Roemer, de dijk aan de zuidwestzijde aan de Ambachtspolder tot aan de Voorweg, de Voorweg in westelijke richting tot aan het gemaal, vandaar langs de sloot in noordelijke richting tot molen Rietveldsevaart, de Rietveldsevaart in westelijke richting tot de Oostvaart, de Oostvaart in noordelijke richting tot de Spookverlaat, Spookverlaat tot de Compierekade, Compierekade in zuidelijke richting tot de Spijkerboorsche wetering, Spijkerboorsche wetering tot de Nesse, Nesse in oostelijke richting, Toegangseweg, de gemeentegrens Alphen a/d Rijn-Boskoop in oostelijke richting tot de Dammekade, Dammekade gemeentegrens Boskoop-Bodegraven tot de Ringdijk, daarna de Ringdijk volgend eerst in oostelijke-daarna in zuidelijke- en tot slot in zuidwestelijke richting tot de Schinkeldijk, Schinkeldijk in noordwestelijke richting, Tempeldijk, Middelweg, Middelburgseweg in zuidelijke richting, Zwarteweg, Bloemendaalseweg tot de A12, A12 in zuidwestelijke richting tot de Henegouwerweg, Henegouwerweg in noordelijke richting tot de hefbrug in Waddinxveen;

  • 2. het gebied dat de volgende gemeenten en delen van gemeenten omvat:

    • het deel van Wassenaar, voor zover gelegen ten noorden van de lijn Wassenaarse slag, Katwijkseweg, de Van Zuylen van Nijeveltstraat, de Deijlerweg, de Rozenweg en ten westen van de autosnelweg A4;

    • Katwijk;

    • het deel van Oegstgeest, voor zover gelegen ten westen van de autosnelweg A44 en het gedeelte ten noorden van het Oegstgeesterkanaal;

    • het deel van Teylingen ten westen van de Warmonderleede en de Kagerplassen;

    • Noordwijk;

    • Noordwijkerhout;

    • Lisse;

    • Hillegom;

    • het deel van Heemstede, voor zover gelegen ten zuidwesten van de lijn Cruquiusweg, de Heemsteedse Dreef, de Camplaan, de van Merlenlaan, de Herenweg, de Rijnlaan, de Amstellaan en het verlengde Amstellaan (door de Amsterdamse Waterleiding);

    • het deel van Bloemendaal, voor zover gelegen ten zuiden van de verlengde Amstellaan (door de Amsterdamse Waterleiding);

  • 3. het gebied dat de volgende gemeenten en delen van gemeenten omvat:

    • het deel van Beverwijk, voor zover gelegen ten oosten van de Meeuweweg en ten noordwesten van de lijn Boothuisplein, Zeestraat, Warande, Wijk aan Duinerweg, Westerlaan, Plesmanweg en Alkmaarseweg;

    • het deel van Heemskerk, voor zover gelegen ten noordwesten van de lijn Jan van Kuikweg, Jan Ligthartstraat, Jonkheer Geverslaan, Mozartstraat en ten noordoosten van Prof. ten Doesschatestraat, Broersven tot aan de Dije;

    • het deel van Uitgeest, voor zover gelegen ten noorden van het Uitgeestermeer tussen de autosnelweg A9 en het Alkmaardermeer;

    • het deel van Castricum, voor zover gelegen ten westen van het Alkmaardermeer en het Noordhollandsche Kanaal, en ten zuiden van de Kanaalweg;

    • het deel van Heiloo, voor zover gelegen ten zuiden van de lijn Kanaalweg, Kennemerstraatweg, Zevenhuizenlaan, Westerweg, Vennewatersweg, het Malevoort tot aan fietspad, fietspad tot aan Zeeweg, Zeeweg;

    • het deel van Bergen (NH), voor zover gelegen ten zuiden en ten westen van de lijn Hoevervaart, Weg van de Oude Vaart, Hoeverweg en Wimmenummervaart, Roossloot, Herenweg en Zeeweg;

  • 4. het gebied, gelegen in de gemeenten Neder-Betuwe en Overbetuwe en omsloten door: Rijnbandijk, Randwijkse Rijndijk, Lingekanaal, Linge, Peijenkampseveldweg, A15, Verlengde Lage Campseweg en Markstraat;

  • 5. het gebied in de gemeente Zundert, omsloten door: de sloot gelegen haaks op de Rijksgrens bij grenspaal 221 (in het verlengde van de Luxemburgstraat in de Belgische gemeente Meer, nabij Hazeldonk), het kavelpad tussen deze sloot en de bocht in de Laarse Heistraat, een denkbeeldige lijn tussen de bocht in de Laarse Heistraat en de hoek van de Bakkebrugstraat – Breedschotsestraat, Bakkebrugstraat, Bredaseweg, Stuivezandseweg, Klein Zundertseweg, Heischoorstraat, Sprundelsebaan, Bijloop, Rucphenseweg, Hulsdonkstraat, Roosendaalse Baan, Achtmaalseweg, Moststraat, Grote Heistraat, Oude Heistraat, Kalmthoutse Baan, de Rijksgrens tot aan grenspaal 221.

Bijlage 9. Als gebieden, bedoeld in artikel 38, leden 2 en 3, worden aangewezen

  • 1. De gehele provincie Drenthe en de volgende gemeenten of delen van gemeenten:

    In de provincie Groningen: Bellingwedde, Groningen voor zover gelegen ten zuiden van het Eemskanaal, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Marum, Menterwolde, Pekela, Reiderland voor zover gelegen ten westen van de Ulsderweg en C.G. Wiegersweg en ten zuiden van de Hoofdweg en Goldhoorn te Finsterwolde, Scheemda voor zover gelegen ten zuiden van de Goldhoorn te Oostwold en ten westen van de Noorderstraat, ten noorden van de Polderweg, ten westen van de Langeweg, ten zuiden van Hoofdweg-Oost, Hoofdstraat en Hoofdweg-West te Nieuwolda, ten zuiden van de Hoofdweg 't Waar, ten zuiden van de Rechte Walsterweg, Slochteren, Stadskanaal, Veendam, Vlagtwedde en Winschoten.

    In de provincie Friesland: Ooststellingwerf voor zover gelegen ten noorden van de Verwersweg (vanaf provinciegrens) tot de Zuid, ten oosten van de wegen Zuid en Hoofdweg tot Kloosterweg, ten zuiden van de wegen Kloosterweg, Terwisscha, Westeres en Bruggelaan tot de Compagnonsvaart, ten oosten van de wegen Zuideinde (door Fochteloo), Noordeinde, de Knolle tot kruising met de Weper, en ten zuiden van de wegen Weper en Weperpolder (tot provinciegrens).

    In de provincie Overijssel: Hardenberg, Twenterand, Hellendoorn, Ommen en Steenwijkerland voor zover gelegen ten noorden en ten oosten van de Punterweg (vanaf Kuinderweg), Hammerdijk, Kerkbuurt, Blokzijlerdijk en Kuinderdijk, en ten zuiden en ten oosten van de Kanaalweg;

  • 2. het gebied begrensd door de provincie Overijssel ten zuiden van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland ten zuiden van het Noordzeekanaal en het IJ, Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.

    De teelt van aardappelplanten in het jaar t op een terrein of perceel, waarop zich in het jaar t – 1 géén en in het jaar t – 2 aardappelplanten bevonden en welk perceel is gelegen in het in de vorige alinea genoemde gebied is toegestaan, mits de aardappelplanten in het jaar t – 2 werden gerooid vóór 1 juli van het jaar waarin zij werden geteeld en de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • 3. het gebied begrensd door de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel ten noorden van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water, Flevoland en Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal en het IJ, uitgezonderd het in onderdeel 1 genoemde gebied.

    De teelt van aardappelplanten in het jaar t op een terrein of perceel, waarop zich in het jaar t – 1 géén en in het jaar t – 2 aardappelplanten bevonden en welk perceel is gelegen in het in de vorige alinea genoemde gebied is toegestaan, mits de aardappelplanten in het jaar t – 2 werden gerooid vóór 10 juli van het jaar waarin zij werden geteeld en de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • 4. In afwijking van het gestelde onder onderdeel 3, is de teelt van aardappelplanten toegestaan op een perceel, waarop zich in het jaar t-1 aardappelplanten bevonden, mits:

    • a. het perceel is gelegen in het gebied ‘Opperdoes’, begrensd door Noorderkogger zeedijk vanaf de Overleker Sluis van Medemblik, Noorderweg, Dorpsweg Twisk, Twiskerdijksloot, de Braak, de Muiter, Zandwegsloot naar de Overleker Sluis;

    • b. de aardappelplanten in het jaar t – 1 werden gerooid vóór 10 juli van dat jaar;

    • c. de ondernemer tijdig vóór de onder b bedoelde datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en

    • d. uit een door de ondernemer uitgevoerde bemonstering van het perceel, verricht op een wijze waarbij een haard van 100 aardappelcysteaaltjes per kilogram grond met een betrouwbaarheid van tenminste 90% kan worden vastgesteld, geen aanwezigheid van cysteaaltjes blijkt.

  • 5. In afwijking van het gestelde onder onderdeel 3, is de teelt van aardappelplanten toegestaan op een perceel, waarop zich in het jaar t-1 aardappelplanten bevonden, mits:

    • a. het perceel is gelegen in het gebied ‘Langedijk’, begrensd door Koog, Langebalkweg, Kanaal Omval-Kolhorn, Uitvalsweg, Dorpsstraat Broek op Langedijk en Zuid-Scharwoude tot Koog;

    • b. de aardappelplanten in het jaar t – 1 werden gerooid vóór 10 juli van dat jaar;

    • c. de ondernemer tijdig vóór de onder b bedoelde datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en

    • d. uit een door de ondernemer uitgevoerde bemonstering van het perceel, verricht op een wijze waarbij een haard van 100 aardappelcysteaaltjes per kilogram grond met een betrouwbaarheid van tenminste 90% kan worden vastgesteld, geen aanwezigheid van cysteaaltjes blijkt.

  • 6. In afwijking van het gestelde onder onderdeel 3 is de teelt van aardappelplanten in het jaar t toegestaan op een perceel, waarop zich in het jaar t – 1 géén en in het jaar t – 2 aardappelplanten bevonden, mits:

    • a. het perceel is gelegen in het gebied ‘Heerhugowaard/Geestmerambacht’, begrensd door Kanaal Omval-Kolhorn, Westerlangereis, Langereis, Veenhuizerkade, Plempdijk, Ringvaart Heerhugowaard, Hoornse Vaart, Ringsloot polder, De Vronermeer, spoorlijn Alkmaar-Hoorn tot palen bovenleiding 39/23 en 39/24, Nollenweg, Provinciale weg S3 (Alkmaar-Schagen), Daalmeerpad, Vronermeerweg, Wijde Vaart (gedeeltelijk gedempt), Spanjaardsdam, Nauertogt, Westelijke Randweg, Maijersloot, Voorburggracht, Westelijke Randweg naar Broek op Langedijk, Stationsweg, Dorpsstraat, Uitvalsweg, Kanaal Omval-Kolhorn, Langebalkweg, Oostelijke randweg Noord-Scharwoude, Waarddijk West, Provinciale weg S4, Kanaal Omval-Kolhoorn;

    • b. de aardappelplanten in het jaar t – 2 zijn gerooid vóór 20 juli van het jaar waarin zij werden geteeld en

    • c. de ondernemer tijdig vóór de onder b bedoelde datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Bijlage 10. aardappelrassen

Artikel 40

De volgende zetmeelaardappelrassen mogen onder het TBM-regime vermeerderd worden:

Achilles

Avatar *

Dartiest *

Nomade

Saprodi *

Smaragd *

Actaro *

Aveka

Dirigent

Novano *

Sarion *

Sofista *

Allure *

Avenger*

Euroflora

Plasandes

Sassy

Sprinter

Altus *

Aventra *

Euronova

Plasent *

Scala*

Starga *

Amyla

Avito *

Eurotango

Plasettie *

Scarlet

Stratos

Ardeche

Axion *

Euroviva *

Plasinka *

Seresta *

Supporter *

Aurora *

Belita *

Festien *

Plasstärke *

Serum Star *

Vebeca *

Avamond *

Benno Vrizo

Kuba *

Plasuno *

Signum *

Vebesta *

Avarna *

BMC *

Merenco *

Plasure *

Simphony *

Vermont *

Let op: In de wratziektekerngebieden in de omgeving van Barger-Compascuum, Borger, Foxel, Mantinge, Ter Apel en Veendam mogen alleen rassen worden geteeld die ook voldoende resistent zijn tegen fysio 18. Deze rassen zijn aangeduid met een *.

Bijlage 11. Aangewezen zetmeelaardappeltelend gebied

Artikel 40

Bijlage 265105.png

Omschrijving:

Het gebied, gelegen in de provincie Drenthe, de provincie Overijssel, de provincie Gelderland ten noorden van de Nederrijn en de volgende gemeenten of gedeelten daarvan:

In de provincie Groningen: Bellingwedde, Groningen voor zover gelegen ten zuiden van het Eemskanaal, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Marum, Menterwolde, Pekela, Reiderland voor zover gelegen ten westen van de Ulsderweg en C.G. Wiegersweg en ten zuiden van de Hoofdweg en Goldhoorn te Finsterwolde, Scheemda voor zover gelegen ten zuiden van de Goldhoorn te Oostwold en ten westen van de Noorderstraat, ten noorden van de Polderweg, ten westen van de Langeweg, ten zuiden van Hoofdweg-Oost, Hoofdstraat en Hoofdweg-West te Nieuwolda, ten zuiden van de Hoofdweg 't Waar, ten zuiden van de Rechte Walsterweg, Slochteren, Stadskanaal, Veendam, Vlagtwedde en Winschoten.

In de provincie Friesland: Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland.

Bijlage 12. Boetecategorieën

Artikel 43

 

Categorie eerste beboeting

Plantgezondheidswet

 

Artikel 8, derde lid

3

Artikel 15, eerste lid

3

Artikel 24, derde lid

3

   

verordening 2016/2031

 

Artikel 9, derde lid

2

Artikel 14, eerste lid

2

Artikel 14, vierde lid

3

Artikel 14, vijfde lid

3

Artikel 14, zesde lid

2

Artikel 14, zevende lid

3

Artikel 15, derde lid

1

Artikel 41, eerste lid

1

Artikel 43, eerste lid

2

Artikel 47, eerste lid

2

Artikel 69, eerste lid

2

Artikel 69, tweede lid

2

Artikel 69, derde lid

2

Artikel 69, vierde lid

2

Artikel 69, zesde lid

1

Artikel 70, eerste lid

2

Artikel 79, eerste lid

2

Artikel 83, vijfde lid

2

Artikel 84, eerste lid

2

Artikel 95, eerste lid

2

Artikel 95, derde lid

2

Artikel 95, vierde lid

2

Artikel 96, eerste lid

3

Artikel 97, eerste lid

2

   

verordening 2017/625

 

Artikel 56, vierde lid

2

Artikel 57, eerste lid

2

   

Regeling plantgezondheid ex artikel 20, tweede lid, Plantgezondheidswet

 

Artikel 9, eerste lid

3

Artikel 9, tweede lid

3

Artikel 10, eerste lid

3

Artikel 10, tweede lid

2

Artikel 10, derde lid

2

Artikel 11, eerste lid

3

Artikel 11, vierde lid

3

Artikel 12, eerste lid

2

Artikel 18, eerste lid

3

Artikel 18, tweede lid

3

Artikel 18, derde lid

3

Artikel 18, vierde lid

3

Artikel 19

2

Artikel 20

2

Artikel 21, eerste lid

2

Artikel 22, eerste lid

2

Artikel 25, eerste lid

2

Artikel 26

2

Artikel 27

2

Artikel 28

2

Artikel 29

2

Artikel 30, eerste lid

3

Artikel 31, eerste lid

2

Artikel 35, eerste lid

3

Artikel 37

3

Artikel 38, eerste lid

3

Artikel 39, eerste lid

3

Artikel 39, tweede lid

3

Artikel 39, derde lid

3

Artikel 40, eerste lid

3

Artikel 40, tweede lid

3

Terug naar begin van de pagina