Regeling subsidiëring Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling Langdurige Zorg

[Regeling vervalt per 01-01-2023.]
Geldend van 03-09-2019 t/m 30-04-2020

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 juli 2019, kenmerk 1550372-190448-LZ, houdende regels voor het subsidiëren van de versnelling van de informatie-uitwisseling in de Langdurige Zorg (Regeling subsidiering Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Langdurige Zorg)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Definitiebepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Dienst van algemeen economisch belang: een dienst als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

  • Handboek InZicht: een handboek waarin concreet, gedetailleerd en per module is beschreven hoe de onafhankelijke IT-auditor moet toetsen of een resultaat voldoende is behaald.

  • ICT-leverancier: producent van een cliëntinformatiesysteem of een systeem bedoeld om de digitale gegevensuitwisseling van, naar of tussen één of meer van deze systemen te integreren.

  • Informatiestandaard: een verzameling afspraken die leidend is en ervoor moet zorgen dat de zorginformatie met de juiste kwaliteit kan worden vastgelegd, opgevraagd, gedeeld, uitgewisseld en overgedragen.

  • Informatiestandaard eOverdracht: de meest actuele informatiestandaard voor informatie-uitwisseling bij de verpleegkundige overdracht door de zorgketen, vastgesteld in het Informatieberaad Zorg en beheerd door Nictiz.

  • MedMij-afsprakenstelsel: een afsprakenstelsel voor het veilig en betrouwbaar uitwisselen van gezondheidsgegevens tussen zorggebruikers en zorgverleners, dat eisen stelt aan persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s) en ICT-systemen van zorgaanbieders voordat zij via het stelsel informatie kunnen uitwisselen.

  • Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • Onafhankelijke IT-auditor: een IT-auditor die is ingeschreven in het register van gekwalificeerde IT auditors, het Register EDP-Auditor, dat beheerd wordt door Norea.

  • Ondersteuning: maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

  • Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO): een hulpmiddel voor de cliënt om relevante gezondheidsinformatie afkomstig van zijn zorgverleners, te verzamelen, te beheren en desgewenst met andere zorgverleners te delen via gestandaardiseerde gegevensverzamelingen voor gezondheidsinformatie en geïntegreerde digitale zorgdiensten.

  • Programmabureau: organisatie bestaande uit ICT-experts en vertegenwoordigers van de betrokken branche- en beroepsorganisaties dat tot doel heeft:

    • ondersteuning te bieden bij vragen over de regeling;

    • advies te geven over de analyse en het plan van aanpak aan de zorginstelling;

    • gedurende de regeling overleg te voeren over de uitvoering hiervan;

    • de communicatie verzorgen richting veldpartijen.

  • Projectleider: de door het samenwerkingsverband aangewezen persoon die in opdracht werkt van een zorginstelling die zorg verleent op grond van de Wlz of wijkverpleging levert op grond van de Zvw en die de andere deelnemers van het samenwerkingsverband vertegenwoordigt.

  • Samenwerkingsverband: een aantal van ten minste vier zorginstellingen die een samenwerkingsovereenkomst hebben getekend, waarvan minimaal twee zorginstellingen zorg op grond van de Wlz of wijkverpleging op grond van de Zvw verlenen.

  • Zorg: Wlz-zorg en Zvw-zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;

  • Zorginformatiebouwsteen (zib): een herbruikbaar blokje informatie dat in verschillende informatiestandaarden kan worden gebruikt en dat nauwkeurig beschrijft wat er over een bepaald item van het zorgproces van de cliënt moet worden vastgelegd.

  • Zorginstelling: privaatrechtelijke rechtspersoon die zorg en/of ondersteuning verleent op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015), de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw);

  • Zorgprofessional: de medewerker van de zorginstelling die ondersteuning biedt of zorg verleent.

Artikel 2. Subsidiabele activiteiten

  • 1 De minister kan op aanvraag een zorginstelling subsidie verstrekken voor activiteiten ter bevordering van de gegevensuitwisseling tussen zorgprofessionals onderling en tussen zorgprofessional en cliënt door implementatie van de volgende modules:

    • a. de basismodule PGO;

    • b. de keuzemodule eOverdracht.

  • 2 Activiteiten als bedoeld in het eerste lid, betreffen:

    • a. activiteiten in het kader van de implementatie op de volgende terreinen:

      • i. Infrastructuur en applicatie:

        • het doorvoeren van een release van elektronische cliëntinformatie waarin de informatiestandaarden en zib’s zijn ingebouwd;

        • het toegankelijk maken van de digitale informatievoorziening voor medegebruik door externe zorgprofessionals;

        • het investeren in een infrastructuur zodat uitwisseling van de informatiestandaarden en zib’s met andere zorgaanbieders mogelijk is;

        • het maken van koppelingen met genoemde infrastructuur.

      • ii. Zorgproces, organisatie, informatie en borging:

        • projectmatige activiteiten, zoals projectleiding, projectondersteuning en opstellen van de informatiearchitectuur;

        • kennisverspreiding gericht op de zorgprofessionals over de nieuw ingebouwde technologie;

        • kennisverspreiding gericht op cliënten met als doel het gebruik van een PGO te stimuleren;

        • het aanpassen en herinrichten van zorgprocessen als gevolg van de veranderde gegevensuitwisseling;

        • het aanpassen van de werkwijze van zorgprofessionals als gevolg van de veranderde gegevensuitwisseling;

    • b. activiteiten voor deelnemers van een samenwerkingsverband die bijdragen aan de onderlinge samenwerking.

    • c. activiteiten die worden uitgevoerd door de projectleider van het samenwerkingsverband:

      • het organiseren, agenderen en verslagleggen van overleggen van het samenwerkingsverband;

      • het opstellen van een geïntegreerd plan van aanpak van het samenwerkingssamenwerkingsverband aan de hand van de plannen van aanpak van de deelnemende zorginstellingen;

      • het opstellen van de voortgangsrapportage(s) van het samenwerkingsverband aan de hand van de voortgangsrapportages van de deelnemende zorginstellingen.

  • 3 De activiteiten, bedoeld in het tweede lid, zijn aangewezen als diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 3. Hoogte van de subsidie

  • 2 Het bedrag voor de werkzaamheden van de projectleider bedraagt maximaal € 25.000 per samenwerkingsverband.

  • 3 Het subsidieplafond voor 2019 bedraagt € 1.500.000.

  • 4 De Minister verdeelt het volgens het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

Artikel 4. Subsidievoorwaarden

  • 1 Als een zorginstelling deel uitmaakt van een rechtspersoon waar meerdere zorginstellingen onder vallen, kan slechts één subsidie per rechtspersoon worden aangevraagd.

  • 2 Geen subsidie wordt verleend voor een module waarvoor de zorginstelling reeds subsidie heeft ontvangen, of had kunnen ontvangen, op grond van deze of een andere regeling.

  • 3 Een aanvraag voor de module eOverdracht moet worden opgesteld vanuit een samenwerkingsverband.

  • 4 Een zorginstelling die start met een aanvraag voor de module eOverdracht is verplicht gelijktijdig een aanvraag voor de module PGO in te dienen, tenzij de zorginstelling al aan de vereiste van de module PGO voldoet of hier voor de einddatum van de aanvraag voor de module eOverdracht aan gaat voldoen door gebruikmaking van een andere regeling.

Artikel 5. Verplichtingen

Op uiterlijk 31 december 2021 is voor de module(s) waarvoor subsidie is aangevraagd het volgende gerealiseerd:

  • a. de cliëntinformatiesystemen voldoen aan de voor de betreffende modules geldende informatiestandaarden;

  • b. de cliëntinformatiesystemen zijn opgeleverd en zonder aanvullende ontwikkelingskosten beschikbaar voor alle zorginstellingen;

  • c. de zorginstellingen in het samenwerkingsverband beschikken over een ICT-infrastructuur om gegevensuitwisseling mogelijk te maken;

  • d. de ingebouwde module(s) zijn geschikt gemaakt voor een regelmatige update van de geldende standaarden die Nictiz in beheer heeft;

  • e. de afspraken over de werkprocessen zoals vastgelegd in het plan van aanpak zijn ingevoerd;

  • f. er wordt aan de geldende veiligheidsstandaard voldaan;

  • g. er wordt aan de digitale toegankelijkheidsnormen voldaan;

  • h. er wordt aan de NEN-norm 7510 en de NEN-norm 7512 voldaan.

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening

  • 1 De aanvraag tot verlening van een subsidie wordt uiterlijk 1 december 2019 ontvangen.

  • 2 Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt gebruik gemaakt van een door de minister vastgesteld aanvraagformulier.

  • 3 De projectleider van het samenwerkingsverband dient alle aanvragen van de afzonderlijke deelnemers gezamenlijk in.

  • 4 Maximaal een zorginstelling kan subsidie aanvragen voor de kosten van de projectleider.

  • 5 In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. een analyse en een plan van aanpak;

    • b. voor de module PGO: een verklaring van de Stichting MedMij dat de betrokken ICT-leveranciers zijn aangesloten bij het MedMij afsprakenstelsel als kandidaat-deelnemer in de rol van dienstverlener zorgaanbieder, of afspraken heeft gemaakt met een systeemintegrator;

    • c. een getekende uitvoeringsovereenkomst voor diensten van algemeen economisch belang;

    • d. een verklaring waarin de zorginstelling aangeeft dat zij voor dezelfde activiteiten niet eerder subsidie heeft ontvangen of had kunnen ontvangen;

    • e. voor de module eOverdracht: een samenwerkingsovereenkomst die is ondertekend door alle deelnemers uit het samenwerkingsverband.

  • 6 Voor de documenten, bedoeld in het vijfde lid, wordt gebruik gemaakt van de voorgeschreven templates en richtlijnen op de website van DUS-I.

Artikel 7. Tussentijdse rapportage

De zorginstelling brengt halverwege de doorlooptijd van de implementatie inhoudelijk en financieel verslag uit over de voortgang van haar activiteiten aan de minister, tenzij de doorlooptijd korter dan één jaar is.

Artikel 8. Subsidievaststelling

  • 1 Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 In aanvulling op artikel 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, legt de zorginstelling bij een bedrag boven de € 125.000,– verantwoording af aan de hand van:

    • a. een eindrapportage van de zorginstelling op basis van het door het Programmabureau ontwikkelde format waaruit blijkt of de resultaten door de zorginstelling zijn behaald;

    • b. een IT-audit uitgevoerd door een onafhankelijke IT-auditor volgens het Handboek InZicht toetsingsprocedure, vastgelegd in een rapport van de IT-auditor, waaruit blijkt dat desbetreffende functionaliteiten zijn opgeleverd.

Artikel 9. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling Langdurige Zorg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

H.M. de Jonge

Terug naar begin van de pagina