Tijdelijke regeling subsidie dierentuinen COVID-19

[Regeling vervalt per 31-12-2021.]
Geldend van 18-02-2021 t/m heden

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 februari 2021, nr. WJZ/ 20234170, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling ter tegemoetkoming van dierentuinen, getroffen door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19, in de vaste lasten voor dierverzorging (Tijdelijke regeling subsidie dierentuinen COVID-19)

Artikel 1. (begripsomschrijvingen)

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • dierentuin: een inrichting die een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren heeft voor onbepaalde tijd en waar de bezoekers van die inrichting in een deel van de subsidiabele periode een toegangsprijs betalen om de tentoongestelde dieren te kunnen zien;

  • EBIT: winst voor rente en belastingen;

  • minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • netto oppervlakte: oppervlakte van de dierentuin in vierkante meters, exclusief de oppervlakte van parkeerplaatsen en van de op het terrein van de dierentuin aanwezige vakantieverblijven;

  • omzet: opbrengsten als tegenprestatie voor de levering van producten of diensten door de dierentuin;

  • parkkosten: kosten die nodig zijn om dierenverblijven te onderhouden en in te richten en om bezoekers, personeel en dieren veilig te houden;

  • percentage omzetverlies subsidiabele periode 1: percentage omzetverlies berekend overeenkomstig artikel 3, tweede lid, onderdeel a;

  • percentage omzetverlies subsidiabele periode 2: percentage omzetverlies berekend overeenkomstig artikel 3, tweede lid, onderdeel b;

  • personeelskosten: salarislasten, sociale lasten, pensioenpremies en de kosten van ingehuurd personeel;

  • referentieperiode 1: periode van 18 maart 2019 tot en met 14 mei 2019;

  • referentieperiode 2: periode van 15 mei 2019 tot en met 30 september 2019;

  • subsidiabele periode 1: periode van 18 maart 2020 tot en met 14 mei 2020;

  • subsidiabele periode 2: periode van 15 mei 2020 tot en met 30 september 2020.

Artikel 2. (subsidieaanvraag)

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een dierentuin om bij te dragen aan de financiering van de noodzakelijke vaste kosten voor dierverzorging met als doel het dierenwelzijn in en de maatschappelijke waarde van dierentuinen te waarborgen, omdat die subsidie nodig is als gevolg van de uitbraak van het COVID-19 virus.

  • 2 De subsidie wordt verstrekt aan een dierentuin die:

    • a. de aan hem verleende vergunning, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren voor of op 1 januari 2020 in bezit heeft of heeft aangevraagd voor 1 september 2019;

    • b. in de periode van 18 maart 2020 tot en met 30 september 2020 minder omzet heeft gerealiseerd ten opzichte van dezelfde periode in 2019, en

    • c. zo spoedig mogelijk na 15 mei open is gegaan en tot en met 30 september 2020 open is geweest om betalende bezoekers te ontvangen.

Artikel 3. (hoogte subsidie)

  • 1 De subsidie bedraagt, met inachtneming van de leden 3 tot en met 5, het totaal van:

    • a. de door de dierentuin gemaakte subsidiabele kosten in subsidiabele periode 1 vermenigvuldigd met het percentage omzetverlies subsidiabele periode 1, en

    • b. de door de dierentuin gemaakte subsidiabele kosten in subsidiabele periode 2, vermenigvuldigd met het percentage omzetverlies subsidiabele periode 2.

  • 2 Het percentage omzetverlies, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in procenten, afgerond op hele percentages en berekend volgens de volgende formule:

    • a. voor subsidiabele periode 1: 1 - (omzet in subsidiabele periode 1/ de omzet in referentieperiode 1) X 100.

    • b. voor subsidiabele periode 2: 1 - (omzet in subsidiabele periode 2/ de omzet in referentieperiode 2) X 100.

  • 3 Indien het gerealiseerde bedrijfsresultaat van een dierentuin in de referentieperiode 1 negatief was, bedraagt de subsidie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maximaal EBIT in de referentieperiode 1 verminderd met EBIT in de subsidiabele periode 1.

  • 4 Indien een dierentuin in subsidiabele periode 2 geen omzetverlies heeft geleden en de berekening van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, een negatief bedrag tot uitkomst heeft, wordt dat bedrag in mindering gebracht op de subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

  • 5 Het bedrag voor subsidiabele periode 2 bedraagt maximaal € 1.800.000,-.

Artikel 4. (subsidiabele kosten)

  • 1 Als subsidiabele kosten, gemaakt in de subsidiabele periode 1 en 2, komen in aanmerking:

    • a. 70 % van de personeelskosten voor het personeel dat in de periode van 18 maart 2020 tot en met 30 september 2020 door de dierentuin is ingezet;

    • b. parkkosten, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid;

    • c. kosten voor verbruikte diervoeders en diervoeders met medicinale werking, als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet dieren;

    • d. kosten voor het verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet dieren en de aanschaf van daarvoor benodigde materialen;

    • e. kosten voor verbruikte diergeneesmiddelen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet dieren;

    • f. kosten die noodzakelijk zijn voor het transporteren van dieren van, naar en binnen de dierentuin ten behoeve van het waarborgen van dierenwelzijn of deelname aan een programma als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit houders van dieren;

    • g. kosten voor de reiniging van dierverblijven, zoals de afvoer van mest en bodembedekkingsmaterialen, en

    • h. kosten voor het verbruik van elektriciteit, gas en water.

  • 2 Voor de berekening van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt de volgende formule gebruikt:

    Netto oppervlakte van de dierentuin in m2 x prijs per m2 per dag waarbij al naar gelang de oppervlakte van de dierentuin per staffel het volgende bedrag wordt gebruikt:

    Oppervlakte van

    Oppervlakte tot en met

    Prijs per m2 per dag in de totale subsidieperiode

    1

    25.000

    € 0,13

    25.001

    100.000

    € 0,10

    100.001

    200.000

    € 0,07

    200.001

    300.000

    € 0,03

    300.001

    € 0,0003

  • 4 Indien een dierentuin voor dezelfde subsidiabele kosten vergoeding heeft gekregen via verstrekte verzekeringsuitkeringen, worden deze in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

Artikel 5. (verdeling subsidieplafond)

  • 1 Het subsidieplafond op grond van deze regeling is € 38.740.000.

  • 2 Indien het totale bedrag een te verstrekken subsidies hoger is dan het subsidieplafond, past de minister een procentuele verlaging toe op alle subsidies.

Artikel 6. (informatieverplichtingen en aanvraagperiode)

  • 1 Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend in de periode van 22 februari 2021 tot en met 12 maart 2021.

  • 2 Een aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:

    • a. post- en bezoekadres van de dierentuin en het rekeningnummer dat op naam van de dierentuin staat;

    • b. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de dierentuin;

    • c. een verklaring dat de dierentuin op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;

    • d. gegevens over uit andere hoofde ontvangen steun, subsidies of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 die betrekking hebben op dezelfde subsidiabele kosten als waarop de subsidie ziet alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen, waaronder in ieder geval gegevens over de Eerste en Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid en de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19;

    • e. een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen.

  • 4 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie van meer dan € 125.000 legt de dierentuin een verklaring van een accountant over volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document waaruit onder andere het bewijs blijkt met welk bedrag de kosten van de dierentuin als gevolg van COVID-19 zijn verminderd en waarin wordt aangetoond dat de door dierentuin opgegeven bedragen betrekking hebben op de kosten voor dierverzorging, parkkosten en personeelskosten indien dit van toepassing is.

Artikel 7. (voorschot)

In afwijking van artikel 47, tweede lid, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies bedraagt het voorschot 100% van het verleende subsidiebedrag, indien het subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt.

Artikel 8. (verplichtingen subsidieontvanger)

  • 1 Een dierentuin vermeldt bij de aanvraag voor subsidieverlening, bedoeld in artikel 6, eerste lid, voor welke twee doelen per onderwerp, bedoeld in de bijlage, een transitieplan wordt opgesteld.

  • 2 Een dierentuin waaraan € 125.000 of meer is verleend, dient bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie, als bedoeld in artikel 6, vierde lid, een transitieplan in dat voldoet aan de bijlage.

  • 3 Een dierentuin waaraan minder dan € 125.000 subsidie is verleend, dient uiterlijk 10 weken na de subsidieverlening een transitieplan in dat voldoet aan de bijlage.

Artikel 9. (verlaging subsidie)

De subsidie wordt verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 die betrekking hebben op dezelfde subsidiabele kosten als waarop de subsidie ziet alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen.

Artikel 10. (Staatssteun)

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 3, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door Staatssteunmaatregelen SA.59706 (2021/N) en SA.61300 (2021/N).

  • 2 De minister maakt na de datum van subsidieverlening de gegevens bekend, bedoeld in paragraaf 4, onderdeel 88, van de Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak (PbEU 2021, C 34).

  • 3 De gegevens, bedoeld in het tweede lid, blijven ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.

Artikel 11. (inwerkingtreding en vervaldatum)

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel 12. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling subsidie dierentuinen COVID-19.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 12 februari 2021

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.J. Schouten

Bijlage behorend bij artikel 8 van de regeling

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie moet een dierentuin een schriftelijk transitieplan opstellen. In dit plan worden de volgende vier onderwerpen behandeld:

  • 1. Bedrijfsvoering

  • 2. Educatie

  • 3. Conservatie

  • 4. Dierenwelzijn

De dierentuin kiest per onderwerp tenminste twee van de in onderstaande tabel vermelde doelen waarvoor de dierentuin maatregelen gaat nemen. De doelen staan hieronder in de tabel weergegeven. In het transitieplan staat per doel beschreven welke maatregelen de dierentuin neemt. De omschrijving dient concreet, meetbaar, haalbaar en tijdsgebonden te zijn. Het mag gaan om maatregelen die vanaf 18 maart 2020 zijn genomen of maatregelen die in de komende maanden genomen zullen worden.

Onderwerp

Doel

Bedrijfsvoering

Kostenverlaging

Extra omzet genereren

Educatie

Vergroting van kennis over (beschermde) dieren en natuur

Mensen in contact brengen met de natuur

Mensen inspireren en laten nadenken over natuurbehoud

Aandacht besteden aan bescherming van inheemse diersoorten die in het wild in de dierentuin of regio voorkomen

Ontwikkelen van een educatief programma met informatie over waarom wilde dieren ongeschikt zijn als huisdier

Educatief programma gericht op specifieke doelgroepen

Ontwikkelen en uitvoeren van een collectieplan dat aansluit op educatiedoelen dierentuin

Ontwikkelen en uitvoeren van een duurzame bedrijfsvoering die aansluit bij eigen educatiedoelen

Conservatie: onderzoek

Conservatie: in stand houden beschermde diersoorten

Conservatie: opvang beschermde diersoorten

Ondersteunen van natuurbeschermingsprojecten

Zorgen dat bezoekers zelf conservatie-activiteiten gaan doen en ontwikkelen

Activiteiten ondernemen om de inheemse natuur te beschermen (zoals insectenhuisjes, vogelhuisjes, bloemperken voor vlinders en bijen)

Ontwikkelen en uitvoeren van een collectieplan dat aansluit op de eigen conservatiedoelstellingen

Ontwikkelen en uitvoeren van een duurzame bedrijfsvoering die aansluit bij de eigen conservatiedoelstellingen

Dierenwelzijn

Actueel houden van kennis en kunde en hier naar handelen

Verrijkingsprogramma’s voor dieren in de collectie

Onderlinge toetsing van dierentuinen met betrekking tot dierenwelzijnsniveau en het uitwisselen van kennis

Beleidsprotocol ontwikkelen voor omgang met surplus dieren

Onderzoek doen naar dierenwelzijn

Anticiperen op nieuwste inzichten op het gebied van dierenwelzijn en hoe de dierentuin hier innovatief mee omgaat

Terug naar begin van de pagina