Stimuleringsregeling E-health Thuis

[Regeling vervalt per 01-01-2022.]
Geldend van 08-04-2020 t/m 31-12-2020

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 december 2018, kenmerk 1457861-185083-DMO, houdende stimulering van activiteiten ten behoeve van het opschalen en borgen van het gebruik van e-health toepassingen die ondersteuning of zorg thuis faciliteren (Stimuleringsregeling E-health Thuis)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Definitiebepaling

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV): Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

    • cliënten: mensen met een chronische ziekte of beperking, of een groot risico daarop, die thuis wonen;

    • clusterorganisatie: de rechtspersoon die het innovatiecluster e-health exploiteert, zijnde een aanbieder van ondersteuning of zorg;

    • coronacrisis: de crisis die zich vanaf de eerste COVID-19-besmetting in Nederland aan het ontwikkelen is als gevolg van de verspreiding van het coronavirus;

    • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;

    • de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

    • e-health toepassingen: digitale toepassingen die de kwaliteit van leven van cliënten verbeteren of mantelzorg vereenvoudigen of ontzorgen;

    • inkoper: inkoper van ondersteuning of zorg, zijnde een zorgverzekeraar, gemeente of zorgkantoor;

    • innovatiecluster e-health: een innovatiecluster als bedoeld in artikel 2, onderdeel 92, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, op het gebied van e-health, ten behoeve van het uitvoeren van activiteiten in het kader van deze regeling;

    • mantelzorger: degene die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

    • Minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

    • ondersteuning: maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015);

    • opleidingsactiviteiten e-health: opleiding als bedoeld in artikel 31, van de algemene groepsvrijstellingsverordening die leidt tot kennisoverdracht op het gebied van e-health toepassingen;

    • penvoerder: de door het samenwerkingsverband opleidingsactiviteiten e-health aangewezen clusterorganisatie die namens alle deelnemers van het samenwerkingsverband optreedt;

    • professional: de medewerker die ondersteuning biedt of zorg verleent;

    • samenwerkingsverband opleidingsactiviteiten e-health: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, niet zijnde een vennootschap, bestaande uit een clusterorganisatie en andere bij het innovatiecluster e-health betrokken organisaties;

    • zorg: Wlz-zorg en Zvw-zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

Artikel 2. Doel van de regeling

  • 1 Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten ten behoeve van het opschalen en borgen van het gebruik van e-health toepassingen die ondersteuning of zorg aan cliënten thuis faciliteren, zodat zij langer zelfstandig thuis kunnen wonen, door:

    • a. het op grotere schaal toepassen van e-health, uitgedrukt in aantallen cliënten;

    • b. het structureel inbedden van het gebruik van e-health toepassingen in de reguliere werkprocessen voor ondersteuning of zorg; en

    • c. het organiseren van een duurzame wijze van bekostiging en borging daarvan in inkoop- en contractafspraken.

  • 2 Voor de e-health toepassingen als bedoeld in het eerste lid geldt dat deze al structureel door minimaal 100 cliënten of mantelzorgers in Nederland worden gebruikt. Van deze 100 cliënten of mantelzorgers maken er minimaal 10 cliënten gebruik van ondersteuning of zorg van een aanbieder betrokken bij het innovatiecluster e-health.

  • 3 In afwijking van het tweede lid geldt voor e-health toepassingen die bijdragen aan de continuïteit van ondersteuning of zorg als bedoeld in artikel 3b dat er sprake is van voldoende ambitie in verhouding tot het subsidiebedrag.

Artikel 3. Subsidie innovatiecluster e-health en opleidingsactiviteiten e-health

  • 1 De Minister kan op aanvraag voor maximaal drie jaar subsidie verstrekken aan:

    • a. een clusterorganisatie voor activiteiten van een innovatiecluster e-health; of

    • b. een clusterorganisatie voor activiteiten van een innovatiecluster e-health en opleidingsactiviteiten e-health; of

    • c. de penvoerder van een samenwerkingsverband opleidingsactiviteiten e-health voor opleidingsactiviteiten e-health van de deelnemers.

  • 2 Een innovatiecluster e-health bestaat uit tenminste één aanbieder en één inkoper van ondersteuning of zorg.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt voor e-health toepassingen die primair gericht zijn op:

    • a. het verplaatsen van ziekenhuiszorg naar huis;

    • b. de uitwisseling van gegevens.

Artikel 3a. Subsidie visievorming e-health

De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een clusterorganisatie voor ondersteuning bij het komen tot een door de clusterorganisatie gedragen visie op het gebruik van e-health en doorvertaling hiervan in een concreet activiteitenplan.

Artikel 3b. Subsidie e-health toepassingen die bijdragen aan continuïteit van ondersteuning, zorg of jeugdhulp

  • 1 De Minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten in het kader van de aanschaf, lease en implementatie van e-health toepassingen die bijdragen aan de continuïteit van ondersteuning, zorg of jeugdhulp op afstand voor thuiswonende cliënten ten tijde van de coronacrisis of om de belemmeringen die het gevolg van deze crisis zijn op te heffen.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt aan aanvragers die op 31 december 2019 een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, punt 18 van Verordening (EU) nr. 651/2014 waren.

  • 4 Op grond van deze regeling wordt slechts subsidie verstrekt voor activiteiten die worden verricht na 27 februari 2020.

  • 5 De projectperiode bedraagt maximaal 9 maanden.

  • 6 Een activiteit komt slechts eenmaal voor subsidie op grond van onderhavige regeling in aanmerking.

  • 7 Aanbieders, bedoeld in het tweede lid, kunnen maximaal twee keer subsidie als bedoeld in het eerste lid aanvragen.

  • 8 Een tweede aanvraag als bedoeld in het zevende lid komt voor subsidie in aanmerking indien de activiteiten van de eerste aanvraag zijn afgerond.

  • 9 Subsidie kan worden aangevraagd tot 1 juni 2020.

Artikel 4. Subsidiabele kosten

Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking:

  • a. voor activiteiten van een innovatiecluster e-health: de kosten als bedoeld in artikel 27, vijfde en achtste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, met dien verstande dat de kosten als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, tot een maximum van 20% van de totale subsidiabele kosten in aanmerking komen;

  • b. voor opleidingsactiviteiten e-health: de kosten als bedoeld in artikel 31, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • c. voor visievorming e-health: loonkosten en kosten voor het verstrekken van advies en procesbegeleiding door kennisinstellingen of door onafhankelijke adviesorganisaties;

  • d. voor e-health toepassingen die bijdragen aan de continuïteit van ondersteuning of zorg als bedoeld in artikel 3b:

    • 1°. de kosten voor de aanschaf van e-health toepassingen;

    • 2°. de lease- en licentiekosten van e-health toepassingen;

    • 3°. loonkosten van professionals;

    • 4°. kosten voor het verstrekken van advies en procesbegeleiding door kennisinstellingen of onafhankelijke adviesorganisaties.

Artikel 5. Hoogte van de subsidie

  • 1 Het maximale percentage subsidie voor de activiteiten van een innovatiecluster e-health is 55% van de in aanmerking komende kosten, met inachtneming van artikel 27, zesde en negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, tot een maximumbedrag subsidie van € 750.000.

  • 2 Het maximale percentage subsidie voor opleidingsactiviteiten e-health is 70% van de in aanmerking komende kosten, met inachtneming van artikel 31, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 3 In afwijking van artikel 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is het minimumbedrag subsidie voor een clusterorganisatie voor activiteiten van een innovatiecluster e-health € 50.000. Artikel 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op subsidies voor opleidingsactiviteiten e-health en subsidies als bedoeld in artikel 3a.

  • 4 Het maximumbedrag subsidie voor een gezamenlijke subsidieaanvraag voor activiteiten van een innovatiecluster e-health en opleidingsactiviteiten e-health is € 750.000.

  • 5 Het maximumbedrag subsidie voor de ondersteuning bij het komen tot een door de clusterorganisatie gedragen visie op het gebruik van e-health en doorvertaling hiervan in een concreet activiteitenplan is € 20.000.

  • 6 Het subsidiebedrag voor e-health toepassingen die bijdragen aan continuïteit van ondersteuning of zorg als bedoeld in artikel 3b bedraagt maximaal € 50.000, waarvan het percentage subsidie voor de aanschafkosten of de lease- en licentiekosten van e-health toepassingen maximaal 50% van het totale subsidiebedrag bedraagt.

Artikel 6. Subsidieplafond

  • 1 Het subsidieplafond voor 2020 bedraagt € 28.000.000 en voor 2021 € 5.000.000.

  • 2 Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3b bedraagt € 23.000.000.

  • 3 De Minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 7. Subsidieaanvraag

  • 1 Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 In afwijking van het tweede lid, gaat de aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3a vergezeld van een de-minimisverklaring, een beknopt plan van aanpak dat ingaat op hoe de clusterorganisatie komt tot een gedragen visie op het gebruik van e-health en doorvertaling hiervan in een concreet plan en een offerte indien gebruik is gemaakt van externe inhuur voor advies.

  • 4 De aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3b bedraagt een vast bedrag van € 50.000.

  • 6 De Minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie als bedoeld in artikel 3b een voorschot van 100 procent van het bedrag van de verlening, dat direct zal worden uitbetaald.

Artikel 8. Beoordelingscriteria

De aanvraag voor subsidie, bedoeld in artikel 3 moet in voldoende mate voldoen aan de criteria in de bijlage van deze regeling.

Artikel 9. Weigeringsgronden

Een subsidieaanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien:

  • a. niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze regeling en de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • b. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten op grond van deze of een andere regeling;

  • c. de de verstrekking van een subsidie als bedoeld in artikel 3 niet in overeenstemming is met het bepaalde in de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • d. de verstrekking van een subsidie als bedoeld in artikel 3a niet in overeenstemming is met het bepaalde in de de-minimisverordening.

Artikel 10. Verplichtingen

  • 1 In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is de subsidieontvanger verplicht:

    • a. de inkoper die genoemd wordt in de verklaring als bedoeld in artikel 7, tweede lid, de hele subsidieperiode te betrekken;

    • b. actief deel te nemen aan kennisdeling, onder andere door deelname aan bijeenkomsten en het delen van informatie;

    • c. mee te werken aan de monitoring van de voortgang van de beoogde tussen- en eindresultaten zoals opgenomen in de aanvraag.

  • 2 De verplichtingen als bedoeld in het eerste lid zijn niet van toepassing indien de subsidieontvanger subsidie op grond van artikel 3b ontvangt.

Artikel 11. Werkingsduur regeling

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2019 en vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen die voor 1 januari 2022 zijn ontvangen.

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

H.M. de Jonge

Bijlage Beoordelingscriteria behorend bij artikel 8

Criteria Kwaliteit

1. Kwaliteit van het activiteitenplan:

a. Het plan draagt bij aan de doelstelling van deze regeling. Het plan is helder, haalbaar en overtuigend over de beoogde procesinnovatie en de daarbij beoogde schaalsprong, aanpassing van werkprocessen en structurele afspraken tussen aanbieder(s) en inkoper(s). Er is sprake van voldoende ambitie in verhouding tot de kosten.

b. Tussen- en eindresultaten zijn benoemd, waarbij ten minste wordt opgenomen:

i. Een oplopende reeks aantallen cliënten dat de toepassing structureel gebruikt (hoe vaak, hoe lang) en bespaarde uren professionals;

ii. Een kwalitatieve reeks over de mate van voortgang van aanpassing van de werkprocessen van het ondersteunings- of zorgaanbod;

iii. Een kwalitatieve reeks over de mate van voortgang in de organisatie van een duurzame wijze van bekostiging en borging daarvan in inkoop- en contractafspraken;

iv. Een eindresultaat dat betrekking heeft op een neutrale of positieve bijdrage aan de kwaliteit van leven van cliënten of aan de vereenvoudiging of ontzorging van de mantelzorg.

c. Bij de onderbouwing van de aanpak is aandacht voor de voorgeschiedenis (waaronder het aantal cliënten/mantelzorger dat reeds structureel gebruik maakt van de toepassing), de relatie van de aanpak tot de regionale opgave, en de doelmatigheid van zorg.

2. Kwaliteit innovatiecluster:

3. Het cluster betrekt de juiste partners én heeft voldoende expertise om de opschaling te realiseren. Het cluster bestaat ten minste uit één aanbieder en één inkoper van ondersteuning of zorg. Bij voorkeur sluiten ook andere aanbieders en inkopers aan en (vertegenwoordiging van) cliënten en mantelzorgers.

Criteria Cliënt en mantelzorger

4. Cliënten / mantelzorgers zijn intensief betrokken bij de implementatie en het gebruik van de e-health toepassing en ervaren de toegevoegde waarde.

5. Het gebruiken van de e-health toepassing vergt bij voorkeur nauwelijks of geen training, en de toepassingen zijn ook voor mensen met lichamelijke of cognitieve beperkingen bruikbaar en begrijpelijk. Indien van toepassing, gelden hierbij de WCAG 2.1 normen.

Criteria Professional

6. Professionals zijn intensief betrokken bij de implementatie en het gebruik van de e-health toepassing en ervaren de toegevoegde waarde.

Criteria Techniek

7. De e-health toepassing is interoperabel, te koppelen met de bestaande ICT infrastructuur, voldoet aan de geldende standaarden en is toekomst vast (zie bijv. Vitaal Thuis/MedMij).

Terug naar begin van de pagina