Subsidieregeling SWOV, TeamAlert en Veilig Verkeer Nederland 2019

[Regeling vervalt per 01-01-2024.]
Geldend van 06-07-2019 t/m 17-01-2020

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 27 juni 2019, nr. IENW/BSK-2019/58298, houdende vaststelling van de subsidieverstrekking aan drie organisaties op het gebied van verkeersveiligheid (Subsidieregeling SWOV, TeamAlert en Veilig Verkeer Nederland 2019)

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • activiteitenplan: activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • forfaitair uurtarief: door de subsidieontvanger geraamd kostendekkend tarief per uur voor een boekjaar dat wordt gehanteerd voor de uitvoering van subsidiabele projecten en producten, al dan niet per tariefgroep;

  • kosten derden: op factuur aantoonbare aan derden verschuldigde kosten die direct voor de subsidiabele projecten en producten worden gemaakt;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • project: samenhangend geheel van activiteiten;

  • product: (deel)resultaat dat voortkomt uit een project;

  • subsidieontvanger: SWOV, TeamAlert of Veilig Verkeer Nederland;

  • SWOV: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, gevestigd te Den Haag;

  • TeamAlert: stichting TeamAlert, statutair gevestigd te Utrecht;

  • Veilig Verkeer Nederland: vereniging Veilig Verkeer Nederland, gevestigd te Amersfoort;

  • wet: Algemene wet bestuursrecht;

  • xls file: het format zoals opgenomen in de bijlage.

Artikel 2. Doel van de subsidie

  • 1 De minister kan op aanvraag per boekjaar een subsidie verstrekken aan:

    • a. SWOV voor het uitvoeren van projecten en producten van verkeersveiligheid, gericht op:

      • 1°. wetenschappelijk onderzoek, met als doel uitbreiding van kennis ten behoeve van het verkeersveiligheidsbeleid, waarbij de verkeersveiligheid integraal wordt benaderd; of

      • 2°. kennisverspreiding verkregen uit het wetenschappelijk onderzoek, bedoeld onder 1°;

    • b. TeamAlert voor het uitvoeren van projecten en producten op het gebied van verkeersveiligheid, gericht op:

      • 1°. het beperken van risicovol gedrag in het verkeer van doelgroepen door het realiseren van verandering in kennis en houding ten aanzien van verkeersveiligheid; of

      • 2°. het effectief delen van kennis over gedragsbeïnvloeding om risico’s op het gebied van verkeersveiligheid te verkleinen; en

    • c. Veilig Verkeer Nederland voor het uitvoeren van projecten en producten op het gebied van verkeersveiligheid, gericht op:

      • 1°. het beperken van risicovol gedrag in het verkeer van doelgroepen door het realiseren van verandering in kennis en houding ten aanzien van verkeersveiligheid;

      • 2°. het effectief delen van kennis over gedragsbeïnvloeding om risico’s op het gebied van verkeersveiligheid te verkleinen; of

      • 3°. beleidsbeïnvloeding op lokaal en regionaal niveau.

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt voor zover:

    • a. voor een project of product als bedoeld in het eerste lid, een subsidie is of wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan dan wel andere inkomsten van derden zonder tegenprestatie zijn of worden verkregen; of

    • b. de projecten en producten zijn te kwalificeren als economische activiteiten.

Artikel 4. Subsidieplafond en subsidiabele kosten

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt:

    • a. voor het boekjaar 2020:

      • 1°. voor SWOV: € 3.983.550,30;

      • 2°. voor TeamAlert: € 1.015.000,-; en

      • 3°. voor Veilig Verkeer Nederland: € 3.867.749,45.

    • b. voor het boekjaar 2021:

      • 1°. voor SWOV: € 4.043.303,55;

      • 2°. voor TeamAlert: € 1.030.225,-; en

      • 3°. voor Veilig Verkeer Nederland: € 3.925.765,69.

    • c. voor het boekjaar 2022:

      • 1°. voor SWOV: € 4.103.953,10;

      • 2°. voor TeamAlert: € 1.045.678,38; en

      • 3°. voor Veilig Verkeer Nederland: € 3.984.652,18.

    • d. voor het boekjaar 2023:

      • 1°. voor SWOV: € 4.165.512,40;

      • 2°. voor TeamAlert: € 1.061.363,55; en

      • 3°. voor Veilig Verkeer Nederland: € 4.044.421,96.

    • e. voor het boekjaar 2024:

      • 1°. voor SWOV: € 4.227.995,09;

      • 2°. voor TeamAlert: € 1.077.284,-; en

      • 3°. voor Veilig Verkeer Nederland: € 4.105.088,29.

  • 2 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen het totaal aantal uren dat daadwerkelijk aan de uitvoering van de subsidiabele projecten en producten is besteed vermenigvuldigd met het forfaitair uurtarief, alsmede de kosten derden.

Artikel 5. Concept van een activiteitenplan

  • 1 Uiterlijk op 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zendt de subsidieontvanger aan de minister een concept van het activiteitenplan.

  • 2 De subsidieontvanger zendt uiterlijk op 1 oktober een aangepast concept vergezeld van de ingevulde ramingen in de xls file aan de minister, waarin rekening is gehouden met eventuele opmerkingen van de minister.

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt uiterlijk ingediend op 1 november van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2 Onverminderd artikel 4:65 van de wet gaat de aanvraag vergezeld van:

    • a. het activiteitenplan, dat in elk geval een overzicht biedt van de projecten en producten;

    • b. de begroting, bedoeld in artikel 4:63 van de wet, die tevens de onderbouwing van het forfaitair uurtarief, het geraamde aantal uren per product en de geraamde kosten derden per product bevat;

    • c. een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ten aanzien van de berekening van het forfaitair uurtarief, waarbij minimaal het volgende wordt aangegeven:

      • 1°. bij de berekening is de door de subsidieontvanger vastgestelde begroting gehanteerd;

      • 2°. de berekening is zoveel mogelijk gebaseerd op de systematiek van de voor het desbetreffende kalenderjaar van toepassing zijnde Handleiding Overheidstarieven;

      • 3°. de berekeningssystematiek is jaarlijks toegepast gedurende de looptijd van deze regeling;

      • 4°. de gehanteerde tarieven zijn gebaseerd op de salarisschalen bij de subsidieontvanger, waarbij het maximale forfaitair uurtarief gelijk is aan het maximum van salarisschaal 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

    • d. het geraamde tijdstip waarop de subsidieontvanger gehouden is de projecten en producten te hebben afgerond; en

    • e. de ingevulde ramingen in de xls file.

Artikel 7. Beschikking tot subsidieverlening

  • 1 De minister neemt de beschikking tot subsidieverlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 In de beschikking worden vermeld:

    • a. de te subsidiëren projecten en producten;

    • b. het tijdstip waarop de subsidieontvanger gehouden is de projecten en producten te hebben afgerond;

    • c. de wijze waarop het subsidiebedrag wordt bepaald en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld;

    • d. het geraamde aantal uren per project alsmede de geraamde kosten derden per project;

    • e. het geraamde uurtarief; en

    • f. de inhoud van het controleprotocol.

  • 3 Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, wordt in de beschikking tevens vermeld dat de subsidieverlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 8. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de wet kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel:

  • a. in het activiteitenplan onvoldoende rekening is gehouden met de door hem over een concept-activiteitenplan gemaakte opmerkingen;

  • b. de aanvraag niet voldoet aan artikel 6;

  • c. er in voorgaande boekjaren ten aanzien van de subsidieverlening of subsidievaststelling toepassing is gegeven aan de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de wet, of

  • d. projecten die qua aanbod geheel of gedeeltelijk overlap vertonen met die van een andere subsidieontvanger.

Artikel 9. Voorschotverlening

  • 1 De minister kan een voorschot verlenen. Deze beschikking wordt ambtshalve gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening gegeven.

  • 2 Het voorschot wordt uitgekeerd per kwartaal op basis van een bij de aanvraag tot subsidieverlening verstrekt overzicht van de liquiditeitsprognose waarin de liquiditeitsbehoefte per kalenderkwartaal wordt aangegeven.

  • 3 Het voorschot wordt uitgekeerd in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot bevoorschotting worden bepaald met dien verstande dat de voorschotverlening ten hoogste 95 procent van de verleende subsidie per boekjaar bedraagt.

Artikel 10. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1 Onverminderd de artikelen 4:68, 4:69 en 4:70 van de wet gelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger:

    • a. het afronden van de uitvoering van de projecten en producten waarvoor subsidie is verleend uiterlijk op het tijdstip dat daarvoor is aangegeven in de beschikking tot subsidieverlening;

    • b. het onverwijld doen van een schriftelijke mededeling aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en doelmatige aanwending daarvan, zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen en over- en onderschrijdingen van meer dan 10% van het geraamde subsidiebedrag van een project, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;

    • c. het onverwijld doen van een schriftelijke mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat een gesubsidieerd project of product niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of opgeleverd of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

    • d. het doen van een schriftelijke mededeling aan de minister, vergezeld van een herziene liquiditeitsprognose, indien de gemaakte subsidiabele kosten op de laatste dag van elk kalenderkwartaal 75% of minder bedragen van de voor dat kwartaal begrote subsidiabele kosten; de mededeling wordt gedaan binnen twee maanden na afloop van het desbetreffende kalenderkwartaal;

    • e. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het desverlangd verstrekken van alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;

    • f. het de minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan gesubsidieerde projecten, producten of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;

    • g. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate de subsidieontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de in artikel 2 omschreven doelen van deze regeling;

    • h. het aan een ieder ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten van een gesubsidieerd project of product onverwijld na afronding van het desbetreffende project of product tegen ten hoogste een vergoeding van de verschaffingkosten; de subsidieontvanger stelt de minister schriftelijk op de hoogte van het onderzoeksresultaat minimaal vijf werkdagen voordat de onderzoeksresultaten aan een ieder ter beschikking worden gesteld;

    • i. het in acht nemen van het controleprotocol; en

    • j. het informeren van de minister over voorgenomen wijzigingen van de statuten van de subsidieontvanger.

  • 2 De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening:

    • a. verplichtingen opleggen met betrekking tot het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten van de subsidieontvanger anders dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, alsmede aan de resultaten ervan;

    • b. verplichtingen opleggen met betrekking tot het zonder vergoeding verstrekken van de door de minister benodigde gerichte informatie uit gesubsidieerde projecten en producten van de subsidieontvanger aan de minister of een door de minister aangewezen derde;

    • c. verplichtingen opleggen met betrekking tot het verkrijgen van andere financiële middelen, of

    • d. andere verplichtingen opleggen die hij noodzakelijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 3 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat:

    • a. een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds;

    • b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder f;

    • c. geen indirecte staatssteun wordt verleend aan ondernemingen door middel van de subsidie.

Artikel 11. Strategische samenwerking subsidieontvangers

  • 1 De subsidieontvanger werkt ten behoeve van de uitvoering van de gesubsidieerde projecten strategisch samen met de andere subsidieontvangers.

Artikel 12. Toestemming minister

  • 1 De subsidieontvanger behoeft toestemming van de minister voor:

    • a. het oprichten van of deelnemen in een rechtspersoon;

    • b. het ontbinden van de rechtspersoon, of

    • c. het doen van aangifte tot faillissement of het aanvragen van surséance van betaling.

  • 2 Aan de toestemming kunnen voorwaarden of voorschriften worden verbonden.

Artikel 13. Aanvraag tot subsidievaststelling

  • 1 De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in uiterlijk op 1 mei van het jaar volgend op het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 14. Beschikking tot subsidievaststelling

  • 1 De minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De minister kan de subsidie ambtshalve vaststellen indien de subsidieontvanger niet tijdig de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend.

Artikel 15. Toezicht

Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de directeur en medewerkers van de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën en andere bij besluit van de minister aangewezen personen.

Artikel 16. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling SWOV, TeamAlert en Veilig Verkeer Nederland 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Terug naar begin van de pagina