Regeling risicoverevening 2020

Geldend van 24-09-2020 t/m heden

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 4 oktober 2019, kenmerk 1562477-193693-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2020 (Regeling risicoverevening 2020)

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

  • 1 Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2020 bedraagt € 48.546,3 miljoen.

  • 2 Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

    • a. het macro-deelbedrag variabele zorgkosten ad € 44.219,5 miljoen;

    • b. het macro-deelbedrag vaste zorgkosten ad € 224,8 miljoen;

    • c. het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg ad € 4.102,0 miljoen.

Artikel 3

  • 1 De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2020 geraamd op € 19.264,6 miljoen.

  • 2 De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2020 geraamd op € 3.189,7 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvatten voor het jaar 2020, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 26.092,0 miljoen.

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 5

  • 2 Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.

  • 3 Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing.

Artikel 6

In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 1.11, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

Artikel 7

  • 1 De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.373 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

  • 2 Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

  • 3 Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 8

  • 1 Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van achttien jaar en ouder, met uitzondering van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.

  • 2 Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

  • 3 De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 359,53 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.

Artikel 9

  • 1 Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium toe.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

    • a. In geval van samenloop bij de klassen ‘Diabetes type I met hypertensie’, ‘Diabetes type I zonder hypertensie’, ‘Diabetes type II met hypertensie’ en ‘Diabetes type II zonder hypertensie’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;

    • b. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ’Psychose en verslaving’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Depressie’;

    • c. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Neuropathische pijn’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische pijn exclusief opioïden’;

    • d. In geval van samenloop bij de klassen ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma’ en ‘Astma’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;

    • e. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Reuma’ en niet bij de klasse ‘Psoriasis’ en niet bij de klasse ‘Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa’;

    • f. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig’;

    • g. In geval van samenloop bij de klassen ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Kanker’ en ‘Hormoongevoelige tumoren’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;

    • h. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma’, ‘Hartaandoeningen’ of ‘Pulmonale arteriële hypertensie’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische antistolling’.

  • 3 Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van het gebruik van geneesmiddelen die in een van de twee aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn.

  • 4 Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:

    • a. het Zorginstituut een verzekerde van 18 tot en met 64 jaar die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in afwijking van het eerste lid, indeelt op basis van de volgorde in de volgende trechtering:

      • 1. duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA);

      • 2. arbeidsongeschikten;

      • 3. bijstandsgerechtigden;

      • 4. studenten van 18 tot en met 34 jaar;

      • 5. werklozen en loontrekkers, behalve als zij hoogopgeleid en 18 tot en met 44 jaar zijn;

      • 6. zelfstandigen;

      • 7. hoogopgeleiden van 18 tot en met 44 jaar;

      • 8. alle verzekerden die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 7. Zij vormen samen met de verzekerden onder 5 de referentiegroep.

    • b. het Zorginstituut een verzekerde van 0 tot en met 17 jaar indeelt op basis van de AVI-indeling van de volwassenen op hetzelfde adres. Indien er meerdere volwassenen op hetzelfde adres wonen, deelt het Zorginstituut de verzekerde, bedoeld in de eerste volzin van dit onderdeel, in de relevante AVI-klasse in die het eerst voorkomt in de trechtering onder a.

    • c. het Zorginstituut een verzekerde van 65 tot en met 69 jaar indeelt op basis van de laatst bekende AVI-indeling.

  • 5 In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen toe met inachtneming van de volgende uitzondering: In geval van samenloop bij de klassen ‘Psychose depot’, ‘Chronische stemmingsstoornissen complex’, ‘Psychose’, ‘Bipolaire stoornissen complex’, ‘Bipolaire stoornissen regulier’ en ‘Chronische stemmingsstoornissen’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen.

  • 6 Het Zorginstituut deelt verzekerden in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in in de klasse ‘1 (zeer laag)’ en bij het vereveningscriterium MVV in de klasse ‘Geen MVV’.

  • 7 Het Zorginstituut deelt verzekerden in de DKG’s psychische aandoeningen 15 tot en met 18 bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in.

  • 8 Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen.

  • 9 Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.

  • 10 Indien een percentielgrens als bedoeld in het negende lid, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van het negende lid, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.

  • 11 Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de vereveningscriteria FKG’s, primaire DKG’s, secundaire DKG’s, HKG’s, AVI, SES, PPA, regio, FDG, FKG’s psychische aandoeningen, DKG’s psychische aandoeningen en GGZ-regio ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het betreffende vereveningscriterium.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 10

  • 1 Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

  • 2 Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 11

  • 1 Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen.

  • 2 Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 5 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.

  • 3 De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

    • a. leeftijd en geslacht: 2020;

    • b. FKG’s: 2019;

    • c. primaire DKG’s: 2018 en 2019;

    • d. secundaire DKG’s: 2018 en 2019;

    • e. HKG’s: 2019;

    • f. AVI: 2020;

    • g. regio: 2020;

    • h. SES: 2019 en 2020;

    • i. MHK: 2017, 2018 en 2019;

    • j. GGZ-regio: 2020;

    • k. FKG’s psychische aandoeningen: 2019;

    • l. DKG’s psychische aandoeningen: 2017, 2018 en 2019;

    • m. PPA: 2019 en 2020;

    • n. GGZ-MHK: 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019;

    • o. FDG: 2019;

    • p. MVV: 2017, 2018 en 2019.

  • 4 In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 5.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 5.2, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

  • 5 In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor elke klasse van de vereveningscriteria primaire DKG’s en secundaire DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht in tabel 5.3 respectievelijk tabel 5.4 met het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.

  • 6 In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat het voor de klassen ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent’, ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent’ en ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 5.10 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 5.10, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

  • 7 In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ zodanig dat voor het criterium DKG’s psychische aandoeningen de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

  • 8 Het Zorginstituut gebruikt bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, de referentiebestanden, bedoeld in artikel 9, elfde lid.

Artikel 12

  • 1 Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat:

    • a. uit de specificatie blijkt dat zij ofwel gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit Zorgverzekering – met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b – ofwel als kosten van verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van het Besluit zorgverzekering – met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b – ofwel als kosten van geneeskundige zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering en, voor zover die zorg daarmee gepaard gaat, kosten van verblijf, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’;

    • b. uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1095 dagen, aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’;

    • c. uit de specificatie niet blijkt dat zij gelden als kosten als bedoeld onder a of b aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

  • 2 Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 13

  • 1 Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

  • 2 Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 14

  • 1 Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

  • 2 Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 15

  • 1 Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, per instelling voor medisch-specialistisch zorg voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 14, eerste lid, vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

  • 2 Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

  • 3 Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen die in het vereveningsjaar of de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

  • 4 Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met derde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering.

Artikel 16

  • 1 Het Zorginstituut past als volgt hogekostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering:

    • a. de drempelwaarde wordt bepaald, zodanig dat 0,5% van de verzekerden met kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg kosten gelijk aan of boven deze drempelwaarde heeft;

    • b. 75% van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van de verzekerde, voor zover deze kosten de drempelwaarde overschrijden, wordt berekend;

    • c. vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel b per zorgverzekeraar gesommeerd;

    • d. daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar.

    • e. ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d.

Artikel 17

  • 3 Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de opbrengst per verzekerde, bedoeld in het tweede lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van de gerealiseerde verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK en van de in bijlage 6 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 6 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

  • 4 De opbrengst per verzekerde, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 359,91 voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarop het derde lid, niet van toepassing is.

Artikel 18

De artikelen 5, tweede en derde lid, 6 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt ingedeeld in ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut

Artikel 20

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Deze regeling zal (met toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

B.J. Bruins

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5, eerste lid van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5, eerste lid).

Tabel 1.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
   

Variabele zorgkosten

Mannen

0 jaar, geboren in het vereveningsjaar

9735.62

 

0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar

2872.85

 

1–4 jaar

2193.99

 

5–9 jaar

2010.78

 

10–14 jaar

2021.98

 

15–17 jaar

2111.78

 

18–24 jaar

1879.16

 

25–29 jaar

1891.18

 

30–34 jaar

1887.18

 

35–39 jaar

1955.11

 

40–44 jaar

2018.54

 

45–49 jaar

2141.85

 

50–54 jaar

2308.47

 

55–59 jaar

2577.09

 

60–64 jaar

2827.12

 

65–69 jaar

3158.19

 

70–74 jaar

3655.62

 

75–79 jaar

4069.32

 

80–84 jaar

4626.41

 

85–89 jaar

5195.83

 

90+ jaar

6183.60

Vrouwen en onbepaald geslacht

0 jaar, geboren in het vereveningsjaar

8530.34

 

0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar

2610.32

 

1–4 jaar

1927.53

 

5–9 jaar

1983.71

 

10–14 jaar

2050.50

 

15–17 jaar

2213.58

 

18–24 jaar

2132.29

 

25–29 jaar

2585.00

 

30–34 jaar

2728.28

 

35–39 jaar

2410.03

 

40–44 jaar

2186.14

 

45–49 jaar

2255.39

 

50–54 jaar

2341.32

 

55–59 jaar

2425.13

 

60–64 jaar

2583.58

 

65–69 jaar

2849.18

 

70–74 jaar

3181.51

 

75–79 jaar

3520.14

 

80–84 jaar

4034.95

 

85–89 jaar

4718.37

 

90+ jaar

5603.59

Tabel 1.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen FKG

–313.04

Schildklieraandoeningen

24.69

Glaucoom

205.45

Depressie

115.58

Psychose en verslaving

392.10

Epilepsie

559.19

Chronische antistolling

790.07

Transplantaties

1319.11

Parkinson

2208.41

Hartaandoeningen

1782.07

Chronische pijn exclusief opioïden

895.03

Neuropatische pijn

1548.89

Diabetes type II zonder hypertensie

434.17

Diabetes type II met hypertensie

841.53

Diabetes type I zonder hypertensie

1710.70

Diabetes type I met hypertensie

2059.18

Cystic fibrosis/pancreasenzymen

3411.43

Groeistoornissen o.b.v. add-on

2521.57

Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig

2992.60

Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose

4535.84

HIV/AIDS

4523.07

Psoriasis

521.91

Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa

629.89

Reuma

733.49

Auto-immuunziekten o.b.v. add-on

5424.27

Nieraandoeningen

7602.15

Acromegalie

12288.86

Immunoglobuline o.b.v. add-on

10782.89

Astma

451.57

COPD/Zware astma

1677.02

COPD/Zware astma o.b.v. add-on

12118.02

Hormoongevoelige tumoren

842.31

Kanker

1553.67

Kanker o.b.v. add-on

11425.79

Pulmonale arteriële hypertensie

20591.73

Extreem hoge kosten cluster 1

123993.38

Extreem hoge kosten cluster 2

262028.94

Extreem hoge kosten cluster 3

385821.47

Tabel 1.3. Gewichten voor het vereveningscriterium primaire DKG’s (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen primaire DKG

–227.23

1

627.21

2

1328.67

3

1344.43

4

1661.31

5

2765.72

6

2283.41

7

4936.77

8

6320.33

9

7038.99

10

8021.10

11

12358.08

12

15785.97

13

8162.58

14

64321.45

15

51023.38

Tabel 1.4. Gewichten voor het vereveningscriterium secundaire DKG’s (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen secundaire DKG

–91.03

1

932.12

2

2403.52

3

3898.61

4

7535.25

5

14713.47

6

19243.22

7

74449.92

Tabel 1.5. Gewichten voor het vereveningscriterium HKG’s (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen HKG

–54.81

CPAP apparatuur

286.01

Therapeutische elastische kousen

448.43

Voorzieningen voor stomapatiënten

1498.91

Vernevelaar met toebehoren

1375.84

Middelen voor urine-opvang

2049.97

Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes)

2253.80

Zuurstofapparaten met toebehoren

4482.92

Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen)

7929.07

Slijmuitzuigapparatuur

20691.00

Draagbare infuuspompen

9294.56

Tabel 1.6. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
   

Variabele zorgkosten

 

70+ jaar

0.00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

0–17 jaar

124.18

 

18–34 jaar

1292.91

 

35–44 jaar

881.74

 

45–54 jaar

1131.56

 

55–64 jaar

713.59

 

65–69 jaar

643.19

Arbeidsongeschikten excl. IVA

0–17 jaar

155.69

 

18–34 jaar

286.41

 

35–44 jaar

491.44

 

45–54 jaar

501.26

 

55–64 jaar

427.03

 

65–69 jaar

387.21

Bijstandsgerechtigden

0–17 jaar

147.63

 

18–34 jaar

323.47

 

35–44 jaar

324.24

 

45–54 jaar

378.57

 

55–64 jaar

326.17

 

65–69 jaar

401.08

Studenten

0–17 jaar

–37.98

 

18–34 jaar

–166.78

Zelfstandigen

0–17 jaar

–73.30

 

18–34 jaar

–77.15

 

35–44 jaar

–124.00

 

45–54 jaar

–179.61

 

55–64 jaar

–213.12

 

65–69 jaar

–74.93

Hoogopgeleiden

0–17 jaar

–96.15

 

18–34 jaar

–13.92

 

35–44 jaar

–74.36

Referentiegroep

0–17 jaar

–8.17

 

18–34 jaar

18.35

 

35–44 jaar

–21.47

 

45–54 jaar

–59.38

 

55–64 jaar

–82.21

 

65–69 jaar

–113.90

Tabel 1.7. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

1

82.29

2

48.02

3

19.81

4

19.55

5

–14.01

6

–16.13

7

–23.23

8

–30.39

9

–38.98

10

–48.13

Tabel 1.8. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
   

Variabele zorgkosten

1 (zeer laag)

0–17 jaar

61.89

 

18–69 jaar

–1.91

 

70+ jaar

–91.37

2 (laag)

0–17 jaar

32.30

 

18–69 jaar

18.47

 

70+ jaar

–58.57

3 (midden)

0–17 jaar

–15.08

 

18–69 jaar

19.08

 

70+ jaar

43.99

4 (hoog)

0–17 jaar

–47.85

 

18–69 jaar

–30.10

 

70+ jaar

75.91

Tabel 1.9. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
   

Variabele zorgkosten

 

0–17 jaar

0.00

Wlz-instelling, blijvend

18–69 jaar

–574.75

 

70–79 jaar

–1898.04

 

80+ jaar

–3232.04

Wlz-instelling, instromend

18–69 jaar

9089.49

 

70–79 jaar

12930.58

 

80+ jaar

10597.71

Eenpersoonshuishouden

18–69 jaar

–30.88

 

70–79 jaar

169.97

 

80+ jaar

44.51

Overig

18–69 jaar

3.61

 

70–79 jaar

–117.14

 

80+ jaar

–156.55

Tabel 1.10. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen MHK

–616.07

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent

153.39

2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent

2557.80

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent

2345.17

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent

3707.38

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent

5678.11

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent

8737.85

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent

18529.80

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent

45209.32

Tabel 1.11. Gewichten voor het vereveningscriterium FDG (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen FDG

–23.57

1

637.18

2

2042.64

3

1524.84

4

8652.76

Tabel 1.12. Gewichten voor het vereveningscriterium MVV (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen MVV

–198.14

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent

1258.89

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent

1908.55

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent

3331.90

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent

5936.76

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent

8808.05

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent

12614.04

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent

18174.57

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent

30979.61

Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0–17 jaar

68284.87

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ (behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5, eerste lid). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Tabel 2.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
   

Kosten van geneeskundige GGZ

Mannen

18–24 jaar

341.10

 

25–29 jaar

332.55

 

30–34 jaar

322.20

 

35–39 jaar

311.59

 

40–44 jaar

294.04

 

45–49 jaar

268.80

 

50–54 jaar

265.83

 

55–59 jaar

250.85

 

60–64 jaar

250.85

 

65–69 jaar

244.02

 

70–74 jaar

253.62

 

75–79 jaar

253.62

 

80–84 jaar

244.05

 

85–89 jaar

244.05

 

90+ jaar

244.05

Vrouwen en onbepaald geslacht

18–24 jaar

424.09

 

25–29 jaar

385.28

 

30–34 jaar

345.11

 

35–39 jaar

331.84

 

40–44 jaar

311.82

 

45–49 jaar

282.96

 

50–54 jaar

273.27

 

55–59 jaar

250.85

 

60–64 jaar

250.85

 

65–69 jaar

244.02

 

70–74 jaar

253.62

 

75–79 jaar

253.62

 

80–84 jaar

244.05

 

85–89 jaar

244.05

 

90+ jaar

244.05

Tabel 2.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
 

Kosten van geneeskundige GGZ

Geen FKG psychische aandoeningen

–29.37

ADHD

159.06

Verslaving

220.31

Angststoornissen

907.33

Chronische stemmingsstoornissen

265.36

Bipolaire stoornissen regulier

746.21

Bipolaire stoornissen complex

1669.06

Psychose

1542.84

Chronische stemmingsstoornissen complex

1863.56

Psychose depot

3878.35

Tabel 2.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
 

Kosten van geneeskundige GGZ

Geen DKG psychische aandoeningen

–122.56

1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar)

274.84

2

439.03

3

983.25

4

1813.36

5

3902.85

6

4783.84

7

5074.19

8

7556.60

9

11119.87

10

11828.82

11

17778.64

12

20955.19

13

35455.80

14

30191.88

15

37606.51

16

37691.84

17

74348.69

18

30676.09

Tabel 2.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
   

Kosten van geneeskundige GGZ

 

70+ jaar

0.00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

18–34 jaar

446.39

 

35–44 jaar

10.51

 

45–54 jaar

–21.81

 

55–64 jaar

–6.83

 

65–69 jaar

0.00

Arbeidsongeschikten excl. IVA

18–34 jaar

406.58

 

35–44 jaar

404.39

 

45–54 jaar

140.10

 

55–64 jaar

52.97

 

65–69 jaar

0.00

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

362.36

 

35–44 jaar

157.93

 

45–54 jaar

67.44

 

55–64 jaar

17.97

 

65–69 jaar

0.00

Studenten

18–34 jaar

–58.73

Zelfstandigen

18–34 jaar

–65.17

 

35–44 jaar

–50.02

 

45–54 jaar

–21.81

 

55–64 jaar

–6.83

 

65–69 jaar

0.00

Hoogopgeleiden

18–34 jaar

–64.41

 

35–44 jaar

–42.21

Referentiegroep

18–34 jaar

–7.08

 

35–44 jaar

–19.48

 

45–54 jaar

–12.36

 

55–64 jaar

–6.83

 

65–69 jaar

0.00

Tabel 2.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)
 

Kosten van geneeskundige GGZ

1

79.59

2

16.37

3

–10.77

4

–12.26

5

–10.92

6

–12.45

7

–12.45

8

–12.45

9

–12.45

10

–12.45

Tabel 2.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
   

Kosten van geneeskundige GGZ

1 (zeer laag)

18–69 jaar

9.79

 

70+ jaar

14.09

2 (laag)

18–69 jaar

–9.98

 

70+ jaar

2.33

3 (midden)

18–69 jaar

–9.98

 

70+ jaar

–7.84

4 (hoog)

18–69 jaar

9.88

 

70+ jaar

–6.19

Tabel 2.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
   

Kosten van geneeskundige GGZ

Wlz-instelling, blijvend

18–69 jaar

–31.62

 

70–79 jaar

–45.52

 

80+ jaar

–35.95

Wlz-instelling, instromend

18–69 jaar

714.00

 

70–79 jaar

376.50

 

80+ jaar

111.55

Eenpersoonshuishouden

18–69 jaar

72.36

 

70–79 jaar

21.53

 

80+ jaar

–1.55

Overig

18–69 jaar

–11.85

 

70–79 jaar

–9.31

 

80+ jaar

0.66

Tabel 2.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)
 

Kosten van geneeskundige GGZ

Geen GGZ-MHK

–57.81

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro

194.57

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille*

1285.20

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille*

2821.00

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille*

4743.20

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille*

9966.15

5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille

12995.10

5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille

23764.20

* Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Tabel 3.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)1
   

Kosten van geneeskundige GGZ

Mannen

18-24 jaar

340.29

 

25-29 jaar

332.44

 

30-34 jaar

319.49

 

35-39 jaar

312.07

 

40-44 jaar

294.16

 

45-49 jaar

270.98

 

50-54 jaar

266.24

 

55-59 jaar

249.86

 

60-64 jaar

249.86

 

65-69 jaar

243.17

 

70-74 jaar

252.18

 

75-79 jaar

252.18

 

80-84 jaar

243.85

 

85-89 jaar

243.85

 

90+ jaar

243.85

Vrouwen en onbepaald geslacht

18-24 jaar

422.09

 

25-29 jaar

387.22

 

30-34 jaar

348.39

 

35-39 jaar

333.50

 

40-44 jaar

313.26

 

45-49 jaar

286.02

 

50-54 jaar

275.19

 

55-59 jaar

249.86

 

60-64 jaar

249.86

 

65-69 jaar

243.17

 

70-74 jaar

252.18

 

75-79 jaar

252.18

 

80-84 jaar

243.85

 

85-89 jaar

243.85

 

90+ jaar

243.85

Tabel 3.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)2
 

Kosten van geneeskundige GGZ

Geen FKG psychische aandoeningen

–29.55

ADHD

163.09

Verslaving

304.69

Angststoornissen

891.76

Chronische stemmingsstoornissen

273.19

Bipolaire stoornissen regulier

777.36

Bipolaire stoornissen complex

1693.66

Psychose

1539.73

Chronische stemmingsstoornissen complex

1921.70

Psychose depot

3717.15

Tabel 3.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)3
 

Kosten van geneeskundige GGZ

Geen DKG psychische aandoeningen

–122.33

1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar)

283.74

2

473.35

3

1010.44

4

1848.25

5

3961.98

6

4927.25

7

5192.12

8

7502.55

9

10854.31

10

11616.56

11

16745.97

12

19896.10

13

30396.50

14

27999.17

15

35280.91

16

36509.02

17

59751.13

18

30478.42

Tabel 3.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)4
   

Kosten van geneeskundige GGZ

 

70+ jaar

0.00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

18-34 jaar

295.08

 

35-44 jaar

25.23

 

45-54 jaar

–23.08

 

55-64 jaar

–6.69

 

65-69 jaar

0.00

Arbeidsongeschikten excl. IVA

18-34 jaar

354.07

 

35-44 jaar

387.93

 

45-54 jaar

143.09

 

55-64 jaar

51.60

 

65-69 jaar

0.00

Bijstandsgerechtigden

18-34 jaar

352.20

 

35-44 jaar

156.83

 

45-54 jaar

69.26

 

55-64 jaar

17.98

 

65-69 jaar

0.00

Studenten

18-34 jaar

–54.85

Zelfstandigen

18-34 jaar

–62.97

 

35-44 jaar

–50.99

 

45-54 jaar

–23.08

 

55-64 jaar

–6.69

 

65-69 jaar

0.00

Hoogopgeleiden

18-34 jaar

–62.03

 

35-44 jaar

–40.18

Referentiegroep

18-34 jaar

–4.78

 

35-44 jaar

–18.71

 

45-54 jaar

–12.52

 

55-64 jaar

–6.69

 

65-69 jaar

0.00

Tabel 3.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)5
 

Kosten van geneeskundige GGZ

1

73.28

2

15.15

3

–8.42

4

–10.45

5

–9.66

6

–12.02

7

–12.02

8

–12.02

9

–12.02

10

–12.02

Tabel 3.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)6
   

Kosten van geneeskundige GGZ

1 (zeer laag)

18–69 jaar

12.44

 

70+ jaar

15.07

2 (laag)

18–69 jaar

– 9.42

 

70+ jaar

1.99

3 (midden)

18–69 jaar

– 9.61

 

70+ jaar

– 8.01

4 (hoog)

18–69 jaar

7.31

 

70+ jaar

– 6.66

Tabel 3.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)7
   

Kosten van geneeskundige GGZ

Wlz-instelling, blijvend

18-69 jaar

-34.28

 

70-79 jaar

–45.93

 

80+ jaar

–37.60

Wlz-instelling, instromend

18-69 jaar

864.63

 

70-79 jaar

427.28

 

80+ jaar

121.88

Eenpersoonshuishouden

18-69 jaar

74.29

 

70-79 jaar

19.37

 

80+ jaar

–2.35

Overig

18-69 jaar

–12.24

 

70-79 jaar

–8.95

 

80+ jaar

0.95

Tabel 3.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)8
 

Kosten van geneeskundige GGZ

Geen GGZ-MHK

–57.41

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro

200.24

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille2

1292.58

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 2

2853.63

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 2

4703.82

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille 2

9075.17

5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille

12739.63

5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille

22393.06

2 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Bijlage 4. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico alleen volwassenen zonder FKG/primaire DKG/secundaire DKG/ HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 8, tweede lid van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 8, tweede lid).

Tabel 4.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
   

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico

Mannen

18–24 jaar

130.08

 

25–29 jaar

128.84

 

30–34 jaar

130.52

 

35–39 jaar

135.44

 

40–44 jaar

140.38

 

45–49 jaar

148.65

 

50–54 jaar

161.56

 

55–59 jaar

180.55

 

60–64 jaar

201.11

 

65–69 jaar

221.55

 

70–74 jaar

240.01

 

75–79 jaar

256.82

 

80–84 jaar

262.68

 

85–89 jaar

267.16

 

90+ jaar

258.61

Vrouwen en onbepaald geslacht

18–24 jaar

179.87

 

25–29 jaar

178.74

 

30–34 jaar

173.90

 

35–39 jaar

171.33

 

40–44 jaar

177.66

 

45–49 jaar

185.32

 

50–54 jaar

194.18

 

55–59 jaar

200.42

 

60–64 jaar

211.17

 

65–69 jaar

228.55

 

70–74 jaar

243.72

 

75–79 jaar

259.67

 

80–84 jaar

261.85

 

85–89 jaar

254.28

 

90+ jaar

228.82

Tabel 4.2. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
   

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico

 

70+

0.00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

18–34 jaar

92.19

 

35–44 jaar

75.75

 

45–54 jaar

61.39

 

55–64 jaar

46.88

 

65–69 jaar

28.91

Arbeidsongeschikten excl. IVA

18–34 jaar

54.43

 

35–44 jaar

64.09

 

45–54 jaar

51.39

 

55–64 jaar

34.87

 

65–69 jaar

18.68

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

43.51

 

35–44 jaar

47.00

 

45–54 jaar

38.63

 

55–64 jaar

17.98

 

65–69 jaar

–3.66

Studenten

18–34 jaar

–8.20

Zelfstandigen

18–34 jaar

–5.02

 

35–44 jaar

–7.90

 

45–54 jaar

–10.04

 

55–64 jaar

–12.45

 

65–69 jaar

–9.00

Hoogopgeleiden

18–34 jaar

–8.73

 

35–44 jaar

–12.43

Referentiegroep

18–34 jaar

0.46

 

35–44 jaar

–0.25

 

45–54 jaar

–2.78

 

55–64 jaar

–2.15

 

65–69 jaar

–1.59

Tabel 4.3. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
 

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico

1

6.03

2

3.99

3

2.10

4

0.72

5

–0.01

6

–1.95

7

–2.10

8

–2.72

9

–3.39

10

–2.89

Tabel 4.4. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
 

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico

Geen MHK

–31.51

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent

60.75

Bijlage 5. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).

Tabel 5.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
   

Variabele zorgkosten

Mannen

0 jaar, geboren in het vereveningsjaar

9770.34

 

0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar

2875.21

 

1-4 jaar

2192.67

 

5-9 jaar

2008.60

 

10-14 jaar

2019.91

 

15-17 jaar

2110.23

 

18-24 jaar

1876.73

 

25-29 jaar

1888.89

 

30-34 jaar

1885.19

 

35-39 jaar

1953.21

 

40-44 jaar

2016.55

 

45-49 jaar

2140.33

 

50-54 jaar

2307.00

 

55-59 jaar

2576.25

 

60-64 jaar

2822.88

 

65-69 jaar

3159.47

 

70-74 jaar

3657.16

 

75-79 jaar

4072.23

 

80-84 jaar

4623.43

 

85-89 jaar

5197.96

 

90+ jaar

6184.69

Vrouwen en onbepaald geslacht

0 jaar, geboren in het vereveningsjaar

8560.80

 

0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar

2611.26

 

1-4 jaar

1925.72

 

5-9 jaar

1981.48

 

10-14 jaar

2048.58

 

15-17 jaar

2211.62

 

18-24 jaar

2130.38

 

25-29 jaar

2584.55

 

30-34 jaar

2728.41

 

35-39 jaar

2409.57

 

40-44 jaar

2184.24

 

45-49 jaar

2252.84

 

50-54 jaar

2339.10

 

55-59 jaar

2422.48

 

60-64 jaar

2580.82

 

65-69 jaar

2848.47

 

70-74 jaar

3183.64

 

75-79 jaar

3523.79

 

80-84 jaar

4075.45

 

85-89 jaar

4755.37

 

90+ jaar

5638.81

Tabel 5.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen FKG

–308.38

Schildklieraandoeningen

29.91

Glaucoom

213.09

Depressie

119.63

Psychose en verslaving

397.20

Epilepsie

571.45

Chronische antistolling

799.73

Transplantaties

1340.14

Parkinson

2205.75

Hartaandoeningen

1793.52

Chronische pijn exclusief opioïden

899.13

Neuropatische pijn

1561.73

Diabetes type II zonder hypertensie

439.94

Diabetes type II met hypertensie

845.71

Diabetes type I zonder hypertensie

1720.62

Diabetes type I met hypertensie

2075.10

Cystic fibrosis/pancreasenzymen

3456.13

Groeistoornissen o.b.v. add-on

2595.12

Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig

3032.29

Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose

4539.06

HIV/AIDS

4524.85

Psoriasis

529.54

Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa

626.90

Reuma

742.22

Auto-immuunziekten o.b.v. add-on

5491.91

Nieraandoeningen

7587.38

Acromegalie

12314.35

Immunoglobuline o.b.v. add-on

10551.21

Astma

455.67

COPD/Zware astma

1675.66

COPD/Zware astma o.b.v. add-on

12200.74

Hormoongevoelige tumoren

868.14

Kanker

1563.27

Kanker o.b.v. add-on

12198.60

Pulmonale arteriële hypertensie

20578.20

Extreem hoge kosten cluster 1

124047.68

Extreem hoge kosten cluster 2

265523.19

Extreem hoge kosten cluster 3

384443.78

Tabel 5.3. Gewichten voor het vereveningscriterium primaire DKG’s (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen primaire DKG

–226.84

1

632.15

2

1329.50

3

1355.85

4

1718.70

5

2769.97

6

2288.30

7

4907.99

8

6204.28

9

6691.00

10

7867.61

11

12275.83

12

15320.46

13

8111.82

14

64858.83

15

51088.86

Tabel 5.4. Gewichten voor het vereveningscriterium secundaire DKG’s (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen secundaire DKG

–90.54

1

935.03

2

2415.72

3

3887.92

4

7417.11

5

14475.04

6

18827.11

7

74687.63

Tabel 5.5. Gewichten voor het vereveningscriterium HKG’s (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen HKG

–55.03

CPAP apparatuur

285.49

Therapeutische elastische kousen

450.91

Voorzieningen voor stomapatiënten

1499.01

Vernevelaar met toebehoren

1382.42

Middelen voor urine-opvang

2059.43

Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes)

2260.37

Zuurstofapparaten met toebehoren

4505.79

Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen)

7986.45

Slijmuitzuigapparatuur

20702.89

Draagbare infuuspompen

9271.88

Tabel 5.6. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
   

Variabele zorgkosten

 

70+ jaar

0.00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

0-17 jaar

124.53

 

18-34 jaar

1294.43

 

35-44 jaar

884.95

 

45-54 jaar

1120.61

 

55-64 jaar

704.78

 

65-69 jaar

627.58

Arbeidsongeschikten excl. IVA

0-17 jaar

156.47

 

18-34 jaar

288.87

 

35-44 jaar

496.05

 

45-54 jaar

504.85

 

55-64 jaar

431.48

 

65-69 jaar

391.95

Bijstandsgerechtigden

0-17 jaar

148.38

 

18-34 jaar

324.93

 

35-44 jaar

325.15

 

45-54 jaar

379.84

 

55-64 jaar

330.38

 

65-69 jaar

405.22

Studenten

0-17 jaar

–37.60

 

18-34 jaar

–167.19

Zelfstandigen

0-17 jaar

–74.29

 

18-34 jaar

–78.02

 

35-44 jaar

–124.42

 

45-54 jaar

–184.70

 

55-64 jaar

–216.45

 

65-69 jaar

–75.24

Hoogopgeleiden

0-17 jaar

–96.30

 

18-34 jaar

–14.25

 

35-44 jaar

–74.81

Referentiegroep

0-17 jaar

–8.15

 

18-34 jaar

18.40

 

35-44 jaar

–21.70

 

45-54 jaar

–58.87

 

55-64 jaar

–82.34

 

65-69 jaar

–114.56

Tabel 5.7. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

1

82.87

2

48.20

3

20.00

4

18.54

5

–14.32

6

–16.51

7

–22.54

8

–30.22

9

–39.52

10

–47.70

Tabel 5.8. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
   

Variabele zorgkosten

1 (zeer laag)

0-17 jaar

62.21

 

18-69 jaar

–2.04

 

70+ jaar

–89.84

2 (laag)

0-17 jaar

32.39

 

18-69 jaar

18.55

 

70+ jaar

–54.98

3 (midden)

0-17 jaar

–15.18

 

18-69 jaar

19.14

 

70+ jaar

42.10

4 (hoog)

0-17 jaar

–48.02

 

18-69 jaar

–30.12

 

70+ jaar

74.05

Tabel 5.9. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
   

Variabele zorgkosten

 

0-17 jaar

0.00

Wlz-instelling, blijvend

18-69 jaar

–576.59

 

70-79 jaar

–1918.24

 

80+ jaar

–3284.64

Wlz-instelling, instromend

18-69 jaar

9117.66

 

70-79 jaar

12934.42

 

80+ jaar

10548.70

Eenpersoonshuishouden

18-69 jaar

–30.21

 

70-79 jaar

169.65

 

80+ jaar

54.69

Overig

18-69 jaar

3.50

 

70-79 jaar

–116.63

 

80+ jaar

–150.09

Tabel 5.10. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen MHK

–617.70

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent

154.00

2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent

2560.76

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent

2352.86

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent

3717.88

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent

5690.88

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent

8753.54

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent

18518.95

3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent

45430.35

Tabel 5.11. Gewichten voor het vereveningscriterium FDG (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen FDG

–23.61

1

639.53

2

2034.93

3

1534.43

4

8738.75

Tabel 5.12. Gewichten voor het vereveningscriterium MVV (in euro’s per verzekerde)
 

Variabele zorgkosten

Geen MVV

–198.23

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent

1258.63

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent

1904.28

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent

3346.89

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent

5929.77

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent

8826.55

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent

12618.74

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent

18174.27

Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent

30971.06

Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0–17 jaar

68565.56

Bijlage 6. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico

Alleen volwassenen zonder FKG/primaire DKG/secundaire DKG/ HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 17, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.

De gewichten vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 17, tweede lid).

Tabel 6.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
   

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico

Mannen

18-24 jaar

130.29

 

25-29 jaar

129.05

 

30-34 jaar

130.74

 

35-39 jaar

135.65

 

40-44 jaar

140.60

 

45-49 jaar

148.87

 

50-54 jaar

161.79

 

55-59 jaar

180.77

 

60-64 jaar

201.11

 

65-69 jaar

221.86

 

70-74 jaar

240.33

 

75-79 jaar

257.16

 

80-84 jaar

263.16

 

85-89 jaar

267.68

 

90+ jaar

259.17

Vrouwen en onbepaald geslacht

18-24 jaar

180.12

 

25-29 jaar

179.00

 

30-34 jaar

174.15

 

35-39 jaar

171.58

 

40-44 jaar

177.91

 

45-49 jaar

185.57

 

50-54 jaar

194.43

 

55-59 jaar

200.64

 

60-64 jaar

211.33

 

65-69 jaar

228.86

 

70-74 jaar

244.05

 

75-79 jaar

260.01

 

80-84 jaar

262.40

 

85-89 jaar

254.83

 

90+ jaar

229.46

Tabel 6.2. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
   

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico

 

70+ jaar

0.00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

18-34 jaar

92.25

 

35-44 jaar

75.82

 

45-54 jaar

61.46

 

55-64 jaar

47.09

 

65-69 jaar

28.96

Arbeidsongeschikten excl. IVA

18-34 jaar

54.48

 

35-44 jaar

64.16

 

45-54 jaar

51.46

 

55-64 jaar

35.09

 

65-69 jaar

18.70

Bijstandsgerechtigden

18-34 jaar

43.54

 

35-44 jaar

47.04

 

45-54 jaar

38.67

 

55-64 jaar

18.07

 

65-69 jaar

–3.66

Studenten

18-34 jaar

–8.20

Zelfstandigen

18-34 jaar

–5.06

 

35-44 jaar

–7.95

 

45-54 jaar

–10.19

 

55-64 jaar

–13.36

 

65-69 jaar

–9.00

Hoogopgeleiden

18-34 jaar

–8.74

 

35-44 jaar

–12.43

Referentiegroep

18-34 jaar

0.46

 

35-44 jaar

–0.24

 

45-54 jaar

–2.76

 

55-64 jaar

–2.06

 

65-69 jaar

–1.59

Tabel 6.3. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
 

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico

1

6.04

2

4.01

3

2.10

4

0.72

5

0.00

6

–1.96

7

–2.11

8

–2.72

9

–3.40

10

–2.90

Tabel 6.4. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
 

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico

Geen MHK

–31.54

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent

60.84

Bijlage 7. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ (behorende bij artikel 16, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2020)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 16, tweede lid). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Tabel 7.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
   

Kosten van geneeskundige GGZ

Mannen

18-24 jaar

340.87

 

25-29 jaar

332.43

 

30-34 jaar

322.27

 

35-39 jaar

311.60

 

40-44 jaar

293.98

 

45-49 jaar

268.76

 

50-54 jaar

265.83

 

55-59 jaar

250.92

 

60-64 jaar

250.92

 

65-69 jaar

244.05

 

70-74 jaar

253.69

 

75-79 jaar

253.69

 

80-84 jaar

244.13

 

85-89 jaar

244.13

 

90+ jaar

244.13

Vrouwen en onbepaald geslacht

18-24 jaar

424.00

 

25-29 jaar

385.30

 

30-34 jaar

345.08

 

35-39 jaar

331.89

 

40-44 jaar

311.85

 

45-49 jaar

282.92

 

50-54 jaar

273.13

 

55-59 jaar

250.92

 

60-64 jaar

250.92

 

65-69 jaar

244.05

 

70-74 jaar

253.69

 

75-79 jaar

253.69

 

80-84 jaar

244.13

 

85-89 jaar

244.13

 

90+ jaar

244.13

Tabel 7.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
 

Kosten van geneeskundige GGZ

Geen FKG psychische aandoeningen

–29.35

ADHD

158.61

Verslaving

221.92

Angststoornissen

908.89

Chronische stemmingsstoornissen

264.44

Bipolaire stoornissen regulier

743.36

Bipolaire stoornissen complex

1660.58

Psychose

1544.62

Chronische stemmingsstoornissen complex

1856.69

Psychose depot

3882.29

Tabel 7.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
 

Kosten van geneeskundige GGZ

Geen DKG psychische aandoeningen

–122.77

1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar)

274.04

2

436.05

3

981.25

4

1809.93

5

3892.15

6

4773.35

7

5063.46

8

7534.11

9

11091.00

10

11796.23

11

17716.71

12

20890.28

13

35279.49

14

30100.74

15

37506.18

16

37561.15

17

74175.22

18

30592.86

Tabel 7.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
   

Kosten van geneeskundige GGZ

 

70+ jaar

0.00

Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)

18-34 jaar

454.04

 

35-44 jaar

12.63

 

45-54 jaar

–21.79

 

55-64 jaar

-6.88

 

65-69 jaar

0.00

Arbeidsongeschikten excl. IVA

18-34 jaar

407.58

 

35-44 jaar

405.64

 

45-54 jaar

139.92

 

55-64 jaar

52.84

 

65-69 jaar

0.00

Bijstandsgerechtigden

18-34 jaar

361.27

 

35-44 jaar

157.20

 

45-54 jaar

67.36

 

55-64 jaar

18.86

 

65-69 jaar

0.00

Studenten

18-34 jaar

–58.66

Zelfstandigen

18-34 jaar

-65.15

 

35-44 jaar

–49.93

 

45-54 jaar

–21.79

 

55-64 jaar

–6.88

 

65-69 jaar

0.00

Hoogopgeleiden

18-34 jaar

–64.42

 

35-44 jaar

–42.25

Referentiegroep

18-34 jaar

–7.11

 

35-44 jaar

–19.54

 

45-54 jaar

–12.34

 

55-64 jaar

–6.88

 

65-69 jaar

0.00

Tabel 7.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)
 

Kosten van geneeskundige GGZ

1

79.86

2

16.27

3

–10.88

4

–12.39

5

–11.02

6

–12.42

7

–12.42

8

–12.42

9

–12.42

10

–12.42

Tabel 7.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
   

Kosten van geneeskundige GGZ

1 (zeer laag)

18-69 jaar

9.51

 

70+ jaar

14.08

2 (laag)

18-69 jaar

–9.92

 

70+ jaar

2.33

3 (midden)

18-69 jaar

–9.92

 

70+ jaar

–7.82

4 (hoog)

18-69 jaar

9.98

 

70+ jaar

–6.19

Tabel 7.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
   

Kosten van geneeskundige GGZ

Wlz-instelling, blijvend

18-69 jaar

–31.25

 

70-79 jaar

–45.46

 

80+ jaar

–35.90

Wlz-instelling, instromend

18-69 jaar

707.25

 

70-79 jaar

373.11

 

80+ jaar

111.46

Eenpersoonshuishouden

18-69 jaar

72.14

 

70-79 jaar

21.52

 

80+ jaar

–1.56

Overig

18-69 jaar

–11.82

 

70-79 jaar

–9.28

 

80+ jaar

0.67

Tabel 7.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)
 

Kosten van geneeskundige GGZ

Geen GGZ-MHK

–57.77

Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro

193.95

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille1

1283.33

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille1

2815.05

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille1

4745.70

Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille1

10008.47

5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille

13023.78

5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille

23759.75

1 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

  1. Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

    ^ [1]
  2. Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

    ^ [2]
  3. Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

    ^ [3]
  4. Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

    ^ [4]
  5. Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

    ^ [5]
  6. Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

    ^ [6]
  7. Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

    ^ [7]
  8. Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.

    ^ [8]
Terug naar begin van de pagina