Instellingsbesluit Commissie van onderzoek wapeninzet Hawija

Geraadpleegd op 08-12-2022.
Geldend van 27-11-2020 t/m heden

Instellingsbesluit Commissie van onderzoek wapeninzet Hawija

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Defensie;

  • b. commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een Commissie van onderzoek naar de Nederlandse wapeninzet in Hawija, Irak, in de nacht van 2 op 3 juni 2015.

  • 2 De commissie heeft tot taak:

    • a. te onderzoeken hoe het kon dat er bij de wapeninzet in Hawija burgerslachtoffers zijn gevallen;

    • b. te onderzoeken welke lessen voor de toekomst naar aanleiding hiervan te trekken zijn.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag

  • 1 De commissie bestaat uit drie leden, waaronder een voorzitter.

  • 2 De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie onafhankelijk en onpartijdig uit.

  • 3 De voorzitter wordt door de minister benoemd, de andere leden worden op voordracht van de voorzitter door de minister benoemd.

  • 4 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

  • 5 De voorzitter en overige leden kunnen (op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden) worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4. Leden

Tot lid van de commissie worden benoemd:

  • a. Mw. mr. W. Sorgdrager te Amsterdam, tevens voorzitter;

  • b. Dhr. prof. dr. T.D. Gill te Utrecht;

  • c. Dhr. cdre-vlieger b.d. R.W. Reefman te Roosendaal.

Artikel 5. Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld voor de duur van het onderzoek, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 6. Ondersteuning

  • 1 De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een extern onderzoeksteam met aan het hoofd de secretaris van de commissie.

  • 2 De minister benoemt de externe secretaris van de commissie op voordracht van de voorzitter.

  • 3 De overige leden van het onderzoeksteam worden benoemd door de voorzitter.

  • 4 De secretaris en de overige leden van het onderzoeksteam zijn voor de uitvoering van hun taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

  • 5 De minister draagt, na overleg met de voorzitter, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

Artikel 7. Werkwijze

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij het onderzoek uitvoert, waaronder in ieder geval over de wijze waarop zij personen hoort en daarvan verslag doet en op welke wijze de vertrouwelijkheid van informatie geborgd wordt.

  • 3 De commissie draagt zorg voor naleving van de AVG.

  • 4 De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 8. Inwinnen van inlichtingen onderzoekscommissie

  • 1 De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

  • 2 Het Ministerie van Defensie verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 7 bedoelde protocol.

  • 3 Ambtenaren van het Ministerie van Defensie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.

  • 4 De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Defensie, ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op personen in dienst van het Ministerie van Defensie vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.

  • 5 Op de leden van de commissie, de secretaris, de overige leden van het onderzoeksteam en de andere personen die de commissie bijstaan rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld in het vierde lid.

Artikel 10. Kosten van de onderzoekscommissie

  • 1 De kosten van de commissie komen, op basis van een begroting, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor huisvesting, de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek;

    • c. de reiskosten voor binnenlandse reizen die worden vergoed op basis van voor werknemers in de sector Rijk geldende vergoedingsregelingen;

    • d. internationale reis- en verblijfkosten indien dit voor het onderzoek noodzakelijk is, conform de voor werknemers in de sector Rijk geldende vergoedingsregelingen.

  • 2 De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting aan de minister aan. Deze bevat de kosten van de commissie. Bij de beëindiging van haar werkzaamheden legt de commissie over de financiën verantwoording af.

Artikel 11. Eindrapport

  • 1 Bij de beëindiging van haar werkzaamheden brengt de commissie een eindrapport uit aan de minister.

  • 2 De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd tussentijds de door haar gewenste inlichtingen.

Artikel 12. Archiefbescheiden

  • 1 Het archief van de onderzoekscommissie wordt na afloop van de werkzaamheden van de commissie overgebracht naar het archief van het Ministerie van Defensie, Defensie Materieel Organisatie, Joint Informatievoorziening Commando, afdeling Informatiebeheer.

  • 2 Het beheer vindt plaats met inachtneming van de vigerende archiefwet en -regelgeving en door de onderzoekscommissie in haar protocol aangegeven vertrouwelijkheid, waarover de onderzoekscommissie nadere afspraken maakt met het Ministerie van Defensie, Defensie Materieel Organisatie, Joint Informatievoorziening Commando, afdeling Informatiebeheer.

  • 3 De verplichtingen ter zake opslag, verwerking en vernietiging van gerubriceerde of gemerkte informatie worden in een separaat protocol vastgelegd.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie van onderzoek wapeninzet Hawija.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

’s-Gravenhage, 19 november 2020

De Minister van Defensie,

A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Naar boven