Subsidieregeling internationalisering funderend onderwijs

[Regeling vervalt per 01-01-2025.]
Geraadpleegd op 27-11-2022.
Geldend van 17-12-2020 t/m 31-07-2022

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 26 maart 2020, nr. IB/21662336 houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor internationalisering in het funderend onderwijs (Subsidieregeling internationalisering funderend onderwijs)

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De Minister kan aan het bevoegd gezag van een instelling subsidie verstrekken ten behoeve van de introductie of verdere ontwikkeling van internationalisering in het instellingsbeleid.

  • 2 Indien de instelling een agrarisch opleidingscentrum is, kan enkel subsidie worden verstrekt voor de introductie of verdere ontwikkeling van internationalisering in het instellingsbeleid, gericht op het voorbereidend beroepsonderwijs of voortgezet onderwijs dat door het opleidingscentrum wordt verzorgd.

Artikel 5. Subsidieaanvraag en verdeelcriterium

  • 2 Aanvragen met betrekking tot activiteiten in 2021 kunnen niet eerder worden ingediend dan 1 januari 2021.

  • 3 Aanvragen met betrekking tot activiteiten in 2022 of een daaropvolgend kalenderjaar kunnen niet eerder worden ingediend dan 1 november voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden.

  • 4 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website van DUS-I.

Artikel 6. Subsidieverstrekking

Subsidie wordt verstrekt indien:

  • a. de aanvrager aantoont een plan te hebben om internationalisering te verankeren in schoolbeleid of heeft internationalisering al verankerd in het schoolbeleid;

  • b. de aanvrager aangeeft dat de activiteiten plaatsvinden binnen het reguliere onderwijsprogramma.

Artikel 6a. Weigeringsgronden

De subsidie wordt geweigerd, indien:

  • a. voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd tevens op grond van het subsidieprogramma Erasmus+ subsidie is ontvangen of aangevraagd;

  • b. door de aanvrager reeds in de drie aaneengesloten voorafgaande jaren subsidie is ontvangen op grond van deze regeling of de Subsidieregeling Internationalisering po en vo;

  • c. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd betrekking hebben op tpo;

  • d. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd onder de reguliere bekostiging vallen;

  • e. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd samenhangen met mobiliteit van leerlingen, studenten of leraren; of

  • f. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd samenhangen met nascholing van leraren in het buitenland.

Artikel 7. Berekening subsidiebedrag

  • 1 De subsidie bedraagt ten hoogste:

    • a. € 5.000,– voor een instelling in het primair onderwijs; en

    • b. € 10.000,– voor een instelling in het voortgezet onderwijs of een agrarisch opleidingscentrum.

  • 2 Bij een bevoegd gezag met ten hoogste tien instellingen bedraagt het totale gezamenlijke subsidiebedrag ten hoogste € 20.000,–.

  • 3 Bij een bevoegd gezag met meer dan tien instellingen bedraagt het totale gezamenlijke subsidiebedrag ten hoogste € 30.000,–.

Artikel 8. Besteding subsidie

  • 1 De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na indiening van de aanvraag.

  • 2 De Minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

  • 3 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 9. Verantwoording

  • 2 De subsidieontvanger toont op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Naar boven