Instellingsbesluit Curriculumcommissie

[Regeling vervalt per 01-01-2024.]
Geraadpleegd op 05-10-2022.
Geldend van 01-08-2022 t/m heden

Besluit van 15 juli 2020 houdende de instelling van een Curriculumcommissie (Instellingsbesluit Curriculumcommissie)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap gedaan mede namens Onze Minister voor Basis- en Voorgezet Onderwijs en Media en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 13 juli 2020, nr. PO/154310 directie Primair Onderwijs;

Gelet op artikel 6, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 3

De commissie heeft tot taak te adviseren over een vernieuwd curriculum voor het primair onderwijs en voortgezet onderwijs en geeft hierbij richtinggevende aanbevelingen voor bijstelling van de kerndoelen en eindtermen waarmee het formele curriculum wettelijk is vastgelegd, evenals aanbevelingen voor de inrichting van een systematiek voor periodieke herijking van het curriculum. De adviestaak ziet ten minste toe op:

  • a. de technische en inhoudelijke bruikbaarheid van de voorstellen van Curriculum.nu voor het ontwikkelen van kerndoelen;

  • b. de werkopdracht voor het ontwikkelen van kerndoelen, evenals over de ontwerptijdverdeling en de wijze van formulering van de kerndoelen die hier onderdeel van zijn;

  • c. de werkopdracht voor het ontwikkelen van eindtermen, evenals over de ontwerptijdverdeling en de wijze van formulering van de eindtermen die hier onderdeel van zijn;

  • d. de mate waarin de vernieuwde kerndoelen en eindtermen voldoen aan de doelstellingen van de curriculumherziening met bijzondere aandacht voor het terugdringen van overladenheid en het bevorderen van kansengelijkheid;

  • e. de eigen werkwijze en samenstelling bij afronding van haar advieswerkzaamheden, met het oog op een in te richten systematiek van periodieke herijking van het curriculum.

Artikel 5

  • 1 De commissie brengt uiterlijk 1 september 2023 haar eindadvies uit. Dit eindadvies wordt voorafgegaan door een of meerdere tussenrapportages die zien op de adviestaak zoals beschreven in artikel 3.

  • 2 De commissie brengt de adviezen uit aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media gezamenlijk.

  • 3 Na het uitbrengen van het eindadvies is de commissie opgeheven.

Artikel 6

De archiefbescheiden van de commissie wordt na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van de directie Organisatie en Bedrijfsvoering van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 7

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2024.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij horende nota van toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 juli 2020

Willem-Alexander

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.W. Knops

Naar boven