Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen

[Regeling vervalt per 01-10-2025.]
Geldend van 18-06-2021 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 28 september 2020, nr. 2020-0000571667, tot vaststelling van een subsidieregeling voor het door de eigenaar in eigen beheer uitvoeren van versterkingsmaatregelen aan gebouwen die met het oog op de beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningerveld niet meer voldoen aan de veiligheidsnorm (Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen)

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • depotovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tussen de eigenaar van een gebouw, de minister en een notaris betreffende een derdenrekening bij de notaris waarop gelden worden gestort in verband met de versterking of sloop/nieuwbouw van het gebouw in eigen beheer of de voorbereiding daarvan in eigen beheer;

    • gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 3, eerste lid;

    • herbouwwaarde: totaal aan kosten om het huidige gebouw te slopen en een vergelijkbaar gebouw te bouwen die voldoet aan de veiligheidsnorm, de kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, niet meegerekend;

    • huisvestingsubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 3, derde lid;

    • maatregelen: versterkingsmaatregelen en andere maatregelen die noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering van versterkingsmaatregelen en die zijn opgenomen in een vaststellingsovereenkomst, een depotovereenkomst gesloten in het programma Heft in Eigen Hand/Eigen Initiatief, of een versterkingsbesluit;

    • minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    • NCG: Dienst Nationaal Coördinator Groningen, genoemd in het Instellingsbesluit Nationaal Coördinator Groningen;

    • sloop/nieuwbouw: het slopen van een bestaand gebouw dat niet voldoet aan de veiligheidsnorm en het bouwen van een vervangend gebouw dat wel aan die norm voldoet;

    • sloop/nieuwbouwsubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c;

    • vaststellingsovereenkomst: overeenkomst die gesloten is met de eigenaar van een of meerdere gebouwen met het oog op de versterking of sloop/nieuwbouw van dat gebouw of die gebouwen;

    • veiligheidsnorm: een maximaal risico op overlijden van een individu door het bezwijken van een gebouw, als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld, van 1 op de 100.000 per jaar;

    • versterking: uitvoering van maatregelen;

    • versterkingsadvies: de resultaten van de opname en beoordeling, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit versterking Groningen;

    • versterkingsbesluit: versterkingsbesluit als bedoeld in artikel 9 van het Besluit versterking gebouwen Groningen;

    • versterkingsmaatregelen: maatregelen die noodzakelijk zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen;

    • versterkingsubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b;

    • voorbereidingsubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a.

  • 2 In deze regeling worden onder subsidiabele kosten mede begrepen de nadelige financiële gevolgen van het ontvangen van subsidie op grond van deze regeling bij belastingen of toeslagen.

Artikel 2. Reikwijdte

Deze regeling is niet van toepassing op de batch 1.588, bedoeld in de Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 juni 2019, nr. WJZ/19138916, houdende een specifieke uitkering voor de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Midden-Groningen en Groningen in verband met de versterking van de gebouwen in batch 1.588.

Artikel 3. Doel subsidie en activiteiten

  • 1 De minister kan ten behoeve van een gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet, inclusief bij het gebouw behorende bouwwerken, dat in verband met de beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningerveld niet voldoet aan de veiligheidsnorm, aan de eigenaar van dat gebouw, niet zijnde een gemeente of provincie, subsidie verstrekken voor:

    • a. activiteiten in eigen beheer ter voorbereiding van de versterking of sloop/nieuwbouw, waaronder in ieder geval:

      • i. het laten maken van een definitief ontwerp voor de versterking of sloop/nieuwbouw;

      • ii. het laten maken van een technisch ontwerp; en

      • iii. het natuurvrij maken van het gebouw;

    • b. de versterking van het gebouw die geheel of gedeeltelijk in eigen beheer plaatsvindt; of

    • c. sloop/nieuwbouw die geheel of gedeeltelijk in eigen beheer plaatsvindt.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op gebouwen op één adres.

  • 3 De minister kan aan de eigenaar van een gebouw subsidie verstrekken voor tijdelijke huisvesting van de bewoner gedurende de periode waarin het gebouw door de versterking ervan geheel of gedeeltelijk onbewoonbaar of onbruikbaar is of, bij sloop/nieuwbouw, met inachtneming van artikel 11, vijfde lid, gedurende de periode waarin het bestaande gebouw wordt gesloopt en het nieuwe gebouw nog niet bewoonbaar of gebruiksklaar is, alsmede gedurende ten hoogste een extra maand.

Artikel 4. Subsidieplafond

  • 1 Het subsidieplafond voor subsidies op grond van deze regeling bedraagt tot €150.000.000.

  • 2 Vaststelling en wijziging van het subsidieplafond geschiedt door middel van publicatie in de Staatscourant.

  • 3 De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 5. Aanvraag subsidieverlening

  • 2 Een aanvraag voor versterking- of sloop/nieuwbouwsubsidie kan worden ingediend nadat een vaststellingsovereenkomst of een depotovereenkomst in het kader van het programma Heft in Eigen Hand/Eigen Initiatief is gesloten, dan wel een versterkingsbesluit is vastgesteld.

  • 3 Op het formulier voor de aanvraag van subsidie van meer dan €25.000, wordt aan de subsidieaanvrager toestemming gevraagd om voorschotten op de verleende subsidie namens de subsidieontvanger te storten op de derdenrekening, bedoeld in artikel 12, eerste lid.

Artikel 6. Afwijzing subsidie

  • 1 Een aanvraag voor subsidieverlening kan worden afgewezen voor zover de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd de voortgang van de versterking of sloop/nieuwbouw van andere gebouwen naar het oordeel van de minister onevenredig belemmert.

  • 2 Een aanvraag voor subsidieverlening wordt afgewezen als de aanvrager geen toestemming als bedoeld in artikel 5, derde lid, heeft verleend.

Artikel 7. Stapelen subsidies

Onverminderd artikel 2, kan versterking- of sloop/nieuwbouwsubsidie ook worden verstrekt indien voor het gebouw of de gebouwen tevens subsidie uit andere hoofde wordt ontvangen.

Artikel 8. Hoogte voorbereidingsubsidie

De voorbereidingsubsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

Artikel 9. Subsidiabele kosten en maximale hoogte versterkingsubsidie

  • 1 De versterkingsubsidie is, met inachtneming van het tweede lid, gelijk aan de som van de subsidiabele kosten voor de versterking van het gebouw.

  • 2 De subsidie, in voorkomend geval verminderd met toepassing van het zevende lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat wordt berekend op grond van de formule (1,5 x h) - n + b, waarbij ‘h’ de herbouwwaarde is, ‘n’ de kosten voor de uitvoering van maatregelen die niet in eigen beheer plaatsvindt en ‘b’ het bedrag van de financiële gevolgen, bedoeld in artikel 1, tweede, lid.

  • 3 Voor maatregelen aan een gebouw die zijn vermeld in een catalogus, die wordt gepubliceerd op de website van de NCG, zijn de subsidiabele kosten de forfaitaire bedragen die voor die maatregelen op de datum van de beschikking tot verlening van de subsidie in de catalogus zijn vermeld.

  • 4 Het derde lid is niet van toepassing, indien in bijzondere omstandigheden het forfaitaire bedrag voor een maatregel naar het oordeel van de minister aantoonbaar en substantieel lager is dan het bedrag dat in die omstandigheden werkelijk benodigd is voor de uitvoering van die maatregel.

  • 5 Bij toepassing van het tweede lid worden de kosten voor het niet in eigen beheer uitvoeren van maatregelen berekend op basis van een methode die gebaseerd is op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.

  • 6 De minister kan een lagere subsidie verlenen dan berekend op grond van het eerste lid, voor zover de maatregelen tevens voorzien in herstel van schade en dit redelijk is, rekening houdend met uitgekeerde of uit te keren vergoeding van deze schade.

  • 7 Voor zover forfaitaire bedragen als bedoeld in het derde lid na de datum van de beschikking tot verlening van de versterkingsubsidie, maar voor de datum van vaststelling van de subsidie worden gewijzigd en het subsidiebedrag met toepassing van de gewijzigde bedragen hoger zou zijn dan de verleende subsidie, wordt het subsidiebedrag ambtshalve in dat hogere bedrag gewijzigd.

Artikel 10. Hoogte sloop/nieuwbouwsubsidie

De sloop/nieuwbouwsubsidie is gelijk aan het bedrag dat op grond van artikel 9, eerste tot en met vijfde lid, zou worden verleend, wanneer de eigenaar niet voor sloop/nieuwbouw zou hebben gekozen, maar voor versterking van het gebouw, met dien verstande dat ‘n’ in de formule, genoemd in artikel 9, tweede lid, de kosten zijn voor het deel van de sloop/nieuwbouw waarop de subsidie betrekking heeft dat niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, welke kosten worden berekend op basis van een methode die gebaseerd is op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.

Artikel 11. Huisvestingsubsidie

  • 1 De huisvestingsubsidie wordt verstrekt voor een in de beschikking tot subsidieverlening bepaalde periode en wordt na afloop van die periode, met inachtneming van artikel 3, derde lid, telkens ambtshalve verlengd voor een in de desbetreffende beschikking bepaalde, aansluitende periode.

  • 2 De huisvestingsubsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

  • 3 Voor situaties van tijdelijke huisvesting die zijn vermeld op de website van de NCG, zijn de subsidiabele kosten de forfaitaire bedragen die daarbij per maand voor die situaties voor de desbetreffende periode zijn vermeld. Deze forfaitaire bedragen omvatten niet de nadelige financiële gevolgen, bedoeld in artikel 1, tweede lid.

  • 4 Het derde lid is niet van toepassing, indien in bijzondere omstandigheden het forfaitaire bedrag, bedoeld in het dat lid, naar het oordeel van de minister aantoonbaar en substantieel lager is dan het bedrag dat in die omstandigheden werkelijk benodigd is voor tijdelijke huisvesting.

  • 5 Ingeval versterking van een gebouw goedkoper is dan sloop/nieuwbouw, maar op verzoek van de eigenaar sloop/nieuwbouw plaatsvindt, wordt huisvestingsubsidie verstrekt voor ten hoogste het aantal maanden dat redelijkerwijs gemoeid zou zijn met de uitvoering van de maatregelen die nodig zouden zijn voor de versterking van het gebouw.

Artikel 12. Subsidieverplichtingen

  • 1 De ontvanger van een voorbereidingsubsidie, versterkingsubsidie of sloop/nieuwbouwsubsidie van meer dan €25.000 is verplicht mee te werken aan het sluiten van een schriftelijke depotovereenkomst betreffende een derdenrekening, waaruit de kosten kunnen worden betaald voor de activiteiten waarvoor desbetreffende subsidie is verleend.

  • 2 De ontvanger van een voorbereidingsubsidie, versterkingsubsidie of sloop/nieuwbouwsubsidie is verplicht voor het geven van opdrachten aan derden gebruik te maken van de modelovereenkomsten die daarvoor zijn gepubliceerd op de website van de NCG en van iedere gesloten overeenkomst een afschrift te sturen naar de NCG.

  • 3 Het tweede lid is niet van toepassing op een versterkingsubsidie voor zover die geen versterkingsmaatregelen betreft, of op sloop/nieuwbouwsubsidie voor zover die niet de bouw van het casco van het gebouw betreft.

  • 4 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het tussentijds wijzigen van een overeenkomst als bedoeld in het dat lid.

  • 5 De ontvanger van een versterking- of sloop/nieuwbouwsubsidie is verplicht rekening te houden met de belangen van eigenaren en gebruikers van andere gebouwen, in die zin dat de versterking van die andere gebouwen niet door zijn toedoen onredelijk wordt vertraagd of anderszins nadelig wordt beïnvloed.

  • 6 De ontvanger van een versterking- of sloop/nieuwbouwsubsidie is verplicht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen drie jaar na de dagtekening van de beschikking tot verlening van de subsidie te voltooien.

  • 7 Indien de voltooiing van de activiteiten binnen de termijn, genoemd in het zesde lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een maal met ten hoogste drie jaar verlengen.

Artikel 13. Wijze van subsidieverstrekking

  • 1 Op een subsidie op grond van deze regeling, met uitzondering van sloop/nieuwbouwsubsidies, van €125.000 of meer zijn de regels inzake een subsidie van €25.000 tot €125.000 van toepassing.

Artikel 14. Aanvraag vaststelling versterkingsubsidie

Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.

Artikel 15. Wijze van verantwoording

  • 1 De ontvanger van een subsidie toont aan, of indien het een sloop/nieuwbouwsubsidie of een subsidie van minder dan €25.000 betreft, toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht door middel van overlegging van de facturen van derden voor uitgevoerde maatregelen en, voor zover de subsidieontvanger maatregelen zelf heeft uitgevoerd, de facturen voor geleverde materialen.

  • 2 De versterkingsubsidie wordt vastgesteld op het bedrag dat de som is van de door derden gefactureerde kosten voor uitgevoerde maatregelen en, voor zover de subsidieontvanger maatregelen zelf heeft uitgevoerd, de gefactureerde kosten voor daarvoor geleverde materialen.

Artikel 16. Inwerkingtreding en verval

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020 en vervalt met ingang van 1 oktober 2025.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H. Ollongren

Terug naar begin van de pagina