Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2019–2020 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2019–2020

[Regeling vervalt per 01-08-2029.]
Geldend van 24-10-2019 t/m heden

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 10 oktober 2019, nr. PO/FenV/14561352, houdende aanpassing van de bedragen personele bekostiging primair onderwijs voor het schooljaar 2019–2020 en het vaststellen van de bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs schooljaar 2019–2020 (Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2019–2020 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2019–2020)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Vaststelling bedragen en landelijk gewogen gemiddelde leeftijd

Paragraaf 1. Basisscholen

Artikel 2. Gemiddelde leeftijd en bedragen

  • 1 De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2018 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO, bedragen:

    • a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 39,62 jaar;

    • b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 69.609,98;

    • c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 84.920,95.

  • 3 Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, WPO bedraagt voor:

     

    Bedrag per leerling

    Verhogingsbedrag

    a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar

    € 2.001,70

    € 54,02

    b. leerlingen vanaf 8 jaar

    € 1.392,78

    € 37,58

  • 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,962%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,911%.

  • 5 In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO.

Artikel 3. Aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel:

Artikel

Basisbedrag

Leeftijdsbedrag

23, eerste lid, (zeer kleine scholen)

€ 108.803,65

€ 2.444,51

24, tweede lid, onderdeel a, (kleine scholen voet)

€ 72.357,11

€ 1.952,56

24, tweede lid, onderdeel b,(kleine scholen verminderingsbedrag)

€ 501,27

€ 13,53

Artikel 4. Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden

Artikel 4a. Bijzondere bekostiging in verband met de correctie van de achterstandsscores

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die op basis van de op 11 februari 2019 door het CBS gepubliceerde achterstandsscore voor het schooljaar 2019–2020 een hogere aanvullende bekostiging bedoeld in artikel 28 en 36a van het Besluit bekostiging WPO zou ontvangen dan de op basis van de op 15 juli 2019 door het CBS gepubliceerde herziene achterstandsscore, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel.

  • 2 De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het verschil tussen de berekende aanvullende bekostiging bedoeld in artikel 28 en 36a van het Besluit bekostiging WPO op basis van de op 11 februari 2019 gepubliceerde achterstandsscore en de op 15 juli 2019 gepubliceerde achterstandsscore.

  • 3 Het bedrag per eenheid achterstandsscore op basis van de op 11 februari 2019 gepubliceerde achterstandsscore bedraagt € 540,10.

Artikel 5. Aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en groei

Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel:

Artikel

Bedrag

3a, vierde lid, (aanvang bekostiging)

€ 14.153,49

29, vierde lid, (groei)

€ 3.390,02

Artikel 6. Aanvullende bekostiging schoolleiding

Het bedrag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 97 leerlingen € 18.215,97 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 97 leerlingen € 33.526,94.

Artikel 7. Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid

  • 1 De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO, bestaat voor basisscholen, waaronder begrepen de school voor varende kinderen, uit een basisbedrag en een bedrag per leerling:

    basisbedrag:

    € 18.666,17

    bedrag per leerling:

    € 745,71

  • 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 43.033,77 minus (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 296,82).

  • 3 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor basisscholen met minder dan 195 leerlingen verhoogd met € 6.031.

  • 4 Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in artikel 180a WPO, bedraagt € 60,23 en is begrepen in het bedrag per leerling, genoemd in het eerste lid.

  • 5 Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO.

Artikel 8. Bedragen voor scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden

Artikel 9. Bekostiging voor internationaal georiënteerd basisonderwijs

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool waaraan een afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs is verbonden, ontvangt op aanvraag bekostiging voor personeel en voor materiële instandhouding.

  • 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf 11 ingeschreven leerlingen op 1 oktober 2018 op de afdeling, bedoeld in het eerste lid, de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen.

    aantal leerlingen

    Bedrag personeel

    Bedrag materiële instandhouding

    11 t/m 20

    € 15.049,61

    € 446,23

    21 t/m 30

    € 22.574,60

    € 669,34

    31 t/m 40

    € 30.099,61

    € 892,46

    41 t/m 50

    € 37.631,15

    € 1.115,78

    51 t/m 60

    € 45.156,14

    € 1.338,89

    61 t/m 70

    € 52.681,15

    € 1.562,00

    71 t/m 80

    € 60.205,75

    € 1.785,12

    81 t/m 90

    € 67.730,76

    € 2.008,23

    91 t/m 100

    € 75.255,76

    € 2.231,35

    101 t/m 110

    € 82.780,37

    € 2.454,46

    111 t/m 120

    € 90.305,36

    € 2.677,58

    121 t/m 130

    € 97.829,97

    € 2.900,69

    131 t/m 140

    € 105.354,97

    € 3.123,80

    141 t/m 150

    € 112.886,90

    € 3.347,12

    151 t/m 165

    € 120.411,51

    € 3.570,24

    166 t/m 180

    € 127.936,51

    € 3.793,35

    181 t/m 195

    € 135.461,51

    € 4.016,47

    196 t/m 210

    € 142.986,12

    € 4.239,58

    vervolgens per 15 leerlingen verhogen met

    € 7.525,00

    € 223,11

  • 3 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid moet bij DUO zijn ontvangen voor 1 juli 2019 en een gelijkluidend exemplaar daarvan moet worden ingediend gelijktijdig met de jaarstukken 2018. Aanvragen die op of na 1 juli 2019 bij DUO worden ontvangen worden in ieder geval afgewezen.

  • 4 Voor de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl.

  • 5 Het bevoegd gezag van een basisschool met een afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding indien het aantal leerlingen in die afdeling ten opzichte van de datum waarop voor het laatst bekostiging op basis van dit artikel is toegekend zodanig is toegenomen dat het leerlingenaantal in een hogere categorie als bedoeld in de tabel in het tweede lid is komen te vallen.

  • 6 Voor de aanvraag, bedoeld in het vijfde lid, wordt gebruik gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl.

  • 7 Het bevoegd gezag kan ten hoogste eenmaal per maand een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid indienen. Een aanvraag die wordt ontvangen op of na 1 juli 2020, wordt afgewezen.

  • 8 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

  • 9 Indien de toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 2019–2020 en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van 1 augustus 2019. Indien de toename op een later tijdstip plaatsvindt en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum, waarop de toename heeft plaatsgevonden.

  • 10 De bekostiging, bedoeld in het vijfde lid is gebaseerd op de bedragen uit bovenstaande tabel. Dit bedrag wordt gedeeld door 12 en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend.

Paragraaf 2. Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel 10. Gemiddelde leeftijd en bedragen

  • 1 De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2018 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 120, zesde lid, van de WPO, bedragen:

    • a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,94 jaar;

    • b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 75.680,82;

    • c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 91.560,18.

  • 3 Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, WPO is:

    • a. bedrag per leerling: € 1.470,91;

    • b. verhogingsbedrag € 47,63.

  • 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,962%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,911%.

  • 5 In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO.

Artikel 11. Bedragen ondersteuningsvoorzieningen

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in artikel 120, vierde lid, WPO is:

  • a. bedrag per leerling € 2.102,23;

  • b. verhogingsbedrag € 68,07.

Artikel 12. Bedragen aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 28, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO, is:

  • a. basisbedrag € 1.304,94;

  • b. leeftijdsbedrag € 42,25.

Artikel 13. Bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding

  • 2 Het bedrag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 99 leerlingen € 18.577,36 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 99 leerlingen € 34.456,72.

Artikel 14. Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid

  • 1 De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO, voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘basisbedrag + A + B’, waarin:

    basisbedrag =

    € 13.869,76

    A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met

    € 993,77

    B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met

    € 194,34

  • 2 Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in artikel 180a WPO, bedraagt € 60,23 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder A.

  • 3 Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO.

Paragraaf 3. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4

Artikel 15. Gemiddelde leeftijd en basisbedragen

  • 1 De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2018 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, twaalfde lid, WEC, bedragen:

    • a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,45 jaar;

    • b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 73.230,01;

    • c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 41.748,17;

    • d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 91.547,44.

  • 3 Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC, worden vastgesteld zoals weergegeven in onderstaande tabel.

     

    Basisbedrag

    Leeftijdsbedrag

    vast bedrag per school

    € 29.860,74

    € 1.352,65

    per leerling SO jonger dan 8

    € 1.437,81

    € 65,13

    per leerling SO 8 jaar en ouder

    € 1.000,11

    € 45,30

    per leerling VSO

    € 1.946,78

    € 88,19

  • 4 De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,962%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,911% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2018–2019 bedraagt 0,911%.

  • 5 In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WEC gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC.

Artikel 16. Bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning

Het bedrag per leerling, bedoeld in de artikel 117, vierde lid, van de WEC, artikel 132, vierde lid, van de WPO en artikel 85b, derde lid, WVO, is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype en leeftijd van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.

 

categorie 1/l

categorie 2/m

categorie 3/h

per leerling SO jonger dan 8

€ 10.146,22

€ 14.771,75

€ 22.610,97

per leerling SO 8 jaar en ouder

€ 9.285,85

€ 16.031,30

€ 23.870,53

per leerling VSO

€ 10.371,38

€ 18.210,16

€ 22.563,53

Artikel 17. Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC is:

  • a. basisbedrag: € 979,75;

  • b. leeftijdsbedrag: € 44,38.

Artikel 18. Bedragen aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en voor de schoolleiding

  • 1 Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 3a van het Besluit bekostiging WEC, is € 15.257,91.

  • 2 Het bedrag, bedoeld in artikel 35, van het Besluit bekostiging WEC, onderverdeeld in speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs alsmede naar onderwijssoort en aantal leerlingen, is weergegeven in onderstaande tabel.

    aantal leerlingen

    SO of VSO

    SOVSO

    MG SO of VSO

    MG SOVSO

    1 tot en met 49

    € 21.131,43

    € 21.131,43

    € 39.448,86

    € 39.448,86

    50 of meer

    € 39.448,86

    € 57.766,29

    € 39.448,86

    € 57.766,29

Artikel 19. Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid

  • 1 De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 124 WEC, bestaat voor de scholen in deze paragraaf uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘A+B’, waarin:

    A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met € 745,71;

    B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 152,06.

  • 2 Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in artikel 166a WEC, bedraagt € 60,23 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder A.

Hoofdstuk 3. Bekostiging samenwerkingsverbanden

Paragraaf 1. Lichte ondersteuning en schoolmaatschappelijk werk

Artikel 20. Bedragen lichte ondersteuning PO

Het bedrag per leerling verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde bedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel.

Artikel

Bedrag

31, eerste lid, (ondersteuningsvoorzieningen)

€ 179,36

32, eerste lid, (overdracht bij toename)

€ 3.420,77

32, tweede lid, en 33, eerste volzin (overdracht en overgang naar ander swv)

€ 4.888,98

33, tweede volzin (overgang naar ander swv na 1 oktober)

€ 8.309,75

Artikel 21. Schoolmaatschappelijk werk primair onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen

Aan het samenwerkingsverband PO, waarvan de som der achterstandsscores van de vestigingen binnen het samenwerkingsverband 1 of meer is, wordt een bedrag van € 12,68 per achterstandsscore toegekend.

Paragraaf 2. Zware ondersteuning

Artikel 24. Bedrag overdracht personele bekostiging bij groei op 1 februari

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 125b, eerste lid onder b, WPO en artikel 85d, eerste lid onder b, WVO, wordt weergegeven in onderstaande tabel.

 

basisbedrag

per leerling SO <8

€ 4.137,50

per leerling SO >=8

€ 2.877,94

per leerling VSO

€ 5.602,10

Hoofdstuk 5. Bekostiging instellingen

Artikel 26. Basisbedragen

De basisbedragen respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 117, eerste lid WEC, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom in onderstaande tabel.

 

bedrag

verhogingsbedrag

per leerling SO jonger dan 8

€ 1.437,81

€ 65,13

per leerling SO 8 jaar en ouder

€ 1.000,11

€ 45,30

per leerling VSO

€ 1.946,78

€ 88,19

Artikel 27. Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid

  • 1 De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 124 WEC, is voor de instellingen in deze paragraaf € 745,71 per leerling.

  • 2 Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in artikel 166a WEC, bedraagt € 60,23 en is begrepen in het bedrag, genoemd in het eerste lid.

Artikel 28. Bedragen voor personele bekostiging voor ondersteuning instellingen

De bedragen als bedoeld in artikel 117, vijfde lid WEC, worden in onderstaande tabel per instelling weergegeven.

BRIN-nr

Naam instelling

ondersteuningsbedrag

25GP

Visio Onderwijsinstelling Noord

€ 3.367.273,03

25GR

Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen

€ 10.836.156,13

25HD

Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtziende en Blinden

€ 6.130.913,24

25HE

Onderwijsinstelling Sensis

€ 12.843.420,74

01JO

Koninklijke Auris Groep

€ 69.993.265,54

08ZP

Zuid

€ 24.066.973,51

17GW

Koninklijke Kentalis

€ 103.045.011,48

20WR

VierTaal

€ 26.772.765,84

Hoofdstuk 6. Bijzondere bekostiging schooljaar 2019–2020

Artikel 29. Algemeen artikel

  • 2 Indien de peildatum, bedoeld in de artikelen 34 tot en met 36, valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, wordt als peildatum de eerstvolgende schooldag aangehouden.

Artikel 30. Aanwezigheid schipperskinderen

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 april 2020 wordt bezocht door 3 of meer kinderen in de eerste 4 verblijfsjaren op een reguliere basisschool en die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

  • 2 De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf 3 ingeschreven schipperskinderen de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen die worden gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

    Aantal schipperskinderen

    Bedrag personeel

    Bedrag MI

    3 tot en met 6

    € 15.168,01

    € 415,06

    7 tot en met 10

    € 22.553,63

    € 622,70

    11 tot en met 14

    € 29.946,21

    € 830,12

    15 tot en met 18

    € 37.331,83

    € 1.037,76

    En vervolgens telkens in een bandbreedte van 4 leerlingen, te beginnen vanaf 19 leerlingen, te verhogen met

    € 7.385,62

    € 207,63

  • 3 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;

    • b. de datum waarop de kinderen zijn of worden toegelaten tot de school;

    • c. het totaal aantal schipperskinderen dat de school bezoekt in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; en

    • d. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd.

  • 4 Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie de school of scholen waarvan de kinderen afkomstig zijn, onder vermelding van de betreffende schoolsoort met vermelding van het aantal verblijfsjaren, is opgenomen.

  • 5 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

  • 6 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

  • 7 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april 2020.

Artikel 31. Aanwezigheid zigeunerkinderen

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 april 2020 wordt bezocht door 4 of meer leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

  • 2 De bekostiging voor zowel personeel als voor materiële instandhouding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 3.202 per ingeschreven leerling met een culturele achtergrond van de Roma of Sinti. Dit bedrag wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

  • 3 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;

    • b. het totaal aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd; en

    • c. de periode waarvoor bijzondere en aanvullende bekostiging wordt gevraagd.

  • 4 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

  • 5 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

  • 6 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft voor de periode na 1 april 2020.

  • 7 Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen leerlingen een verklaring van de ouders over de culturele achtergrond van de Roma en Sinti van de leerling aanwezig is. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het op www.duo.nl beschikbaar gestelde ouderverklaringsformulier.

Artikel 32. Aanwezigheid van leerlingen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool waar:

    • a. leerlingen zijn ingeschreven die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend of leerlingen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden als bedoeld in het Besluit trekkende bevolking WPO, waarvoor als gevolg van de wijziging van de gewichtenregeling een lager gewicht is vastgesteld dan het geval zou zijn geweest indien de gewichtenregeling was toegepast, zoals deze luidde voor 1 augustus 2006, en

    • b. het schoolgewicht daardoor lager is vastgesteld, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging, indien de aanvraag voor 1 oktober 2019 is ontvangen.

  • 2 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;

    • b. het aantal leerlingen op 1 oktober 2018 waarvoor het gewicht 0,4 zou zijn vastgesteld, indien dit van toepassing was gebleven, onder vermelding van het gewicht dat daadwerkelijk voor deze leerlingen is vastgesteld;

    • c. het aantal leerlingen op 1 oktober 2018 waarvoor het gewicht 0,7 zou zijn vastgesteld, indien dit van toepassing was gebleven, onder vermelding van het gewicht dat daadwerkelijk voor deze leerlingen is vastgesteld.

  • 3 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 33. Leerlingen afkomstig uit ‘Blijf van mijn lijf huizen’

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool, waar gedurende een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste 10 leerlingen uit een ‘Blijf van mijn lijf huis’ zijn ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

  • 2 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;

    • b. het aantal ‘Blijf van mijn lijf huis’ leerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht; en

    • c. de ingangsdatum en de einddatum van de door het bevoegd gezag gekozen periode van maximaal 12 maanden, bedoeld in onderdeel b.

  • 3 Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie een overzicht is opgenomen van het aantal ‘Blijf van mijn lijf huis’ leerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht met de data van in- en uitschrijving.

  • 4 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

  • 5 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag bijzondere en aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen.

Artikel 34. Eerste opvang asielzoekers en overige vreemdelingen basisscholen

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    • a. asielzoeker: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000

      • die ingeschreven staat op een basisschool, en;

      • die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en;

      • deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, of;

      • in het bezit is gesteld van een verklaring van het centraal orgaan asielzoekers, waaruit blijkt dat de vreemdeling, dan wel een of beide ouders of voogden in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning zoals bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h, j Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet, en;

      • aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland;

    • b. overige vreemdeling: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, niet zijnde een asielzoeker,

      • die ingeschreven staat op een basisschool, en;

      • die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; dan wel die in het bezit is van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat hij of zij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel waarvan ten minste één van de ouders in het bezit is van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat hij of zij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, en;

      • aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland.

  • 2 Het bevoegd gezag van een basisschool waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste 4 asielzoekers en/of overige vreemdelingen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

  • 3 De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:

    • a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober;

    • b. 1 november voor de periode november tot en met januari;

    • c. 1 februari voor de periode februari tot en met april;

    • d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli.

    Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2019 en indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.

  • 4 Een basisschool die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 12.068.

  • 5 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de basisschool;

    • b. indien de peildatum de eerste schooldag betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de eerste schooldag, en het aantal asielzoekers dat op 1 oktober van het voorgaande schooljaar aan de basisschool stond ingeschreven of indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de peildatum; en

    • c. in geval van toepassing van het vierde lid, een verklaring dat de basisschool niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen heeft verzorgd.

  • 6 Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen asielzoekers en overige vreemdelingen één of meerdere bewijsstukken aanwezig zijn waaruit blijkt dat de school in aanmerking komt voor de toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging op basis van dit artikel.

  • 7 Van alle asielzoekers en overige vreemdelingen die meetellen voor de in de aanvraag opgegeven aantallen leerlingen dienen de gegevens uit de BRP, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de BRP ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de basisschool aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeleverde gegevens, verklaart het bevoegd gezag door de indiening van de aanvraag tevens dat één of meerdere bewijsstukken, waarmee de opgegeven datum van binnenkomst in Nederland kan worden aangetoond, in de administratie van de basisschool aanwezig zijn.

  • 8 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

  • 9 De in het tweede lid bedoelde bekostiging wordt berekend volgens de formules:

    Indien de peildatum de eerste schooldag betreft en

    • indien Ap groter is dan At:

      (Ap – At) x € 10.071,39 x 3/12, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld in artikel 29 van het Besluit bekostiging WPO aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor (Ap – At), een aftrek plaatsvindt van € 3.390,02 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 3/12, verhoogd met At x (€ 3.104,60 + € 85,14) x 3/12 en verhoogd met Vp x (€ 3.104,60 + € 85,14) x 3/12

    • indien Ap niet groter is dan At:

      Ap x (€ 3.104,60 + € 85,14) x 3/12 verhoogd met Vp x (€ 3.104,60 + € 85,14) x 3/12;

    waarin:

    Ap = het aantal op de eerste schooldag ingeschreven leerlingen dat asielzoeker is;

    At = het aantal op 1 oktober van het voorgaande schooljaar ingeschreven leerlingen dat op de eerste schooldag asielzoeker is;

    Vp = het aantal op de eerste schooldag ingeschreven leerlingen dat overige vreemdeling is.

    Indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft:

    Ap x € 10.071,39 x 3/12, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld in artikel 29 of 30 van het Besluit bekostiging WPO aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor Ap, een aftrek plaatsvindt van € 3.390,02 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 3/12, verhoogd met Vp x (€ 3.104,60 + € 85,14) x 3/12;

    waarin:

    Ap = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat asielzoeker is;

    Vp = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat overige vreemdeling is.

Artikel 35. Onderwijs aan asielzoekers gedurende het tweede jaar in Nederland

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoeker: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000,

    • die ingeschreven staat op een basisschool, en;

    • die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en;

    • deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, en;

    • die aantoonbaar één jaar of langer en korter dan twee jaar woonachtig is in Nederland.

  • 2 Het bevoegd gezag van een basisschool waar onderwijs wordt verzorgd voor asielzoekers ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

  • 3 De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:

    • a. de eerste schooldag, voor de periode augustus tot en met oktober;

    • b. 1 november, voor de periode november tot en met januari;

    • c. 1 februari, voor de periode februari tot en met april;

    • d. 1 mei, voor de periode mei tot en met juli.

    Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2019 en indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.

  • 4 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de basisschool; en

    • b. het aantal ingeschreven asielzoekers volgens dit artikel op de peildatum.

  • 5 Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen asielzoekers bewijsstukken worden opgenomen waarmee kan worden aangetoond dat de school in aanmerking komt voor de toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging op basis van dit artikel.

  • 6 Van alle asielzoekers die meetellen voor de in de aanvraag opgegeven aantallen leerlingen dienen de gegevens uit de BRP, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de BRP ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de basisschool aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeleverde gegevens, verklaart het bevoegd gezag door de indiening van de aanvraag tevens dat één of meerdere bewijsstukken, waarmee de opgegeven datum van binnenkomst in Nederland kan worden aangetoond, in de administratie van de basisschool aanwezig zijn.

  • 7 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

  • 8 De in het tweede lid bedoelde bekostiging bedraagt per asielzoeker € 1.538 vermenigvuldigd met 3/12.

Artikel 36. Eerste opvang vreemdelingen op speciale scholen voor basisonderwijs

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    • a. school: bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO;

    • b. vreemdeling: leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland.

  • 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan: leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, en die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland.

  • 3 Het bevoegd gezag van een school waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste 4 vreemdelingen die korter dan 1 jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

  • 4 De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:

    • a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober;

    • b. 1 november voor de periode november tot en met januari;

    • c. 1 februari voor de periode februari tot en met april;

    • d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli.

    Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien het de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2019 en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.

  • 5 Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 12.068.

  • 6 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;

    • b. het aantal vreemdelingen dat op de peildatum korter dan 1 jaar in Nederland is;

    • c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd;en

    • d. in geval van toepassing van het vijfde lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.

  • 7 Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen vreemdelingen bewijsstukken aanwezig zijn waaruit blijkt dat de school in aanmerking komt voor de toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging op basis van dit artikel.

  • 8 Van vreemdelingen die meetellen voor de in de aanvraag opgegeven aantallen leerlingen dienen de gegevens uit de BRP, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de BRP ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de school aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeleverde gegevens, verklaart het bevoegd gezag door de indiening van de aanvraag tevens dat één of meerdere bewijsstukken waarmee de opgegeven datum van binnenkomst in Nederland kan worden aangetoond, in de administratie van de school aanwezig is.

  • 9 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

  • 10 De in het derde lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 3.104,60 voor personeel en € 85,14 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden vermenigvuldigd met 3/12.

Artikel 37. Opvang asielzoekerskinderen in procesopvanglocaties en gezinslocaties

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoekerskind: een leerling die verblijft in een procesopvanglocatie, zijnde de verblijfplaats van vreemdelingen tijdens de rust- en voorbereidingstermijn voorafgaand aan de algemene asielprocedure en gedurende de algemene asielprocedure door de Immigratie- en Naturalisatiedienst, dan wel leerling die verblijft in een gezinslocatie voor gezinnen met minderjarige kinderen die geen recht meer hebben op verstrekkingen conform de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen.

  • 2 Het bevoegd gezag van de basisschool waar op 1 oktober 2018 asielzoekerskinderen worden opgevangen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde bekostiging bedraagt per asielzoekerskind € 931.

  • 4 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. het BRIN-nummer van de school waar de asielzoekerskinderen worden opgevangen;

    • b. het aantal asielzoekerskinderen op 1 oktober 2018 onder het BRIN-nummer zoals opgenomen in de aanvraag; en

    • c. een verklaring van het bevoegd gezag dat voor het aantal asielzoekerskinderen zoals opgenomen in de aanvraag, tevens in de leerlingenadministratie documenten zijn opgenomen, waarin het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers de school noemt als opvang school voor deze kinderen.

  • 5 De aanvraag moet door DUO zijn ontvangen voor 1 juli 2019. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft welke is ontvangen op of na deze datum.

  • 6 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk in september 2019.

Artikel 38. Justitiële jeugdinrichtingen en instellingen voor gesloten jeugdzorg verbonden aan scholen voor Cluster 4

  • 1 Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als gesloten justitiële inrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd moet worden, dan wel is verbonden aan een instelling voor gesloten jeugdzorg, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel.

  • 2 De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per vestiging € 37.552,35 en € 4.283,72 per leerling van de vestiging. Het aantal leerlingen van de vestiging is gelijk aan de door de Minister van Justitie en Veiligheid toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft.

  • 3 Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding, indien er op de eerste van de maand door de Minister van Justitie en Veiligheid, indien het een justitiële jeugdinrichting betreft, en door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het een instelling voor gesloten jeugdzorg betreft, meer capaciteit, uitgedrukt in leerlingen, aan de vestiging is toegekend dan het aantal leerlingen van de vestiging op grond waarvan de personele bekostiging voor het schooljaar is bepaald. Onder personele bekostiging, bedoeld in de eerste volzin, wordt mede verstaan, indien dit artikel reeds eerder is toegepast, de bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.

  • 4 De bijzondere bekostiging respectievelijk aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen de capaciteit, uitgedrukt in leerlingen, en het aantal leerlingen waarvoor personele bekostiging is toegekend, vermenigvuldigd met € 16.719,19 voor personeel en € 1.880,11 voor materiële instandhouding, gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal resterende maanden van het schooljaar waarvoor de bekostiging is toegekend.

Artikel 39. Bijzondere bekostiging voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder een leerling met een ernstige meervoudige beperking:

    een leerling met een combinatie van een ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking (IQ tot 35), een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen, voor wie naast extra ondersteuning in het onderwijs ook extra zorg nodig is, die op 1 oktober 2018 ingeschreven stond op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en voor wie het bevoegd gezag bekostiging categorie 3 (hoog) ontvangt.

  • 2 Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs waar op 1 oktober 2018 leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waren ingeschreven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel.

  • 3 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school; en

    • b. het aantal op 1 oktober 2018 ingeschreven leerlingen met een ernstige meervoudige beperking als bedoeld in het eerste lid.

  • 4 De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, dient uiterlijk op 15 september 2019 ontvangen te zijn. Aanvragen die na die datum worden ontvangen, worden afgewezen.

  • 5 De in het tweede lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven leerling met een ernstige meervoudige beperking maximaal € 4.000,00.

  • 6 Voor de bijzondere bekostiging op grond van dit artikel is voor het schooljaar 2019–2020 een bedrag van maximaal € 5 miljoen beschikbaar.

  • 7 Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in het zesde lid, wordt overschreden, wordt het bedrag per leerling met een ernstige meervoudige beperking, bedoeld in het vijfde lid, verlaagd naar rato van het aantal leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

  • 8 De Minister beslist uiterlijk in november 2019 op de aanvraag.

Artikel 40. Bijzondere bekostiging bij het samengaan van een basisschool met een speciale school voor basisonderwijs

  • 1 Het bevoegd gezag van een basisschool die per 1 augustus 2019 samengaat met een speciale school voor basisonderwijs, die wordt opgeheven met ingang van 1 augustus 2019 én waarvan blijkens de registratie in BRON ten minste de helft van de leerlingen op de eerste schooldag zijn ingeschreven op de basisschool, ontvangt op aanvraag de eerste zes schooljaren na samengaan bijzondere bekostiging voor personeel.

  • 2 Een aanvraag voor de bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt per brief ingediend bij DUO en moet voor 30 september 2019 door DUO ontvangen zijn. Aanvragen die na deze datum worden ontvangen, worden automatisch afgewezen. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

    • a. naam en BRIN-nummer van de basisschool;

    • b. naam en BRIN-nummer van de op te heffen speciale school voor basisonderwijs; en

    • c. het BRIN-mutatieformulier waarmee de opheffing van de speciale school voor basisonderwijs wordt gemeld of een kopie van het BRIN-mutatie formulier waarmee de opheffing van de speciale school voor basisonderwijs is gemeld.

  • 4 De bijzondere bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het tweede tot en met zesde schooljaar na het samengaan gelijk aan de aanvullende bekostiging op grond van artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO die de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in het eerste schooljaar na de opheffing en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van speciale scholen voor basisonderwijs.

  • 5 Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk op 30 januari 2020.

Hoofdstuk 7. Gewogen gemiddelde leeftijd en betaalritme

Artikel 42. Nadere regels gewogen gemiddelde leeftijd

  • 1 De gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, bedoeld in artikel 11a van het Besluit bekostiging WPO en artikel 10b van het Besluit bekostiging WEC, is de betrekkingsomvang aan de desbetreffende school van elke leraar op de school, vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren op de school. Voor leraren ouder dan 50 jaar wordt voor de toepassing van de eerste volzin de leeftijd op 50 jaar vastgesteld. Indien de uitkomst van de berekening van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in de eerste volzin, lager is dan 30 wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op 30. De in de eerste volzin bedoelde gewogen gemiddelde leeftijd wordt afgerond op 2 decimalen.

  • 2 Onder leraar als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: elk personeelslid dat is aangesteld in een onderwijsgevende functie als bedoeld in artikel 151 van Rechtspositiebesluit WPO/WEC, zoals dat luidde op 31 juli 2005, met uitzondering van leraren in opleiding als bedoeld in artikel 191, onderdeel a, van dat besluit en personeelsleden die in dienst zijn of van wie de betrekkingsomvang is uitgebreid in verband met vervanging, voor zover de kosten van deze dienstbetrekking of uitbreiding van de betrekkingsomvang ten laste komen van de in artikel 183 WPO of artikel 169 WEC bedoelde rechtspersoon.

  • 3 In geval van een samenvoeging is de gewogen gemiddelde leeftijd de som van de betrekkingsomvang van elke leraar van alle bij de samenvoeging betrokken scholen vermenigvuldigd met diens leeftijd en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren van alle bij de samenvoeging betrokken scholen. De tweede tot en met de laatste volzin van het eerste lid is van toepassing.

  • 4 De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd wordt vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde leeftijd van de scholen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.

Artikel 43. Betaalritme

  • 1 Tenzij in deze regeling anders is bepaald worden de bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.

  • 2 De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 6, 8, eerste en tweede lid, 10, 11, 12, 13, tweede lid, 15, 16, 17, 18, tweede lid, 26 en 28 vindt plaats op grond van de volgende percentages:

    Augustus

    6,91%

    September

    6,91%

    Oktober

    6,91%

    November

    6,91%

    December

    6,91%

    Januari

    10,25%

    Februari

    9,20%

    Maart

    9,20%

    April

    9,20%

    Mei

    9,20%

    Juni

    9,20%

    Juli

    9,20%

  • 3 Het bekostigingsbedrag bedoeld in artikel 41 wordt uitbetaald in twee termijnen, te weten voor 45,4% in november 2019 en 54,6% in maart 2020.

  • 4 De bekostigingsbedragen bedoeld in artikel 34, 35 en 36 worden telkens in één termijn uitbetaald.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 44. Besteding

De bijzondere en de aanvullende bekostiging, verstrekt op grond van deze regeling, kunnen worden besteed aan alle activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt aan de basisschool, speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs. voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een samenwerkingsverband PO, een samenwerkingsverband VO of een school als bedoeld in de WVO.

Artikel 46. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2019.

  • 2 Deze regeling heeft betrekking op het schooljaar 2019–2020 en vervalt met ingang van 1 augustus 2029.

Artikel 47. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2019–2020 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2019–2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Terug naar begin van de pagina