Subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional

[Regeling vervalt per 01-10-2023.]
Geldend van 02-10-2018 t/m 30-06-2020

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 juni 2020, kenmerk 1706351-205163-J, houdende regels voor de subsidiëring van de procedure voor erkenning van eerder verworven competenties van vakbekwame hbo Jeugd- en gezinsprofessionals (Subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze aanhef. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 1. Definities

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV): Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  • de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;

  • EVC: Erkenning Verworven Competenties;

  • EVC-aanbieder: organisatie die een EVC-procedure uitvoert en voor de EVC-standaard is geregistreerd in het register van het Nationaal Kenniscentrum EVC;

  • EVC-procedure: geheel van processtappen en gehanteerde instrumenten waarmee verworven competenties worden beoordeeld ten opzichte van de EVC-standaard;

  • EVC-standaard: de EVC-standaard vakbekwame hbo jeugd- en gezinsprofessional erkend door het Nationaal Kenniscentrum EVC;

  • instelling in het jeugddomein: instelling, dan wel zelfstandige zonder personeel, werkzaam op het terrein als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit Jeugdwet;

  • jeugdprofessional: natuurlijk persoon die ingeschreven staat, of ingeschreven is geweest, in het kwaliteitsregister jeugd;

  • Kaderregeling: de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • kwaliteitsregister jeugd: kwaliteitsregister als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit Jeugdwet;

  • minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Op deze regeling zijn de artikelen 1.5, 4.3, eerste lid, 7.2, 7.3, 7.5 tot en met 7.8 en 10.1 van de Kaderregeling niet van toepassing.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 3. Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling in het jeugddomein of een jeugdprofessional voor het deelnemen aan een EVC-procedure door een jeugdprofessional.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

De subsidie bedraagt € 450 per EVC-procedure.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 5. Subsidievoorwaarden

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 De minister verstrekt subsidie voor ten hoogste één EVC-procedure per jeugdprofessional.

  • 2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien:

    • a. de jeugdprofessional tussen 1 januari 2018 en 31 maart 2018 een aanvraag tot inschrijving in het kwaliteitsregister jeugd heeft ingediend, waarop inschrijving van de jeugdprofessional in de kamer jeugd- en gezinsprofessionals plaatsvond;

    • b. de inschrijving genoemd onder onderdeel a, een inschrijving in de zin van artikel 5.1.3 van het Besluit Jeugdwet is;

    • c. de jeugdprofessional uiterlijk 1 maart 2023 is gestart met de EVC-procedure.

  • 3 Een subsidie kan op grond van deze regeling enkel aan een instelling worden verstrekt indien de instelling voldoet aan de voorwaarden uit de de-minimisverordening of de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Stcrt. 2020, 63238, datum inwerkingtreding 05-12-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot 01-10-2018.

Het tweede lid, komt te luiden:

2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van een jeugdprofessional die:

  • a. tussen 1 januari 2018 en 31 maart 2018 in de kamer jeugd- en gezinsprofessional van het kwaliteitsregister jeugd is ingeschreven onder de voorwaarden genoemd in artikel 5.1.3 van het Besluit Jeugdwet en uiterlijk 1 maart 2023 is gestart met de EVC-procedure; of

  • b. tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 een aanvraag tot inschrijving in de kamer jeugd- en gezinsprofessional van het kwaliteitsregister jeugd heeft ingediend, hierin is ingeschreven onder de voorwaarde dat bij de eerste herregistratie scholing op het niveau van passend hoger beroepsonderwijs is voltooid en uiterlijk 1 maart 2023 is gestart met de EVC-procedure.

Artikel 6. Wijze van subsidieverstrekking

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Indien subsidie door een jeugdprofessional wordt aangevraagd, wordt de subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag van € 450, overeenkomstig artikel 7 van de onderhavige regeling.

  • 2 Indien subsidie door een instelling wordt aangevraagd voor activiteiten die reeds hebben plaatsgevonden, wordt de subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd, overeenkomstig artikel 7 van de onderhavige regeling.

  • 3 Indien subsidie door een instelling wordt aangevraagd voor activiteiten die nog plaats zullen vinden en de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt subsidie ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, overeenkomstig artikel 8 van de onderhavige regeling.

  • 4 Indien subsidie door een instelling wordt aangevraagd voor activiteiten die nog plaats zullen vinden en de subsidie meer dan € 25.000 bedraagt, wordt subsidie vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd, overeenkomstig artikel 9 van de onderhavige regeling.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 7. Subsidies waarbij de subsidiabele activiteiten reeds hebben plaatsgevonden

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 De aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, toont aan de hand van een opgave van de kosten aan dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zijn verricht.

  • 2 De aanvraag tot vaststelling voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid, gaat tevens vergezeld van een de-minimisverklaring.

  • 3 In aanvulling op het eerste en tweede lid overlegt de aanvrager van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt een verklaring van het bestuur van de betreffende instelling waarin wordt vermeld welke jeugdprofessionals hebben deelgenomen aan de EVC-procedure.

  • 5 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 8. Subsidies tot € 25.000 waarbij de subsidiabele activiteiten nog plaats zullen vinden

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 De aanvraag tot verlening voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, derde lid, gaat vergezeld van:

    • a. een de-minimisverklaring; of

    • b. een verklaring waarin de aanvrager aangeeft geen onderneming in moeilijkheden te zijn als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2 De aanvraag tot verlening wordt uiterlijk 1 maart 2023 ingediend.

  • 3 De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 6, derde lid, toont op de in het besluit tot verlening bepaalde wijze aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht.

  • 4 De minister neemt binnen 22 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 9. Subsidies vanaf € 25.000 waarbij de subsidiabele activiteiten nog plaats zullen vinden

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 De aanvraag tot verlening voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, vierde lid, gaat vergezeld van:

    • a. een de-minimisverklaring; of

    • b. een verklaring waarin de aanvrager aangeeft geen onderneming in moeilijkheden te zijn als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2 De aanvraag tot verlening wordt uiterlijk 1 maart 2023 ingediend.

  • 3 De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 6, vierde lid, toont aan de hand van een opgave van de kosten aan dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zijn verricht.

  • 4 In aanvulling op het derde lid overlegt een aanvrager van een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt een verklaring van het bestuur van de betreffende instelling waarin wordt vermeld welke jeugdprofessionals hebben deelgenomen aan de EVC-procedure.

  • 5 Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 6, vierde lid, wordt uiterlijk ingediend op 1 augustus 2023.

  • 6 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 10. Hardheidsclausule

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2020 en werkt terug tot en met 1 oktober 2018. De regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2023.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Artikel 12. Citeertitel

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

H.M. de Jonge

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 35683, datum inwerkingtreding 01-07-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit regeling-sluiting. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-10-2018.

Terug naar begin van de pagina