Instellingsbesluit Adviescommissie Nationaal Groeifonds

[Regeling vervallen per 01-08-2022.]
Geraadpleegd op 05-10-2022.
Geldend van 15-09-2020 t/m 31-12-2021

Besluit van de Minister van Financiën en de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 4 september 2020, nr. 167075, houdende instelling van de Adviescommissie Nationaal Groeifonds (Instellingsbesluit Adviescommissie Nationaal Groeifonds)

De Minister van Financiën en de Minister van Economische Zaken en Klimaat;

Gelet op artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • De ministers: de Minister van Financiën en de Minister van Economische Zaken en Klimaat tezamen;

  • De commissie: de adviescommissie bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling en taak

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

  • 1 Er is een Adviescommissie Nationaal Groeifonds.

  • 2 De commissie heeft tot taak:

    • a. de ministers op hun verzoek te adviseren of een voorstel met een omvang van ten minste 30 miljoen euro van een minister die het aangaat dat gericht is op het verkrijgen van budget voor het doen van investeringen op het gebied van (1) infrastructuur, (2) innovatie en research and development of (3) kennisontwikkeling additioneel is aan private investeringen, niet-structureel van aard is en voldoet aan het beginsel van subsidiariteit in relatie tot financieringsmogelijkheden die decentrale overheden kunnen bieden;

    • b. de ministers op hun verzoek te adviseren over de beoordeling van voorstellen als bedoeld onder a, op grond van:

      • 1°. het effect van een voorstel op het verdienvermogen van Nederland op lange termijn, gemeten naar het geschatte effect daarvan op het structureel bruto binnenlands product van Nederland in verhouding tot de met het voorstel beoogde investeringsomvang;

      • 2°. de financiële kosten tot realisering van een voorstel;

      • 3°. de aan een voorstel verbonden maatschappelijke baten en lasten, waaronder het bereiken van duurzame economische groei;

    • c. de ministers bij de advisering, bedoeld onder b, tevens te adviseren over een evenwichtige verdeling van de voorstellen over de gebieden, bedoeld in onderdeel a, gelet op de verdeling van in eerdere jaren toegekende voorstellen over die gebieden;

    • d. de ministers jaarlijks een overzicht te verstrekken waaruit blijkt hoe de kwaliteit is en de voortgang verloopt van de uitvoering van alle toegekende voorstellen waarover is geadviseerd.

  • 3 Bij de uitvoering van de beoordelingstaak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b:

    • a. beperkt de commissie zich in de advisering tot voorstellen die volgens het advies, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, voldoen aan de criteria, bedoeld in dat onderdeel;

    • b. beschouwt de commissie bij een beoordeling het criterium, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, onder 1°, als leidend ten opzichte van het gewicht dat aan de criteria, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, onder 2° en 3°, wordt toegekend;

    • c. voert de commissie een integrale afweging tussen voorstellen uit waarbij een rangorde tussen die voorstellen wordt aangebracht.

  • 4 Bij de toepassing van het criterium, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, onder 1°, kan de commissie over meerdere jaren bezien een redelijke spreiding van investeringen over verschillende regio’s van het land meewegen.

  • 5 De commissie brengt een advies uit binnen een door de ministers bij het verzoek opgegeven redelijke termijn en kan in overeenstemming met de ministers van die termijn afwijken.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming en ontslag

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

  • 1 De commissie bestaat uit ten hoogste 10 leden, waaronder de voorzitter.

  • 2 De leden dragen uit hun midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter ter benoeming aan de ministers voor.

  • 3 De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid.

  • 4 Tot leden van de commissie worden benoemd:

    • a. Drs. M.H.J. Blom

    • b. Prof.dr. R.H. Dijkgraaf

    • c. Ir J.R.V.A. Dijsselbloem

    • d. Drs. L.B.J. van Geest

    • e. Prof.dr. R.M. Letschert

    • f. Mr. C.C.F.A. van Oranje-Nassau

    • g. Drs. F. Sijbesma

    • h. Drs. R.J.H.M. Smits

    • i. Mw. J.A. Tammenoms Bakker

    • j. P.T.F.M. Wennink RA

  • 5 Bij tussentijds ontslag of overlijden van een lid kunnen de ministers een ander lid benoemen.

  • 6 De ministers dragen bij de benoeming van een ander lid in een situatie als bedoeld in het vijfde lid of bij de benoeming van een nieuw lid ter vervanging van een lid van wie de benoemingstermijn is verstreken er zorg voor dat de voorzitter en de andere leden van de commissie gezamenlijk blijven beschikken over deskundigheid en kennis, waaronder wetenschappelijke kennis, ten aanzien van economische groei en verdienvermogen van Nederland in het algemeen en in het bijzonder in relatie tot infrastructuur, kennisontwikkeling, innovatie en research & development, over het doen van investeringen in innovatieve ecosystemen, en over ervaringen in het bedrijfsleven.

  • 7 De voorzitter en de andere leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de ministers.

  • 8 De voorzitter en de andere leden worden door de ministers benoemd voor de duur van drie jaren.

  • 9 Indien er een stemming binnen de commissie plaatsvindt, dan neemt mr. C.C.F.A. van Oranje-Nassau niet deel aan de stemming.

Artikel 4. Onafhankelijkheid commissie

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

  • 1 De voorzitter en de andere leden nemen op persoonlijke titel deel aan de commissie en oefenen hun adviesfunctie onafhankelijk uit.

  • 2 De voorzitter of een ander lid van de commissie verschoont zich volledig van deelname aan een adviesronde, indien diegene een relatie heeft, of voorzienbaar is dat die relatie zal ontstaan, met een partij die:

    • a. betrokken is geweest bij de voorbereiding of indiening van een voorstel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, dat van die ronde deel uitmaakt, of

    • b. niet bij de totstandkoming of indiening van een voorstel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, betrokken is geweest, maar waarbij een voorstel wezenlijk effect kan hebben op de verhoudingen op een markt of gebied waarop die partij actief is.

  • 3 De voorzitter of een ander lid van de commissie verschoont zich binnen een adviesronde van deelname aan de fases waarin een voorstel, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, afzonderlijk wordt bezien, indien diegene een relatie heeft met een partij die actief is op een markt of gebied waarop een voorstel als bedoeld in dat onderdeel, betrekking heeft, zonder dat die partij bij de totstandkoming of indiening van dat voorstel betrokken is geweest en waarbij het effect van dat voorstel niet wezenlijk zal zijn voor de verhoudingen op die markt of dat gebied.

  • 4 Voordat een adviesronde aanvang neemt, bespreekt de commissie de toepassing van het tweede en derde lid ten aanzien van de voorstellen die van die adviesronde deel uitmaken.

  • 5 De commissie stelt een reglement op waarin de werkwijze wordt geregeld voor de toepassing van het tweede tot en met vierde lid.

Artikel 6. Secretariaat

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat, waarin de ministers voorzien. De medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de commissie.

  • 2 Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

Artikel 7. Werkwijze commissie

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

  • 1 De commissie stelt vooraf een werkwijze vast voor de wijze waarop zij haar taken wil uitvoeren en legt hierover verantwoording af aan de ministers.

  • 2 De commissie kan zich bij haar werkzaamheden laten bijstaan door externe deskundigen.

  • 3 De commissie wint ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b, advies in bij het Centraal Planbureau over de maatschappelijk-economische relevantie van de voorstellen met betrekking tot in ieder geval de aspecten legitimiteit, efficiëntie en effectiviteit van die voorstellen.

  • 4 De commissie brengt adviezen en rapporten uit aan de ministers en maakt die niet openbaar voordat de ministers die aanbieden aan de Tweede Kamer. De voorzitter en andere leden van de commissie communiceren niet met derden over haar adviezen en rapporten zolang deze niet openbaar zijn.

Artikel 8. Verantwoording

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

  • 1 De commissie legt verantwoording af aan de ministers in een jaarlijks schriftelijk verslag over haar taken.

  • 2 In het verslag, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens aandacht besteed aan de wijze waarop de commissie haar onafhankelijkheid heeft bewaakt bij de toepassing van artikel 4 door inzicht te bieden in de directe en indirecte belangen van de voorzitter en de andere commissieleden bij voorstellen en de overwegingen die aan gehele of gedeeltelijke uitsluiting tot deelname aan advisering ten grondslag liggen.

Artikel 9. Vergoeding commissieleden

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

Aan de voorzitter en de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij het salaris wordt vastgesteld op schaal 18 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 0,111. Indien de gewerkte uren daartoe aanleiding geven wordt achteraf een aangepaste arbeidsduurfactor per kalenderjaar vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 10. Evaluatieverslag

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

De commissie zendt binnen drie jaar na instelling van de commissie aan de ministers een evaluatieverslag over de uitoefening van de taken van de commissie in de praktijk.

Artikel 11. Archiefbescheiden

[Regeling vervallen per 01-08-2022]

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na afronding van een advies of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,

W.B. Hoekstra

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

E.D. Wiebes

Naar boven