Subsidieregeling PrEP

[Regeling vervalt per 01-01-2022.]
Geldend van 01-08-2019 t/m heden

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 11 juli 2019, kenmerk 1553975-193080-PG, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor de begeleiding bij het gebruik van PrEP (Subsidieregeling PrEP)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister voor Medische Zorg;

  • b. PrEP: Pre Expositie Profylaxe, een medicijn ter preventieve behandeling van hiv;

  • c. subsidiejaar: jaar ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt;

  • d. verzorgingsgebied: verzorgingsgebied als bedoeld in artikel 68, onder a, van de Subsidieregeling publieke gezondheid:

    • 1°. de provincies Noord-Holland en Flevoland,

    • 2°. de provincies Overijssel en Gelderland,

    • 3°. de provincies Friesland, Drenthe en Groningen,

    • 4°. het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delftland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer,

    • 5°. het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van de provincie Zuid-Holland genoemd onder 4°,

    • 6°. de provincies Zeeland en Noord-Brabant,

    • 7°. de provincie Limburg, of

    • 8°. de provincie Utrecht;

  • e. coördinerende GGD: coördinerende GGD als bedoeld in artikel 68, onder b, van de Subsidieregeling publieke gezondheid, de instelling die in stand houdt of de instellingen die in stand houden:

    • 1°. de GGD van de gemeente Amsterdam,

    • 2°. de GGD Gelderland-Zuid,

    • 3°. de GGD Groningen,

    • 4°. de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag,

    • 5°. de GGD Rotterdam-Rijnmond,

    • 6°. de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant,

    • 7°. de GGD Zuid-Limburg,

    • 8°. de GGD Regio Utrecht;

  • f. coördinatie: het ten behoeve van het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD:

    • 1°. coördineren van het aanbod van medische begeleiding bij het gebruik van PrEP,

    • 2°. waarborgen dat de medische begeleiding voldoet aan artikel 9.

Artikel 3

De minister kan ten behoeve van de subsidiejaren 2019 tot en met 2021 aan een coördinerende GGD een instellingssubsidie verstrekken voor de medische begeleiding bij het gebruik van PrEP en de coördinatie daarvan in het

verzorgingsgebied waarin de coördinerende GGD is gevestigd.

Artikel 4

  • 1 De medische begeleiding, bedoeld in artikel 3:

    • a. is gericht op personen die behoren tot de groep van mannen die seks hebben met mannen, met een verhoogd risico op hiv;

    • b. bestaat uit per persoon één intakeconsult en vervolgens maximaal vier vervolgconsulten per jaar en het naar aanleiding van een consult ter hand stellen van PrEP aan de desbetreffende persoon.

  • 2 Het aantal personen dat medisch wordt begeleid bedraagt ten hoogste:

    • a. 2.684 in de provincies Noord-Holland en Flevoland;

    • b. 931 in de provincies Overijssel en Gelderland;

    • c. 266 in de provincies Friesland, Drenthe en Groningen;

    • d. 490 in het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delftland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer;

    • e. 837 in het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van de provincie Zuid-Holland genoemd onder 4°;

    • f. 632 in de provincies Zeeland en Noord-Brabant;

    • g. 330 in de provincie Limburg;

    • h. 330 in de provincie Utrecht.

Artikel 5

  • 1 De subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt.

  • 2 (Qi x Pi) + (Qv x Pv) – (Qp x Bp) + U

    De instellingssubsidie bestaat uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:

    waarbij wordt verstaan onder:

    • Qi. het aantal intakeconsulten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt is uitgevoerd;

    • Pi. een bedrag van € 192,70;

    • Qv. het aantal vervolgconsulten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt is uitgevoerd;

    • Pv. een bedrag van € 136,00;

    • Qp. het aantal ter hand stellingen van PrEP per dertig pillen;

    • Bp. een eigen bijdrage van de gebruiker van € 7,50 per dertig pillen;

    • U. het bedrag voor de coördinatie van de medische begeleiding, dat voor 2019 ten hoogste bedraagt:

      • 1°. € 50.000 voor de provincies Noord-Holland en Flevoland,

      • 2°. € 50.000 voor de provincies Overijssel en Gelderland,

      • 3°. € 30.000 voor de provincies Friesland, Drenthe en Groningen,

      • 4°. € 10.000 voor het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delftland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer,

      • 5°. € 30.000 voor het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van de provincie Zuid-Holland genoemd onder 4°,

      • 6°. € 40.000 voor de provincies Zeeland en Noord-Brabant,

      • 7°. € 20.000 voor de provincie Limburg,

      • 8°. € 10.000 voor de provincie Utrecht.

  • 3 Voor de berekening van de instellingssubsidie voor 2019 komen over de periode april tot en met juli 2019 uitsluitend de kosten van de medische begeleiding, bestaande uit het aantal uitgevoerde intake- en vervolgconsulten, voor subsidie in aanmerking, overeenkomstig de volgende formule:

    (Qi x Pi) + (Qv x Pv)

    waarbij wordt verstaan onder:

    • Qi. het aantal intakeconsulten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, dat in de periode van april tot en met juli 2019 is uitgevoerd;

    • Pi. een bedrag van € 192,70;

    • Qv. het aantal vervolgconsulten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, dat in de periode van april tot en met juli 2019 is uitgevoerd;

    • Pv. een bedrag van € 136,00.

Artikel 6

  • 1 Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt uiterlijk dertien weken voor aanvang van het subsidiejaar ontvangen.

  • 2 Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De coördinerende GGD consulteert de GGD’en in zijn verzorgingsgebied over zijn aanvraag.

  • 4 De aanvraag van een GGD gaat vergezeld van:

    • a. een overzicht van het verwacht aantal personen, consulten en ter hand stellingen van PreP ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd;

    • b. een begroting;

    • c. een beschrijving van de coördinatie, bedoeld in artikel 1, onder f;

    • d. een document waarin de coördinerende GGD de uitkomsten van de consultatie beschrijft;

    • e. een document waaruit de juridische status van de coördinerende GGD blijkt.

  • 5 In afwijking van het eerste lid wordt de aanvraag ten behoeve van 2019 uiterlijk 1 september 2019 ontvangen.

Artikel 7

  • 1 De minister geeft binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking tot verlening van de subsidie.

  • 2 Het besluit tot subsidieverlening vermeldt het aantal personen, consulten en ter hand stellingen van PrEP, bedoeld in artikel 4, ten behoeve waarvan ten hoogste subsidie wordt verleend.

  • 3 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve voorschotten. De voorschotten worden gelijkmatig betaald over het subsidiejaar.

Artikel 8

De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van zijn verzorgingsgebied zorg voor dat in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:

  • a. er op planmatige wijze toereikende medische begeleiding en gepaste coördinatie worden uitgevoerd;

  • b. de medische begeleiding van verantwoorde kwaliteit is;

  • c. er bij het ter hand stellen van PrEP aan de desbetreffende persoon per dertig pillen telkens een bedrag van € 7,50 in rekening wordt gebracht;

  • d. de medische begeleiding wordt uitgevoerd in samenwerking met andere gemeentelijke gezondheidsdiensten binnen het verzorgingsgebied;

  • e. uiterlijk 2 maanden na afloop van ieder kwartaal op door de minister te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over het aantal begeleide personen en verrichte consulten;

  • f. de gegevens over het aantal begeleide personen en verrichte consulten op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;

  • g. de gegevens ten behoeve van onderzoekingen als bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Subsidieregeling publieke gezondheid, ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid op het gebied van de preventie van hiv op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Artikel 9

De coördinerende GGD waaraan de instellingssubsidie is verleend, draagt er zorg voor dat aan de minister op door hem te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

Artikel 10

De instellingssubsidie wordt als volgt vastgesteld:

Artikel 11

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2019, met uitzondering van artikel 5, derde lid, dat in werking treedt met ingang van de dag na de uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 april 2019.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

B.J. Bruins

Terug naar begin van de pagina