Wijzigingsregeling enige uitvoeringsregelingen 2018 (belastingen en toeslagen)

Geldend van 01-01-2020 t/m 31-12-2020

Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 31 december 2018 tot wijziging van enige uitvoeringsregelingen op het gebied van belastingen en toeslagen

De Staatssecretaris van Financiën,

Handelende wat de artikelen 3.36 en 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 betreft in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat;

Handelende wat artikel 31 van de Wet op de loonbelasting 1964 betreft in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Handelende wat de artikelen 2:1 en 2:2 van het Algemeen douanebesluit betreft in overeenstemming met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

Handelende wat artikel 3:2 van het Algemeen douanebesluit betreft in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Handelende wat de artikelen 6 en 7 van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag betreft in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelet op de artikelen 1.5, 3.36, 3.42a en 5.14 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 10a, 12a, 25, 26, 27b, 31, 32a en 38p van de Wet op de loonbelasting 1964, de artikelen 13 en 17 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de artikelen 4 en 10 van de Wet op de dividendbelasting 1965, artikel 26 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen 1, 8, 10 en 13 van de Registratiewet 1970, de artikelen 1:3 en 2:1 van de Algemene douanewet, artikel 83 van de Wet op de accijns, artikel 36 van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken in samenhang met artikel 80 van de Wet op de accijns, artikel 18 van de Wet belasting zware motorrijtuigen, artikel 60 van de Wet belastingen op milieugrondslag, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van de Wet openbaarheid van bestuur, de artikelen 2, 3, 6, 21a, 39, 67 en 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 2, 5, 22bis, 25a, 25b, 26 en 67 van de Invorderingswet 1990, de artikelen 8 en 12a van de Wet loonbelasting BES, de artikelen 1.1 en 3.5 van de Douane- en Accijnswet BES, de artikelen 1.3 en 8.1 van de Belastingwet BES, artikel XVI van de Wet aanpassingen aan het Douanewetboek van de Unie, artikel 6 van de Wet op het centraal testamentenregister, artikel 12 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de artikelen 7 en 12 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, de artikelen 2:1, 2:2, 3:2 en 3:3 van het Algemeen douanebesluit, de artikelen 6, 7 en 11c van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag en artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Reporting Standard;

Besluit:

Artikel XIII

[Red: Wijzigt de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.]

Artikel XVII

[Red: Wijzigt de Uitvoeringsregeling kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken.]

Artikel XXVII

Als bestaande langlopende openbare-infrastructuurprojecten als bedoeld in artikel IIA van de Wet implementatie eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking worden aangewezen:

  • a. N31 Leeuwarden-Drachten;

  • b. A10 2e Coentunnel;

  • c. A12 Lunetten-Veenendaal;

  • d. A15 Maasvlakte Vaanplein;

  • e. N33 Assen Zuidbroek;

  • f. Schiphol, Amsterdam, Almere A1/A6;

  • g. A12 Veenendaal, Ede, Grijsoord;

  • h. Schiphol, Amsterdam, Almere A9 Gaasperdammerweg;

  • i. Sluis Limmel;

  • j. A27/A1 Utrecht Noord;

  • k. Zeetoegang IJmond;

  • l. 3e Kolk Beatrixsluis;

  • m. N18 Varsseveld-Enschede;

  • n. A6 Almere;

  • o. Sluis Eefde;

  • p. Afsluitdijk;

  • q. A16 Rotterdam;

  • r. A24 Blankenburgverbinding;

  • s. A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15);

  • t. A9 Badhoevedorp-Holendrecht;

  • u. A59 Rosmalen-Geffen;

  • v. Infraprovider HSL-zuid.

Artikel XXVIII

Artikel 3.0 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de toepassing van artikel 10a, negende tot en met elfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 ter zake van de uitoefening of vervreemding van een aandelenoptierecht in 2018, met dien verstande dat:

  • a. de inhoudingsplichtige de de-minimisverklaring, bedoeld in artikel 3.0, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, uiterlijk 1 maart 2019 indient;

  • b. artikel 10a, negende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 uitsluitend van toepassing is indien de Minister van Economische Zaken en Klimaat ter zake van de de-minimisverklaring, bedoeld in onderdeel a, aan de inhoudingsplichtige heeft gemeld dat uitgaande van de berekening, bedoeld in artikel 10a, tiende lid, van die wet, de toepassing van artikel 10a, negende lid, van die wet niet tot gevolg heeft dat het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 10a, tiende lid, van die wet, wordt overschreden.

Artikel XXIX

Op een recht op teruggaaf van omzetbelasting dat is ontstaan vóór 1 januari 2019 blijft artikel 3 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 zoals dat artikel luidde op 31 december 2018 van toepassing tot 1 juli 2019.

Artikel XXXI

  • 4 In afwijking van het eerste lid treedt artikel XXV in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met ingang van 1 januari 2019, 0.00 uur, in werking en in het Europese deel van Nederland met ingang van 1 januari 2019, 05.00 uur.

  • 5 In afwijking van het eerste lid treedt artikel XIII in werking met ingang van 1 januari 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën,

M. Snel

Terug naar begin van de pagina