Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen

[Regeling vervalt per 01-04-2024.]
Geldend van 07-01-2020 t/m heden

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 28 maart 2019, nr. WJZ/5893539, houdende regels voor de subsidieverstrekking aan regionale publieke media-instellingen ten behoeve van onder andere innovatie en samenwerking (Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen)

Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Hoofdstuk 3 van de Kaderregeling is van overeenkomstige toepassing op subsidies die op grond van deze regeling direct worden vastgesteld.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten en projectcriteria

De minister kan aan een regionale publieke media-instelling subsidie verstrekken voor een project dat voldoet aan de volgende criteria:

  • a. het project draagt voldoende bij aan één of meer van de volgende doelstellingen die zijn geformuleerd in het concessiebeleidsplan RPO:

    • 1°. innovatie;

    • 2°. het vergroten van het bereik;

    • 3°. het duurzaam inhoudelijk versterken van de journalistiek;

    • 4°. het duurzaam inhoudelijk versterken van het media-aanbod;

    • 5°. het vergroten van de doelmatigheid; en

  • b. het project komt ten goede aan meerdere regionale publieke media-instellingen of aan de samenwerking tussen regionale publieke media-instellingen onderling, of aan de samenwerking tussen een of meer regionale publieke media-instellingen en een of meer landelijke of lokale publieke media-instellingen.

Artikel 4. Subsidieplafond en minimumsubsidiebedrag

  • 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor het kalenderjaar 2019 een bedrag van € 5,5 miljoen beschikbaar. Voor subsidieverstrekking in het kalenderjaar 2020:

    • a. is een bedrag van € 5 miljoen beschikbaar voor projecten die mede of volledig zijn gericht op het verbeteren van de samenwerking tussen regionale en lokale publieke media-instellingen; en

    • b. is een bedrag van € 3,9 miljoen beschikbaar voor andere projecten.

  • 2 Indien het voor het kalenderjaar 2019 beschikbare bedrag niet geheel wordt verstrekt, wordt het resterende bedrag aan het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2020 toegevoegd.

  • 3 Het subsidiebedrag bedraagt ten minste € 25.000,–.

Artikel 5. Subsidieaanvraag

  • 1 Een regionale publieke media-instelling kan subsidie aanvragen vanaf 1 april 2019 tot en met 30 september 2020.

  • 2 Een aanvraag tot verlening van subsidie bestaat uit:

    • a. een activiteitenplan; en

    • b. een begroting.

  • 3 In aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan:

    • a. een motivering waaruit blijkt dat het project waarvoor subsidie wordt gevraagd, voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 3; en

    • b. een motivering van de wijze waarop het project na afloop van de subsidieperiode zal worden voortgezet of van de wijze waarop de resultaten van het project na afloop van de subsidieperiode duurzaam zullen worden benut.

  • 4 Een subsidieaanvraag kan worden medeondertekend door de bij de aanvraag betrokken landelijke, lokale of regionale publieke media-instellingen.

  • 5 De aanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van een aanvraagformulier dat op www.rijksoverheid.nl is bekendgemaakt.

Artikel 6. Wijze van verdeling beschikbare middelen

De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 7. Advies RPO

De minister vraagt over een aanvraag advies aan de RPO. De RPO adviseert binnen 4 weken:

Artikel 8. Besluit op subsidieaanvraag

  • 2 In afwijking van artikel 7.6 van de Kaderregeling stelt de minister subsidies van € 25.000,– tot € 125.000,– direct vast. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

  • 3 Bij subsidies vanaf € 125.000,– verstrekt de minister bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot van 100%. De minister betaalt het voorschot in afwijking van artikel 6.1, tweede lid, van de Kaderregeling ineens.

Artikel 9. Verplichtingen subsidie

  • 1 Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a. de subsidieontvanger rondt het project af vóór 1 januari 2024; en

    • b. de subsidieontvanger neemt jaarlijks in zijn bestuursverslag een toelichting op over de voortgang van het project;

  • 2 In aanvulling op de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, zendt de ontvanger van een subsidie van € 25.000,– tot € 125.000,– de minister binnen 22 weken na afloop van het kalenderjaar waarin het project is afgerond een activiteitenverslag.

Artikel 10. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverstrekking worden geweigerd indien:

  • a. voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ook uit andere hoofde aanspraak op subsidie bestaat; of

  • b. de kosten niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde duurzame resultaten.

Artikel 11. Verantwoording en vaststelling bij subsidies vanaf € 125.000,–

  • 1 De ontvanger van een subsidie vanaf € 125.000,– dient uiterlijk 22 weken na afloop van het kalenderjaar waarin het project is afgerond een aanvraag om vaststelling in bij de minister.

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2019.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2024.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Terug naar begin van de pagina