Deelregeling Kunstpodia 2020–2024

Geldend van 12-05-2020 t/m heden

Deelregeling Kunstpodia 2020-2024

Het bestuur van het Mondriaan Fonds

Gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. het fonds: het Mondriaan Fonds;

  • b. het bestuur: de directeur-bestuurder van het fonds;

  • c. kunstpodium: een organisatie al dan niet met rechtspersoonlijkheid gevestigd in Nederland, zonder collectie, die een publiekstoegankelijk podium biedt voor de presentatie van vernieuwend of experimenteel aanbod van hedendaagse beeldende kunst en tot primair doel heeft hedendaagse beeldende kunst te presenteren waarbij winst niet het primair oogmerk is;

  • d. programma: een serie van inhoudelijk samenhangende activiteiten gericht op presentatie, experiment, opinie en debat, zoals tentoonstellingen, discussiebijeenkomsten en lezingen;

  • e. beeldend kunstenaar: degene die op professionele wijze werk maakt binnen het kader van de beeldende kunsten;

  • f. beeldende kunst: hedendaagse en actuele vormen van verbeelding die door beeldend kunstenaars worden vervaardigd binnen één of meer van de volgende terreinen:

    • teken-, schilder- en grafische kunsten,

    • beeldhouwkunst, (sociale) sculptuur en installatiekunst,

    • conceptuele kunst, performancekunst, artistiek onderzoek,

    • niet-traditionele vormen van beeldende kunst,

    • fotografie,

    • audiovisuele, digitale, geluids- en (nieuwe) mediakunst,

    • beeldende kunsttoepassingen,

    • kunst in de openbare ruimte;

  • g. aanvrager: een kunstpodium dat een aanvraag doet;

  • h. Nederland: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten inclusief de bijzondere gemeentes Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;

  • i. bevoegd adviesorgaan: een onder welke benaming dan ook door het bestuur aangewezen adviseur of adviescommissie aan wie is opgedragen aanvragen op grond van een of meer deelregelingen te beoordelen;

  • j. pluriformiteit: culturele, geografische en andere vormen van diversiteit.

Artikel 1.2. Doel

Het Mondriaan Fonds kan op grond van deze regeling subsidies verstrekken aan kunstpodia die met hun programma bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardig en pluriform aanbod van hedendaagse beeldende kunst in Nederland en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor.

Artikel 1.3. Subsidievormen

  • 1 Een aanvrager kan op grond van deze regeling subsidie aanvragen voor één van onderstaande categorieën:

    • a) Kunstpodium Start, subsidie wordt verstrekt voor een periode van één kalenderjaar,

    • b) Kunstpodium Basis, subsidie wordt verstrekt voor een periode van twee kalenderjaren;

    • c) Kunstpodium Pro, subsidie wordt verstrekt voor een periode van drie kalenderjaren;

    • d) Kunstpodium Breed, subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier kalenderjaren.

  • 2 Een instelling kan slechts één aanvraag indienen. Een instelling vraagt aan voor één van de bovenstaande categorieën.

Artikel 1.4. Subsidieplafond

  • 1 Het bestuur stelt jaarlijks bij bestuursbesluit een subsidieplafond in voor de vier categorieën als bedoeld in artikel 1.3 eerste lid.

  • 2 In dit besluit worden de aantallen per categorie en de hoogte van de bedragen per categorie vastgelegd.

  • 3 De besluiten, zoals bedoeld in het eerste lid, worden bekendgemaakt op de website van het fonds.

Artikel 1.5. Weigeringsgronden

  • 1 Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd, aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van een andere regeling van het Mondriaan Fonds dan wel op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.

  • 2 Subsidie wordt in ieder geval geweigerd, voor zover de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat het de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft.

  • 3 Het bestuur kan subsidie weigeren:

    • a. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;

    • b. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;

    • c. als de aanvrager niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

Paragraaf 2. Procedure

Artikel 2.1. Indieningsperiode en termijn

  • 1 Het bestuur stelt jaarlijks een aanvraagronde vast. De bijbehorende indiendata worden tijdig bekend gemaakt.

  • 2 Bij de openstelling van een aanvraagronde kan het bestuur voor die ronde nadere voorwaarden stellen.

Artikel 2.2. Aanvraagformulier

  • 1 De aanvraag wordt digitaal ingediend.

  • 2 Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende periode en categorie als bedoeld in artikel 1.3 eerste lid.

  • 3 Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraag formuliertijdig is ontvangen door het Mondriaan Fonds en vergezeld gaat van de vereiste bijlagen.

  • 4 De aanvrager kan voor niet meer dan één categorie subsidie aanvragen en dient in zijn aanvraag te vermelden voor welke subsidie, zoals bedoeld in artikel 1.3 eerste lid, het een aanvraag indient.

Artikel 2.3. Adviescommissie

  • 1 Aanvragen worden voorgelegd aan een adviescommissie, mits zij voldoen aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen.

  • 2 De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de per categorie bepaalde beoordelingscriteria.

  • 3 De adviescommissie kan daarbij gebruik maken van eerder aan het Mondriaan Fonds uitgebrachte adviezen en rapportages.

  • 4 De adviescommissie kan adviseren over de indeling van de aanvragen waarover het een positief advies heeft uitgebracht in één van de vier categorieën, zoals bedoeld in artikel 1.3 eerste lid.

  • 5 Bij de advisering wordt pluriformiteit van de totale groep te honoreren kunstpodia meegewogen.

Artikel 2.4. Honorering en verdeling budget

  • 1 De adviescommissie verdeelt de aanvragen per categorie onder in twee groepen: de Groep Honoreren en de Groep Niet Honoreren.

  • 2 Als de subsidieplafonds ontoereikend zijn om alle subsidiabele aanvragen te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.

  • 3 Het bestuur verdeelt de beschikbare subsidies per categorie volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen, totdat het in artikel 1.4 eerste lid bedoelde subsidieplafond is bereikt of het in het in artikel 1.4 tweede lid bedoelde aantal is bereikt.

  • 4 Indien het subsidieplafond en het aantal in een bepaalde categorie niet bereikt wordt, kan het bestuur besluiten het subsidieplafond uit een andere categorie te verhogen.

  • 5 Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt steeds de eerstvolgende aanvraag in de Groep Honoreren toegewezen voor het geadviseerde subsidiebedrag totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 6 De resterende aanvragen worden afgewezen.

Artikel 2.5. Besluit

  • 1 Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterlijke indieningsdatum schriftelijk over zijn besluit.

  • 2 Een subsidie kan alleen worden toegekend als de adviescommissie een positief advies heeft uitgebracht over de aanvraag.

  • 3 Indien een aanvrager in de komende beleidsplanperiode wordt opgenomen in de Basisinfrastructuur, dan komt het toegekende bedrag voor die periode te vervallen.

  • 4 Als het besluit samenhangt met een subsidiebeslissing van de rijksoverheid, dan kan het bestuur een ontbindende voorwaarde in zijn besluit opnemen.

  • 5 De bij wijze van voorschot uitgekeerde subsidie als bedoeld in dit artikel bedraagt maximaal 90 procent van de het subsidiebedrag. De resterende 10 procent zal na goedkeuring van de in paragraaf zeven bedoelde verantwoording worden uitbetaald.

Paragraaf 3. Kunstpodium start

Artikel 3.1. De aanvrager

De aanvrager is een klein kunstinitiatief, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, zoals samenwerkingsverbanden, collectieven, al dan niet tijdelijk of nomadisch, met een al dan niet regelmatig programma van experimentele presentaties en activiteiten.

Artikel 3.3. Drempelnorm

  • 1 De aanvrager die in aanmerking wil komen voor een Subsidie Kunstpodium Start:

    • toont aan dat minimaal 10 procent van de begroting is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten voor de structurele kosten van de organisatie;

    • onderschrijft de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • 2 Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan de drempelnormen in behandeling te nemen als de aanvrager hieraan in zeer beperkte mate niet voldoet. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit de aanvraag te honoreren. Het besluit voorwaarden te stellen is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de drempelnormen.

Artikel 3.4. Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop bevat de aanvraag:

  • Een korte beschrijving van het initiatief, betrokken personen, de activiteiten in het recente verleden en de ambities voor de nabije toekomst;

  • Een toelichting waarom op dit moment een bijdrage van belang is en op welke manier de bijdrage ook op langere termijn een impuls voor het initiatief kan betekenen;

  • Een toelichting op het lokale belang van het initiatief, zoals ook kan blijken uit bijdragen van de lokale overheid;

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Artikel 3.5. Beoordelingscriteria

De adviescommissie beoordeelt of het initiatief van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland aan de hand van de volgende criteria in onderlinge samenhang:

  • a) artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden;

  • b) artistiek/inhoudelijke kwaliteit van de activiteiten uit het plan;

  • c) publieksbereik;

  • d) lokale en regionale inbedding.

Paragraaf 4. Kunstpodium basis

Artikel 4.1. De aanvrager

De aanvrager is een instelling met een kleine professionele organisatie met rechtspersoonlijkheid met een jaarprogramma met presentaties en activiteiten.

Artikel 4.3. Drempelnormen

  • 1 De aanvrager die in aanmerking wil komen voor een Subsidie Kunstpodium Basis:

    • voerde in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een programma uit, zoals bedoeld in artikel 1 sub d;

    • toont aan dat minimaal 30 procent van de begroting is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten voor de structurele kosten van de organisatie;

    • beschikt over een basis voor beleid op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • 2 Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan de drempelnormen in behandeling te nemen als de aanvrager hieraan in zeer beperkte mate niet voldoet. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit de aanvraag te honoreren. Het besluit voorwaarden te stellen is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de drempelnormen.

Artikel 4.4. Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop bevat de aanvraag:

  • Een beschrijving van de instelling, de daarbij betrokken personen, de activiteiten in recente jaren met nadruk op innovatieve ontwikkelingen op artistiek en organisatorisch vlak.

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • Een programma met een overtuigende artistiek inhoudelijke basis;

    • Een presentatieplan waarin toegelicht wordt hoe een passend publiek wordt bereikt en een strategie tot publieksverbreding voorbij het professionele publiek;

    • Een reflectie op de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie;

    • Een toelichting op de lokale inbedding van de instelling, zoals ook kan blijken uit bijdragen van de lokale overheid;

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Artikel 4.5. Beoordelingscriteria

De adviescommissie beoordeelt of het kunstpodium van belang is of naar verwachting van belang zal worden voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland en of de regio aan de hand van de volgende criteria in onderlinge samenhang:

  • a. artistieke visie;

  • b. artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden;

  • c. artistiek/inhoudelijke kwaliteit van de activiteiten uit het plan;

  • d. innovatieve kwaliteiten;

  • e. publieksbereik;

  • f. lokale en regionale inbedding.

Paragraaf 5. Kunstpodium pro

Artikel 5.1. De aanvrager

Een instelling met een professionele organisatie van lokaal tot (inter)nationaal niveau kan een bijdrage aanvragen voor een regelmatig jaarprogramma van presentaties aangevuld met een uitgebreid activiteitenprogramma.

Artikel 5.3. Drempelnormen

  • 1 De aanvrager die in aanmerking wil komen voor een Subsidie Kunstpodium Pro:

    • voerde in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een programma, zoals bedoeld in artikel 1 sub d;

    • toont aan dat minimaal 50 procent van de begroting is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten voor de structurele kosten van de organisatie;

    • beschikt over beleid op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • 2 Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan de drempelnormen in behandeling te nemen als de aanvrager hieraan in zeer beperkte mate niet voldoet. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit de aanvraag te honoreren. Het besluit voorwaarden te stellen is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de drempelnormen.

Artikel 5.4. Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop bevat de aanvraag:

  • Een beschrijving van de missie, visie en het profiel van de instelling, de daarbij betrokken personen, een reflectie op de activiteiten in recente jaren met nadruk op innovatieve ontwikkelingen op artistiek en organisatorisch vlak.

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • Een doordacht artistiek inhoudelijk breed programma;

    • Een presentatieplan waarin toegelicht wordt hoe naast een passend ook een breder publiek wordt bereikt en een strategie tot publieksverbreding voorbij het professionele publiek, waarbij ook aandacht is voor publieksvriendelijke voorzieningen;

    • Een duidelijke strategie met betrekking tot de lokale en nationale context;

    • Een heldere en overtuigende visie op marketing en communicatie;

    • Een uitgebreide en actief geïmplementeerde beleidsvisie op de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Artikel 5.5. Beoordelingscriteria

De adviescommissie beoordeelt of het kunstpodium van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland en de regio waar het is gevestigd aan de hand de volgende criteria in onderlinge samenhang:

  • a. artistieke visie, missie, profiel;

  • b. artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden;

  • c. kwaliteit van de activiteiten uit het plan;

  • d. innovatieve kwaliteiten;

  • e. publieksbereik;

  • f. lokale en regionale inbedding;

  • g. kwaliteit organisatie en professionaliteit bedrijfsvoering.

Paragraaf 6. Kunstpodium breed

Artikel 6.1. De aanvrager

Een instelling met een volwaardige professionele organisatie van lokaal tot internationaal niveau kan een subsidie aanvragen voor een regelmatig jaarprogramma van presentaties aangevuld met een uitgebreid activiteitenprogramma.

Artikel 6.3. Drempelnormen

  • 1 De aanvrager die in aanmerking wil komen voor een Subsidie Kunstpodium Breed:

    • voerde in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag een programma, zoals bedoeld in artikel 1 sub d;

    • toont aan dat minimaal 50 procent van de begroting is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten voor de structurele kosten van de organisatie;

    • beschikt over een ondersteunende functie met betrekking tot de productie en realisatie van nieuwe producties van kunstenaars;

    • beschikt over een uitgebreid en voorbeeldstellend beleid en actief geïmplementeerde visie op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • 2 Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan de drempelnormen in behandeling te nemen als de aanvrager hieraan in zeer beperkte mate niet voldoet. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit de aanvraag te honoreren. Het besluit voorwaarden te stellen is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de drempelnormen.

Artikel 6.4. Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop bevat de aanvraag:

  • Een beschrijving van de missie, visie en het profiel van de instelling, de daarbij betrokken personen, een reflectie op de activiteiten in recente jaren met nadruk op innovatieve ontwikkelingen op artistiek en organisatorisch vlak.

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • Een doordacht artistiek inhoudelijk breed programma, van hoge productionele kwaliteit;

    • Een presentatieplan waarin toegelicht wordt hoe naast een passend publiek een nieuw en breder publiek wordt bereikt, waarin rekenschap gegeven wordt hoe de beleving rond het programma aansluit bij nieuwe doelgroepen en een duidelijke strategie tot publieksverbreding ver voorbij het professionele publiek;

    • Een duidelijke strategie met betrekking tot de lokale, nationale en internationale context;

    • Een heldere en overtuigende visie op marketing, communicatie en publieksparticipatie en een overtuigende financiële inzet gericht op publieksinformatie en publieksverbreding die onder meer blijkt uit de publieksvriendelijke voorzieningen

    • Een uitgebreide en actief geïmplementeerde beleidsvisie op de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Artikel 6.5. Beoordelingscriteria

De adviescommissie beoordeelt of het kunstpodium van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland en de regio waar het is gevestigd aan de hand van de volgende criteria in onderlinge samenhang:

  • a. artistieke visie, missie, profiel;

  • b. artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden;

  • c. kwaliteit van de activiteiten uit het plan;

  • d. innovatieve kwaliteiten;

  • e. publieksbereik;

  • f. lokale en regionale inbedding;

  • g. kwaliteit organisatie en professionaliteit bedrijfsvoering.

Paragraaf 7. Verplichtingen en verantwoording

Artikel 7.1. Aan het subsidie verbonden verplichtingen

  • 1 De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het bestuur als:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;

    • b. niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

    • c. er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

  • 2 De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Mondriaan Fonds op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de gesubsidieerde activiteiten aan het Mondriaan Fonds.

  • 3 Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.

Artikel 7.2. Verantwoording

  • 1 De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 juni een inhoudelijke en financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.

  • 2 De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

  • 3 De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting.

  • 4 De financiële verantwoording van aanvragers die een subsidie van meer dan 125.000 euro per jaar ontvangen, dient vergezeld te gaan van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.

  • 5 Voor het bepalen van het toepasselijke verantwoordingsregime geldt als peildatum de datum waarop het besluit op de aanvraag is genomen.

  • 6 Het bestuur kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.

Artikel 7.4. Vaststelling subsidie

  • 1 Het bestuur beoordeelt aan het einde van de subsidieperiode op basis van de inhoudelijke en financiële verantwoordingen over de respectievelijke jaren de gerealiseerde activiteiten.

  • 2 Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan het subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur het subsidiebedrag binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

  • 3 Als aannemelijk is dat gesubsidieerde activiteiten niet geheel, niet tijdig of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen zullen worden of zijn verricht of dat de daadwerkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan begroot, kan het bestuur de subsidie verlagen dan wel de toekenning intrekken. Reeds betaalde bedragen inclusief wettelijke rente kunnen worden verrekend dan wel worden teruggevorderd.

Paragraaf 8. Overige bepalingen

Artikel 8.1. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 8.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8.3. Hardheidsclausule

Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen ten gunste van een belanghebbende van bepalingen in dit reglement afwijken indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 8.4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Kunstpodia 2020–2024.

Deze regeling zal na goedkeuring door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in de Staatscourant worden geplaatst.

Terug naar begin van de pagina