Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland

[Regeling vervalt per 31-12-2023.]
Geraadpleegd op 18-05-2022.
Geldend van 01-01-2022 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 mei 2020, nr. 2020-0000031778, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling voor de financiering van kinderopvang in Caribisch Nederland (Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland)

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • buitenschoolse opvang: kinderopvang verzorgd door een kinderopvangorganisatie voor kinderen in de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd evenals gedurende vrije dagen of middagen en in schoolvakanties;

  • Caribisch Nederland: eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • dagdeel: een blok van minimaal 4 aaneengesloten uren kinderopvang;

  • dagopvang: kinderopvang verzorgd door een kinderopvangorganisatie voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar, het moment waarop de kinderen naar het basisonderwijs gaan;

  • exploitant: een natuurlijk persoon van achttien jaar of ouder of rechtspersoon die een kinderopvangorganisatie exploiteert;

  • exploitatievergunning: de door het openbaar lichaam verleende vergunning voor het exploiteren van kinderopvang;

  • gastouder: degene van achttien jaar of ouder die gastouderopvang biedt, met uitzondering van degene:

  • gastouderopvang: kinderopvang die plaatsvindt in een gezinssituatie die betrekking heeft op gelijktijdige opvang van ten hoogste zes kinderen waaronder begrepen de bloedverwant of aanverwant in neergaande lijn van de gastouder of zijn partner waarbij de opvang plaatsvindt:

    • a. op het woonadres van de gastouder, of

    • b. op het woonadres van een van de ouders van de kinderen voor wie de gastouder opvang biedt;

  • kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;

  • kinderopvangorganisatie: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt;

  • kindplaatssubsidie: een door het openbaar lichaam vastgestelde aanvullende subsidie per kind aan een kinderopvangorganisatie voor een ouder die voldoet aan de door het openbaar lichaam vastgestelde criteria;

  • kostprijs verlagende subsidie: een subsidie voor alle kinderopvangorganisaties, die in het bezit zijn van een exploitatievergunning, dan wel in afwachting zijn van een besluit omtrent de exploitatievergunning en in 2019 aantoonbaar kinderen hebben opgevangen, om het door de ouders te betalen bedrag aan de kinderopvang te verlagen en om te investeren in de kwaliteit van de kinderopvang;

  • minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • openbaar lichaam openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft;

  • ouderbijdrage: het door het openbaar lichaam in afstemming met het Rijk vastgestelde tarief dat een ouder per maand op basis van volledige kinderopvang moet betalen en dat de kinderopvangorganisatie de ouder in rekening brengt na aftrek van de kindplaatssubsidie, indien van toepassing;

  • programma BES(t) 4 kids: en door de openbare lichamen van Caribisch Nederland en het Rijk ingesteld programma dat tot doel heeft om de kinderopvang in Caribisch Nederland te verbeteren en voor ouders financieel toegankelijk te maken;

  • transitieplan: een door het openbaar lichaam goedgekeurd plan van een kinderopvangorganisatie waarin de kinderopvangorganisatie vastlegt welk deel van de subsidie wordt gebruikt voor het verlagen van het door de ouders te betalen bedrag aan kinderopvang en welk deel wordt ingezet voor investeringen in de kwaliteit van de kinderopvang.

Artikel 2. Doel subsidie

In de jaren 2020, 2021 en 2022 worden tijdelijk financiële middelen beschikbaar gesteld voor het verlagen van de kosten van kinderopvang voor ouders van kinderen in Caribisch Nederland om de financiële toegankelijkheid van de kinderopvang en buitenschoolse opvang te verbeteren en tegelijkertijd de kwaliteit van de opvang te verbeteren.

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 5. Subsidieplafond Sint Eustatius kostprijs verlagende subsidie

  • 1 Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Sint Eustatius voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 een bedrag van $ 1.058.400 beschikbaar.

  • 2 Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Sint Eustatius voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022 een bedrag van $ 1.500.000 beschikbaar.

Artikel 6. Subsidieplafond Bonaire kostprijs verlagende subsidie

  • 1 Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Bonaire voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 een bedrag van $ 5.760.000 beschikbaar.

  • 2 Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Bonaire voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022 een bedrag van $ 10.500.000 beschikbaar.

Artikel 7. Subsidieplafond Saba kostprijs verlagende subsidie

  • 1 Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020 een bedrag van $ 0 beschikbaar.

  • 2 Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 een bedrag van $ 350.000 beschikbaar.

  • 3 Voor het verlenen van een kostprijs verlagende subsidie op grond van deze regeling is voor kinderopvang op Saba voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022 een bedrag van $ 775.000 beschikbaar.

Artikel 8. Wijze van verdeling beschikbare middelen kostprijs verlagende subsidie

  • 1 Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen een volledige aanvraag in behandeling wordt genomen.

  • 2 Een subsidieaanvraag is volledig als het aanvraagformulier volledig is ingevuld, is ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de kinderopvangorganisatie en de gevraagde documenten zijn bijgevoegd.

  • 3 Als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het eerste lid geldt het tijdstip waarop de volledige aanvraag is ontvangen.

Artikel 9. Subsidieaanvraag kostprijs verlagende subsidie

  • 1 Aanvragen voor een kostprijs verlagende subsidie worden ingediend bij de minister door middel van een door de minister vastgesteld aanvraagformulier dat beschikbaar is op www.mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl.

  • 2 Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen.

  • 3 In de aanvraag neemt de kinderopvangorganisatie in ieder geval op:

    • a. het maximale aantal kinderen dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen conform de exploitatievergunning of het aantal kinderen dat is opgenomen in de aanvraag voor een exploitatievergunning;

    • b. het aantal dagdelen per kind dat de kinderopvangorganisatie het komende halfjaar verwacht op te vangen;

    • c. het type opvang dat de kinderopvangorganisatie verzorgt, uitgesplitst naar dagopvang en buitenschoolse opvang;

    • d. een prognose van de begroting voor het komende halfjaar;

    • e. een afschrift van de exploitatievergunning, dan wel een afschrift van de aanvraag voor een exploitatievergunning;

    • f. een afschrift van een recent bankafschrift van de kinderopvangorganisatie;

    • g. een recent uittreksel uit het handelsregister, inclusief een eventueel mandaat bij een gezamenlijke tekenbevoegdheid.

  • 4 Door het indienen van een aanvraag stemt de kinderopvangorganisatie er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.

  • 5 Indien een kinderopvangorganisatie het aantal kindplaatsen wenst uit te breiden dan kan hij voor die uitbreiding een herziene aanvraag indienen.

  • 6 In de herziene aanvraag geeft de kinderopvangorganisatie het maximale aantal kinderen aan dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen conform de meest recente exploitatievergunning en verstrekt hiertoe de meest recente exploitatievergunning.

  • 7 Indien een kinderopvangorganisatie in afwachting is van een besluit omtrent de exploitatievergunning en de kinderopvangorganisatie wil een herziene aanvraag indienen om het aantal kinderen uit te breiden, dan laat de minister zich adviseren door het openbaar lichaam waar de kinderopvang plaatsvindt over het maximale aantal kinderen dat de kinderopvangorganisatie mag opvangen.

  • 8 De kinderopvangorganisatie krijgt geen subsidie voor de opvang van kinderen van gastouders.

  • 9 De kinderopvangorganisatie moet op uiterlijk de laatste dag van de eerste maand van het halfjaar een aanvraag hebben ingediend om voor de uitbetaling van de subsidie voor het desbetreffende halfjaar in aanmerking te komen.

Artikel 10. Voorwaarden kostprijs verlagende subsidie

  • 1 Alleen kinderopvangorganisaties die in het bezit zijn van een exploitatievergunning, dan wel in afwachting zijn van een beslissing omtrent de aanvraag van een exploitatievergunning en in 2019 aantoonbaar kinderen hebben opgevangen komen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie.

  • 2 Indien een kinderopvangorganisatie in afwachting is van een beslissing als bedoeld in het eerste lid en de exploitatievergunning op 1 februari 2021 niet is verleend, stopt de subsidieverlening of zoveel eerder indien het openbaar lichaam een negatief advies op het besluit heeft genomen.

  • 3 De kinderopvangorganisatie komt alleen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie voor kinderen die zijn ingeschreven als ingezetenen bij het openbaar lichaam waar de opvang plaats vindt.

  • 4 De kinderopvangorganisatie komt alleen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie als er sprake is van een schriftelijke overeenkomst betreffende de kinderopvang, tussen de kinderopvangorganisatie en de ouder.

  • 5 De kinderopvangorganisatie komt alleen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie als er sprake is van een door het openbaar lichaam goedgekeurd transitieplan of indien het transitieplan uiterlijk 1 december 2021, of, indien de beschikking tot subsidieverlening is gedateerd op of na 2 augustus 2021, vier maanden na de dag waarop de subsidie is verleend, is goedgekeurd door het openbaar lichaam.

  • 6 De kinderopvangorganisatie komt alleen in aanmerking voor een kostprijs verlagende subsidie als er sprake is van kinderopvang zoals in de overeenkomst, bedoeld in het vierde lid, is vastgelegd.

  • 7 De minister kan indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, op advies van het openbaar lichaam een uitzondering maken in het belang van het kind.

Artikel 11. Verplichtingen kostprijs verlagende subsidie

  • 1 Indien er geen sprake is van een kindplaatssubsidie die de ouderbijdrage volledig compenseert, is de kinderopvangorganisatie verplicht een ouderbijdrage aan de ouder in rekening te brengen.

  • 2 De kinderopvangorganisatie is verplicht zich aan de in het transitieplan gemaakte afspraken te houden.

  • 3 De kinderopvangorganisatie werkt mee aan het programma BES(t) 4 kids en kostprijsonderzoeken die in het kader van het programma worden uitgevoerd.

Artikel 12. Hoogte kostprijs verlagende subsidie

  • 1 De hoogte van de kostprijs verlagende subsidie per dagdeel per kind voor de dagopvang bedraagt voor de periode van:

    • a. 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021: $ 5 op Bonaire, $ 2 op Sint Eustatius en $ 3,90 op Saba;

    • b. 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021: $ 6,88 op Bonaire, $ 3,88 op Sint Eustatius en $ 3,90 op Saba;

    • c. 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022: $ 7,63 op Bonaire en $ 4,38 op Sint Eustatius en Saba.

  • 2 De hoogte van de kostprijs verlagende subsidie per dagdeel per kind voor de buitenschoolse opvang bedraagt voor de periode van:

    • a. 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021: $ 7,50 op Bonaire, $ 10 op Sint Eustatius en $ 11,25 op Saba;

    • b. 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021: $ 11,25 op Bonaire, $ 11,25 op Sint Eustatius en $ 11,25 op Saba;

    • c. 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022: $ 12,50.

  • 3 De hoogte van de kostprijs verlagende subsidie voor de gastouderopvang per dagdeel per kind voor de dagopvang bedraagt op Bonaire voor de periode van:

    • a. 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021: $ 2,50;

    • b. 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021: $ 4,38;

    • c. 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022: $ 4,88.

  • 4 De hoogte van de kostprijs verlagende subsidie voor de gastouderopvang per dagdeel per kind voor de buitenschoolse opvang bedraagt op Bonaire voor de periode van:

    • a. 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021: $ 5,00;

    • b. 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021: $ 8,75;

    • c. 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022: $ 9,75.

  • 5 De subsidie bedraagt voor een kinderopvangorganisatie per locatie maximaal de hoogte van de kostprijs verlagende subsidie vermenigvuldigd met het maximale aantal kinderen dat volgens de exploitatievergunning wordt opgevangen. Het maximale aantal dagdelen per kind is twee dagdelen per dag en 40 dagdelen per maand voor de dagopvang en maximaal één dagdeel per dag en 20 dagdelen per maand voor de buitenschoolse opvang, met uitzondering van schoolvakanties waarbij buitenschoolse opvang maximaal twee dagdelen per dag is.

  • 6 In afwijking van het eerste tot en met vierde lid kan de minister op aanvraag de kostprijs verlagende subsidie op een openbaar lichaam verhogen met ten hoogste de minimale ouderbijdrage voor de betreffende opvangsoort op dat openbaar lichaam, indien de continuïteit van de kinderopvang anders in het gedrang komt.

Artikel 13. Hoogte ouderbijdrage

  • 1 Voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 bedraagt voor de ouders op Bonaire de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

    • a. dagopvang: minimaal $ 150 en maximaal $ 200;

    • b. buitenschoolse opvang: minimaal $ 100 en maximaal $ 200;

    • c. dagopvang bij gastouderopvang: minimaal $ 150 en maximaal $ 175;

    • d. buitenschoolse opvang bij gastouderopvang: minimaal $ 100 en maximaal $ 200.

  • 2 Voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 30 december 2022 bedraagt voor de ouders op Bonaire de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

    • a. dagopvang: minimaal $ 100 en maximaal $ 125;

    • b. buitenschoolse opvang: minimaal $ 50 en maximaal $ 125;

    • c. dagopvang bij gastouderopvang: $ 100;

    • d. buitenschoolse opvang bij gastouderopvang: minimaal $ 50 en maximaal $ 125.

  • 3 Voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 bedraagt voor de ouders op Sint Eustatius de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

    • a. dagopvang: $ 150;

    • b. buitenschoolse opvang: $ 75.

  • 4 Voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 30 december 2022 bedraagt voor de ouders op Sint Eustatius de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

    • a. dagopvang: $ 100;

    • b. buitenschoolse opvang: $ 50.

  • 5 Voor de ouders op Saba bedraagt de ouderbijdrage bij het maximale aantal dagdelen per maand, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, voor de:

    • a. dagopvang: $ 100;

    • b. buitenschoolse opvang: $ 50.

  • 6 Indien de ouderbijdrage die de kinderopvangorganisatie in rekening bij de ouder heeft gebracht voor 1 juli 2020, lager is dan de ouderbijdrage zoals opgenomen in het eerste tot en met vijfde lid, kan de minister op advies van het openbaar lichaam afwijken van de bedragen genoemd in deze leden.

  • 7 Indien de kinderopvangorganisatie er voor kiest een hogere ouderbijdrage in rekening te brengen bij de ouder dan de maximale bedragen bedoeld in dit artikel, zal de subsidie worden gekort met het bedrag dat ligt boven de maximale ouderbijdrage.

Artikel 14. Kindplaatssubsidie

  • 1 De kinderopvangorganisatie kan in aanvulling op de kostprijs verlagende subsidie in aanmerking komen voor een kindplaatssubsidie.

  • 2 De minister laat zich adviseren over de kindplaatssubsidie door het openbaar lichaam waar de kinderopvang plaats vindt.

  • 3 De aanvraag voor een kindplaatssubsidie wordt door de kinderopvangorganisatie, die in het bezit is van een advies van het openbaar lichaam, bij de minister ingediend.

  • 4 Dit advies bevat:

    • a. de toekenning van de kindplaatssubsidie, waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen van de ouder en andere criteria door het openbaar lichaam vastgesteld;

    • b. de hoogte van de kindplaatssubsidie;

    • c. de hoogte van de ouderbijdrage.

Artikel 15. Subsidieverlening en betaling

  • 1 In de verleningsbeschikking voor de kostprijs verlagende subsidie en kindplaatssubsidie is de hoogte van het subsidiebedrag opgenomen.

  • 2 De subsidiebedragen worden in dollars verleend, uitgekeerd en vastgesteld.

  • 3 Het advies van het openbaar lichaam maakt deel uit van de motivering van de verleningsbeschikking.

  • 4 De minister betaalt de kostprijs verlagende subsidies en de kindplaatssubsidies per kwartaal in de vorm van een voorschot.

  • 5 Na afloop van ieder halfjaar wordt het volgende voorschot opnieuw bepaald op basis van de informatie als bedoeld in artikel 16 en vindt zo nodig verrekening plaats met betrekking tot het voorgaande halfjaar.

  • 6 De kinderopvangorganisatie kan bij de minister een aanvraag doen tot een eenmalig voorschot met een maximale hoogte van 35% van het bedrag vastgesteld aan de hand van de informatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid. Dit voorschot wordt in het laatste kwartaal voorafgaand aan de vaststelling verrekend.

  • 7 De kinderopvangorganisatie kan bij de minister in de periode van 15 tot en met 31 maart of van 15 tot en met 30 september een aanvraag doen om het voorschot, bedoeld in het vierde lid, voor het volgende kwartaal te verhogen met ten minste 10% ten opzichte van daaraan voorafgaande kwartaal.

  • 8 De looptijd van de subsidie wordt bepaald bij verleningsbeschikking maar eindigt in ieder geval op 31 december 2022.

Artikel 16. Informatieverplichtingen

  • 1 Na afloop van ieder halfjaar is de kinderopvangorganisatie verplicht om in een door de minister verstrekt formulier de afname van het aantal dagdelen per kind van dat halfjaar op te nemen en aan de minister te verstrekken alsmede een actualisatie van de gegevens met betrekking tot het aantal kinderen dat in het daaropvolgende halfjaar wordt verwacht en het aantal af te nemen dagdelen.

  • 2 De administratie van een kinderopvangorganisatie is inzichtelijk en controleerbaar ingericht zodat op verzoek van de minister, onverwijld de gegevens of inlichtingen over de gegevens, bedoeld in het derde lid, kunnen worden verstrekt die voor de aanspraak van een kinderopvangorganisatie op en de hoogte van de kostprijs verlagende subsidie en kindplaatssubsidie en het voorschot daarop van belang kunnen zijn.

  • 3 De administratie van een kinderopvangorganisatie bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a. een overzicht van alle ingeschreven kinderen, vermeldende per kind: naam, geboortedatum, adres, postcode, woonplaats en de naam, het adres en telefoonnummer van de ouder,

    • b. afschriften van alle met ouders overeengekomen schriftelijke overeenkomsten per kind, vermeldende per overeenkomst: de soort kinderopvang waarop de overeenkomst betrekking heeft, het voor de ouder te betalen tarief per maand, het aantal overeengekomen dagdelen, de begin- en einddatum van de opvang en de duur van de overeenkomst,

    • c. facturen en betaalbewijzen waaruit de betalingen van de ouder aan de kinderopvangorganisatie blijken, en

    • d. een kwartaaloverzicht met daarin opgave van het aantal dagdelen per maand dat per kind is afgenomen.

  • 4 De kinderopvangorganisatie bewaart de administratie gedurende ten minste vijf jaar na vaststelling van de subsidie.

  • 5 Indien er vermoedens zijn dat de met ouders overeengekomen schriftelijke overeenkomsten per kind onjuist zijn, kan de minister de kinderopvangorganisatie verzoeken om in contact gebracht te worden met de ouder.

  • 6 Indien de administratie van een kinderopvangorganisatie niet op zodanige wijze is ingericht dat hij voldoet aan de verplichtingen in dit artikel genoemd, wordt de kinderopvangorganisatie binnen een door de minister te bepalen termijn in de gelegenheid gesteld dit te herstellen.

  • 7 Indien de administratie niet binnen een door de minister bepaalde termijn is hersteld wordt de beschikking tot subsidieverlening ingetrokken.

  • 8 De kinderopvangorganisatie is verplicht om wijzigingen in de volgende gegevens onverwijld door te geven aan de minister:

    • a. de einddatum van de overeenkomst;

    • b. het niet langer verzorgen van kinderopvang;

    • c. het intrekken van de exploitatievergunning;

    • d. het niet voldoen aan of intrekken van het transitieplan.

Artikel 17. Weigeringsgronden

De subsidie wordt in ieder geval niet verleend indien:

  • a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de krachtens deze regeling gestelde voorwaarden;

  • b. de subsidieplafonds bedoeld in de artikelen vijf tot en met zeven, reeds door eerder ingediende aanvragen zijn uitgeput.

Artikel 18. Intrekking subsidie

  • 1 Indien de exploitatievergunning van de kinderopvangorganisatie wordt ingetrokken stopt de subsidie per datum waarop de exploitatievergunning is ingetrokken en wordt de beschikking ingetrokken.

  • 2 Onverminderd artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken, of ten nadele van de kinderopvangorganisatie worden gewijzigd, indien binnen drie maanden na het verlenen van de subsidiebeschikking geen aanvang is gemaakt met het verzorgen van kinderopvang.

  • 3 Indien niet aan de voorwaarden en verplichtingen die in deze regeling zijn opgenomen is voldaan, kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken, of ten nadele van de kinderopvangorganisatie worden gewijzigd.

  • 4 Indien de beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken, kan het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd geheel of gedeeltelijk van de kinderopvangorganisatie worden teruggevorderd.

  • 5 Het vierde lid is niet van toepassing, indien de beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken omdat niet is voldaan aan artikel 10, vijfde lid.

Artikel 19. Verantwoording en vaststellen subsidie

  • 1 De ontvanger van een subsidie, toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 De minister neemt binnen 22 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.

  • 3 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 19a. Vrijstelling

  • 1 De minister kan op verzoek van het openbaar lichaam, voor zover het belang van de veiligheid of de gezondheid van de kinderen of het personeel zich daartegen niet verzet, een kinderopvangorganisatie of gastouder voor een periode van ten hoogste drie maanden vrijstelling verlenen van de artikelen 10, zesde lid, of 11, eerste lid, indien die organisatie of gastouder als gevolg van een calamiteit niet aan de in die artikelen genoemde voorwaarden kan voldoen.

  • 2 De periode, genoemd in het eerste lid, kan eenmalig met drie maanden worden verlengd.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 8 mei 2020

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

T. van Ark

Naar boven